
Het bijbelse verhaal van Jona en de walvis was al heel populair onder de eerste christenen. Het is een zeer beeldend verhaal, dat samenhangt met de idee van de wedergeboorte, een belangrijk christelijk thema. Aangezien veel christenen uit eenvoudige milieus kwamen, konden zij niet lezen, en kenden zij de bijbel alleen mondeling of van afbeeldingen. Mozaïeken, sarcofagen en muurschilderingen beelden vaak het verhaal uit van Jona die door een grote vis werd opgeslokt en uitgespuwd. Af en toe wordt hij echter ook zittend of liggend onder een prieel afgebeeld. Dit deel van het verhaal is minder bekend en heeft betrekking op de volgende bijbelverzen:
Nadat Jona Nineve had verlaten, was hij aan de oostkant van de stad gaan zitten. Hij had er een hut gemaakt om in de schaduw af te wachten wat er met de stad zou gebeuren. Nu liet de HEER God een wonderboom opschieten om Jona schaduw boven zijn hoofd te geven en zijn ergernis te verdrijven. Jona was opgetogen over de boom. Maar de volgende morgen, bij het aanbreken van de dag, liet God de boom door een worm aanvreten, zodat hij verdorde.noot
Pompoen
In deze vertaling zit Jona onder een wonderboom, waarbij waarschijnlijk weinig mensen zich wat kunnen voorstellen. In de Latijnse vertaling van de eerste christenen stond cucurbita ‘pompoen’, en daarom zien we in alle antieke illustraties van dit verhaal een pompoenplant afgebeeld, soms zelfs met pompoenen. Een pompoenplant is misschien een beetje vreemd als je de schaduw opzoekt, maar hij heeft inderdaad grote bladeren en groeit graag woekerend, dus helemaal ongeloofwaardig is het niet.
Klimop
Het probleem ontstond toen Hiëronymus het Oude Testament opnieuw in het Latijn wilde vertalen, en niet uit het Grieks, zoals tot dan toe gebruikelijk was, maar rechtstreeks uit het Hebreeuws. De vertalers vóór hem kenden geen Hebreeuws en gebruikten daarom de Griekse vertaling van het Oude Testament, de zogenaamde Septuaginta.
Hij merkte dat de vertaling met ‘pompoen’ verkeerd was en koos in plaats daarvan voor ‘klimop’, een typische klimplant. Maar hij had geen rekening gehouden met de voorstellingen van zijn geloofsgenoten: die konden absoluut niets beginnen met de nieuwe vertaling.
Hiëronymus over de vertaalpraktijk
We weten dit uit een brief van Hiëronymus zelf aan Augustinus:
U beschuldigt mij ervan iets in de profeet Jona verkeerd te hebben vertaald. Een bisschop zou bijna van zijn priesterschap zijn beroofd door een volksopstand wegens een afwijkend woord. Maar wat ik verkeerd zou hebben vertaald, vermeldt u niet en ontneemt mij zo de mogelijkheid om mij te verantwoorden en, wat het ook moge zijn, het probleem op te lossen.
Of komt de pompoen uiteindelijk toch weer tevoorschijn, zoals vele jaren geleden, toen iemand (…) mij verweet dat ik ‘klimop’ in plaats van ‘pompoen’ had geschreven? In mijn Jona-commentaar ben ik hier uitvoerig op ingegaan. Hier beperk ik mij tot de opmerking dat waar de Septuagint ‘pompoen’ en Aquila en de rest ‘klimop’ vertaalden (…) in het Hebreeuws ‘ciceion’ staat en in het Syrisch ‘ciceia’. Dit is een plantensoort met brede bladeren naar het voorbeeld van wijnbladeren. Wanneer hij wordt geplant, groeit hij snel uit tot een struik, zodat het niet nodig is de stam en de takken te ondersteunen (zoals dat bij de pompoen en de klimop wel nodig is), aangezien de stam zichzelf op eigen kracht overeind houdt.
Dus als ik letterlijk vertaald had en ‘ciceion’ had geschreven, zou niemand het begrepen hebben. Als ik ‘pompoen’ had vertaald, dan had ik mezelf in tegenspraak gebracht met het Hebreeuws. Ik heb toen net als de andere vertalers voor ‘klimop’ gekozen.noot
Hiëronymus beschrijft hier heel mooi het probleem dat vertalers ook nu nog hebben: hoe vertaal je een woord dat niet bestaat in de doeltaal? Als hij letterlijk ciceion had geschreven, zou niemand hem hebben begrepen. Daarom kiest hij wat er het meest op lijkt: klimop. Maar zijn geloofsgenoten konden dit niet accepteren, omdat zij altijd een pompoenplant voor zich hadden gezien.
