
Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over het Nieuwe Testament. En vandaag wil ik het eens hebben over het Romeinse bestuur van Judea. Ik weet niet hoe vaak ik het erover heb gehad, maar het mag wel wat toelichting.
Eerst maar even de korte inhoud van het voorafgaande. In de winter van 5/4 v.Chr. overleed koning Herodes de Grote en daarop verdeelde keizer Augustus het Joodse koninkrijk over drie zonen van de overledene. Dat koninkrijk was een samenraapsel van hellenistische steden, halfnomadische stammen, onbewoonde gebieden en een tempelstaatje, dus opsplitsing was minder dramatisch dan het lijkt. De verdeling was ook maar ten dele ingegeven door “verdeel en heers”, zoals we in een moment zullen zien.
- Judea – dat wil zeggen: het tempelstaatje Jeruzalem – kwam in handen van Herodes Archelaos, die ook het aloude Samaria en enkele havensteden in handen kreeg. Verder regeerde hij over de Idumeeërs in het zuiden. De meeste mensen golden als Joden en hij gold daarom als de Joodse ethnarch, “volksleider”.
- Zijn broer Herodes Antipas regeerde als tetrarch, “deelvorst”, over het noordelijke Galilea. Hij kreeg ook de vrijwel onbevolkte oostkust van de Dode Zee, waar zijn tetrarchie grensde aan het rijk van de Nabateeërs.
- Tot slot was er hun halfbroer Filippos, die als tetrarch regeerde over de Golanhoogte en aangrenzende oostelijke nomadenstammen.
De positie van “koning der Joden” was dus vacant, wat ruimte bood aan messiaanse opstanden. De Romeinse gouverneur van Syrië, Publius Quinctilius Varus (die van de slag in het Teutoburgerwoud), moest legioenen inzetten om de rust te herstellen. Ondanks de aanvankelijke onvrede slaagden Antipas en Filippos erin hun gezag te vestigen, maar Archelaos bleek als volksleider een catastrofe. In 6 na Chr. vroegen zijn onderdanen aan Augustus of die hun ethnarch wilde vervangen. Judea, dat dus groter was dan het joodse tempelstaatje, werd zo een onderdeel van het Romeinse Rijk. Waarschijnlijk had Augustus al in een vroeg stadium herkend dat Archelaos incompetent was, en was de eerdere opsplitsing van het gebied mede een kwestie degelijk bestuur.
Of het voortaan Romeinse gebied – 150 kilometer van noord naar zuid – de status had van provincie, is niet bekend, maar het feit dat keizer Vespasianus later, na de inname van Jeruzalem (in 70 na Chr.), een triomftocht vierde over een buitenlands volk, vormt een aanwijzing dat Judea voordien nog geen provincie was. Maar welke vorm het Romeinse bestuur ook had, het kwam opnieuw tot opstanden en opnieuw kwam de gouverneur van Syrië in actie. Dit was de Publius Sulpicius Quirinius van het kerstverhaal.

Prefectuur
Aan het hoofd van het nieuwe gebied – dat ik gemakshalve toch maar een provincie zal noemen – stond geen gouverneur uit de senatoriële stand. In plaats daarvan was het bestuur in handen van een prefect: iemand uit de tweede rang van de Romeinse elite, de ridderstand. Een prefect was ook geen civiele bestuurder, maar een militair. Die lijkt een ongebruikelijk complexe taak te hebben gehad, want aan de ene kant waren er polytheïstische Grieken en Romeinen, zoals overal in het imperium, aan de andere kant waren er monotheïsten, zoals de samaritaanse geloofsgemeenschap en de diverse soorten joden.
(Tussen haakjes: ik schreef “lijkt een ongebruikelijk complexe taak te hebben gehad” omdat we voor Judea de complexiteiten kunnen kennen. Of er soortgelijke tegenstellingen waren in pakweg Germania Inferior, is een stuk moeilijker waar te nemen. Complex was het werk van de man in Judea zeker, maar of het ongebruikelijk complex was, valt niet te weten.)
De prefect bestuurde de voormalige gebieden van Herodes Archelaos vanuit de prachtige havenstad Caesarea, en was verder vaak op reis. Om recht te spreken, boekhoudingen te controleren en aanwezig te zijn bij de eredienst, bezocht hij de districtshoofdsteden. Het is dus niet zo vreemd dat prefect Pontius Pilatus bij de grote joodse pelgrimsfeesten verbleef in Jeruzalem.
Een bestuurder kon in elke Romeinse provincie vertrouwen op de elite, die haar positie gegarandeerd zag door de Romeinse wapens. De hogepriester in Jeruzalem begreep het belang van stabiliteit – en anders wees de gouverneur wel een nieuwe hogepriester aan. Verder waren er hellenistische steden, waarmee de gouverneur een zekere culturele affiniteit had. Voorbeelden zijn Caesarea en Samaria.
Het leger
Om problemen, die elke Romeinse bestuurder van tijd tot tijd ondervond, het hoofd te bieden, had de prefect de beschikking over soldaten. Het gaat hier om hulptroepen, geen legioenen; die kwamen alleen bij heel grote crises vanuit Syrië naar Judea. Twee eenheden hulptroep-infanterie, samen duizend man, waren gestationeerd in Jeruzalem: de ene in het oude paleis (de huidige citadel) en de andere in de Burcht Antonia (de Umariyya-madrasa). Een derde eenheid infanterie bewaakte Caesarea. Elders waren nog twee cohorten infanterie en een eskadron van cavalerie.
En nu wordt het – vind ik – interessant. We weten ruwweg om welke eenheden het gaat. Loop even mee.
- Het cavalerie-eskadron is het Ala I Sebastenorumnoot en dat bestond uit mensen uit de stad Samaria.
- We weten verder van een Cohors I Sebastenorum, infanterie uit Samaria.
- Dan zijn er het Cohors I Italica Civium Romanorum, het Cohors II Italica Civium Romanorumnoot en het eveneens Italiaanse Cohors I Augusta.noot
- Slechts één cohort kennen we niet bij naam.
Het garnizoen bestond dus uit mannen uit Samaria en Italië. Er zijn geen aanwijzingen voor joodse soldaten of soldaten uit de samaritaanse geloofsgemeenschap. Dat maakt het interessant dat de evangelist Lukas ons een Johannes de Doper presenteert die zich richt tot soldaten.noot Als dit geen verzinsel is van de evangelist, was de boodschap van de Doper dus ook gericht tot niet-joden en is de missie van een Paulus minder vernieuwend dan wel aangenomen.
[Wordt vervolgd; een overzicht van de zondagse reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
Zelfde tijdvak
Intocht der gladiatorenmaart 18, 2020
De opstand van Tacfarinas (1)augustus 5, 2025
Messias (1)november 29, 2020

Adrian Goldsworthy is ook actief op YouTube: ‘The real bodyguard of Pontius Pilate, the Roman army in Judea’ 6-66 A.D. https://youtu.be/gRp5LdNsznM?si=l7t8pwfbpZvf4Rsl
(Een oud Brits legergrapje: een bepaald regiment ‘is old enough to have been the bodyguard of Pontius Pilate’.
Vandaar de kwinkslag in the titel.)
“Het garnizoen bestond dus uit mannen uit Samaria en Italië. Er zijn geen aanwijzingen voor joodse soldaten of soldaten uit de samaritaanse geloofsgemeenschap. ”
De eenheden uit Samaria bestonden toch juist uit mannen uit de samaritaanse geloofsgemeenschap?
Nope. Niet alle Samarianen waren samaritanen en niet alle samaritanen woonden in Samaria.