De “Everest Fallacy”

Op de achtergrond de westelijke uitlopers van de Himalaya.

De Everest Fallacy is het beste te introduceren met een voorbeeld. In de tweede eeuw v.Chr. gold in Rome de regel dat dienstplichtigen deelnamen aan niet meer dan zes veldtochten. Er was echter een tendens mannen vaker onder de wapenen te roepen. Oudhistorici illustreren deze ontwikkeling weleens door te verwijzen naar een toespraak die volgens de Romeinse historicus Livius in 171 v.Chr. werd gehouden door ene Spurius Ligustinus. Als we Livius moeten geloven – en er is geen reden om dat niet te doen – had deze krijger in tweeëntwintig veldtochten gediend en eiste hij nu dat hij niet zou worden gedegradeerd.

Dit is een indrukwekkend redevoering maar het is slechte logica dit te beschouwen als bewijs voor de Romeinse rekruteringspraktijk. Het incident is namelijk in onze bronnen vermeld omdat het zo uitzonderlijk was. Het kan daarom niet worden gebruikt als bewijs dat soldaten steeds vaker gedwongen werden deel te nemen aan meer dan zes veldtochten. Het extreme is het representatieve niet.

De fout wordt vaak gemaakt. Bijvoorbeeld in beschrijvingen van Rome als een plaats vol geweld, corruptie en seksuele losbandigheid. Dat beeld is volledig gebaseerd op geschreven bronnen die feitelijk waar zijn, maar desondanks kan het totaalbeeld onjuist zijn. Deze bronnen zijn immers vaak geschreven door christelijke of heidense moralisten, die redenen hadden om in te zoomen op de extremen.

De Britse historicus Keith Hopkins (1934-2004) doopte deze misvatting, die is op te vatten als een speciaal geval van een secundum-quid-drogreden, “Everest Fallacy”:

… they fall foul of what we can call the Everest fallacy, that is a tendency to illustrate a category by an example which is exceptional. The exceptional nature of the illustration is not made clear, and the illustration veils rather than reveals the normal. For example, Mount Everest is a “typical” mountain, Cicero is a “typical” new man, M. Aemilius Lepidus becomes a “typical” noble.

It is against this background that we thought it worthwhile to resort to statistics, because summary statistics transform individual fragments of data into usable aggregates.

Voorbeelden

Het is bijna onmogelijk deze fout niet vroeg of laat te maken:

  • De tragedies van Aischylos, Sofokles en Euripides zijn niet representatief voor het Atheense drama, want het zijn de prijswinnaars. Toch is het schrijven van een geschiedenis van het antieke drama zonder dit drietal onmogelijk.
  • De Bijbel is onbruikbaar als beschrijving van het alledaagse joodse geloof; de teksten gaan immers over de zorgen van de geletterde klasse en de meeste Joden waren ongeletterd. Toch is het schrijven van een geschiedenis van het jodendom zonder Bijbel onmogelijk.
  • Cicero en Plinius de Jongere waren geen doorsnee senatoren; het waren uitzonderlijk begaafde redenaars, wier teksten zo goed waren dat ze zijn overgeleverd. Toch is het onmogelijk om over de Senaat te schrijven zonder deze auteurs te citeren.

Het principe is bekend bij journalisten, die onmiddellijk zullen (of zouden moeten) erkennen dat in een zin als “moslims verwerpen de evolutietheorie” een extreem letterlijk geloof wordt gepresenteerd als typisch voor alle moslims. Het probleem is hetzelfde voor journalisten en historici: onze bronnen – persberichten of oude auteurs – gaan meestal over het uitzonderlijke en het extreme. Het normale, het gebruikelijke en het typische hoeft niet te worden beschreven. De sneue conclusie is eerstejaarsstof: we moeten onze geschreven bronnen wantrouwen, juist omdat ze geschreven zijn.

Literatuur

Keith Hopkins, Death and Renewal (1983), pp.41-42.

[Geschiedenis is geen amusement, maar een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.  Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

41 gedachtes over “De “Everest Fallacy”

  1. “moslims verwerpen de evolutietheorie”

    Mijn beperkte generieke kennis zegt dat Shia wetenschap aanvaarden, terwijl Sunni natuurwetten als een onaanvaardbare beperking van Allah beschouwen.

    Mijn bron is de vorige Paus, die ook verklaarde hoe Rome hier in staat, namelijk dat de mens er op mag vertrouwen dat God de logica niet zal breken (terwijl hij het wel zou kunnen). Shia hebben een vergelijkbaar standpunt.

