Geliefd boek: Lost Species

Wat me fascineert aan natuurhistorische musea zijn niet de geraamtes van dinosaurussen of de opgezette dieren, maar iets anders. Aan die musea zijn namelijk ook onderzoekscentra verbonden met omvangrijke collecties van dieren en planten. Grote natuurhistorische musea in Berlijn, Londen of Leiden, maar ook in de Verenigde Staten, bezitten tientallen miljoenen exemplaren. Insecten zijn in de meerderheid. Christopher Kemps The Lost species. Great Expeditions in the Collections of Natural History Museums (2017) is een loflied op het verzamelen en bewaren van dieren- en plantensoorten, en op de wetenschappers die ze bestuderen.

Taxonomie

Big data zijn nodig om bij een diersoort variaties en ondersoorten te kunnen opsporen. Het principe is eigenlijk hetzelfde als bij teksten op kleitabletten. Hoe meer teksten, des te beter. Ook als sommige teksten tientallen keren zouden voorkomen. Alleen dan zijn er vergelijkenderwijs variaties in stijl en spelling te ontdekken.

Hoe dat bij taxonomen in zijn werk gaat, laat Kemp aan de hand van uiteenlopende voorbeelden zien. Hij schetst in korte hoofdstukken innemende portretten van de wetenscheppers die veldwerk doen en gebruik maken van zulke archieven. De dieren lopen uiteen van Saki-apen, galwespen, een zoekgeraakte kever die Darwin had meegenomen, schelpen, een slak zonder naam, en nog veel meer. Taxonomen blijken zeer gespecialiseerd te zijn, en bij insecten is veel priegelwerk onder een microscoop nodig.

Salamanders

Het hoofdstuk A Century in a Jar: The Thorius Salamanders biedt een goede illustratie van waarover Kemp schrijft. Het gaat over kleine salamanders die in het zuiden van Mexico voorkomen. Toen in 1970 Jim Hanken begon aan zijn onderzoek naar deze salamanders waren er negen soorten bekend.

Today there are twenty-four named species and counting. Hanken, a herpetologist and now the director of the Harvard Museum of Comparative Zoology, discovered fifteen of them.

Die salamanders zijn niet alleen heel klein, ze lijken ook erg op elkaar. Alleen DNA-testen bieden uitkomst om ze uit elkaar te houden. Voor zijn onderzoek heeft Hanken veldwerk in Mexico gedaan, maar hij heeft vooral veel natuurhistorische musea bezocht om soorten terug te vinden. Iedere salamandersoort leeft in een eigen ecologische niche. Verandert die omgeving dan sterven ze uit. Sommige soorten zijn daarom alleen nog te vinden in de collecties van natuurhistorische musea. Kemp eindigt dit hoofdstuk met de opmerking dat er nog meer soorten moeten zijn:

Elsewhere around the world – in basements and shelves -there even more unknown Thorius species, suspended in flasks like burnt matches, waiting to be named.

Biodiversiteit

Aanleiding om Kemps boek te lezen waren bezoeken aan het Museum für Naturkunde in Berlijn. Het museum werd door bommen zwaar beschadigd en daarna lang verwaarloosd. Inmiddels is het weer een bloeiend instituut met aantrekkelijke tentoonstellingen over ecologie of de evolutie. Drukbezocht door schoolklassen, want educatie staat hoog in het vaandel. Het Museum wordt geleid door de charismatische Prof. Dr. Johannes Vogel. Een uitsprak van hem over biodiversiteit is:

Wir können es uns nicht noch einmal erlauben wie beim Klimatwandel, dass es 30, 40 Jahre braucht, bis es von einer wissenschaftlichen Erkenntnis zu den ersten richtigen Ansätzen politischen Handelns kommt.

Vogel heeft enkele jaren geleden een subsidie van 660 miljoen euro verworven. Zowel voor nieuwbouw als voor zijn plan het museum om te vormen tot een onderzoekscentrum voor biodiversiteit. Zo’n hoeveelheid geld in een keer ontvangen lukt alleen als politiek en wetenschap geheel van het nut van de besteding overtuigd zijn. Ik denk niet dat zoiets in Nederland zou lukken, maar Naturalis (tegenwoordig Naturalis Biodiversity Center) komt een beetje in de buurt. Dat museum was een pionier bij het digitaliseren van zijn collecties. De procedures worden nu in het museum in Berlijn gebruikt waar vijftien miljoen insecten worden gescand. Dat gaat tien jaar duren.

Immense collecties

Samenwerking en uitwisseling tussen de instituties hebben natuurlijk altijd bestaan. Maar digitalisering van die immense collecties maken voor onderzoekers wereldwijd nieuwe ontdekkingen in de bestanden een stuk gemakkelijker. Het Londense museum geeft de volgende gegevens. Het gaat slechts om een fractie van de totale collectie:

Since 2015 the Museum has digitised 4.93 million objects, which has resulted in over 28 billion downloads contributing to some 1407 scientific publications. These papers have been on a range of subjects including climate change, biodiversity, crop security and human health.

Max Barclay is de beheerder van de kevercollectie van het Londense natuurhistorische museum (in dat prachtige Victoriaanse gebouw aan Cromwell Road). Die verzameling bevat tien miljoen exemplaren maar kent toch zijn beperkingen, omdat hij slechts zestig procent van alle bekende keversoorten bestrijkt. Barclay:

So if I take a beetle down to the collection I have a reasonable chance of matching it. But if I can’t match it, I don’t know whether it’s in the 40 percent somewhere else or whether it’s a new species.

Taxonomie en kleitabletten

Bij natuurhistorische musea worden nu insecten in 3D gedigitaliseerd. Een aardige vergelijking is die met kleitabletten. Professor Karel Van Lerberghe van de Universiteit van Leuven heeft in samenwerking met technici al in 2011 een apparaat ontwikkeld om kleitabletten te kunnen digitaliseren in 3D met soms een grotere leesbaarheid dan het origineel. In totaal gaat het om een miljoen items, schatte hij in 2011. Dat was tien jaar geleden. Er is vast een lezer die iets over de huidige stand van zaken kan vertellen.

Toen een minister van wie ik de naam allang ben vergeten zich afvroeg wat die archeologen met al die scherven moesten, zullen zijn ambtenaren hem wel niet hebben verteld dat die archeologische collecties helemaal niet zo groot zijn, zeker niet in vergelijking met die van natuurhistorische musea. En die kunnen hun grote archieven overtuigend rechtvaardigen. De collecties van natuurhistorische musea zijn wetenschappelijk van belang om bijvoorbeeld zicht te krijgen op de dalende biodiversiteit. Dat heb ik voor eens en altijd van het spannende boek van Kemp geleerd.

Tip

Naturalis heeft een mooi boek over zijn verzamelingen uitgegeven. Van onschatbare waarde. 200 jaar Naturalis (2020). Het boek laat zien hoe lang er al specimen van planten en dieren worden verzameld.

[Op mijn uitnodiging aan de vaste lezers van deze blog om geliefde boeken te delen, ging Huibert Schijf voor de alweer zeventiende keer in. Bedankt Huibert!]

4 gedachtes over “Geliefd boek: Lost Species

Reacties zijn gesloten.