Schatvondst

Ik heb de kop in De Volkskrant even gecorrigeerd.

Eerst even een duidelijk punt: De Volkskrant en het NRC Handelsblad zijn de twee ogen van de Nederlandse samenleving. Ik ken medewerkers van beide kranten en dat zijn gewoon goede, degelijke journalisten met hart voor de waarheid. Maar soms denk ik weleens: “Dat onderwerp zou ik anders hebben aangepakt.” Zoals het bericht van vandaag dat archeologen in Como een goudschat hebben gevonden.

Over archeologische vondsten wordt vaak gesproken alsof iets een schat is. “Mysterie”, “verloren stad” en “het Pompeii van…” zijn andere veelvoorkomende frases. Dat is nogal ergerlijk, want oudheidkunde is gewoon een wetenschap, die al lijdt onder slechte bekendheid en daarom onvoldoende serieus wordt genomen. Romantische clichés zijn het laatste waarop oudheidkundigen zitten te wachten. Maar goed, dit keer is er dus écht een schat gevonden. Hoe schrijf je dan?

Ik zou zelf in elk geval niet hebben geschreven dat de waarde van de schat volgens Italiaanse media in de miljoenen loopt. Ik zou ook niet hebben uitgelegd dat de waarde van de munten afhangt van de keizers die erop staan – “hoe ‘zeldzamer’ de keizer, des te hoger de waarde” – en dat die “kan variëren van enkele honderden tot enkele duizenden euro’s per munt”. Hiermee reduceer je, als krant, wetenschappelijk onderzoek tot een jacht op goud.

Er zijn andere manieren om dit nieuws te brengen. Bijvoorbeeld door iets te vertellen over de antieke economie, die zo anders was dan de onze. Zo kun je ook over het voetlicht brengen waar de humaniora voor zijn: ze dienen niet alleen, om zo te zeggen, om de waarheid te benaderen, maar dienen ook en vooral om de eigen ideeën beter te begrijpen. Het gaat niet om het object maar om het subject. In dit geval: door kennis te verwerven van de antieke economie, begrijpen we dat sommige van onze aannames over de homo economicus nogal plaats- en tijdgebonden zijn. Zo begrijp je je eigen denken beter. Ik zie geen reden om deze dimensie van het oudheidkundig onderzoek achterwege te laten in de berichtgeving.

Voorbeeld van een Romeinse muntschat, gevonden bij Reims (Musée Saint-Remi, Reims)

Nog een manier: benadruk de betekenis van de goudschat als documentatie over het verleden. Een antieke muntschat heeft altijd een dateerbare jongste munt, die soms kan worden gekoppeld aan een bekende gebeurtenis, die zo beter begrepen wordt. Hier heeft u een uitgewerkt voorbeeld. Ik kan me voorstellen dat de goudschat uit Como op soortgelijke wijze licht werpt op een historische gebeurtenis. Ik ben er zelfs vrij zeker van dat de Italiaanse archeologen dit zullen vertellen op hun persconferentie.

Kortom: als je over een schatvondst schrijft, toon dan wat de humaniora doen of wacht even tot je hebt gehoord of de vondst ergens aan te koppelen valt. Maar presenteer de oudheidkundige wetenschap niet als schatgraverij. Ze verdient beter.

En voor het overige vind ik De Volkskrant een fijne krant.

31 gedachtes over “Schatvondst

  1. Jos Houtsma

    Ja maar…
    Als je zelf geen romantische ziel hebt, dan moet je anderen toch niet verwijten dat ze die wel hebben.
    Zelf heb ik bij zo’n bericht niet alleen een romantische ziel, maar in een ommezien ook rode oortjes.
    (Wat natuurlijk niet betekent dat méér informatie niet welkom is.)