    1. Uw kennis is inderdaad beperkt. De houding van soennieten jegens wetenschap is net zo gevarieerd als die van andere abrahamisten. Bovendien, zoals u het hier formuleert, maakt u zich schuldig aan een vals dilemma. Natuurwetten mogen een onaanvaardbare beperking voor het goddelijk opperwezen zijn, ze zijn dat nog niet voor mensen – dus inclusief soennieten. Daarmee kunnen zij wetenschap prima aanvaarden, als ze dat willen. Ook andere abrahamisten poneren dat dat opperwezen zich niet door natuurwetten dient te laten beperken. Dirk noemde gisteren nog het dogma van de maagdelijke geboorte. Volgens allerlei christenen is menselijke voortplanting zonder seks dus eveneens een onaanvaardbare beperking voor het goddelijk opperwezen, want ruim 2000 jaar geleden heeft het dat toch maar mooi voor elkaar gekregen. En als dat één keer kan, waarom niet twee keer? Ik heb het altijd amusant gevonden als gelovigen dat bij voorbaat verwerpen en aldus hun goddelijk opperwezen voorschrijven wat het wel of niet kan doen. Een aardig voorbeeld daarvan:

      Einstein tegen Bohr: “God dobbelt niet!”
      Bohr tegen Einsten: “Vertel God niet wat hij wel of niet kan doen!”

      Tenslotte staat logica niet gelijk aan wetenschap. Alle wetenschap heeft logica nodig, maar lang niet alle logica is wetenschappelijk. Het grote probleem met kwakwetenschap als klimaatscepticisme (of jezusmythologie etc.) is niet een gebrek aan logica. Het is onbetrouwbare methodologie, die vroeg of laat leidt tot het ontkennen van empirische data. Soennieten kunnen er dan ook best op vertrouwen dat hun goddelijk opperwezen de logica niet zal breken, vooral als ze menen dat logica goddelijk is.
      Creationisme is helemaal een extreem geval. Evolutie wordt verworpen met een beroep op ….. (goddelijke) logica.

      1. Martin

        Logica moet uitgaan van premissen, en waar komen die vandaan? Creationisten willen gewoon vasthouden aan Genesis. Het alternatief is Nietzsche’s “God is dood”, en daar kan niet iedereen tegen.

          1. Martin

            Nee, je hebt het goed begrepen. Er zijn inderdaad ook Christenen die de Bijbel niet zo letterlijk nemen. Overigens staan op YouTube colleges van Jordan Peterson over the Bible, dat is wel interessant; er staan menselijke verhalen in. Hij noemt het ook een dream en mythology, de Bijbel is dus mensenwerk. Dat bedoelde Nietzsche ook: zonder droom wordt het kaal en nihilistisch. Dat is ook zo, maar is dat een reden om het serieus te nemen?

  2. Het tegenovergestelde komt ook voor. Het uitzonderlijke beschrijven met behulp van gemiddelden. Neem de afbeelding van Jezus die is samengesteld uit bekende gegevens van gemiddelde Galileeër van die tijd. Jezus was zeker geen gemiddelde Galileeër. Misschien was er wel niemand in heel Galilea die leek op de bewuste afbeelding.

    1. “Neem de afbeelding van Jezus die is samengesteld uit bekende gegevens van gemiddelde Galileeër van die tijd.”
      Dan is die afbeelding niet uitzonderlijk.

      “Jezus was zeker geen gemiddelde Galileeër.”
      Geen enkele Galileeër was gemiddeld. Dat is per definitie zo.

      Als we het over gemiddeldes hebben is het toch al lastig om over uitzonderingen te spreken. Laten we 6000 keer met een dobbelsteen gooien (het aantal Galileeërs zal hoger hebben gelegen). De gemiddelde uitkomst zal dicht in de buurt van 3,5 liggen. Een gemiddelde uitkomst van 6 of van 1 is overduidelijk een uitzondering. Maar een uitkomst van 4? Van 3,9? Elke grens die we trekken tussen “uitzondering” en “geen uitzondering” is volstrekt willekeurig.
      Uw argument brengt allerlei problemen met zich mee.

