Faits divers (47)

Het Byzantijnse fort van Madauros

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: de chronologie van Egypte, Charax, restauratietechniek, een superbelangrijk boek, beschadigd erfgoed en – het wordt een gewoonte – de bedreigde geesteswetenschappen.

Kenneth Kitchen

Als u deze blog leest, houdt u van geschiedenisboeken, waarin de resultaten van wetenschappelijk onderzoek worden gepresenteerd. Sommige onderwerpen trekken wat meer de aandacht, andere wat minder, en in die tweede categorie valt zeker het onderzoek naar de antieke chronologie. (Ik heb weleens een boek voorgesteld met de titel “hoe oud is het?” maar geen uitgever durft eraan te beginnen.) Maar een juiste chronologie is verondersteld bij alle andere onderzoek.

Lees verder “Faits divers (47)”

Antieke kleuren in Tongeren

Skythische boogschutter (Glyptothek, München); het rechter beeld is vanaf vandaag te zien in Tongeren.

Ik had vandaag eigenlijk naar Tongeren gewild, maar tussen droom en daad zet NS bussen in, dus dat kwam er niet zo van. Vandaag begint in het Gallo-Romeins Museum echter een expositie over de kleuren van antieke beelden. Ik houd voldoende van dat museum om er minstens tweemaal per jaar naartoe te gaan, dus ze zullen me wel vergeven dat ik begin met een klein puntje van kritiek. Het betreft de aankondiging:

Je kent ze vast wel, de witmarmeren beelden uit de klassieke oudheid. Maar wist je dat de oude Grieken en Romeinen ze kleurrijk beschilderden? En dat van kop tot teen. In deze fascinerende expo ervaar je hoe hun beeldhouwwerken er écht uitzagen.

Lees verder “Antieke kleuren in Tongeren”

Een gerestaureerde Horus

Beeld van Horus (Musée Royal de Mariemont, Morlanwelz)

Een valk, gemaakt van kalksteen. Sporen van verf. Op zijn kop de dubbele pschent-kroon die het Egyptische koningschap symboliseert. Net als de valk zelf, die Horus voorstelt, de beschermgod van de koning.

Amenhotep II

En er zijn inscripties. Helemaal links, voor de tenen van de vogel en op de foto wat moeilijk te lezen, staat

De goede god, de heer van beide landen, Aakheperura, geliefd door Horus.

Aakheperura kennen we ook onder de naam Amenhotep II. Hij regeerde van 1427 tot 1401 v.Chr. en misschien las u ooit De boog van de farao van  Cornelis Wilkeshuis, een kinderboek over Amenhoteps jonge jaren dat in elk geval op mij grote indruk maakte.

Lees verder “Een gerestaureerde Horus”

Euthydemos van Baktrië (of niet)

Euthydemos van Baktrië? (Collectie Torlonia, Rome)

Totdat Rome afzakte tot hoofdstad van de Italianen – bonuspunten voor wie het citaat herkent – was het de hoofdstad van een universele wereldkerk. Een klein aantal families oefende de macht uit: de Colonna’s, de Orsini’s, de Borgheses. Daar kwamen later nieuwe families bij. De Torlonia’s zijn bijvoorbeeld achttiende-eeuwse nieuwkomers. Tijdens de Franse bezetting van de Kerkelijke Staat hielden ze het Vaticaan financieel op de been. Daar werden ze zelf niet slechter van en ze kochten titels als “hertog van Bracciano”, “hertog van Poli”, “markies van Romavecchia en Turrita”. Paus Pius VII verleende, kort na zijn terugkeer naar Rome, de titel van prins.

Kunstverzameling

De prinselijke familie nam niet alleen titels over maar ook kunstcollecties, zoals die van de familie Giustiniani. Ze deed ook opgravingen, onder andere in Portus, de haven van Rome naast Ostia. Zo ontstond het Torlonia-museum. Alleen de pauselijke collectie antiquiteiten in de Vaticaanse Musea, de stedelijke verzameling op het Capitool en (nadat Rome was afgezakt tot hoofdstad van de Italianen) de collectie in het Museo Nazionale Romano zijn groter. In 1960 ging het Torlonia-museum echter op slot. Sindsdien kon het publiek de honderden stukken sculptuur niet langer bezichtigen.

