De Bergrede (11): Overspel en echtscheiding

Christus, zoals afgebeeld in de Catacomben van Domitilla (Rome). Wat hij in de hand heeft, weet ik niet, maar als hij een toespraak aan het houden is, zou je zeggen dat de spreker zijn aantekeningen heeft meegenomen.

De passage uit de Bergrede die, na de Zaligsprekingen, het bekendst zal zijn, is die over overspel. Het is onderdeel van Jezus’ commentaar op de Wet van Mozes. Hier is ’ie, in de nieuwe Nieuwe Bijbelvertaling. Het Gehenna is zoiets als de hel, zie het vorige stukje.

Overspel

Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Pleeg geen overspel.”

Dit zeg ik daarover: iedereen die naar een vrouw kijkt en haar begeert, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd. Als je rechteroog je ten val brengt, ruk het dan uit en werp het weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat heel je lichaam in de Gehenna geworpen wordt. En als je rechterhand je ten val brengt, hak hem dan af en werp hem weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat je met je hele lichaam naar de Gehenna gaat. (Matteüs 5.27-30)

Dit is wel heel radicaal en die zelfverminking is vermoedelijk te beschouwen als hyperbool, al is over de cultus voor Attis bekend dat priesters zichzelf tot bloedens toe geselden. Er zijn ook vermeldingen van zelfcastratie. Ik wil niet uitsluiten dat de hyperbool voor de toehoorders van Jezus (of Matteüs’ luisteraars) iets herkenbaars had.

Hoe dat ook zij, de aanscherping van de Wet past goed bij Bergrede als geheel: de mensen moeten volmaakt zijn zoals God volmaakt is. Dit is des te noodzakelijker omdat het einde der tijden aan het aanbreken is. Er zijn wel urgentere zaken aan de orde dan relationeel gehannes. De problematisering van seksuele begeerte past trouwens ook in het wijdere jodendom: het bijbelboek Job (31.1) en het apocriefe boek Jezus Sirach (9.8) zien seksueel verlangen als aanleiding tot ellende.

Echtscheiding

De Bergrede vervolgt met een andere radicalisering. Het gaat over echtscheiding. De antieke samenleving zijnde zoals ze was – een mannenmaatschappij dus – kwam echtscheiding neer op de verstoting van de vrouw. Die had aanzienlijk minder mogelijkheden haar man aan de dijk te zetten.

Er werd gezegd: “Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een scheidingsbrief meegeven.”

Dit zeg ik daarover: ieder die zijn vrouw verstoot om een andere reden dan ontucht, drijft haar tot overspel; en ook wie trouwt met een verstoten vrouw, pleegt overspel. (Matteüs 5.27-30)

Het eerste commentaar (wie een vrouw verstoot, drijft haar tot overspel) zou best eens een reële typering kunnen zijn van de situatie. Menig verstoten vrouw verarmde en een arme vrouw had weinig alternatieven voor prostitutie. Is dit vooral een sociologische observatie van iets dat in de Oudheid vaak voorkwam, het tweede commentaar is vernieuwend: de opvatting dat huwen met een verstoten vrouw een vorm van overspel was.

Dit is wonderlijk. De Wet van Mozes kent geen verbod op een tweede huwelijk. Voor een parallel moeten we dan ook niet kijken bij het jodendom van de Joodse Bijbel of in het rabbijnse jodendom. De sekte van de Dode-Zee-rollen kende wel zo’n verbod: een man die omgang had met meer dan een vrouw, was het idee, zou gegarandeerd van zijn joodse geloof vallen – het was immers zelfs de spreekwoordelijk wijze koning Salomo overkomen.

Het echtscheidingsverbod

In feite is het echtscheidingsverbod dus geen civiel recht, waarmee de relatie tussen twee families werd geregeld, maar gaat het om het Verbond. Het is een van de best gedocumenteerde opvattingen in het vroege christendom en echtscheiding is in de katholieke leer nog altijd problematisch.