      1. Knotwilg

        Als het over wiskunde gaat, wil ik wel inspringen. Als je 6000 keer met een faire dobbelsteen gooit, ga je heel dicht bij 3 uitkomen. Een gemiddelde dichtbij 4 is bijna zeker een indicatie van een niet-faire dobbelsteen. Zelfs na 1000 keer zweven de gemiddeldes tussen 2,95 en 3,05 (kleine simulatie gedaan zonet)

        Om van de wiskunde de sprong te maken naar “gemiddelde morfologie” verklaar ik me onbevoegd. Ik zou zeggen: uw argument brengt allerlei problemen met zich mee.

      2. Erik Bouwknegt

        Behalve gemiddeldes heb je natuurlijk ook nog het statistische begrip normaalverdeling. Nou is iedere grens natuurlijk subjectief, maar aangenomen dat Jezus niet uitzonderlijk groot of klein was (want dan hadden we dat waarschijnlijk wel geweten), mag je aannemen dat hij binnen twee keer de standaardafwijking voor de mannelijke Galilese bevolking van zijn tijd viel qua lengte (want meestal heb je daarmee zo’n 95% van de gevallen te pakken).
        Dan hou je uiteraard nogal een ruime marge aan voor Jezus’ waarschijnlijke lengte, maar er valt dus wel degelijk iets over te zeggen.

        Dat werkt ook bij andere lichamelijke eigenschappen, zo lang we voor die eigenschappen maar genoeg gegevens hebben voor hoe ze over de bevolking als geheel zijn verdeeld.

  3. “De fout wordt vaak gemaakt.”
    En niet alleen in de oudheidkunde. “Mannen kunnen beter schaken dan vrouwen” wordt nogal eens geïllustreerd door er op te wijzen dat slechts één vrouw ooit de top-10 heeft gehaald. Er zijn nog heel wat andere moderne voorbeelden te vinden.
    Het herkennen van de Everest drogreden is één van de nuttigste zaken die ik van de oudheidkunde heb geleerd.

    1. Martin

      Hoe weet u zo zeker dat vrouwen net zo goed kunnen schaken als mannen? Het is hier en daar wel populair om elke onwelkome statistiek te negeren, maar ook dat is onwetenschappelijk.

      1. Margreet Steiner

        Het leuke is dat als er 1 vrouw net zo goed kan schaken als mannen, dat dan de stelling ‘vrouwen kunnen niet zo goed schaken als mannen’ is weerlegd. Het omgekeerde ‘ vrouwen kunnen net zo goed…’ is daarmee automatisch ook bewezen.

        1. sara

          “… als er 1 vrouw net zo goed kan schaken als mannen, dat dan de stelling ‘vrouwen kunnen niet zo goed schaken als mannen’ is weerlegd’ :
          Ik denk niet dat dit klopt, want uit het feit dat 1 vrouw goed kan schaken mag ik niet afleiden dat alle vrouwen dus net zo goed kunnen schaken als zij laat staan als mannen – dit zou een overhaaste generalisatie zijn, oftewel de ‘Everest’ drogreden.

          Wat je wel kunt concluderen is dat die ene vrouw beter schaakt dan een bepaalde man of een aantal mannelijke schakers in haar schaakclub bijvoorbeeld, als ze een paar klassen hoger speelt dan die mannen, en daarin ook nog regelmatig partijen wint.

          Daarnaast is het zo dat het aantal goede mannelijke schakers op zich niet aantoont dat (alle) mannen net zo goed zouden kunnen schaken!

  4. Margreet Steiner

    Jona, je maakt jezelf soms ook schuldig aan deze fallacy. In je stuk over de kersthoax vraag je je af waarom we archeologie nog serieus zouden moeten nemen. Dus er is 1 extreme archeoloog (als hij dat al is, ik heb nog nooit van hem gehoord) die het huis van Jezus meent te hebben gevonden, en daarom deugt de hele archeologie niet. Het extreme voor het gemiddelde houden. Au.

    1. U bevecht een halve stropop. Het gaat niet alleen om dat huis van Jezus. Het gaat om vele, vele overdreven claims. Die kunt u, als u dat wilt, stuk voor stuk extreme gevallen noemen. Alleen vormen zij tezamen zij een patroon en dat patroon is dus niet extreem.
      Ook heeft JonaL nooit beweerd dat de hele archeologie niet deugt.
      Au, inderdaad.

      Misschien besteedt JonaL te weinig aandacht aan al het goede, interessante en positieve dat de archeologie oplevert.

      1. Margreet Steiner

        Een halve stropop? Iets is een stropop of niet, lijkt me. En Jona zei dat nou juist wel van de hele archeologie, anders was ik er niet over gevallen.

