Kerk en staat

Ik heb Harm Schilder nooit ontmoet, dus ik maak een voorbehoud, maar het lijkt me iemand met wie ik slaande ruzie krijg. Dat hij in Tilburg woont, prima. Dat hij pastoor is, oké. Dat hij de kerkklokken luidde, dat wordt lastiger. Dat hij het deed om kwart over zeven ’s morgens, vind ik tactloos. Dat hij, toen erover werd geklaagd, weigerde rekening te houden met de omwonenden, beschouw ik als ongemanierd. Dat hij het toelichtte met als argument dat hij de buurtgenoten “wilde laten weten dat er in de kerk ook voor hen werd gebeden”, maakt me onbeschrijflijk kwaad. Dat wil zeggen, ik kan mijn kwaadheid wel beschrijven, maar zelfs op GeenStijl zou het worden weggejorist.

Wat beweegt zo’n man? De simpelste verklaring is dat het gewoon een vervelend persoon is. Als een land maar groot genoeg is, is er altijd wel een pastoor die zichzelf ervan zal overtuigen dat godsdienst vóór beschaafde omgangsvormen gaat. Maar vermoedelijk is dat wat al te simpel geredeneerd.

Juist omdat er vervelende personen zijn, hebben we een wet en we streven ernaar dat die voor iedereen gelijk wordt toegepast. Dat is met kerken echter niet het geval: ze mogen de klok luiden. Daar zijn wat regels voor, waarmee de klokken van pastoor Schilder uiteindelijk ook tot zwijgen zijn gebracht, maar een kerk mag eerder geluidsoverlast veroorzaken dan u of ik. Als ik een vergunning zou aanvragen om de lessen van mijn schooltje vooraf te laten gaan door klokgebeier, zal de ambtenaar kijken alsof hij het in Keulen hoort donderen, maar als de pastoor dezelfde aanvraag doet, vindt dezelfde ambtenaar het doodnormaal.

Historisch zo gegroeid. Een kerk mag meer inbreuk maken op de openbare ruimte dan anderen.

Nu is dit, zolang je niet woont in Tilburg, een betrekkelijk onschuldig voorbeeld. Zelf vind ik het eigenlijk wel prettig dat ik, als de wind goed staat, soms het carillon kan horen van de Amsterdamse Westerkerk (voorbeeld). Ik hecht ook aan andere erfenissen uit meer religieuze tijden, zoals het zevendaagse weekritme. Al gebruik ik de zondag liever niet voor kerkbezoek en ga ik met vrienden lunchen.

Welbeschouwd is het echter te zot voor woorden dat we überhaupt een zondag hebben. Als iemand op zondag wil werken, moet hij dat zelf weten. Het moet niet, zoals nu, geregeld hoeven worden dat winkels op zondag open mogen, het moet geregeld worden als een gemeente wil dat de winkels dicht zijn. Hetzelfde geldt voor de christelijke feestdagen: ik gun christelijke werknemers hun Kerstmis, Pasen, Pinksteren en Hemelsvaartsdag, maar waarom moet ook ik vrij nemen? Regel het in een CAO en dwing niet via de wet dat ook anderen zeven van hun vrije dagen verplicht opnemen.

Het Handelsblad bevatte afgelopen donderdag een mooi ingezonden stuk van neerlandicus en filosoof Martin Slagter. Die wees op een curieuze asymmetrie: als mensen een bepaalde verplichting niet kunnen nakomen, is er wél begrip voor religieuze motieven, maar niet voor andere. Slagters voorbeeld is dat we verplichtingen wegens de ramadan wel een acceptabel excuus vinden om te laat op het werk te komen maar het kijken van voetbalwedstrijden niet.

Ook volledig geseculariseerde mensen denken vaak nog dat religieuze overtuigingen meer respect verdienen dan ‘wereldse’ opvattingen.

Ik denk dat Slagter volkomen gelijk heeft. Ik geneerde me nogal toen ik een tijdje geleden bij een naturalisatieplechtigheid mocht blijven zitten toen er beloftes werden gedaan maar moest staan toen er eden werden afgelegd.

Een geloofsovertuiging is niet respectabeler dan om het even welke seculiere mening.

aldus Slagter. Het is krek zo. Ik erken dat het consequenter doorvoeren van de scheiding van kerk en staat momenteel niet ’s Neêrlands urgentste probleem is. Er is voldoende wettelijk kader om werkelijke ontsporingen, zoals pro-ISIS-demonstraties, aan te pakken. Toch denk ik tevens dat Slagters pleidooi wat meer aandacht verdient dan een plek op een opiniepagina in de komkommertijd.

Vandaar dit stukje.

[Mijn wekelijkse religiecolumn, afgelopen maandag op Sargasso.]

8 gedachtes over “Kerk en staat

  1. In mijn jeugd heb ik een jaar lang verplicht een mis op zondagochtend moeten bijwonen.
    Eerst kreeg ik toestemming om achterin de kapel een stripboek te lezen.
    Daarna mocht ik in bed blijven liggen als ik dan maar wel de ontbijttafel klaar had bij de terugkomst van de mis.

    Rituelen en gewoonten van godsdiensten en religies interesseren mij nog steeds. Maar begrijpen doe ik het nooit.
    Natuurlijk kunnen de gelovigen deze rituelen en gewoontes ook niet uitleggen. Maar wil men altijd wel het recht op uitoefening van deze rituelen en gewoonten.

    Ik hoop juist niet dat voetbalfanaten en vandalen meer rechten krijgen voor hun buitensporige gedrag!

    Vriendelijke groet,

  2. JL:

    Ik geneerde me nogal toen ik een tijdje geleden bij een naturalisatieplechtigheid mocht blijven zitten toen er beloftes werden gedaan maar moest staan toen er eden werden afgelegd.

    Stond er iemand met een bajonet in je rug te prikken dat je op moest staan? Zo nee, kan je alleen jezelf verwijten dat je meedeed aan die poppenkast 😉

    (Ik weet het: groepsdruk. Iedereen om je heen staat op en je denkt “dat zal wel zo horen”. En enkele seconden later kom je erachter dat het allemaal grote onzin is.)

      1. Komt bijna op hetzelfde neer. Zo’n burgemeester heeft autoriteit en hoort zoiets niet te vragen. Ik zou waarschijnlijk hetzelfde hebben gereageerd, maar een tweede keer niet meer.

  3. mnb0

    Het hangt ook van de gemeente af. Toen ik er woonde waren ze in Zaandam, vanouds een antireligieus en anti-monarchistisch broeinest, erg radicaal in dit opzicht.

  4. FCS

    (ben een beetje achter met blog-lezen, vandaar deze late vraag) Je hebt toch langzamerhand dikwijls genoeg in landen met een overwegend islamitische godsdienst gelogeerd om (vooral met jouw dagritme) door de muezzin gewekt te zijn geworden voor het eerste gebed? Wat is daar je mening over?

Reacties zijn gesloten.