Inscripties uit Arabië

De laatste decennia zijn er tienduizenden pre-islamitische en vroegislamitische rotsinscripties op het Arabische Schiereiland gevonden en voor een deel al uitgegeven. In tot dusver nog onbekende Semitische talen, in een verscheidenheid van alfabetten in verschillende stadie van ontwikkeling. Uitgaven van zulke inscripties zien er vaak nogal ontmoedigend uit; dat zal bij andere cultuurgebieden niet anders zijn. U kent ze misschien: veel tekstjes van één of anderhalf regeltje, veel puntje puntje puntje waar letters onduidelijk waren en tussen vierkante haken één of twee letters die de uitgever meende te kunnen aanvullen. In de tentatieve vertaling is dan bij voorbeeld te lezen dat X hier begraven ligt, of dat er iets gewijd wordt aan een bepaalde godheid.

Maar in de handen van specialisten zijn al die inscripties goud waard. Hele nieuwe talen worden er ontdekt (bijv. Safaïtisch), reeds bekende talen worden bekender, de ontwikkeling van diverse alfabetten is te volgen, handelsroutes en de verbreiding van stammen en staatjes over het schiereiland worden zichtbaar. Het is niet overdreven te zeggen dat de oude geschiedenis van Arabië door die inscripties geheel moet worden herschreven, inclusief het ontstaan van de islam. Maar het is allemaal nog zo nieuw; het zal nog even duren voordat er een handzaam geschiedenisboek op tafel ligt.

Voor het ogenblik wil ik twee inscripties tonen, waarvan ook niet-specialisten het belang voor de geschiedschrijving kunnen zien.

Allah en al-Rahman

Alle Koransoera’s op één na beginnen met de formule: bismillāh al-raḥmān al-raḥīm, wat  vertaald wordt als: ‘In naam van God, de barmhartige erbarmer,’ of: ‘de barmhartige, de erbarmer.’ Erbarmer is een raar Nederlands woord. Maar raḥīm is een adjectief, ‘barmhartig’ en raḥmān  is blijkbaar een substantief, dus daar moest iets voor gevonden worden, vandaar.

Uit sommige Koranverzen blijkt echter dat het vroeger niet zo maar een substantief was, maar veeleer een eigennaam, bij voorbeeld in 17:110:

Bidt tot Allāh of bidt tot al-Raḥmān. Hoe gij hem ook tot hem bidt, hij heeft de schoonste namen.

En in een aantal soera’s uit de Nöldekes ‘tweede Mekkaanse periode’1 wordt weinig over Allāh, maar vooral over al-Raḥmān gesproken.

Inderdaad is uit Oudzuidarabische inscripties vanaf het jaar 505 de god Raḥmānān bekend. Het was de Midden- en Zuid-Arabische high god van de hemel en de sterren. De uitgang -ān in zijn naam komt overeen met het bepaalde lidwoord in het koranische Arabisch, dus met het al- van al-Raḥmān. Deze god, zo heette het altijd, is in de Koran versmolten met de god Allāh. Dat gebeurde zo vaak met goden, men kent het ook uit de Bijbel en de Grieks-Romeinse Oudheid. En de Koran is streng monotheïstisch: voor een andere god dan Allāh was er geen plaats, dus Raḥmānān kreeg een ondergeschikte status: van eigennaam werd het een gewoon substantief en een attribuut van Allāh.

Een oudere samensmelting

Ahmad al-Jallad2 attendeert echter via Twitter op een interessante inscriptie uit Jemen, geschreven in het Oudzuidarabische zabur-schrift, in de zesde eeuw. Invloed van ‘de islam’ kan er dus niet zijn. Zijn transcriptie luidt:

bsmlh rḥmn rḥmn rb smwt
rzq-n m-fḍl-k w ʾṯr-n mḫh škmt ’ymn

Zijn vertaling komt in het Nederlands neer op:

In de naam van Allāh, Raḥmān, de barmhartige, de Heer der hemelen. Zegen ons met Uw gunst en verleen ons het beste daarvan: de gave van het geloof.

Waarom is deze inscriptie zo belangwekkend?

  1. Zij toont dat niet pas in de Koran, maar al ruim daarvóór de goden Allāh en Raḥmān aan elkaar gelijkgesteld werden.
  2. Zij biedt een pre-islamitische variant van de bovengenoemde formule waarmee Koransoera’s beginnen.

De inscriptie laat dus iets zien van de voorgeschiedenis van de islam.

Umars sterfjaar

Niet alle duizenden inscripties die op het Arabisch Schiereiland zijn gevonden zijn grafschriften of votiefteksten of gebeden. Ook daar krasten mensen gewoon hun namen op muren en stenen ter vereeuwiging van zich zelf: Kilroy was here! In Noordwest-Arabië, langs de weg van Medina naar Syrië, werd de volgende inscriptie ontdekt:

Bismillāh. Ana Zuhayr katabt zaman tuwuffiya ‘Umar sanat arba‘ wa-­’ishrīn.

In de naam van Allāh. Ik, Zuhayr, schrijf (dit) in de tijd dat ‘Umar ontsliep, in het jaar 24.

Deze inscriptie bevestigt

  1. het overgeleverde sterfjaar (= 644 AD) van kalief ‘Umar,
  2. de vroege invoering van de islamitische jaartelling,
  3. het vroege bestaan van de diacritische punten, waarmee het Arabische schrift sommige letters uit elkaar houdt.

De tekst is een slag voor al die moderne geschiedschrijvers, die het liefst van de vroeg-islamitische tijd helemaal niets meer over zouden laten.

Is de inscriptie wel echt? Ja, dat zal toch wel. Ik twijfelde even bij het woord tuwuffiya; dat klinkt zo onepigrafisch. Maar vlak bij de vindplaats van deze inscriptie is er nog een van Zuhayr, dat moet haast wel dezelfde persoon zijn:

Ana Zuhayr mawlā ibnat Shayba
Ik ben Zuhayr, de cliënt van Bint Shayba

Dat maakt een religieus geïnspireerde recente vervalsing onwaarschijnlijk. Nu ja, mijn mening telt niet in dezen, ik weet niets van epigrafie. Maar zolang vooraanstaande specialisten de tekst voor echt houden ga ik er maar van uit dat hij dat is.

Noten

  1. Nöldeke, Geschichte i, 127–43, vooral 121.
  2. Ahmad al-Jallad, voorheen te Leiden, nu in Groningen, is een coryfee op het gebied van Semitische epigrafie. Hij heeft een grammatica van het Safaïtisch geschreven en heeft al honderden, zo niet duizenden inscripties bewerkt in verscheidene oude Semitische talen. Al-Jallads bevindingen verschijnen natuurlijk ook in serieuze wetenschappelijke publicaties, maar dat duurt soms jaren en de ontwikkelingen op dit vakgebied gaan snel. Daarom kiest hij soms voor Twitter bij wijze van voorpublicatie.

Bibliografie

[Dit stuk verscheen oorspronkelijk op de eigen blog van Wim Raven.]

6 gedachtes over “Inscripties uit Arabië

  1. Huibert Schijf

    Als Amsterdammer kan ik maar een woord in Arabisch schrift lezen, want dat zie ik vaak op de etalages van snackbars: halal. Daarom vind ik die stukken van Wim Raven zo interessant. Ze gaan over een onderwerp waar ik niets van afweet en toch begrijpelijk zijn. Dit stuk had ik al op Grondslagen gelezen waar meer stukken van hem waren geplaatst. Zo herinner ik me dat fantastisch stuk over een detail bij de zijderoute. Dat zou ik ook graag willen herlezen.

Reacties zijn gesloten.