Jona naar Nineveh

Jona en de grote vis (Sarcofaag, Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

U gelooft me vast niet, en ik zou het ook niet doen, maar het is toch echt waar: het was pas toen ik een week of vijf geleden een groep rondleidde door de Nineveh-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden dat ik me realiseerde hoe koddig het eigenlijk was dat iemand met mijn voornaam probeert Nineveh onder de aandacht te brengen.

Het Bijbelboek Jona gaat over een profeet die er weinig zin in heeft in de hoofdstad van het Assyrische Rijk te gaan verkondigen dat die door God zal worden “omgekeerd”. Jona vlucht. Hij daalt af naar de kust en daalt in de haven af naar een schip. (In feite loop je natuurlijk over een loopplank het schip op, maar de schrijver speelt een spelletje.) Eenmaal op zee steekt een storm op, Jona legt uit dat dit is omdat hij Gods wil niet heeft uitgevoerd en de zeelieden werpen hem naar beneden, de zee in. Richting dodenrijk. De volgende neerwaartse beweging brengt de onwillige profeet in de maag van een grote vis.

Jona verblijft daar drie dagen en nachten en komt tot het inzicht dat het verstandiger is toch maar te doen wat God van hem verlangt. Hij wordt uitgespuwd – de plek wordt aangewezen bij Iskenderun – en reist naar Nineveh, waar hij zich er met een Jantje van Leiden van afmaakt: hij wandelt de stad een klein eindje binnen en zegt dat Nineveh zal worden omgekeerd. Dan gaat hij buiten de stad zitten kijken, wachtend op wat er gaat gebeuren.

De stad wordt inderdaad omgekeerd: de koning, de mensen, zelfs de dieren gaan in rouw. God herkent de omgekeerde verhoudingen en ook hij keert om: hij besluit de stad te sparen. Dit tot ergernis van Jona, die aan het einde nog uitleg krijgt dat God nu eenmaal houdt van mensen. De auteur laat het in het midden maar we mogen aannemen dat de implicatie is dat ook Jona omkeert en een beter mens wordt.

Het is maar goed dat dat de auteur dat niet expliciet zegt, want literair zou dat minder leuk zijn. De profeet die er geen zin in heeft, is immers een stuk boeiender dan de brave Hendrik die keurig doet wat God hem vraagt.

Hierboven nog een vierde-eeuwse sarcofaag die ik ooit in Mainz heb gefotografeerd (u mag grapjes over “beobachten” maken). Christelijk, natuurlijk: de drie dagen die Jona in de buik van de grote vis verbleef, werden beschouwd als voorafschaduwing van de drie dagen dat Christus in het graf lag. De associatie met het dodenrijk lag immers al besloten in de oorspronkelijke tekst. Overigens schijnen er bijbelversies te zijn waarin Jona veertig dagen lang verzwolgen was, een afwijking waar de kerkvaders een simpele verklaring voor hadden: het was natuurlijk drie dagen, maar voor Jona, in de buik van die vis, leken het er wel veertig.

[De Nineveh-expositie in het RMO duurt nog tot en met 25 maart. Waarom die belangrijk is, leest u hier. Meer stukjes over Assyrië vindt u daar. Dit was ook de 249e aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]

22 gedachtes over “Jona naar Nineveh

    1. Het is ook geen walvis. 😉 De Bijbel heeft het over een “grote vis”. Het is eigenlijk meer een voorwerelds oermonster, zoals het zeeschepsel dat Andromeda bedreigde tot Perseus ingreep (om een vergelijkbaar verhaal aan te halen).

  1. Die opmerking over veertig dagen in de buik van de vis is wel fascinerend. Heb je daar wellicht meer informatie over?

    Elders in het boek Jona (3:4) staat dat Jona profeteert dat Nineveh na veertig dagen verwoest zal worden. De kerkvaders had ook best iets met veertig dagen in de buik van de vis kunnen doen. Ze hadden het kunnen koppelen aan de veertig dagen en nachten van Jezus in de woestijn. Misschien was dat ook nog wel overtuigender geweest. Jona verbleef immers drie dagen en drie nachten in de buik van de vis, maar Jezus stond niet na drie dagen, maar op de derde dag op. Effectief van vrijdagavond tot hooguit ergens zondagochtend, en dat is niet eens twee volle dagen…

      1. De religieuze betekenis van beide getallen is mij bekend. Het gaat me nu even om meer informatie over de bewering dat in alternatieve Bijbelversies staat dat Jona niet drie, maar veertig dagen in de buik van de vis heeft vertoefd, en dat de kerkvaders (welke?) om hen moverende redenen voor drie kozen.

    1. jacob krekel

      In de bijbel hebben getallen heel vaak geen numerieke betekenis. “Veertig” geeft b.v. een tijd van voorbereiding [op iets belangrijks] weer. De Israelieten moesten 40 jaar in de woestijn zijn, Jezus begon met 40 dagen in de woestijn, het boek Rechters is voortdurend ingedeeld in perioden van 40 jaar, en zo zijn er nog vele meer voorbeelden. Veertig dagen in de vis, als voorbereiding op het profeteren in Nineveh ligt dus voor de hand.

      jacob krekel

      1. Ja, net zoals veertig dagen in de woestijn geldt als voorbereiding op de prediking van Jezus. En veertig dagen onder de apostelen (Handelingen 1:3) als voorbereiding op de hemelvaart. Het zou allemaal kunnen, maar ik vind een opmerking als “overigens schijnen er bijbelversies te zijn waarin Jona veertig dagen lang verzwolgen was” wat te vaag – zulke versies zijn er of ze zijn er niet – en wil daar dus graag meer informatie over.

