Olijfoogst in Romeins Tunesië (Bardomuseum, Tunis)
De vaste lezers van deze blog zal het wellicht zijn opgevallen: ik ben momenteel voor mijn werk in Tunesië. En omdat ik onverwacht wat tijd over heb, trakteer ik u op wat foto’s uit dat mooie land.
Het Bardomuseum
Het Bardomuseum in Tunis is het voornaamste museum van Tunesië. Het heeft een heel mooie collectie Romeinse mozaïeken. Hierboven heeft u een voorbeeld: een olijfoogst. Ik schreef al eerder over een mooi mozaïek dat Vergilius voorstelt, over de reis van Afrodite en een goudschat.
In de tweede helft van de zevende eeuw veroverden de Arabische legers het gebied dat nu Tunesië heet. In 647 na Chr. waren er gevechten bij de stad Sbeitla, in het binnenland; een tweede opmars begon in 666 en kreeg vier jaar later een voorlopig einde toen de Arabische leider Uqba ibn Nafi al-Fihri de nieuwe residentie Kairouan stichtte. Ook die stad lag in het binnenland: vér van de verleidingen van Karthago, onbereikbaar voor Byzantijnse vlootaanvallen, strategisch ten opzichte van de gebieden waar de Berbers woonden, met wie men nog op voet van oorlog verkeerde.
Weer vijf jaar later, in 675, viel ook het schiereiland achter Kaap Bon, dat als een grote vinger vanuit Tunesië wijst naar Sicilië, in handen van de Arabieren. Even leek het erop dat de Berbers zich konden herstellen en de Arabieren konden verdrijven. In 683 vernietigden ze een Arabisch leger en meteen daarna namen ze Kairouan. Zes jaar later herstelden de Arabieren hun gezag, in 695 viel ook Karthago, dat nog eenmaal werd heroverd door de Byzantijnen, maar uiteindelijk toch Arabisch was.
Als ik thuis kom van een buitenlandse reis heb ik altijd wat tijd nodig om mezelf te herwinnen. Je doet inkopen, je draait de was, je ruimt je reisgidsen op, je probeert de achterstallige mail te beantwoorden. Aangezien ik uit Tunesië ben teruggekeerd in een land met extra gezondheidsmaatregelen is het allemaal wat moeizamer dit keer, maar evengoed zijn er verloren halve uurtjes waarin ik de foto’s kon ordenen die ik in Tunesië heb genomen. Ze documenteren de Romeinse provincies Africa Proconsularis en Numidia.
Het Alhambra in Granada, het prachtige Moorse paleis, lag er in de negentiende eeuw nogal vervallen bij en daarom kwamen er reparaties. Die waren soms wat fantasierijk: men wilde vooral een mooi gebouw neerzetten, niet tonen hoe het werkelijk was geweest. In de twintigste eeuw was men echter vergeten wat nu authentiek was en wat niet, zodat kunsthistorici zich afvroegen hoe de kunst van Arabisch Andalusië er nu echt had uitgezien.
Inmiddels is dit probleem dankzij ramanspectroscopie opgelost, maar het voorbeeld illustreert een serieuze kwestie en de huidige restauratie-ethiek eist dat een reparatie, een restauratie of reconstructie omkeerbaar moet zijn. Op het Forum Romanum zijn de gerestaureerde delen van de marmeren ereboog van Titus gemaakt van travertijn, zodat je meteen ziet wat authentiek Romeins is en wat later is toegevoegd.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.