  2. jacob krekel

    “door kennis te verwerven van de antieke economie, begrijpen we dat sommige aannames over de hedendaagse homo economicus nogal plaats- en tijdgebonden zijn. Zo begrijp je je eigen denken beter. Ik zie geen reden om deze dimensie van het oudheidkundig onderzoek achterwege te laten in de berichtgeving.”
    Ik zie die reden – zeker wat betreft de NRC – wel. De pers functioneert op kapitalistische wijze: een krant moet rendabel zijn, anders verdwijnt hij. Je moet dus lezers houden en die houd je vooral door hun vooroordelen aangenaam te kietelen. Geen krant ontkomt daaraan. NRCHandelsblad (mijn grootvader las het AH, vandaar) heeft overwegend lezers met neoliberale opvattingen. Die zitten er helemaal niet op te wachten dat hun krant ze gaat vertellen dat die ook alleen maar tijd- en plaatsgebonden zijn.Dat kun je eerder verwachten in – b.v. – Trouw, of het Reformatorisch dagblad, twee even respectabele ogen.

  3. Dirk

    Ik volg je dat de waarde van die schat niet economisch uitgedrukt moet worden, omdat hij erfgoed en onderzoeksobject is. Ik vond een indrukwekkende prehistorische haaientand in mijn tuin en kocht op rommelmarkten voor luttele euro’s Romeinse munten en 18de-eeuwse boeken. Leuk materiaal in de klas, maar mijn leerlingen vragen wel telkens of het veel waard is. Dat brilletje hebben ze al vroeg op.
    Maar als journalisten mensen wil begeesteren voor wetenschap, dan mogen ze van mij gebruik maken van romantische termen als goudschat (mysterie vind ik een afknapper). Want dat is zo’n hoop gouden munten natuurlijk ook gewoon, in eender welke tijd. De titel “archeologen vinden wetenschappelijke data” is correct, maar ik word er niet warm of koud van.

    1. Natuurlijk is mijn “verbeterde” kop geen serieus alternatief. Het legt echter de nadruk op het feit dat archeologie een wetenschap is en dat was mijn opzet.

      Ik weet overigens niet of het de taak is van een krant mensen te begeesteren. Ik hoef ook niet te worden geënthousiasmeerd over pakweg de dekkingsgraad van de pensioenfondsen of n’importe welk ander onderwerp waarover kranten schrijven. Informeer me, informeer me goed.

      Overigens wil ik nog vóór De Volkskrant zeggen dat dat oudheidkundigen zelf ook nogal eens overdrijven en zelfs liegen om in de publiciteit te komen. (Paul Beliën doet dat overigens niet en is, door medewerking te verlenen aan een stuk compleet met prijsopgave, zelfs iets te eerlijk.)

  4. In feite staat hier: koop een metaaldetector, plunder een opgraving en u verdient per munt een vermogen. Archeologen zullen vast blij zijn met deze mooie handleiding.

  5. Vladimir Stissi

    Het lijkt me overigens sterk dat deze schat miljoenen waard is, dat is weer een typisch staaltje overdrijving — van wetenschappers die zelf niet beseffen dat ze het daarmee hun discipline alleen maar lastiger maken.

      1. Robert

        Lires? Waarom lires? Italië heeft toch ook de euro? Gezien de opbrengst van vergelijkbare muntschatten (maar met veel hogere gehaltes zilver en brons) in het verenigd Koninkrijk zie ik de claim niet als overdreven.

  6. fiederels

    Het denken in *schatten* heeft ook een hoog Donald-Duck-gehalte. Met Oom Dagobert op expeditie! Boeven op de loer!

        1. Frans

          Ook daar zit weer wat in. Maar honderden gouden munten kunnen we volgens mij wel als een schat omschrijven. En daarna is het inderdaad beter om de diepte in gaan dan om er een soort Kunst & Kitsch verhaaltje van te maken, daar ben ik het helemaal mee eens.

  7. Interessante observatie Jona (en je weet wat ze in het wetenschappelijke discours bedoelen als ze iets ‘interessant’ noemen he? ;-))

    Ik ben het niet helemaal met je eens. There’s a time and a place, zou ik zo zeggen, om het over de economie in de oudheid te hebben. Mensen raken ook geïnteresseerd in de humaniora juist door dit soort grappige en best bijzondere ontdekkingen, vind ik (mijn collega Cor heeft het stuk weliswaar geschreven, maar ik heb het onderwerp aangereikt). Zo’n enthousiaste Paul Beliën die gefocust is op waarde en uniciteit zegt me dan meer dan een ietwat vlak betoog over de economie van de oudheid. Mogen we hier een beetje blij mee zijn?