[Oorspronkelijk door Josine Schrickx gepubliceerd op de beëindigde website Grondslagen.net.]
Zelfde tijdvak
X Fretensis, het varkenslegioenoktober 11, 2023
Adeodatusaugustus 28, 2024
Herakles in Xinjiangnovember 9, 2024

Ik vraag me altijd af welke plant juist bedoeld wordt als men over een pompoen in de klassieke Oudheid spreekt (niet alleen hier, ook bij bv. de verpompoening van keizer Claudiud). Wat we in het Nederlands pompoen noemen, is immers een gewas dat pas vanaf de 16de eeuw vanuit Amerika naar Europa gebracht is. Waarschijnlijk is een soort kalebas of meloen bedoeld. Weet iemand het juiste antwoord?
Da’s een goeie. Watermeloen? Die werd al vrij vroeg geteeld. https://nl.wikipedia.org/wiki/Watermeloen
Cucurbita is een kalebas.
Eén kalebas schopte het zelfs tot “Holy Gourd of Jerusalem”.
Altijd interessant, vertaalproblemen! en leuk met die oude brief erbij.
Hieronymus schrijft: “…. in het Hebreeuws ‘ciceion’ staat en in het Syrisch ‘ciceia’. Dit is een plantensoort met brede bladeren naar het voorbeeld van wijnbladeren”.
Pieter Oussoren maakt daar met enige fantasie een “pijlsnelpalm” van.
Ik dacht dat de “wonderboom” van de NBV een vage vondst van hedendaagse vertalers zou zijn, maar wat blijkt: zij volgen hier de eerbiedwaardige oude Statenvertalers en het is een naam voor de Ricinus plant of struik.
Ook Martin Buber, die de Statenvertaling niet opengeslagen zal hebben, komt met de vertaling Rizinusstaude.
Dat het God ontgaan was dat Jona zelf al voor schaduw had gezorgd, een kniesoor die daarop let, de wonderboom was nodig om Jona de les te lezen …
Ps. en de Willibrord vertaling geeft ook ricinusboom.
Ik vind deze bijdrage moeilijk te begrijpen doordat er hedendaagse Nederlandse plantennamen gebruikt worden, om een probleem betreffende de naam van een plant in een Latijnse vertaling van rond 400 CE van een veel oudere Hebreeuwse tekst (welke?). Zo stapel je vertaalprobleem op vertaalprobleem en blijft het voor iemand, zoals ik, met een eenvoudige VWO opleiding zonder latijn, Grieks en Hebreeuws onduidelijk wat er nu aan de hand is..
Volgens mijn informatie verwijst ‘Kikayon’ in het hedendaagse Ivriet naar de boom die nu de wetenschappelijke naam *Ricinus communis” heeft en in het Nederlands, wonderboom of wonderolie boom genoemd wordt. Maar was dat ook zo in het Hebreeuws waar Hiëronymus zich op baseert?
Uit de blogpost blijkt dat ‘’pompoen’’ naar het woord ‘cucurbita’ in de Septuagint (250-50 BCE ) verwijst. Zoals andere, al opgemerkt hebben is het echter onwaarschijnlijk dat dit woord naar planten verwijst die onder het hedendaagse genus Cucurbita vallen (waaronder de pompoen en de courgette) omdat deze pas in de 16e eeuw in ons deel van de wereld bekend werden.
Er wordt niet verteld uit welke tijd de sarcofaag “Jona onder de wonderboom” dateert, noch wanneer deze de titel “Jona onder de wonderboom” kreeg. De plant lijkt inderdaad niet op een wonderboom, maar de vruchten op “Jona onder de wonderboom” lijken meer komkommers dan op pompoenen (en al helemaal niet op watermeloenen).
Josine Schrickx suggereert dat Hiëronymus voor ‘klimop’ kiest omdat een klimop meer lijkt op een wonderboom dan op een pompoen:
Met betrekking tot de relevante criteria is het niet waar is dat de klimop meer op een wonderboom lijkt dan de pompoen (het zijn beide klimplanten die ondersteuning nodig hebben, de bladeren van de klimop zijn minder breed dan die van de pompoen en de klimop groeit veel minder snel dan een pompoen).
