
Ik heb de laatste weken op zondag geblogd over nieuwtestamentische visies op de wereldondergang. Nu eens was er een Laatste Oordeel voorzien met een Mensenzoon; dan weer was het einde totaal; dan weer verdween een oude aarde om een nieuwe mogelijk te maken. Dat laatste doet wat denken aan de wereldondergang die de we – althans volgens de toenmalige mensen – al eens hebben meegemaakt: de Zondvloed. Het verhaal is bekend uit Mesopotamië, Griekenland en Rome en ook de Bijbel.
Cultureel ijkpunt
De Zondvloed was voor Joden een enorm belangrijk ijkpunt. Degenen die in de derde, tweede eeuw v.Chr. hun bestaan en opvattingen ondermijnd zagen worden door de opkomst van de Griekse cultuur, vertelden het verhaal van Noach opnieuw. Zo ontstond de Henochitische literatuur. In de Q-Bron benut Jezus het motief om te vertellen hoe onverwacht het einde der tijden zal zijn:
| Matteüs 24.37-39 | Lukas 17.26-27 |
| Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn wanneer de Mensenzoon komt. | En zoals het eraan toe ging in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Mensenzoon: |
| Want zoals men in de dagen voor de vloed | |
| at en dronk, trouwde en uithuwelijkte | ze aten, ze dronken, ze trouwden, ze werden uitgehuwelijkt, |
| tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging | tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging |
| en niemand wist wat er gebeuren zou | |
| totdat de vloed kwam die iedereen wegnam | en de vloed kwam die iedereen verzwolg |
| zo zal het ook zijn wanneer de Mensenzoon komt |
Wat ik maar wil zeggen: de Zondvloed was een ijkpunt voor de toenmalige Joden. Maar dit had een vérstrekkende implicatie. Immers, na de Zondvloed was de wereld bevolkt met afstammelingen van de opvarenden van de Ark. Met hen had God na de Zondvloed een eeuwigdurend verbond gesloten. Daarin had Hij toegezegd dat Hij de aarde nooit meer blank zou zetten.
Anders gezegd: niet iedereen viel onder het Verbond dat de joden via Mozes hadden gesloten met God, maar iedereen viel onder een Verbond dat de mensheid via Noach had gesloten met God. De Zondvloed was daarmee niet alleen een model om te spreken over kataklysmen, maar ook een model voor de relatie met andere volken.
Noachitische geboden
Fast forward naar het allervroegste christendom. Dat is weliswaar ontstaan als een stroming binnen het jodendom, maar er waren al snel niet-joodse volgelingen. Over hun status was discussie: moesten de heidense christenen zich wel of niet houden aan de joodse regels, aan de Wet van Mozes? (De discussie bewijst dat de eerste gelovigen zich geen standpunt van Jezus konden herinneren over de omgang met de heidenen.) Handelingen van de apostelen beschrijft deze discussie en uiteindelijk komt Petrus met een voorstel:
Daarom ben ik van mening dat we de mensen uit de heidense volken die zich tot God bekeren geen al te zware lasten moeten opleggen, maar dat we hun moeten schrijven dat ze zich dienen te onthouden van wat door de afgodendienst bezoedeld is, van ontucht, van vlees waar nog bloed in zit en van het bloed zelf.noot
Men heeft wel gemeend hierin de zogeheten “Noachitische Geboden” te herkennen. Dat is een zevental voorschriften waaraan niet-joden zich zouden moeten houden om een plaats te krijgen in de wereld die zal komen. Ze moesten
- gerechtshoven instellen,
- zich onthouden van godslastering,
- zich onthouden van afgodendienst,
- zich onthouden van ontucht,
- zich onthouden van moord,
- zich onthouden van diefstal en
- zich onthouden van vlees dat is gesneden van een levend dier.
Waar het lijstje van Petrus niet correspondeert met dit zevental, gaat het om vanzelfsprekendheden. Dat je niet steelt of moordt, ligt nogal voor de hand. Het zou dus inderdaad zo kunnen zijn dat deze zeven regels uit een eerste, voor alle mensen relevant verbond al circuleerden in de vroegchristelijke tijd en een model waren voor de toelating van niet-joden. Ik zeg erbij dat het lijstje pas opduikt in de derde eeuw na Chr., in de optekening van rabbijnse wijsheid die bekendstaat als de Tosefta,noot dus helemaal zeker is dit niet.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
Zelfde tijdvak
Een overleden hondoktober 4, 2025
Beschaving en barbarij (2)september 14, 2015
Offerverklaringseptember 2, 2018

Gaat het hier niet om een uitspraak van Jakobus en niet van Petrus?
