De Armeense genocide: Diyarbakir

Diyarbakir en de Tigris

[Vierde deel van een serie van zes; het eerste is hier.]

Een voorbeeld van de in het vorige stukje genoemde vier stappen is de provincie Diyarbakir. Volgens de officiële Ottomaanse census was 40%-50% van de bevolking Armeens. De al genoemde gouverneur Mehmet Reshid, een moslimvluchteling uit de Russische Kaukasus, was bang voor een vijand in eigen gelederen, die steun kon bieden aan de Russen en de Britten. In zijn kort voor zijn zelfmoord geschreven memoires sprak de gewezen legerarts over “een gezwel, een tumor, dat moest worden uitgesneden om verdere verspreiding te voorkomen”.

Stap één. Reshid stelde Armeense arbeidsbataljons in die rond Diyarbakir in het veld moesten werken. Veel dienstplichtigen kwamen om door de zomerhitte en allerlei ziektes. Er zouden twaalfhonderd doden zijn geteld langs de wegen, terwijl nog eens zeshonderd mannen in een ravijn zouden zijn doodgeknuppeld. Toen aan premier Talaat Pasha werd gemeld dat sommigen zich verzetten, drong deze aan op snelle liquidatie van de andere dienstplichtigen.

Al eerder had Reshid Koerden, moslimvluchtelingen en vrijgelaten gevangenen gerekruteerd om elf bataljons te vormen die zouden ressorteren onder een als “Speciale Organisatie” aangeduid bureau in Constantinopel. Dit had een taak bij de bestrijding van separatisme. Van verschillende leden, zoals Nazim Bey, staat vast dat ze hun taak bij de turkificatie opvatten als mandaat voor de moord op de Armeniërs. (Nazim zou later, toen hij betrokken raakte bij een moordaanslag op Atatürk, ter dood worden veroordeeld.)

In 1952 werd een gesprek gepubliceerd dat gouverneur Reshid had met de Koerdische clanleider Ömur, de commandant van een van de bataljons. (Het gesprek was opgetekend door Ömurs achterneef.) Reshid gaf Ömur toestemming de Armeniërs buiten de stad te beroven en degenen die zich verzetten, met stenen verzwaard te werpen in de Tigris. Ömur en zijn mannen mochten de helft van de buit houden, maar de andere helft wilde Reshid geven aan de Rode Halve Maan. Talaat Pasha zou Reshid later van een hoge positie ontheffen wegens verduistering van deze gelden.

Stap twee: de karavanserai van Diyarbakir – ik realiseer me dat dit het hotel moet zijn waar ik enkele keren heb geslapen – werd gebruikt om de Armeense elite op te sluiten. Ook andere christenen werden vervolgd, al verbood Talaat Reshid, zoals we al zagen, na een interventie van de Duitse ambassade in Constantinopel dat ook de Syrisch-orthodoxe gemeenschap werd uitgeroeid.

Stap drie: de Armeense mannen uit de stad werden opgepakt en in mei 1915 samen met de gevangenen uit de karavanserai – stap vier – afgemarcheerd richting Syrië. Daar zijn ze nooit aangekomen: daar zorgden Ömur en andere Koerdische bendes wel voor. Zo werd Diyarbakir de overwegend Koerdische stad die het tegenwoordig is.

[I.s.m. Piet Hein Dieben; wordt vervolgd]