Net als de door Matteüs aan Jezus toegeschreven problematisering van de begeerte, kent de problematisering van de echtscheiding parallellen in het antieke joodse denken. Of de opvattingen humaan zijn, is een andere vraag. Maar die hoef ik niet te beantwoorden. Een historicus hoeft alleen maar vast te stellen hoe het verleden is geweest. Hij hoeft er geen inspiratie aan te ontlenen, hoeft het niet te veroordelen en hoeft toenmalige ideeën ook niet te verdedigen. Dat is maar goed ook, want vaststellen wat mensen hebben gedacht en gedaan is, gegeven de bronnenschaarste, al ingewikkeld genoeg.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

25 gedachtes over “De Bergrede (11): Overspel en echtscheiding

  1. FrankB

    “vaststellen wat mensen hebben gedacht”
    Toch is juist dit iets wat ik niet kan volgen, wat ongetwijfeld komt door mijn kortzichtigheid.

    “kwam echtscheiding neer op de verstoting van de vrouw”
    Dit snap ik en ik ga ervanuit dat vroege christenen het destijds ook snapten.

    “de opvatting dat huwen met een verstoten vrouw een vorm van overspel was”
    Dit snap ik dus niet. Huwen met een verstoten vrouw lijkt mij aldus een daad van barmhartigheid. Met “wie een verstoten vrouw huwt, begaat echtbreuk” (Matth. 5:32) betoont Jezus zich onbarmhartig jegens verstoten vrouwen; hij slachtoffert hen na afkeurenswaardig gedrag van hun voormalige echtgenoten. Want hoe dan ook ontneemt Jezus (of dat nou de echte, originele was of het beeld dat Mattheus van hem wilde schetsen) verstoten vrouwen een kans om aan hun schande (in toenmalige ogen, niet in de mijne) te ontsnappen.

  2. Dirk Zwysen

    Ik wil niet de Freud gaan uithangen, maar het zou boeiend zijn om Jezus’ ideeën te toetsen aan de gezinssituatie waarin hij is opgegroeid. Wegens te weinig data is dat een erg hachelijke onderneming maar we kunnen wel dit stukje Bergrede vergelijken met Mattheüs 1, 18-25 waarin hij een pijnlijk moment in de verloving van de weldra-Heilige Familie bespreekt. We hebben het dan niet over de historische Jozef en Maria maar de personages die Mattheüs ten tonele voert en dus vooral over hoe de evangelist hun beweegredenen invult.
    Ik heb nooit goed begrepen hoe Jozef van plan was Maria te ontzien door heimelijk van haar weg te gaan. Ze waren “ondertrouwd” wat toch impliceert dat iedereen op de hoogte was van hun huwelijksplannen. Plots blijkt Maria zwanger te zijn, wat voor Jozef een onaangename verrassing is. Moeten we dan interpreteren dat hij niet openlijk van haar wilde scheiden om haar niet te schande te maken? Maar hoe had hij dan gedacht dat het dit zwangere meisje dat plots niet meer verloofd is, zou vergaan?

  3. Frits Selier

    Dit krijg je als je een mensenboek geschreven in een bepaalde tijd als heilig beschouwt en dus serieus gaat nemen. Niet doen. Het zijn gewoon ideeën uit vroegere tijden van bepaalde mensen die ook niet alles wisten. Neem ze niet zo serieus want daarmee maak je ze heilig. Dat zijn die teksten/boeken niet, we maken ze zelf zo.

    1. FrankB

      Als verstokt atheist beschouw ik geen enkel boek als heilig. Ik ben wel erg nieuwsgierig hoe andere mensen denken. Dat is heel iets anders.

  4. A. den Teuling

    De voor ons wonderlijke zin staat in vers 32, editie Nestle/Aland. Volgens mij moet je hem interpreteren als: alle verstoten vrouwen zijn prostituées en daar mag je niet trouwen. Er staat inderdaad gamhshi. (h=eta). Normaal is jezus nogal vriendelijk over zondaars en zondaressen, dus het blijft gek. Op grafstenen uit de Romeinse tijd van vrouwen wordt het feit dat ze univira was als moreel superieur vermeld. Dat kan met Jezus’ afkeuring te maken hebben. Of er een relatie bestaat met de orthodox-islamitische gebruik dat je een prostituée voor de tijd van de dienstverlening trouwt, weet ik niet.

