Archeologie als flauwekul

Reliëf van elf goden, een heros en keizer Theodosius uit Efese (Archeologisch Museum, Selçuk)

Eigenlijk wilde ik, nu mijn blog gaat jubileren, niet mopperen. Maar toch. Twee publicitaire missers in vierentwintig uur. We staan er weer gekleurd op.

Misser één. De Amerikaanse onderzoeker Douglas Boin kondigde onlangs een ontdekking aan in een antieke tempel in Italië. Die oudheidkundige, die kende ik. Ik las ooit Boins boek over Alarik, waarin de war lord werd gepresenteerd als slachtoffer van een hard Romeins grensbeleid dat talentvolle mensen schoffeerde. Boins schets van de Goten leek me geïdealiseerd, maar vooral: het boek leek meer op een bijdrage aan de politieke discussie over de grens tussen Texas en Mexico dan op geschiedschrijving. Ik heb het hier maar niet besproken.

En nu dus “a major announcement”. Er is geen wetenschappelijke publicatie, want archeologen zoeken de publiciteit het liefst vóór de claim controleerbaar wordt. Het komt er echter op neer dat de bewoners van Spello in Italië een (al bekende) tempel hebben gebouwd voor de familie van keizer Constantijn de Grote, en dat er nu drie muren zijn gevonden die bij die tempel zouden kunnen horen. Die muren, zo claimen de opgravers, bieden “zeer intrigerend potentieel voor een belangrijke ontdekking voor de keizercultus tijdens een christelijke heerser”.

Lees verder “Archeologie als flauwekul”

Belasting, monetarisering en handel

De monetarisering van de economie in beeld: een schat van Ptolemaïsche munten uit het Huis van Dionysos in Pafos (Cyprusmuseum, Nicosia)

Bij gebrek aan andere overtuigende definitie stel ik voor dat we voortaan belasting beschouwen als wezenlijk aspect van de beschaving. Dat klinkt als een flauwe grap, maar ik ben serieus. Belastingen zorgen ervoor dat een verzameling individuen gemeenschappelijk omziet naar elkaar. Zonder belasting geen posterijen, geen politie, geen rechtspraak. Daarom is het falen van een belastingdienst, zoals in de Toeslagenaffaire, ook zo afschuwelijk: het betekent niets minder dan dat de gemeenschap mensen uitstoot.

Het is een andere vraag hoe je belastingen int. Eeuwenlang incasseerde de overheid een deel van de oogst. Dat varieerde van regio tot regio, afhankelijk van de vruchtbaarheid van het land, die immers bepaalde hoeveel zaaigoed een boer moest aanhouden. Je kon beter in Mesopotamië wonen dan in Griekenland. Een andere factor was de voorspelbaarheid van de oogst. Als je wist dat de oogst elk jaar ruwweg hetzelfde zou zijn, hoefde je niet méér dan het noodzakelijke op voorraad te houden. De Numidische hoogvlakte was gunstiger dan Syrië. Ondanks al deze variatie eisten de antieke overheden echter gemiddeld een tiende van de oogst.

Lees verder “Belasting, monetarisering en handel”

Geld, cultuur en welzijn (1)

Het Romeinse Rijk behoorde tot de grootste, rijkste en meest stabiele rijken in de wereldgeschiedenis. Hoe valt het economisch succes van het Romeinse Rijk te verklaren? Dat is de vraag die Daniel Hoyer wil beantwoorden in Money, Culture, and Well-Being in Rome’s Economic Development, 0-275 CE (2018). Hij beperkt zich tot pakweg de eerste drie eeuwen van de jaartelling. En bovendien tot het westelijk deel van het Romeinse Rijk, inclusief de Afrikaanse provincies. De derde eeuw is van belang omdat toen economische stagnatie optrad. Handig als je hypotheses over bepalende factoren voor economische groei wilt toetsen.

Doel en doelgroep

Het boek is op het niveau van alinea’s helder geschreven, bondig en ter zake. Als je het letterlijk voorleest, heb je een hoorcollege. De structuur is minder doorwrocht en maakt een rommelige indruk. Een blik op de koppen en subkoppen geeft geen goed voorgevoel. Die indruk wordt al lezende helaas bevestigd. En laten we wel zijn, de titel is ook niet bepaald om in te lijsten.

Lees verder “Geld, cultuur en welzijn (1)”

De “Everest Fallacy”

Op de achtergrond de westelijke uitlopers van de Himalaya.

De Everest Fallacy is het beste te introduceren met een voorbeeld. In de tweede eeuw v.Chr. gold in Rome de regel dat dienstplichtigen deelnamen aan niet meer dan zes veldtochten. Er was echter een tendens mannen vaker onder de wapenen te roepen. Oudhistorici illustreren deze ontwikkeling weleens door te verwijzen naar een toespraak die volgens de Romeinse historicus Livius in 171 v.Chr. werd gehouden door ene Spurius Ligustinus. Als we Livius moeten geloven – en er is geen reden om dat niet te doen – had deze krijger in tweeëntwintig veldtochten gediend en eiste hij nu dat hij niet zou worden gedegradeerd.

Dit is een indrukwekkend redevoering maar het is slechte logica dit te beschouwen als bewijs voor de Romeinse rekruteringspraktijk. Het incident is namelijk in onze bronnen vermeld omdat het zo uitzonderlijk was. Het kan daarom niet worden gebruikt als bewijs dat soldaten steeds vaker gedwongen werden deel te nemen aan meer dan zes veldtochten. Het extreme is het representatieve niet.

Lees verder “De “Everest Fallacy””

Scheepswrakken

Scheepswrakken door de eeuwen heen

Eerst maar even een woord over het diagrammetje hierboven, dat het aantal Mediterrane scheepswrakken uit de diverse eeuwen weergeeft. Ik haal het uit een powerpoint die ik zo te zien in februari 2016 heb gemaakt maar die teruggaat op veel ouder materiaal. Misschien heb ik het plaatje gemaakt voor de Livius.org-website en daar later weer verwijderd. Op zoek naar een betere afbeelding vond ik het echter online terug in de Wikipedia, maar nu met als maker een zekere RafaelG. Heb ik iets van hem overgenomen? Nam hij iets over van mij? Het kan me verder weinig schelen, maar ik noem het even.

Het gaat in elk geval om de onderliggende cijfers, en die zijn afkomstig van Toby Parker en voor het eerst gepubliceerd in een artikel van de Cambridge-historicus Keith Hopkins. Dat artikel heette “Taxes and Trade in the Roman Empire”, verscheen in 1980 in het Journal of Roman Studies en de universitaire betaalmuur vindt u hier. De gepresenteerde cijfers zijn gebruikt om te beargumenteren dat de crisis van de derde eeuw na Chr. een economische kant had.

Lees verder “Scheepswrakken”