
We moeten het eens hebben over Cassius Dio. Ik noem hem regelmatig – op het moment dat ik dit schrijf is hij ruim 120 keer vermeld geweest – maar ik heb nooit een eigen blogje aan hem gewijd. Welnu: hij leefde van 164 tot pakweg 235 na Chr. en was, zoals hij niet moe wordt te benadrukken, een vooraanstaand Romeinse senator van Griekse afkomst. Hij had de zeer zeldzame eer tweemaal consul te zijn, in 204 en in 229, de laatste keer samen met keizer Severus Alexander. Dio zou desondanks volledig vergeten zijn als hij niet tevens de auteur was van een (Griekstalige) Romeinse Geschiedenis.
Een Griek van geboorte maar een Romein door overtuiging en behorend bij een rijke familie, was het eigenlijk onvermijdelijk dat Dio bestuursfuncties zou bekleden. Hij trad toe tot de Senaat tijdens de regering van Commodus (r.180-192), was consul in 204 en diende vanaf 217 als gouverneur in Asia, Africa Proconsularis (223) en Pannonia Superior. Enkele jaren later had hij dus de zeldzame eer van een tweede consulaat, nog wel met de keizer zelf.
Cassius Dio als geschiedschrijver
Hij was toen al begonnen aan zijn Romeinse Geschiedenis, die lijkt te zijn geschreven in de jaren 211-233. Het kan niet vaak genoeg worden benadrukt dat de Griekstalige geschiedschrijvers van deze tijd – denk aan een Arrianus van Nikomedeia, denk aan een Appianus van Alexandrië – vaak heel goed werk leveren. De Romeinse Geschiedenis is inderdaad een prachtig geschiedwerk, dat blijk geeft van een onafhankelijk, kritisch historisch oordeel.
Een oordeel dat hij een enkele keer op wat huichelachtige wijze uitdrukt. Als Cassius Dio is aangekomen bij de jaren van Heliogabalus (r.218-222) en Severus Alexander (r.222-235), dus zijn eigen tijd, is hij wegens bestuurlijke verplichtingen niet in Rome en heeft hij ineens geen actieve herinneringen. Alsof een tweevoudig consul geen informatie zou hebben kunnen inwinnen. Zijn zwijgen zegt veel over het politiek klimaat in de tijd van een vorst die toch geldt als “goede keizer”.
Hoewel we soms vermoedens hebben over zijn bronnen, is het vaak moeilijk die te identificeren, omdat hij zelden maar één bron volgt en duidelijk heeft nagedacht over de informatie die hij uit diverse teksten heeft gehaald. Gegeven het feit dat zijn oeuvre met tachtig boekrollen erg lang is en gegeven het feit dat hij openbare ambten bekleedde, dringt de gedachte zich op dat Cassius Dio de beschikking heeft gehad over een staf van competente medewerkers.
Opzet
Waar we het kunnen vergelijken met oudere geschiedenisboeken, is Dio vaak de betere historicus. Een voorbeeld is de regering van de keizers Tiberius, Claudius en Nero, waarover we ook de Annalen van Tacitus hebben. Laatstgenoemde heeft een veel moralistischere inslag, terwijl Dio objectiever is. Voor bepaalde perioden, zoals de regering van keizer Augustus en voor de tweede eeuw, is Dio’s Romeinse Geschiedenis zelfs onze belangrijkste bron.
Hij is altijd gewaardeerd geweest, maar een werk van deze omgang is meestal niet volledig overgeleverd. Desondanks is het in de Byzantijnse tijd gekopieerd gebleven en samengevat door auteurs als Zonaras (eerste helft twaalde eeuw). Een fors deel is zodoende compleet over, andere delen kennen we uit fragmenten. We kunnen het totale geheel dus reconstrueren en het valt uiteen in precies twee helften: veertig boeken over de koningstijd en republiek, veertig boeken over de keizertijd. Boek 41 begint dus als Caesar de Tweede Burgeroorlog ontketent. Dit suggereert dat Cassius Dio werkte met een vooropgezet plan.
Het is interessant de Romeinse Geschiedenis te vergelijken met het oeuvre van Titus Livius. Die vond voor de gehele koningstijd één boek wel voldoende; Dio heeft daarvoor driemaal zoveel ruimte. Voor Livius was de republiek de normale staatsvorm van Rome, voor Dio de monarchie.
De reputatie van Cassius Dio
Ik rond af met een citaat van Fotios, de patriarch van Constantinopel tussen 858 en 886. Hij was lid van iets wat wij een leesclub zouden noemen en maakte verslag. Hij biedt nog wat rommelige biografische informatie, versierd met een Homeroscitaat:
We lazen de geschiedenis van de Cassianus Coccianus (of Coccius) Dio, in tachtig boeken. Hij begint met de komst van Aeneas vanuit Troje naar Italië, vervolgt met de stichting van Alba en Rome, en gaat zonder onderbreking door tot de moord op Antoninus (bijgenaamd Heliogabalus, en vanwege zijn immoraliteit ook wel genaamd Tiberinus, Sardanapalus, de valse Antoninus en de Assyriër).
Dio vertelt ook nog het een en ander over de regering van Alexander, die na de dood van Antoninus, die hem had aangesteld als medekeizer, aan het gevaar dat hem bedreigde ontsnapte en hem op de troon opvolgde. Dio vertelt ons dat deze Severus Alexander hem voor de tweede keer tot consul maakte, samen met hemzelf, en dat de keizer, die zijn collega wilde eren, diens ambtelijke kosten droeg.
Deze auteur is door Macrinus benoemd als gouverneur van Pergamon en Smyrna en was daarna commandant van de troepen in Africa. Kort daarna werd hij gouverneur van Pannonië. Hij werd voor de tweede keer benoemd tot consul maar mocht vanwege een voetkwaal naar huis terugkeren, om de rest van zijn leven in Bithynië door te brengen, zoals zijn genius hem had voorspeld, “buiten de slachting, het bloedvergieten en de ophef”.
Dio was geboren in Nikaia in Bithynië … Zijn breedsprakigheid is verheven en weerspiegelt het belang van de feiten. Zijn taal bevat veel archaïsmen en voorname woorden, die passen bij het belang van zijn stof. … Zijn toespraken, die stilistisch doen denken aan die in Thoukydides, zijn uitstekend. Ook in het overige is vaak Thoukydides zijn model.
De volledige tekst van dit werk is in Engelse vertaling hier te vinden. Gé de Vries vertaalde de boeken over de Derde Burgeroorlog (Samenzwering en verraad, 2006), over keizer Augustus (2002) en diens eerste opvolgers (Vier keizers, 2000) vanuit het Grieks in het Nederlands en voegde er opvallend goede inleidingen aan toe.
Zelfde tijdvak
Nieuws uit Tyrusfebruari 9, 2024
Een oud legioen: VII Claudia (2)april 3, 2025
Misverstand: Via Belgicaapril 17, 2020

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.