
[Dit is het derde van vier blogs van Dieter Verhofstadt over de Langobardische cyclus. Het eerste was hier.]
De legende van Alboin, opgenomen in de Langobardische Cyclus, is het meest “waarheidsgetrouwe” deel. Ze gaat dan ook niet terug op het Dresdener Heldenbuch of andere sagen. De voornaamste en eerder geschiedkundige bron hier is de Langobardische geschiedschrijver Paulus de Diaken. Voor zijn Historia Langobardorum putte hij uit de Origo gentis Langobardorum, het Liber Pontificalis (Boek der pausen), de verloren gegane geschriften van Secundus van Trente en de Annalen van Benevento. Hij verwerkte tevens teksten van Beda de Eerbiedwaardige, Gregorius van Tours en Isidorus van Sevilla.
De historische Alboin
De historische Alboin, zoals we die kennen via Paulus de Diaken, was inderdaad koning van de Langobarden, tussen 560 en 572. De Langobarden en hun buren, de Gepiden, bewoonden toentertijd de Pannonische vlakte: zeg maar westelijk Hongarije. Audoin, vader van Alboin, was in oorlog met Thurisind, koning der Gepiden. In de slag bij Asfeld (552) doodde Alboin een zoon van Thurisind, Turismod.noot
De Byzantijnse keizer Justinianus kwam tussenbeide om het evenwicht te herstellen. In ruil voor zijn steun aan de Gepiden zou hij de regio Sirmium in het huidige Servië verwerven. Zijn opvolger Justinus II stuurde een leger onder leiding van Baduarius, dat samen met de Gepiden de Langobarden van de intussen koning geworden Alboin versloeg.
Alboin en de Avaren
Die zocht vervolgens steun bij de Avaren, de dominante kracht op de Pontische Steppe. In 567 namen de troepen van Alboin vanuit het westen en de Avaren vanuit het oosten de Gepiden in een omknelling. De Gepiden werden verpletterd, het volk quasi uitgeroeid, koning Cunimund werd gedood, en zijn dochter Rosamund werd gedwongen te trouwen met Alboin.
Volgens de overlevering van Paulus de Diaken stuurden de Avaren de schedel van Cunimund naar Alboin, als gift maar ook als waarschuwing. Die zou zijn vrouw gedwongen hebben te drinken uit de schedel van haar vader. Die wreedheid bezegelde zijn lot: zij zou hem laten doden door een knecht, Helmigis, met wie ze vervolgens op de vlucht sloeg, mogelijk met hulp van de Byzantijnse keizer.
Naar Italië
Tegen dan hadden de Langobarden onder Alboin zich echter al gevestigd in het huidige Lombardije. Kort na de overwinning op de Gepiden moet Alboin beseft hebben dat de hem – apocrief – opgestuurde schedel niet bij een waarschuwing zou blijven. De Avaren waren te sterk en te zeer belust op de vruchtbare Pannonische vlakte. Hij trok met zijn volk de Julische Alpen over en nam zonder slag of stoot de regio van Friuli in.
Hoewel de chronologie van de diverse bronnen niet erg goed overeenstemt, is het wel aannemelijk dat het noorden van Italië op dat moment vrij in te nemen was. De Byzantijnen hadden nog maar net de regio heroverd op de Ostrogoten, die politiek en militair verzwakt waren na de dood van Theodorik de Grote. De Gotische oorlog van 534-535 tussen Byzantium en de Ostrogoten had de streek ontvolkt en verpauperd. De zegevierende Byzantijnen hadden het echter druk gekregen elders, met de Avaren en de Sassaniden.
Opgravingen tonen alvast geen sporen van gewelddadig conflict in 567. Wel zijn er sporen van de intocht in Ligurië (569). De Byzantijnse verdedigingsmacht capituleerde overal vrij snel, hetzij door overloperij, hetzij door terugtrekking. Pas in Ticino ondervond Alboin weerstand van het garnizoen. Het duurde drie jaar eer de stad in handen van de Langobarden viel.
Oorlog in Italië
Ondanks de vlotte verovering van Noord-Italië had Alboin moeite om zijn eigen volk in het gareel te houden. Hij had naar Romeins en Gotisch model een hertogdom gesticht, maar de Langobarden hadden geen feodale traditie. De feitelijke macht lag bij het leger, waar succesvolle generaals een grotere loyaliteit van hun krijgers genoten dan de koning. Een legitieme politieke entiteit opbouwen werd bemoeilijkt doordat hij Italië was binnengekomen als vijand van de historische Romeinse staat, terwijl de Ostrogoten initieel nog beschouwd werden als vazallen. De Langobardische inval had bovendien de lokale adel en clerus dooreen geschud of verdreven, terwijl die tijdens het Gotisch bewind deel hadden uitgemaakt van het establishment.