  5. Willem Visser

    Mattheüs 1: 18-25 betreft een ’toevoeging’ om te harmoniseren. Deze tekst komt in de oudste Mattheüs Geschriften niet voor. Hij is ‘geleend’ van Lucas, en Lucas is geen geschiedschrijver; Lucas schrijft een hagadische midrasj over het ‘huwelijk’ tussen Vrouwe Sion en haar echtgenoot, God, de HEER, en over het kind (Jezus) dat uit deze relatie geboren wordt.

    1. FrankB

      Dat zal best, maar is geen antwoord op mijn vraag. U verschuift deze alleen maar naar de toevoeger.
      In feite voegt u een probleem toe. Want nu vraag ik me af waarom deze blijkbaar niet authentieke toevoeging nog steeds in de moderne vertalingen staat. Vrouwonvriendelijke autoriteiten is het eerste dat bij mij op komt. Dat snap ik weer wel.

  6. Willem Visser

    Een zelfde soort tekst staat in Matt.19:9 “Ik zeg u: wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, anders dan om hoererij [porneiai] pleegt overspel” (‘echtbreuk’ [moichatai] NBG’51).
    Overspel is dus de enige reden om van je vrouw te scheiden, leert Jezus, en niet omdat ze het eten heeft laten aanbranden – zoals volgelingen van Hillel beweerden in discussies met volgelingen van Sjammai.
    En wat betreft de ’toevoegingen’ in de Mattheüs tekst het volgende:
    Dat weten we via bisschop Epiphanius van Salamis. Deze Kerkvader meld in de 4e eeuw dat een groep Messiaanse Joden (Ebionieten) beschikt over een Mattheüs Evangelie zonder het verhaal van de ‘maagdelijke geboorte’. Dat was weliswaar voor de Kerk reden om deze gelovigen te bestempelen als ketters, maar door die mededeling weten we wel dat aan ons huidige ‘Evangelie naar Mattheüs’ tekst is toegevoegd.
    Van de vier Evangelisten is er dus slechts één die een ‘maagdelijke geboorte’ beschrijft: Lucas, het literaire genie bij uitstek!

    1. Dirk Zwysen

      Hoe weten we dat er aan het huidige evangelie iets is toegevoegd en dat de Ebionieten niet iets weglieten?

      1. Willem Visser

        100% zekerheid is er niet, maar het is wel ‘zeer’ waarschijnlijk. Overigens begint Mattheüs zijn Evangelie ook met een korte midrasj: “Uit Egypte heb ik Mijn zoon geroepen” (Matt.2:13 > Hosea 11:1).

  7. Ben Spaans

    Dus zelfs Jezus kon zich niet voorstellen dat een vrouw haar man zou kunnen dumpen om echtbreuk/overspel…of ‘hoererij’…

  8. A. den Teuling

    Als ik het, nu met hulp van een bijbelcommentaar, goed begrepen heb beëindigt verstoting het huwelijk niet. Een verstoten vrouw blijft getrouwd, en dus is met haar trouwen overspel. Als een vrouw het recht had gehad haar man te verstoten zou het resultaat bij een consequente Jezus hetzelfde moeten zijn: hij mag geen andere vrouw trouwen.
    Bij Lucas is het overigens 16:18.

    1. Willem Visser

      Als een ‘verstoten vrouw’ (of man) om een andere reden dan overspel werd verstoten, was er geen gegronde reden tot scheiding, volgens Jezus. Het gevolg van een en ander is dat het huwelijk ‘juridisch’ gezien nog intact is (de scheiding was immers ongrondwettelijk). Om die reden spreekt Jezus over ‘overspel’ als de ander (na een ongrondwettelijke scheiding) toch een ‘relatie’ aangaat.

  9. Willem Visser

    In Marcus 10:11-12 staat:
    “Wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel; en als zij haar man verstoot en met een ander trouwt, pleegt zij overspel.”
    Jezus was dus heel ruimdenkend voor zijn tijd – of geeft hij gewoon de juiste interpretatie van Lev.20:10 waar staat:
    “Wie overspel pleegt met een getrouwde vrouw, een vrouw die een ander toebehoort, moet ter dood gebracht worden.”
    Volgens de wet (van Mozes) is de man dus net zo schuldig aan het plegen van overspel als een vrouw, en dienen ze allebei gestraft te worden voor hun wandaad.