Belangrijker: Hiëronymus heeft het niet over op elkaar gelijken, maar over al dan niet in tegenspraak zijn met het Hebreeuws
Echter zoals Hieronymus zelf aangeeft is ‘klimop’ net zozeer in tegenspraak met het Hebreeuws als ‘pompoen’: het zijn beide klimplanten die i.t.t. de wonderboom steun behoeven.
Het zal duidelijk zijn dat ik er geen jota van snap.
Beste Arno Wouters, “geen jota”… gelukkig is het een onbelangrijke kwestie en wellicht te moeilijk voor VWO-ers en HBS-ers (zoals ik), die ook geen Latijnse, Griekse of Hebreeuwse lettertjes voorgeschoteld kregen.
Maar de onbelangrijke vraag lijkt mij: waarom dachten de Statenvertalers Bogerman c.s. in de 17e eeuw, de veel later met Hebreeuws opgegroeide Buber, de vertalers van de NBV n hun voorgangers waaronder de katholieken, dat de door GOD, de HEER, of de ENE, of door wie dan ook opgeschoten struik met grote bladeren van zeg, 2500 jaar gelden, een Ricinus/wonderboom was?
Een Hebreeuwse ‘ciceion’ (in onze letters) en het zal toch geen toeval zijn dat ‘Kikayon’ – Ivriet ook een Ricinus is? En de beschrijving van Hieronymus lijkt er goed bij te passen.
Voor onvoldoend-opgeleiden met tijd over kan internet wellicht helpen?
Ik ga er daarbij van uit, dat alle vertalers hetzelfde Hebreeuwse woord voor ogen hadden, er zijn lezers van deze blog die dat uit hun hoofd zouden kunnen bevestigen.
Na wat zoeken wordt duidelijk dat Martin Luther in 1545 nog over een pompoen schreef (Kurbis).
Ook lees ik dat Hollanders de Ricinus/wonderboom bij Kaap de Goede Hoop zagen rond 1600, maar Bogerman c.s. beroepen zich daar niet op maar op een eerder verschenen geschrift, zie de aantekening bij Job IV:
– 14 Hebr Kikajon …. wonderboom, anders genaemd mollenkruyt, oftewel kruysboom, die in Egypte veel plach te wassen ende bekent te zijn met den name KIKI. Dit wast seer haestichlick en hooger op als de lengte van een man / met grote breede bladeren/ zijnde van verkoelende aert. Siet het kruytboeck van Dodoneus. (wrsch. Rembertus Dodonaeus: Cruijdeboeck van 1554, R).
Leuk toch? maar verder kwam ik ook niet. Latere vertalers zullen soortgelijke en/of meer informatie hebben gehad.
En wat Hieronymus betreft, die wilde geen ruzie en volgde gewoon andere vertalers en z’n veel latere collega Oussoren wilde origineel zijn vermoed ik.
Robbert schrijft:
Eh …. nee, voorzover ik de blogpost begrijp gaat het in die post helemaal niet over de Statenvertaling in de 17e eeuw, de NBV en hun voorgangers en andere Nederlands-talige vertalingen noch over de door jouw genoemde Duitse vertalingen, maar over de Latijnse bijbelvertaling die tussen 390 en 405 CE door Hiëronymus van Stridon in opdracht van paus Damasus werd gemaakt en die tegenwoordig bekend staat als de Vulgaat.
Bedankt voor alle reacties! Inderdaad is de cucurbita in het Nederlands een fleskalebas (in het Duits Flaschenkürbis, en Kürbis is Duits voor pompoen, ik moet toegeven, dat ik in Duitsland woon en erg in het Duits denk…).
Hieronymus is niet helemaal logisch in zijn keus voor klimop (hedera): hij zegt dat hij voor klimop kiest omdat ook andere vertalers dat gedaan hebben. Dus hij kiest in plaats van voor de ene verkeerde plant voor een andere (die hij er wellicht meer op vindt lijken). De kerkgangers vonden dit niet leuk…
Aha, dit lost een groot deel van mijn problemen (en die van Pieter en Saskia Sluiter hierboven) op!!