Lees verder “Euthydemos van Baktrië (of niet)”

De Dame van Simpelveld

De sarcofaag van de Dame van Simpelveld (© Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De sarcofaag van de Dame van Simpelveld is een van de mooiste vondsten uit de Nederlandse archeologie. Gemaakt in de tweede helft van de tweede eeuw na Chr., is het een bijna uniek voorwerp. Terwijl men in destijds sarcofagen doorgaans decoreerde aan de buitenkant, heeft de steenwerker hier juist de binnenkant versierd. We zien het interieur van een mooi huis, inclusief de bewoonster. Een rijke vrouw, getuige de afgebeelde huisraad. En getuige het feit dat haar nabestaanden een sarcofaag als deze konden betalen. Uit het botmateriaal valt af te leiden dat ze tussen de vijfentwintig en veertig jaar oud is geworden.

Ik schrijf overigens “bijna uniek” omdat in het Gallo-Romeins Museum in Tongeren een enigszins vergelijkbaar buitenstebinnengekeerd graf is te zien. Daar was het echter geen beeldhouwer maar een schilder die de binnenkant versierde. Muurschilderingen in grafkamers kennen we natuurlijk wel en het kan zijn dat beschilderde graven als het Tongerse de artistieke tussenschakel zijn tussen zulke grafkamers en de Simpelveldse sarcofaag.

Lees verder “De Dame van Simpelveld”

Het nieuwe Thermenmuseum

Twee antieke grafstenen met een animatie van een crematie op een grafveld

Voor wie het Thermenmuseum in Heerlen nog niet mocht kennen: het is gewijd aan een van de grootste Romeinse ruïnes benoorden de Alpen. Coriovallum, zoals Heerlen destijds heette, was aanvankelijk de voornaamste nederzetting van een lokale stam. Fijne klei in de beekdalen zorgde ervoor dat hier veel pottenbakkers kwamen wonen. (Ik blogde vorige week over Lucius en Amaka.) Een Romeinse weg, vanouds aangeduid als Chaussée Brunehaut, verbond het stadje met Bavay en Keulen en met de rest van de wereld, terwijl een andere weg leidde naar het noorden en naar Aken. Ergens in het midden van de eerste eeuw na Chr. verrees hier ook een badhuis. Voor reizigers, voor soldaten, voor pottenbakkers en voor iedereen die verlost wilde zijn van het stof en zweet. En voor iedereen die gewoon behoefte had aan een babbel.

Kortom, Coriovallum was een van de vroegste centra van de romanisering in de Lage Landen. Een van de laatste ook. Nog in de vijfde eeuw na Chr., toen andere nederzettingen allang waren opgegeven, woonden hier soldaten die zich identificeerden met het Romeinse Rijk. Het badhuis lijkt nog altijd te hebben gefunctioneerd. De opgraving documenteert dus een periode van een half millennium – het eerste kwart van de geschiedenis van de Lage Landen.

Lees verder “Het nieuwe Thermenmuseum”

Restauratie en reconstructie

Muur in Sufetula

Het Alhambra in Granada, het prachtige Moorse paleis, lag er in de negentiende eeuw nogal vervallen bij en daarom kwamen er reparaties. Die waren soms wat fantasierijk: men wilde vooral een mooi gebouw neerzetten, niet tonen hoe het werkelijk was geweest. In de twintigste eeuw was men echter vergeten wat nu authentiek was en wat niet, zodat kunsthistorici zich afvroegen hoe de kunst van Arabisch Andalusië er nu echt had uitgezien.

Inmiddels is dit probleem dankzij ramanspectroscopie opgelost, maar het voorbeeld illustreert een serieuze kwestie en de huidige restauratie-ethiek eist dat een reparatie, een restauratie of reconstructie omkeerbaar moet zijn. Op het Forum Romanum zijn de gerestaureerde delen van de marmeren ereboog van Titus gemaakt van travertijn, zodat je meteen ziet wat authentiek Romeins is en wat later is toegevoegd.