Kan het niet zo zijn dat er in het Nieuwe Testament een verschil wordt gemaakt tussen religieuze (cultische) wetten en morele (ethische) wetten?
In Joh.2:15 lezen we immers dat Jezus zowel de geldwisselaars als het vee de tempel uit joeg waardoor er geen dieroffers meer gebracht konden worden, terwijl hij er in alle Evangelies prat opgaat zich altijd aan de wetten van de Thora te hebben gehouden en dat de ‘Wet’ centraal staat in zijn leven en onderwijs:
Matt.5:17
Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om er de volle betekenis aan te geven. Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de Wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn.
Marc.7:9
Stel Gods Geboden niet buiten werking vanwege uw eigen tradities.
Luc.16:17
Maar nog eerder vergaan hemel en aarde dan dat er ook maar één tittel van de Wet wegvalt.
Joh.15:10
Je blijft in mijn liefde als jij je aan mijn Geboden houdt, zoals ik me ook aan de Geboden van mijn Vader gehouden heb en in Zijn liefde blijf.
En in het gesprek met een wetgeleerde over het belangrijkste Gebod lezen we wat deze tegen Jezus zei:
Marc.12:32
Inderdaad meester, wat u zegt is waar: Hij alleen is God en er is geen andere God dan Hij, en hem liefhebben met heel ons hart en met heel ons inzicht en met heel onze kracht, en onze naaste liefhebben als onszelf betekent veel meer dan alle brandoffers en andere offers.
Jezus vond dat hij verstandig had geantwoord en zei tegen hem: ‘U bent niet ver van het Koninkrijk van God’ (Marc.12:34). Ook hier lijkt Jezus een verschil te maken tussen cultische en morele wetten want om de ‘brandoffers’ maalt hij niet, en hij neemt niet de moeite de wetgeleerde te corrigeren.
Ook in het leven van de volgelingen van Jezus staat de Wet centraal. Zo lezen we na de opmerking van Jacobus – ‘dat we de heidenen die zich tot God bekeren geen al te zware (cultische) lasten moeten opleggen’ – het volgende:
Hand.15:21
In haast elke stad wordt de Wet van Mozes immers al sinds mensenheugenis verkondigd en op iedere sabbat in de synagoge voorgelezen.
En:
Hand.21:20
Je hebt kunnen zien, broeder, dat ook vele duizenden Joden het geloof hebben aanvaard, en allen leven vol overtuiging volgens de Wet
En ook Paulus lijkt een verschil te maken tussen cultische- en morele wetten:
Rom.2:28
Jood is men niet door zijn uiterlijk, en de besnijdenis is geen lichamelijke besnijdenis. Jood is men door zijn innerlijk, en de besnijdenis is een innerlijke besnijdenis. Het is het werk van de Geest, niet een voorschrift uit de Wet… (zie Lev.12:3 over de besnijdenis).
Rom.3:28
Een mens wordt vrijgesproken door te geloven, en niet door de Wet na te leven.
2Kor.3:6
God heeft ons geschikt gemaakt om het Nieuwe Verbond te dienen: niet het Verbond van een geschreven Wet, maar dat van Zijn Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.
Gal.5:4
Als u probeert door God als een rechtvaardige te worden aangenomen door de Wet na te leven, bent u van Christus losgemaakt en hebt u Gods genade verspeeld.
En in onderstaande verzen schrijven Paulus en anderen weer positief over de Wet:
Rom.2:13
Niet wie de Wet slechts aanhoort zal … rechtvaardig zijn, maar wie de Wet naleeft.
Rom.3:31
Stellen wij door het geloof [in Jezus] de Wet buiten werking? Integendeel, wij bevestigen de Wet juist.
Rom.7:12
Kortom, de Wet zelf is heilig, en de Geboden zijn heilig, rechtvaardig en goed.
Rom.7:16
Ik erken dat de Wet goed is.
Hebr.10:28
Voor wie de Wet van Mozes naast zich neerlegt is er geen pardon … hij moet sterven.
1Joh.2:3
Dat wij God kennen weten we doordat we ons aan Zijn Geboden houden. Wie zegt: ‘Ik ken Hem,’ maar zich niet aan Zijn Geboden houdt, is een leugenaar.
Openb.14:12
Hier komt het aan op standvastigheid van de heiligen, die zich houden aan Gods Geboden en aan de trouw van Jezus.