Restauratie en reconstructie

Muur in Sufetula

Het Alhambra in Granada, het prachtige Moorse paleis, lag er in de negentiende eeuw nogal vervallen bij en daarom kwamen er reparaties. Die waren soms wat fantasierijk: men wilde vooral een mooi gebouw neerzetten, niet tonen hoe het werkelijk was geweest. In de twintigste eeuw was men echter vergeten wat nu authentiek was en wat niet, zodat kunsthistorici zich afvroegen hoe de kunst van Arabisch Andalusië er nu echt had uitgezien.

Inmiddels is dit probleem dankzij ramanspectroscopie opgelost, maar het voorbeeld illustreert een serieuze kwestie en de huidige restauratie-ethiek eist dat een reparatie, een restauratie of reconstructie omkeerbaar moet zijn. Op het Forum Romanum zijn de gerestaureerde delen van de marmeren ereboog van Titus gemaakt van travertijn, zodat je meteen ziet wat authentiek Romeins is en wat later is toegevoegd.

De bovenstaande foto maakte ik in het theater van Sufetula. Hier is het onderscheid duidelijk herkenbaar aan de kleur van de stenen: de wat lichtere nieuwe stenen, die ook wat regelmatiger zijn, en de wat donkerder, verweerde authentieke stenen. Als u dichtbij zou komen, zou u zien dat in de cementlaag tussen de twee delen scherfjes zijn gestoken die aangeven waar de grens is, zodat ook over een eeuw, als beide delen verweerd zijn, oud en nieuw kunnen worden onderscheiden.

Het rechtse poortje is overigens een restauratie: een oude muur werd aangevuld met moderne stenen om instorting te verhinderen. Dit was een noodzakelijke ingreep. Links was dat eigenlijk niet zo nodig en het was zeker niet noodzakelijk om de muur naar links door te trekken. Dan is er sprake van reconstructie.

12 gedachtes over “Restauratie en reconstructie

  1. jacob krekel

    Toen het muurtje net gebouwd was zag het er niet oud en verweerd uit. Dus wat wil men nu eigenlijk met een restauratie laten zien? Hoe iets er uit ziet na een paar duizend jaar weer en wind, onherkenbaar voor de bouwers – ze zouden zich er misschien wel voor generen – of laten zien wat de bouwers voor ogen hadden met hun bouwwerk.
    Bij b.v. de restauratie van orgels probeert men ze zo te laten klinken als ze in – zeg – de 18e eeuw geklonken moeten hebben. Waarom probeert men iets vergelijkbaars niet met bouwwerken?

    1. Jeroen

      Volgens mij is dat hier toch ook gebeurd? De gerestaureerde delen zijn duidelijk nieuwer/strakker/minder verweerd dan de oude delen.
      Er is weliswaar geprobeerd een oude vorm van het gebouw weer te geven, maar er wordt hier tenminste geen oud materiaal geveinsd.

      Ook zou je moeten kijken of dit nieuwere muurwerk links sowieso wel fantasie is, en in hoeverre… zijn er oude foto’s of opmetingstekeningen van de situatie van vóór de restauratiewerkzaamheden?

    2. FrankB

      Goede vraag. Het probleem is alleen dat de omgekeerde vraag net zo goed is. Voorbeeld: waarom zouden orgels moeten klinken zoals ze – zeg – in de 18e eeuw hebben geklonken?
      Uiteindelijk is elk zinnig antwoord willekeurig.

      1. @frankB: eens, geldt ook voor andere muziekinstrumenten. Je kan het verder doortrekken naar uitvoeringen van oude muziek: oude instrumenten of hedendaagse gebruiken.

  2. eduard

    En iedere tijd heeft er een ander antwoord op. Zolang de oorspronkelijke resten niet verloren gaan of onherstelbaar beschadigd worden hoeft dat geen bezwaar te zijn. Zoiets als Viollet Le Duc’s reconstructie van Carcasonne of het zwaar gereconstrueerde Muiderslot, zouden we nu niet doen, maar wie weet, in de toekomst …

  3. Robert

    In Israël hebben ze een dikke zwarte streep lopen op het niveau van de oudere resten die duidelijk aangeeft dat de nieuwe stenen er niet bij horen. Die zijn dan niet per se als reconstructie gedacht maar als bescherming van de oude muurresten tegen wind en weer en toeristen.

    Ik zag zoiets ooit ook in het Verenigd Koninkrijk. Het is natuurlijk ook en middel om ruïnes wat toegankelijker te maken.

  4. Arjan Vink

    Elke tijd heeft zijn eigen mores. Gisteren was ik in het Rijksmuseum bij Caravaggio-Bernini – precies op tijd voor de corona-sluiting begon. Daar zag ik de Rondanini-faun. De torso is 2e eeuws romeins, de rest van het beeld (grondplaat, benen, armen en hoofd) is door Francois du Quesnoy rond 1630-35 gehouwen en gepolijst. De onwetende bezoeker ziet een ogenschijnlijk heel beeld. Bij goed kijken zie je verschillen in het marmer: het oude heeft geeltinten, het nieuwe grijstinten, en gips op de snijvlakken. Tegenwoordig zou de torso na opgraven kaal op een sokkel worden gezet – als hij niet in een oneindig depot belandt.

  5. A. Minis

    De kwestie oude instrumenten, moderne instrumenten, zingen met of zonder vibrato…daar kom je niet gemakkelijk uit. Gelukkig zijn de apostelen van de authentieke richting nu wat minder streng in de leer. Maar al hebben ze een punt, het feit blijft dat je min of meer een reconstructie van de uitvoeringspraktijk kunt maken, maar dat je het publiek van die tijd niet kunt reconstrueren.
    Ik ben blij met de reconstructie van Het Lam Gods in Gent Nu is het nog indrukwekkender.

    Maar goed nu even het volgende: ik probeerde naar JL te mailen met jona[adsI294196@telfort.nl]
    maar dat adres werd geweigerd. Beste JL, wat is het juiste adres?

    1. FrankB

      “daar kom je niet gemakkelijk uit”
      Gelukkig hoeft dat ook helemaal niet.

      “Ik ben blij met …..”
      Daar gaat het uiteindelijk om.

      1. A. Minis

        Daar heeft u gelijk jn. We hoeven er niet uit te komen en we hoeven geen keus te maken, tenzij we zelf musici zijn . En gelukkig hoeven we ook niet alles aan te horen wat we voorgeschoteld krijgen.

Reacties zijn gesloten.