Lees verder “Restauratie en reconstructie”

Röntgenfluorescentiespectrometrie

Glazen drinkbeker uit Fectio/Vechten (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Het Allard Pierson-museum, het oudheidkundige museum van Amsterdam, heeft zijn openingstijden verruimd. Om luister bij te zetten dat het voortaan in het weekend om 10:00 opent, wordt er in februari ’s zondags ontbijt geserveerd, zijn er muziekuitvoeringen en verzorgen de medewerkers lunchlezingen. Gisteren ging ik luisteren naar conservator René van Beek, die sprak over Romeins glas. Toen ik hem kort daarvoor bij de muziek tegen het lijf was gelopen, had hij nog luchtig over zijn praatje gedaan – het was maar heel algemeen, had hij gezegd, en het was slechts inleidend – maar het werd een buitengewoon leerzaam half uur waarin hij schetste welk technisch onderzoek momenteel plaatsvond.

Een leuk voorbeeld betrof de drinkbeker hierboven, die is opgegraven in Vechten bij Utrecht, het Romeinse fort Fectio. Hij is kort voor de Tweede Wereldoorlog in Keulen gerestaureerd. Ook toen vond men dat een restauratie zó gedaan moest worden dat duidelijk blijft wat echt en wat aanvulling is, en daarom gebruikte het atelier geen glas maar iets dat op bakeliet lijkt. De documentatie is echter bij de bombardementen van Keulen verloren gegaan en dat is jammer, want het is onbekend wat het gebruikte materiaal nou precies is. Het is de afgelopen tachtig jaar wel mooi groen geworden en het Allard Pierson-museum zal dat niet terugdraaien. De restauratie behoort evengoed bij de geschiedenis van het object.

Lees verder “Röntgenfluorescentiespectrometrie”

Weer wat erfgoed minder: de synagoge van Vianen

De voormalige synagoge van Vianen (© Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Vianen is niet een van de grote plaatsen van joods Nederland, maar het heeft een synagoge gehad die in de loop van de negentiende eeuw door enkele tientallen gelovigen werd bezocht. Een klein gebedshuis in de mediene, joods Nederland buiten Amsterdam. De gemeente werd echter kleiner en kleiner en in 1920 werd ze opgeheven.

Het achttiende-eeuwse gebouw kwam in handen van een protestants kerkgenootschap dat het rijksmonument behandelde zoals je een rijksmonument behandelt: men liet de oorspronkelijke elementen netjes intact, zoals het houten tongewelf, de vloer, een vrouwengalerij op twee Toscaanse zuiltjes en een wasgelegenheid op de binnenplaats. Het was niet heel spectaculair – het is allemaal niet vergelijkbaar met bijvoorbeeld de Folkingestraat-synagoge in Groningen – maar juist dat maakte het bijzonder.

En ja, dat schrijf ik in de verleden tijd. Het interieur is er niet langer.

Lees verder “Weer wat erfgoed minder: de synagoge van Vianen”

Restauratie op zaal

Schoongemaakt schilderwerk
Bij de restauratie schoongemaakt schilderwerk

De foto hierboven maakte ik eergisteren op de tentoonstelling van mummiekisten in het Rijksmuseum van Oudheden. De voorwerpen zijn afkomstig uit één, kolossale vindplaats en verdeeld over een stuk of zestien musea; het RMO werkt nu samen met de Vaticaanse Musea en het Louvre om ze te inventariseren en te restaureren. Dat laatste gebeurt nu in het RMO op zaal. Je kunt er dus gewoon naar kijken en mag een praatje maken met de restauratoren (overigens het liefst tussen twee en drie uur).

Los van het feit dat het natuurlijk adembenemend is dat zo’n houten deksel zo’n slordige drieduizend jaar oud is, vond ik het eindeloos fascinerend om te zien hoe de mensen in de tentoonstellingszaal bezig waren. De foto toont iets van het werk dat wordt gedaan. Met een kwastje werd gel aangebracht over het grauwe hout; die gel hechtte zich dan aan het stof; vervolgens werd de gel weggehaald en werd met een ander goedje het zo gereinigde oppervlak schoongemaakt. Ik begreep dat de gel niet te lang op het hout mocht liggen, omdat het anders meer meenam dan alleen vuil: de verf.

Lees verder “Restauratie op zaal”