Israël verdeeld: toelichting (3)

Op een goede landkaart staat precies de informatie die je nodig hebt en niet meer of minder.

In een eerder stukje gaf ik aan dat het verspreiden van wetenschappelijke informatie in boekvorm problematisch is geworden en in een tweede stukje vertelde ik dat registers tegenwoordig anders kunnen zijn dan vroeger. Voor aanvullende informatie zijn ze immers niet langer noodzakelijk; daarvoor hebben we nu de Wikipedia.

Vandaag wil ik wat zaken noemen die niet zoveel met de doorbraak van het internet hebben te maken – of het moest zijn dat boeken, als de informatie goed wordt gesynchroniseerd, langer overeind zullen blijven in het aanbrekende post-papieren tijdperk.

“Informatie synchroniseren”: het klinkt nogal deftig, maar ik bedoel er iets eenvoudigs mee. Anders dan op het internet, waar de gebruiker bepaalt wat hij wil lezen, is de informatie in een boek eenrichtingsverkeer van samensteller naar lezer. Er zijn echter verschillende soorten informatie die tegelijk naar de lezer komen: enerzijds de eigenlijke tekst, anderzijds landkaarten, stambomen, noten, illustraties, tekstkaders. Door de informatie goed op elkaar af te stemmen, kan het geheel meer zijn dan de som der delen.

Eerst de landkaarten. Dit kan ik het beste introduceren met een voorbeeld: Griekse auteurs willen nog wel eens aangeven of een reiziger omhoog of omlaag reist. Jezus gaat van Jericho “op” naar Jeruzalem, de huurlingen waarmee Xenofon vanuit het Egeïsche Zee-gebied Anatolië binnentrok, maakten een anabasis, een op-mars. Als je zo’n passage tegenkomt, moet je haar toelichten, want Nederlanders begrijpen dit niet onmiddellijk. Uitleg over de geografische gesteldheid van de Jordaanvallei of de weg naar de Frygische hoogvlakte vormt echter een lelijke verstoring van het eigenlijke verhaal. En wat afleidt, brengt de informatieoverdracht in gevaar. In zo’n geval biedt een landkaart een oplossing, mits die landkaart het veronderstelde reliëf toont natuurlijk. Ze moet dus zijn gemaakt met het oog op de tekst.

De vorige volzin had ik cursief, vet en onderstreept willen zetten, want hoe vanzelfsprekend het ook moge klinken: het spreekt niet vanzelf. De Peloponnesische Oorlog, een van de belangrijkste conflicten uit de oude wereld, begint met twee kleine aanleidingen, die rond 431 v.Chr. onbeheersbaar werden. Eén daarvan was de belegering van de Noord-Griekse stad Potideia. De landkaart in een (overigens uitstekende) recente Nederlandse vertaling van Thucydides’ fascinerende Geschiedenis van de Peloponnesische Oorlog toont de plaats wel, maar gebruikt de naam die de stad later heeft gekregen, Kassandreia. De cartograaf kende de tekst niet, de vertaler heeft niet opgelet, de uitgever was te goed van vertrouwen en de lezer begrijpt niets van de tekst. Ik ga niet vrijuit: vijf plaatsnamen uit Israël verdeeld staan niet op de landkaarten.

Een ander punt is de informatie die in kaders moet worden geplaatst. Vroeger was het maken van een kader lastiger dan nu en daarom verdween aanvullende informatie met de referenties (bijvoorbeeld naar antieke bronnen en zeer specifieke artikelen) naar de noten. Nu kiezen uitgevers om esthetische redenen liever voor eindnoten dan voetnoten, wat ook niet erg is omdat de meeste lezers niet zijn geïnteresseerd in de referenties, maar zo verdween de aanvullende informatie uit het zicht. Dat is jammer.

Inmiddels is dat gelukkig veranderd: nieuwe software maakt het maken van kaders veel eenvoudiger. In Israël verdeeld heb ik bijvoorbeeld kaders gebruikt om de Aqedah en de Noachitische Geboden uit te leggen, twee onderwerpen die vroeg in mijn tekst opduiken en daar van ondergeschikt belang zijn, maar later wél belangrijk zijn en dan al moeten zijn uitgelegd. Een kader biedt de mogelijkheid de eigenlijke tekst niet te onderbreken met in eerste instantie overbodige informatie en deze in tweede instantie toch te hebben.

Kaders zijn dus praktisch, maar je kunt overdrijven. In de interessante biografie van Simon Stevin die ik momenteel aan het lezen ben, Wonder en is gheen wonder. De geniale wereld van Simon Stevin van Jozef Devreese en Guido vanden Berghe, zitten er in de eerste hoofdstukken wel heel veel, en ze zitten bovendien allemaal achterin de hoofdstukken geplaatst, waardoor je zeven, negen of twaalf pagina’s achter elkaar bezig bent met parallelle informatie. Een website over Simon Stevin zou een beter medium zijn geweest voor de door deze auteurs gepresenteerde informatie.

Tot slot nog dit: het is belangrijk dat kaders aan de boven- of onderrand van de pagina staan, zodat de lezer die van de ene pagina naar de andere gaat, als het ware “in de eigenlijke tekst blijft” en niet afgeleid raakt. Hij kan het kader dan lezen op het moment dat het hem uitkomt. Kaders zijn wat dit betreft net illustraties. Ik breng dit punt met enige nadruk omdat ik dit wel eens aan een vormgever heb moeten uitleggen dat kaders niet in de pagina moeten staan, waar ze de eigenlijke tekst doorbreken: dan gaat immers het voordeel verloren dat een kader biedt, dat aanvullende informatie wordt geboden zonder dat je van de hoofdtekst wordt afgeleid.

[wordt vervolgd]

2 gedachtes over “Israël verdeeld: toelichting (3)

  1. mnb0

    Tja, ik ben natuurlijk een eigenaardig mens, maar ik prefereer noten aan het einde van een hoofdstuk boven kaders. Ik ben ook in staat om drie boeken door elkaar te lezen zonder de draad kwijt te raken.

  2. Knotwilg

    Ik heb zopas “Oostwaarts” gelezen van Robert Kaplan en had daarbij heel de tijd Wikipedia in de aanslag. Ik ben nu Israel Verdeeld aan het lezen van ene Jona Lendering en ik sla de kaders over. Ik vind de kaders eerder hinderlijk omdat ik denk: tja, als het belangrijk genoeg is, verwerk het dan in de tekst en geef mij geen valse keuze. Een echte keuze is: de naam of gebeurtenis vermelden en stilzwijgend instemmen met de beschikbare informatie online, mocht de lezer willen gaan zoeken. Een kader toont dat je zelf controle wil behouden over de informatie die de lezer kan opzoeken, omdat je de informatie terzake online niet vertrouwt. Dan denk ik: als het echt zo belangrijk is dat de lezer het juiste leest als hij wil uitbreiden, maak het dan een integraal deel van je boek. In die optiek moet ik misschien als lezer de valse keuze niet minachten en de kaders toch maar gewoon lezen, ook al onderbreken ze dan de natuurlijke vloeiing van het verhaal.

Reacties zijn gesloten.