    Overigens heeft het woord goudschat inderdaad een hoog Donald Duck-gehalte (mooi opgemerkt @Fiederels!) maar het is ook de ‘gewone’ aanduiding voor dit soort vondsten. Muntschat, goudschat.

    In elk geval dank voor de discussie, dat houdt (ook) ons scherp!

    1. Ik wist dat je zou reageren en je stelt me niet teleur. 😉 Ik voor mij zou echter de persconferentie hebben afgewacht, beste Maarten, en zéker niet de richtprijzen hebben genoemd.

  8. FrankB

    Vraagje – waarom moet het één het ander nou weer uitsluiten? Ik vond de sensationele kant best leuk, omdat die nou voor de verandering eens voor een groot deel gerechtvaardigd was. Maar ik voelde me tekort gedaan omdat het wetenschappelijke belang van de vondst nauwelijks ter sprake kwam.
    Aan de andere kant ben ik lang niet zo te spreken over VK, NRC en Trouw als JL, dus het zou overdreven zijn om te zeggen dat ik teleurgesteld ben. Ik heb al geruime tijd lage verwachtingen van de vroegere kwaliteitskranten.

  9. Ik las het bericht in de NRC en ik dacht: wat ontzettend leuk, er komt vast nog een follow-up, maar ik ben benieuwd of er voor die tijd nog een reactie van Jona Lendering komt. En inderdaad…
    Ik ben het grosso modo wel met je eens, maar tegelijk vind ik je soms wel erg rechtlijnig en monomaan.

    1. Het is niet erg als je me rechtlijnig vind; ik heb één duidelijk punt om te maken en dat is dat het grote publiek veel meer informatie aankan dan het nu krijgt. En, vooruit, een tweede punt: alleen dan, als mensen mijn vak weer begrijpen, heeft het een toekomst.

      Monomaan… oei. Ik hoopte dat ik met stukjes over Friesland en andere onderwerpen liet zien dat ik niet alléén met de Oudheid bezig ben. 😉

      1. Robert

        Je bent zéker niet alleen met de Oudheid bezig! Maar misschien vinden lezers je monomaan omdat ze die stukjes niet interessant vinden en ze overslaan?

  10. Die kop zit ik niet zo mee. Een krant gebruikt altijd een kop om lezers te trekken, of het nu een paar ietwat overdreven woorden zijn of een zogenaamd spannend citaat. Zolang het niet Telegraafachtige vormen aanneemt, vind ik het prima. Erger is dat de tekst begint met een uitweiding over de waarde van die muntjes. Daarmee ga je terug naar het niveau van de 18e en 19e eeuwse schatgravers die oude ruïnes plunderden vanwege de kostbare kunstschatten. Het artikel doet in feite hetzelfde als waar ik mij altijd zo aan ergerde bij een programma als Tussen kunst en kitsch: interessante achtergrondinformatie over een voorwerp wordt verpest door het hijgerige gezemel over de waarde van het voorwerp…..

  11. Jeroen

    Ik herken dat ook vanuit mijn eigen vakgebied… en dat bestijgt mij de angst dat dit waarschijnlijk op elk gebied dus zo zal zijn.

    Ik ben geen pessimist, maar het doel van De Volkskrant is niet in eerste instantie om het publiek van gebalanceerd nieuws te voorzien.. het doel van het NRC is niet om daar waar verschillende gezichtspunten zijn, de mening van elke partij een even groot aandeel te geven.
    Het doel van De Volkskrant is om zoveel mogelijk Volkskranten te verkopen, en het doel van het NRC is om zoveel mogelijk NRC’s te verkopen; punt uit… zelfs al stikt het ongetwijfeld van massa’s idealisten op de respectievelijke werkvloeren.

    Vandaag staan de kranten en media vol met “kabinet steunde Syrische Jihadisten”… tja, dat zal óók ongetwijfeld genuanceerder liggen… maar verkoopt dat?