  10. Willem Visser

    Verstoten is inderdaad geen formele scheiding; de juridische basis ontbreekt. Het eten laten aanbranden is geen (juridische) reden om je vrouw te verstoten; uitsluitend overspel/ echtbreuk/ vreemdgaan, is reden tot ‘ontbinding’ van het huwelijk. In de lijst van ‘De 318 Christelijke Geboden’ staat bij Gebod 287 de volgende toelichting:

    “Alleen ‘ontucht’ (hoererij met inbegrip van overspel) is volgens rabbi Jezus een geldige reden voor echtscheiding. Een man moet er namelijk op kunnen rekenen dat de kinderen die zijn vrouw baart ook daadwerkelijk zijn eigen kinderen zijn, en niet die van een ander.
    Een man heeft ‘recht’ op nakomelingen van ‘eigen bloed’, en voor dat recht heeft hij – al klinkt dat niet erg romantisch – gewoon moeten betalen. Zo sprak Jacob met zijn oom Laban af dat hij zeven jaar bij hem zou werken om Rachel te verkrijgen (Gen.29:20).
    Ook vandaag de dag worden er – door zowel mannen als vrouwen – hoge kosten gemaakt om een gezin te stichten. Denk hierbij aan het kopen en inrichten van een woonhuis, de dagelijkse kosten voor levensmiddelen en de kosten van een schoolopleiding en/of studie voor het kind (of de kinderen).
    Naast het feit dat het plegen van overspel moreel en ethisch verwerpelijk is, is er juridisch gezien ook ‘contactbreuk’ gepleegd (c.q. oplichting / fraude). Als een man of vrouw met een ander de lakens deelt wordt de huwelijksovereenkomst dus zonder meer geschonden.
    En dan het erfrecht, dat speelt ook een belangrijke rol. Een vader of moeder wil immers dat zijn of haar nalatenschap naar de ‘eigen’ kinderen gaat, en niet naar ‘vreemden’.
    Om die reden staan er dan ook zware straffen op het plegen van overspel; zowel voor een vrouw die dat doet, als voor een man die zich aan de vrouw van een ander vergrijpt.”

      1. Willem Visser

        Ik vind het niet meer dan normaal dat je eigen vrouw jouw eigen kinderen baart. En ik denk dat een grote meerderheid van de bevolking dit ook vind. Ik denk ook dat wat u stelt: “Onze samenleving kan niets meer met deze normen” het standpunt is van een kleine groep ‘hippe vogels’ in onze samenleving…

        1. Ben Spaans

          Eenderde van de huwelijken strandt, van de relaties zonder boterbriefje nog meer. Zoveel hippe vogels zijn er nauw ook weer niet.
          Verder stranden relaties lang niet allemaal op ‘overspel’.
          Als de doodstraf erop zou worden toegepast bleven er weinig meer over…

  11. A. den Teuling

    Niet zo lang geleden stond er in het Nederlandse burgerlijk wetboek (en ongetwijfeld in veel andere West-Europese eveneens) dat een weduwe niet mocht hertrouwen binnen 250 dagen na het overlijden van haar man. Dat is als discriminatoir geschrapt.

    1. Willem Visser

      Vaak werd een rouwtijd van 2 x 9 maanden aangehouden, of die 250 dagen hiervan zijn afgeleid weet ik niet; het is in ieder geval niet Bijbels.

    1. Willem Visser

      Klopt, de doodstraf is al lang geleden afgeschaft in Nederland – en ik hoop dat deze niet wordt heringevoerd. Maar even voor de goede orde: ik geef weer wat Jezus leert en wat de Thora leert, en dat is niet per definitie mijn eigen opvatting. Ook Jezus zelf is vaak milder dan de Thora voorschrijft, zoals bij de overspelige vrouw (Joh.1:8-11) of het tonen van ‘begrip’ voor de homoseksuele medemens (Matt.19:10-13).

Reacties zijn gesloten.