De slag in het Teutoburgerwoud (2)

Maquette van Haltern

[Er is een nieuwtje over de slag in het Teutoburgerwoud. Maar eerst een verslag van wat daar gebeurde. In het eerste stukje beschreef ik hoe de Romeinse generaals Drusus en Tiberius het gebied van de Main en Lippe veroverden.]

Met de annexatie van de valleien van de Main en Lippe kwam een einde aan de eerste fase van de Romeins-Germaanse Oorlog. De Gallische provincies waren veiliggesteld en zouden in de volgende jaren een economische transformatie ondergaan. Tot dan toe was het tribuut in natura afgedragen aan de over heel Gallië verspreid gelegerde legioenen. Nu die naar de Rijn waren verplaatst en werden gevoed vanaf beide oevers van de Rijn, konden de Romeinen de belasting in Gallië contant gaan innen, wat betekende dat de boeren voor de markt moesten gaan produceren om aan het benodigde muntgeld te komen. Dat pakte uit als stimulans voor de economie. De steden zouden groeien, er kwamen betere wegen en in het stroomgebied van de Maas nam de productiviteit van de akkerbouw snel toe. De bevolking moet het buitengewoon moeilijk hebben gehad in deze jaren, maar na een kwart eeuw produceerde de economie van het Maasland voldoende om de legioenen aan de Rijn te voeden, zodat de valleien van de Main en de Lippe in theorie zouden kunnen worden opgegeven.

Dat dit ook zou gebeuren, voorzag niemand. De Romeinen waren niet van plan Haltern te verlaten en de groei van een burgerlijke nederzetting ernaast bewijst dat er voldoende mensen waren die vertrouwen hadden in de toekomst van Romeins Germanië. De bewoners werden beschermd door het Negentiende Legioen, maar ook elders ontstonden burgerlijke nederzettingen, zoals de stad die momenteel bij Waldgirmes wordt opgegraven: honderd kilometer verwijderd van Mainz, de dichtstbijzijnde legioenbasis. Het bewijst dat niet alleen de Romeinse autoriteiten, maar ook de burgers van mening waren dat het Overrijnse niet zou worden opgegeven.

De autochtone bevolking dacht er net zo over. Velen profiteerden, bijvoorbeeld door de verkoop van levensmiddelen. “Je zou kunnen zeggen dat ze hun barbaarse gewoonten afleerden”, schrijft Cassius Dio, “en dat ze weinig bezwaar hadden tegen die verandering, ja, dat ze zich er nauwelijks bewust van waren.”

De enige bekende verstoring van de rust was rond het begin van onze jaartelling en lijkt te hebben samengehangen met een expeditie van generaal Domitius Ahenobarbus, die een op drift geraakte stam naar een nieuw woongebied begeleidde, vanaf de Donau oprukte naar de Elbe en vervolgens terugkeerde door het land der Cherusken. De Romeinen zouden later niet met plezier op deze tijd terugkijken: toen Velleius Paterculus rond het jaar 30 terugblikte in een geschrift dat hij opdroeg aan de zoon van de man die dit conflict afrondde, ging hij er bijna stilzwijgend aan voorbij, alsof de oorlog niet eervol was geweest.

In 4 n.Chr. bezocht Tiberius, de generaal die de eerste fase had afgerond, de Germaanse landen opnieuw. In feite gebeurde nu met het land van Lippe en Main wat eerder met de Gallische gebieden was gebeurd: ze golden als voldoende geromaniseerd om als provincie in het imperium te worden geïntegreerd. De nieuwe gouverneur zou Publius Quinctilius Varus zijn, een protegé van Tiberius en oud-commandant van het Negentiende. Hij had voldoende bestuurlijke en militaire kwaliteiten om in Syrië al eens een zesde van de Romeinse strijdkrachten te hebben mogen commanderen.

In het volgende jaar trok Tiberius langs de noordelijker en de oostelijker levende stammen om daar een nieuwe periferie te scheppen van door verdragen met Rome verbonden cliëntstammen. Het sluitstuk in deze operatie had de onderwerping moeten zijn van Bohemen. De legers werden al samengetrokken bij Bratislava en Marktbreit, toen opstand uitbrak op het noordelijke Balkanschiereiland. Daar waren de gevolgen van de economische transformatie, die in Gallië niet tot onbeheersbare onrust had geleid, blijkbaar ernstiger. In elk geval koos men voor geweld. Tiberius was enige jaren kwijt om het Romeinse gezag te herstellen.

Daarna liepen de zaken geweldig uit de hand. Het huiveringwekkend verslag van Velleius Paterculus is er over een half uur.

3 gedachtes over “De slag in het Teutoburgerwoud (2)

  1. Dirk

    “Je zou kunnen zeggen dat ze hun barbaarse gewoonten afleerden”, schrijft Cassius Dio, “en dat ze weinig bezwaar hadden tegen die verandering, ja, dat ze zich er nauwelijks bewust van waren.”

    Zo zal het voor de meeste gewone mensen wel gelopen zijn. We lezen de verslagen van campagnes en zien grenzen verschuiven op landkaarten, maar aan hoeveel mensen zou dit allemaal voorbij gegaan zijn?

    1. Robert

      Waarschijnlijk aan de meesten behalve de toplaag, die zich anders moest oriënteren.

      Hetzelfde gaat op voor het einde van het (West-)Romeinse rijk, trouwens.

    2. FrankB

      Wat mij opviel is Dio’s (niet te vewarren met de heavy metal zanger, bekend van Rainbow, Black Sabbath en zijin solo carriere) vooringenomenheid en daardoor tegenstrijdigheid.
      Als die barbaren zich nauwelijks bewust waren van die verandering komt dat misschien omdat ze helemaal niet zoveel hoefden te veranderen – dwz nauwelijks barbaars waren.

      “hoeveel mensen zou dit allemaal voorbij gegaan zijn?”
      Ha! Dit vraagt om speculatie en zo’n kans laat ik zelden lopen. Daar ben ik amateur voor – JL mag het meestal niet, maar ik wel.
      OK, 95% was analfabeet. Het overgrote deel had het te druk met dagelijks overleven. Die interesseerden zich niet voor grenzen. Landkaarten hadden ze al helemaal niet gezien. Grenzen werden voor hen pas van belang als ze wilden verhuizen/emigreren/immigreren en dat niet kon.
      Mijn gokje: dik 90%.
      Campagnes zijn een ander verhaal. Ook toen wilde niemand vermoord en/of platgebrand worden. Dus ik zou zeggen: iedereen die direct of indirect met een campagne te maken had of kon krijgen. In Cyrenaica zullen de meeste mensen de schouders opgehaald hebben (vooruit, 85%, want er zijn ook altijd een paar nieuwsgierigen). Maar in Brittannië, waar ze Caesar al een keer ongevraagd op bezoek hadden, zal minstens 75% met grote aandacht het nieuws over de Germaanse campagnes tot zich hebben genomen.

Reacties zijn gesloten.