    Het simpelweg beweren dat de wetenschappelijke informatie op zich al voldoende zou moeten zijn om de gemiddelde mens te enthousiasmeren heeft ook een hypocriet element.
    De historicus heeft namelijk (door jarenlange interesse en studie) wèl dat referentiekader.. ziet direct de context van zo’n “goudschat” in zijn geestesoog wanneer hij zijn vleeslijk oog sluit..
    Ziet reeds de Romeinse stedelijke en rurale omgeving voor zich…
    Weet welke keizer er toen regeerde.. en wie zijn vader was…
    Weet wat er aan vooraf ging, en wat er zal volgen.

    Om de gemiddelde lezer puur ‘sec’ een denarius onder de neus te schuiven en dan te verwachten dat deze op zal gaan in de fascinatie die de Romeinse wereld met zich mee kan brengen..

    Dat is als iemand een rode slipper tonen en dan ervan uit gaan dat hij dezelfde vervoering doorleeft die je zelf voelde toen je als kind op een regenachtige avond voor het eerst The Wizard of Oz mocht uitkijken.. met een kop warme chocolademelk…

    1. FrankB

      “Het doel van …”
      Precies hierom gebruikte ik de term vroegere kwaliteitskranten.
      Opa Frank kan zich nl. de tijd herinneren toen dat bepaald niet het enige en misschien zelfs niet het belangrijkste doel was.
      Daar staat dan weer tegenover dat ik The Wizard of Oz nooit gezien heb. Dat leidde me maar af van de warme chocolademelk.

  12. Ik verwacht dat er in de wetenschapsbijlage Sir Edmund van a.s. zaterdag een uitgebreid en meer doordacht artikel komt te staan. Zo gaat het gelukkig vaak, na eerst even een snelle reactie.. Zo niet dan ben ik het met Jona helemaal eens.

  13. Ad van Gennip

    Een krant zal altijd meer doen dan informeren.Dat begint al met lettertype,plaatsing en zelfs door de auteur.De krant is ook geen teletekst.Daardoor ontstaat ons ” informatie landschap”, Waarbij wetenschappers altijd wel snel getriggerd worden.Altijd leuk.

  14. Roger van Bever

    De kop en de eerste paragraaf van dit artikel wekken inderdaad de indruk dat het niet om een belangwekkende wetenschappelijke archeologische vondst gaat, maar dat van meet af aan het pecuniair aspect centraal staat. Ik ben het met je eens, Jona dat dit bij de lezers een verkeerde indruk wekt. Dit is misleidend, tenzij het later in een wetenschapskatern alsnog door vakmensen gecorrigeerd wordt en de wetenschappelijke waarde ervan, nadat deze door onderzoek is vastgesteld, geduid wordt. De vraag is hoeveel leken op archeologisch gebied dit dan nog lezen.

    Gevaarlijk is het niet, maar op andere gebieden, kan het wel vervelend zijn: zo zie je vaak dat voor (nog) niet behandelbare ziekten een ‘veelbelovend’ ‘medicament’ als therapie voor een dergelijke ziekte op TV of in de krant wordt gepresenteerd, terwijl het nog in de pre-klinische fase is en er hoegenaamd nog niets bekend is over hoe het bij de mens zal werken, met als gevolg dat vele patiënten met een dooie mus worden blijgemaakt.

  15. Theo Joppe

    Maar Jona, dit is een dagblad voor een algemeen publiek, geen wetenschappelijk tijdschrift. En dat werkt onder tijdsdruk — morgen moet de vis erin worden verpakt, zoals we weten. Die journalisten hebben echt niet primair voor ogen wat oudheidkundigen en jij er van zouden kunnen vinden na rijpe consideratie en consultatie. Ze hebben heel weinig woorden ter beschikking, en nog minder tijd. In dat licht vind ik het een aardig en informatief bericht; de specialist zoekt wel verder. Maar daar zijn er niet zo veel van…

    1. Weet ik, weet ik. En ik heb redelijk wat geduld met de kranten, ook omdat ik zie met hoeveel zorg redacties werken. Maar juist dan komt het aan op het kiezen van goede frames. Dit was een minder handige.

Reacties zijn gesloten.