    2. Daar zijn twee antwoorden op mogelijk, afhankelijk van het perspectief. Het ene is dat van de vele hardwerkende archeologen die niet de publiciteit krijgen/zoeken.

      Het andere is dat van het publiek. Dat krijgt wel heel erg veel overdreven verhalen te horen. Toen ik “De klad in de klassieken” schreef bevatte ongeveer 40% van de archeologische berichten onjuistheden die door de auteurs herkend moeten zijn geweest. Ik denk dat dat nu meer is, met in Nederland Nijmegen en de limes als opvallendste stoorzenders – en onlangs Heerlen.

      Er is nog een derde manier om er naar te kijken: als een vakgebied slecht in het nieuws komt en mensen zich afvragen wat ze eraan hebben, wordt het dan niet eens tijd dat men iets terug gaat doen? Ik werk aan een blogje, voor later deze week, waarin ik de bureaucratische attitude van de archeologie (“iemand anders is de probleemeigenaar”) wil benoemen: het is wél het probleem van de vele hardwerkende archeologen die de publiciteit niet middels overdrijving zoeken.

      1. Huibert Schijf

        Die 40 procent zegt weinig als er geen controlegroep(en) zijn. Ik zou verwachten dat bij beroepspolitici het percentage hoger ligt, maar bij rapporten van het Sociaal-Cultureel Planbureau veel lager. Overdrijven komt overal voor en neemt waarschijnlijk overal toe. Je zou het de Amerikanisering van de samenleving kunnen noemen. Iedereen die weleens Amerikanen ontmoet weet dat die een sterke neiging hebben om te overdrijven (Trump is het meest extreme voorbeeld). Een goed vuistregel is om alles wat Amerikanen zeggen door twee te delen. Die vuistregel is ook van toepassing op de berichten van sommige archeologen. Maar er blijft een kwantitatieve kwestie: hoeveel archeologen zijn er en hoeveel van hen sturen overdreven berichten? Zou dat veertig procent van de archeologen zijn? Lijkt me overdreven.

        1. Knotwilg

          Trump als bewijsmateriaal aanhalen dat Amerikanen een sterke neiging hebben om te overdrijven, is alvast een pracht van een Everest Fallacy.

        2. Robbert

          Huibert Schijf: “…Amerikanen … weet dat die een sterke neiging hebben om te overdrijven”.
          Lang geleden merkte hoogleraar interne geneeskunde Cleton op: de uitkomsten van Amerikaanse studies (tav. oncologische behandelingen) zijn altijd 10/20 % beter dan Europese.
          Denk daaraan voordat je de coronaprik gaat halen.

          1. Frans

            Nou, in Rusland kunnen ze er ook wat van. Als we Poetin moeten geloven hebben de Russen het perfecte vaccin uitgevonden.

      2. Margreet Steiner

        Dat het publiek zich dat afvraagt, betwijfel ik. Het erge is juist dat het publiek het vreet. Maar ik viel erover dat jij je dat afvraagt in je stuk, en daarmee al die wel goed werkende archeologen op 1 hoop gooit met de extremisten. Misschien moeten we in onze artikelen minder aandacht schenken aan de hoaxen en meer aan gedegen onderzoek. Maar ja, maak dat Trouw maar eens wijs. Ik was dat zo zat dat ik die krant heb opgezegd na 20 jaar.

        1. Als we elkaar weer eens in Leiden spreken, zal ik je wat mail laten zien. Zeker de limes roept diepe, diepe weerzin op. Het is denkbaar dat ik, door hier te schrijven wat eigenlijk alle archeologen denken, kritische stemmen als het ware aantrek; toch wordt er weinig naar mijn stukken verwezen en lijken het vooral mensen die feilloos door het geleuter heen prikken. Vaak (hoewel niet altijd) met steekhoudende argumenten.

          Bijbelse archeologie is vanzelfsprekend een goede tweede. Zelfs de EO gelooft het niet meer als er wéér een paleis van koning David is opgegraven.

  5. sara

    Het incident, of de anekdote, geldt niet als bewijs, maar is toch waardevol, want het zou moeten aanzetten tot een nieuwe hypothese, die onderzocht zou moeten worden.

    Verder zegt mijn gezonde verstand dat als er één uitzondering op een regel is, er ongetwijfeld meerdere zijn.