        1. Ik heb zelf wat gezocht, maar dat Jona veertig dagen in de grote vis heeft gezeten heb ik nergens aangetroffen.
          In het boek ‘Rogerson’s Book of numbers’ (Profile Books 2014) worden nog veel meer voorbeelden gegeven van joodse, christelijke en islamitische connotaties van het getal 40. Die ga ik niet allemaal opnoemen. Wat interessant is, maar daar vond ik nergens een onderbouwing van, is dat Rogerson ook zegt dat Jezus 40 uur in zijn graf heeft gelegen, dat zou dus kunnen kloppen met uw eerdere opmerking over dat hij nog geen twee volle dagen in het graf heeft gelegen.
          Interessant zijn de gissingen van Rogerson m.b.t. het respect/fascinatie voor dat getal 40:
          Daarvoor geeft hij een aantal suggesties die door ‘sommigen’ gedaan zijn (zonder onderbouwing):
          – totaal aantal vingers en tenen van twee liefdespartners.
          – een kind dat vol verwondering opkijkt naar de mogelijkheden van de veertig vingers van zijn beide ouders.
          – de veertig dagen dat de Pleiaden-sterrenconfiguratie niet waarneembaar zijn, zichtbaar zijn, door de Babyloniërs geassocieerd met het regenseizoen.
          – 40 weken van de zwangerschap
          – in sommige culturen denkt men dat pas na veertig dagen de ziel het lichaam verlaten, enz.. enz..

          Persoonlijk geloof ik dat de meeste van die verklaringen naar het rijk der mythologie, de astrologie en de numerologie verwezen kunnen worden. Dus allemaal pseudowetenschappen!
          Rogerson’s boek is leuk om door te bladeren, maar er is geen enkele onderbouwing in de tekst noch bevat het een bibliografie.
          Het verbaast mij toch op internet nog allerlei sites aan te treffen waar serieus over de betekenis van dit soort getallen gediscussieerd wordt o.a. door theologen.
          Dat de vis een walvis genoemd wordt, komt omdat de Latijnse naam voor grote vis, of een zeemonster cetus is, de verlatijnsing van het Griekse ‘μέγα κῆτος’ (in de Septuagint). Hieronymus in de Vulgaat maakte er ‘piscis grandis’ van Hiermee worden tegenwoordig de walvissen aangeduid, de Cetacea. Dat maakt het plaatje minder vreemd.

          1. Bedankt voor deze interessante reactie! In de Vulgaat gebruikte Hieronymus trouwens ook het woord ‘cetus’ voor de grote vis, en wel in Mattheus 12:40: “sicut enim fuit Ionas in ventre ceti tribus diebus et tribus noctibus”. De walvissenleer wordt tegenwoordig de cetologie genoemd.

            Overigens heb ik mezelf ooit, lang geleden, in de Catacomben van San Callisto in Rome belachelijk gemaakt door heel hard “walvis!” te roepen toen de gids vroeg met welk beest Jonas daar afgebeeld was. Natuurlijk was het geen walvis. Volgens mij is Jonas en de walvis een relatief moderne uitvinding.

  2. Ik blijk nog een oude reeks blogposts te hebben liggen over het teken van Jona in Q en Matteüs’ chronologie. Binnenkort heb ik misschien gelegenheid om deze bij te werken en te herpubliceren.

  3. Bonne

    Altijd een boeiend verhaal, dat ik graag mijn kleinkinderen vertel.
    De kotsmisselijke grote vis, die een zwaar op de maag liggende profeet op het strand uitspuwde.
    Natuurlijk gezien door een stelletje Sillen.
    Die waren aan het jutten gegaan, omdat de zeelui de lading overboord gezet hadden.
    Voor hen was het een abc-tje: Een naar vis stinkende man, wit uitgebeten door maagzuur, met een kloppend verhaal met dat van de zeelui..
    Door de social media van die tijd was het verhaal dan al in Nineve bekend, voordat de “witte stinkerd” de onheilstijding kwam verkondigen.
    Waarschijnlijk was de zeereis met avonturen nodig om de Ninevieten te overtuigen, dat het voor God menens was.
    Onmogelijk het verhaal van Jona en de vis? Een James Bartley werd in februari 1891 ook vissenvoer, en overleefde het. Hij was zijn haren kwijtgeraakt en spierwit geworden.

  4. Erik Bouwknegt

    Ik snap het spelletje, maar ik zie niet waarom “In feite loop je natuurlijk over een loopplank het schip op” in tegenspraak zou zijn met ‘afdalen’. Het is maar net wat hoger ligt, de boord van het schip of de kade, en ik heb loopplanken zowel omhoog als omlaag zien lopen (vanaf de kade gezien). En ik ken de precieze haven- en scheepvaartgebruiken uit die tijd niet, maar ik kan me ook nog voorstellen dat er ook wel eens touwladders werden gebruikt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s