De Langobardische invasie stokte en desintegreerde. In het Westen werden hun aanvallen teruggeslagen door Mummolus, een Gallo-Romeinse generaal in dienst van de Bourgondische koning Guntram. Bij de invasie van het zuiden speelde Alboin geen rol van betekenis meer. Na zijn dood zouden krijgsheren Faroald en Zotto het centrum en zuiden van Italië binnenvallen voor eigen rekening.
Het einde van Alboin
Alboin werd in 572 vermoord in zijn paleis. Afhankelijk van de bron werd de moord uitgevoerd door Helmigis, handlanger van Rosamund en wapenier van de koning, of Peredeo, een kamenier van de koning die verleid was door Rosamund. Volgens de vermelde geschiedschrijving trouwde Rosamund met Helmigis en bezetten ze samen de troon. Ze konden rekenen op de steun van de in de Langobarden opgegane Gepiden, het leger (dat uit was op stabiliteit) en vermoedelijk ook van de Byzantijnse keizer, die de Langobardische macht wou breken.
Toch mislukte de staatsgreep, doordat machtige krijgsheren zich verzetten en hun eigen man, Cleph, op de troon zetten. De minnaars zouden dan naar Ravenna vluchten, met hulp van de Byzantijnse exarch Longinus, waar ze ruzie kregen om een meegesleepte schat en elkaar om het leven brachten, waardoor de schat (opnieuw) in Byzantijnse handen kwam. Ook Cleph werd vermoord door een slaaf, opnieuw vermoedelijk met Byzantijnse hulp.
Toch zou het Lombardische rijk standhouden tot 774, toen Karel de Grote het veroverde. Op dat moment was er in de regio een Langobardische identiteit ontstaan, die het hertogdom als geheel zou doen overgaan van de ene grootmacht op de andere, tot aan de eenmaking van Italië in de negentiende eeuw.
Guerbers Alboin
De verschillen met het verhaal van Guerber zijn, zoals gezegd, gering. In haar legende gaat Alboin naar Thurisind, om hem de wapenrusting van zijn zoon te vragen, die Alboin eerder heeft vermoord – hier wordt gealludeerd op Turismod, die echter niet bij naam wordt genoemd. Verder verslaan bij Guerber de Langobarden zelf de Ostrogoten. De dienaar Peredeo wordt de reus Perideus. Na de dood van Alboin valt de Lombardische scepter in de handen van Rother. Deze mythische figuur stelt mogelijk de historische Rothari voor, die tussen 636 en 652, dus een goede eeuw na Alboin, koning der Lombarden was.
Vanaf hier gaat Guerbers “Langobardische Cyclus” verder met het episch gedicht van König Rother, dat dateert uit de twaalfde eeuw, overgeleverd in een manuscript gevonden te Heidelberg. Anders dan het stuk over Alboin, heeft het geen verankering in reële geschiedenis en gebruikt het voornamelijk fantastische elementen uit de mythologische traditie: de queeste, de strijd met reuzen en draken, de steun van bevriende krijgers, een verre vijandelijke koning, vader van de begeerde bruid en een in dit geval gunstige afloop. De verbinding tussen de waarheidsgetrouwe geschiedenis van Alboin met het episch gedicht van Rother, via de Lombardische koning Rothari, tot een Langobardische Cyclus is echter helemaal voor de rekening van Helene A. Guerber en als zodanig overgenomen door haar kopiist Hans P. Keizer.
***
Wordt vervolgd. Dit was het derde van vier blogs van Dieter Verhofstadt over de Langobardische cyclus. Dank je wel Dieter!
Zelfde tijdvak
Romeins Recht (3): Justinianusoktober 5, 2023
Het einde van de Oudheidmei 10, 2024
De Maghreb in de Late Oudheid (2)augustus 21, 2025

‘De queeste, de strijd met reuzen en draken, de steun van bevriende krijgers, een verre vijandelijke koning, vader van de begeerde bruid en een in dit geval gunstige afloop.’
Doet me denken aan het verhaal van Jason en Medea en de verovering van het gulden vlies in Colchis.