    1. Huibert Schijf

      Mee eens. In de sociale wetenschappen is de case study een veel gebruikte methode, ook om toetsbare hypothesen te ontwikkelen.

      1. Ter aanvulling. In de sociologie kent men de odd case, het uitzonderlijke geval. Zulke gevallen zijn interessant omdat ze afwijken van het ‘algemene patroon’ en dus aanleiding geven tot nader onderzoek onderzoek. Ze worden nooit gebruikt om van dat ene geval te veralgemeniseren, want die methodologische fout kennen sociologen natuurlijk ook, hoewel ze het niet een Everest’s fallacy noemen.

    1. Een beetje vreemd artikel dat weinig te melden heeft over “recent onderzoek naar de mogelijkheid dat Arabische geleerden duizend jaar voor Darwin al een soort van evolutietheorie hadden ontwikkeld.” De belangrijkste bron is een artikel uit 2017 in *The Journal of Biological Education* van een drietal medewerkers van het “Howard University College.of Medicine” Deze medici/biologen die hun twijfels hadden over het in hun kringen kennelijk gangbare idee dat de middeleeuwse Arabieren (of moslims dat is me niet duidelijk — beide artikelen lijken weinig onderscheid tussen ‘Arabs’ en ‘Muslims’ te maken) niets bijgedragen hebben aan de vergelijkende anatomie. Ze konden zich nauwelijks voorstellen dat dit echt zo zou zijn en hebben daarom gezocht wat er de laatste jaren zoal geschreven is over zaken als “Islam evolution” en “Moslim evolutionist”. In het artikel presenteren ze een collage van wat in een selectie van de gevonden ‘referenties’ wordt gezegd over de evolutionaire ideeën van een achttal “pre-Darwinian Muslim scholars” De weergave van de referenties is totaal onkritisch en vaak vaag “sommigen beweren …”, “er wordt gezegd … ” etc. Allemaal oud nieuws , misschien interessant voor de doelgroep van “The Journal of Biological Education” maar geen recent onderzoek en geen discussie.

      1. Ter verduidelijking: met de opmerking dat het artikel weinig te melden heeft over “recent onderzoek naar de mogelijkheid dat Arabische geleerden duizend jaar voor Darwin al een soort van evolutietheorie hadden ontwikkeld” bedoel ik dat er niets inhoudelijks over deze mogelijkheid in staat. Er wordt niets over het onderzoek verteld, er worden slechts beweringen gedaan (grotendeels uit de zoveelste hand) over de conclusies die men getrokken zou hebben zonder dat uitgelegd wordt waar die conclusies op gebaseerd zijn en zonder uitleg van wat de woorden in de conclusie betekenen, zonder aandacht voor vertaalproblemen etc. etc.

        Er wordt in het Vice artikel bijvoorbeeld gezegd

        [BLOCKQUOTE]Al-Jahiz described a ‘natural selection’ process resulting from an animal’s innate desire to live, stating that biological fitness is essential to this phenomenon,” according to the 2017 paper[/BLOCKQUOTE]

        Maar nog in het Vice artikel, noch in het 2017 paper wordt verteld wat Al-Jahiz nu precies schreef en waarom we wat hij schreef als een beschrijving van een Darwiniaans selectieproces kunnen zien. Beide artikelen vermelden slechts wat in andere artikelen gemeld wordt, zonder uitleg en zonder argumentatie en vrijwel zonder citaten uit primaire bronnen.

        Overigens is een selectieproces (whatever that may be) dat resulteert van een ‘innate desire to live’ geen Darwiniaans selectieproces.

  6. In de literatuurwetenschap zie ik eigenlijk ook het omgekeerde. De tekst van een geniaal auteur wordt dan losgezongen van zijn context. De premisse is dan dat een bijzondere schrijver ook uitzonderlijke dingen beweerd zal hebben. In dat geval zal een schrijver als visionair gezien worden, als iemand die zijn tijd vooruit was of simpelweg als de verkondiger van de waarheid. Dergelijke teksten vallen trouwens eenvoudig te herkennen doordat ze met de Bijbel vergeleken worden.

    1. Frans

      Bob Dylan is daarvan een goed voorbeeld. Alle dingen die je noemt zijn op hem van toepassing. Een paar jaar geleden hield hij een toespraak en wat hij zei kwam neer op: als jullie die oude folkliedjes net zo vaak hadden gespeeld als ik, had je ook Blowing In the Wind kunnen schrijven.

Reacties zijn gesloten.