Het hedendaags Nederlandse “fleskalebas” verwijst namelijk, net als het het Duitse “Flaschenkürbis”, niet naar een plant uit het genus Cucurbita maar naar een plant met de wetenschappelijke naam Lagenaria siceraria.
Een Flachenkürbis is dus geen Kürbis, net zo als een walvis geen vis is.
En let op: de fleskalabas (Lagenaria siceraria) moet niet verward worden met de plant die we heden ten dage in Nederland flespompoen noemen (Cucurbita moschata). De flespompoen is anders dan de Flachenkürbis wel een pompoen,
In tegenstelling tot de soorten uit het genus Cucurbita dat van Zuid- en Middenamerikaanse origine is en pas in de 16e eeuw uit Amerika kwam, is Lagenaria siceraria van Oost-afrikaanse oorsprong en was in de Antieke Wereld weidverbreid (net als de Ricinus communis trouwens). Bovendien komen de bladeren en de vruchten op de sarcofaag “Jona en de wonderboom” (uit welke tijd dateert die?) overeen met de bladeren en vruchten van Lagenaria siceraria!
Het roept bij mij wel een vraag op over het huidige gebruik van “wonderboom” en over Hiëronymus’ argumentatie.
Volgens het Wikipedia artikel The Gourd and the Palm Tree is er een oud Perzisch verhaal waarin een fleskalabas (de gourd) een rol speelt die mij aan Jona’s boom doet denken. Wij kennen dit verhaal uit de fabels van Aesopes (620 – 564 BCE).
De wikipedia citeert een Amerikaanse versie van dit verhaal:
Zou het verhaal van Jona en de wonderboom misschien een toespelling zijn op dit oude perzische verhaal? Zo ja, zou het ‘ciceion’ in de tekst waar Hiëronymus zich op baseerde misschien toch naar een fleskalabas verwezen hebben?
Arno Wouters: uit je eerste reactie onderschrijf ik je kritische noten bij “Daarom kiest hij wat er het meest op lijkt: klimop” (Josine Schrickx) en bij “Dus als ik letterlijk vertaald had” (Hieronymus).
Het ging er echter mijns inziens in de kern om (Josine Schrickx): “hoe vertaal je een woord dat niet bestaat in de doeltaal?” (In dit geval een Hebreeuws woord in vulgair Latijn, R).
Hieronymu ontdekte dat de Septuagintvertalers (pompoen) en anderen (klimop) al geen juist woord hadden gevonden voor de bedoelde struik in Jona omdat het geen pompoen en geen klimop was. Kennelijk bestond er geen goed woord voor in het Latijn dus kwam er in de Vulgaat een woord (klimop) waarvan Hieronymus wist dat het verkeerd was.
Maar er is dus geen sprake van een “vertaalprobleem op vertaalprobleem”.
In mijn reacties zoomde ik in op de vraag hoe die struik in latere vertalingen dan wel genoemd zou worden. Luther pakte nog de pompoen maar al snel was er kennelijk een goed woord voor die struik in de doeltaal van de “Statenvertalers” (en vele opvolgers).
Had de reactie van Josine Schricks nog niet gelezen toen ik regageerde. Maakt de zaken verder duidelijk….
Ik hoop dat mijn reactie op Josine’s reactie duidelijk maakt dat dit wel het geval was.
Kikion.
In hun boek over Jona, getiteld ‘Als een duif naar het land Assur’ 1988, schrijven de auteurs W.J. Barnard en P. van ’t Riet op blz. 152:
“Een kikajoon. Waarschijnlijk moeten we bij de kiekajoon denken aan de Ricinus Communis, een struikachtige boomsoort, die zeer snel groeit en grote schaduwrijke bladeren voortbrengt. In het Grieks en in het Koptisch wordt dit gewas ‘kiki’ genoemd, waarin men verwantschap ziet met ‘Kiekajoon’ “.
Met een noot wordt daarbij verwezen naar het trefwoord ‘Castor-oil plant’ in de E.J. (Encyclopedia Judaica 1972).
N.B. Gabriël H. Cohn vertaalt in zijn proefschrift ‘Das Buch Jona’ 1969 blz 19, het woord kikion met ‘Rizinusstaude’: “Wir übersetzen wie BR Rizinusstaude”.
BR = Buber – Rosenzweig Bibelübersetzung, Freiburg.