De zegels uit de Openbaring van Johannes

Apollo in actie (Glyptothek, München)

Een bevriende Jehovah’s Getuige heeft me weleens geattendeerd op de manier waarop zijn geloofsgenoten teksten als de Openbaring van Johannes interpreteren. Ze lezen die, zoals generaties christenen voor hen, als voorspellingen die in de eigen tijd in vervulling gaan. Ik zal geen grappen maken over het almaar uitblijven van de Jongste Dag. Al was het maar omdat Jehovah’s Getuigen ook geen grappen maken over historici. Ik lees de Openbaring echter wel anders: het lijkt me een troostschrift voor mensen in vervolgingstijd. Maar toch. Soms is het moeilijk bij deze tekst niet te denken aan de huidige gebeurtenissen.

Vier zegels

Neem de vier ruiters uit Openbaring 6. Het Lam (Christus) verbreekt de zeven zegels van een boekrol en bij de eerste vier verschijnt steeds een paard. Om te beginnen een wit ros met een zegevierende boogschutter. Nadere toelichting ontbreekt. Het is op zichzelf niet per se negatief. Dat geldt niet voor de rest van het apocalyptisch concours hippique. Het volgende paard, vuurrood van kleur, brengt een zwaardvechter met de opdracht de vrede uit de wereld te verdrijven. Een ruiter op een zwart paard brengt graanschaarste en hongersnood. De Dood zelf berijdt een lijkbleek paard. “En het Dodenrijk vergezelde hem.”

Oorlog, honger en dood: alleen een epidemie ontbreekt om er een perfecte voorspelling van de huidige situatie in te zien. En weet je, er is niet zoveel nodig om de bereden boogschutter te interpreteren als een aankondiging van een nare ziekte. Elke antieke lezer, heidens of joods of christelijk, zou in de boogschutter immers Apollo hebben herkend. En voilà: de vier ruiters van de Apocalyps zijn zo een voorspelling van ons tijdgewricht.

U kunt de exercitie zelf herhalen voor n’importe welk ander jaartal. Deze tekst is multi-interpretabel.

Het vijfde zegel

Hierop volgt een passage die ik voor mij interessanter vind.

Toen het lam het vijfde zegel verbrak, zag ik aan de voet van het altaar de zielen van al degenen die geslacht waren omdat ze over God hadden gesproken en vanwege hun getuigenis. Ze riepen luid: “O heilige en betrouwbare Heer, wanneer zult u de mensen die op aarde leven eindelijk straffen en ons bloed op hen wreken?” (Openbaring 6.9-10; NBV21)

Dit is geen devoot gekwezel maar een verwijt aan God en een oproep tot wraak. Niks andere wang. En een alleszins begrijpelijk verlangen. Evengoed krijgen de gedode geloofsgetuigen te horen dat ze nog maar even hebben te wachten, en wel

totdat ook de andere dienaren, hun broeders en zusters die net als zij zouden worden gedood, zich bij hen gevoegd zouden hebben. (Openbaring 6.11)

Het zesde zegel

En dan is er de opening van weer een zegel.

De zon werd zwart als een rouwkleed en de maan werd bloedrood. De sterren vielen op de aarde, zoals late vijgen die door een stormwind van de boom worden gerukt. De hemel scheurde los en rolde zich als een boekrol op. Geen berg of eiland bleef op zijn plaats. (Openbaring 6.12-14)

Dit is een omgekeerd Scheppingsverhaal: de wereld houdt op te bestaan. We lezen vervolgens dat mensen zich verstoppen in spelonken en tussen de rotsen. Dat beeld is ontleend aan Jesaja 2. Wat mij boeit is de opsomming van iedereen die zich uit de voeten maakt:

  • οἱ βασιλεῖς τῆς γῆς: de koningen der aarde – en bedenk dat ook de Romeinse keizer, die zichzelf in het Latijn bescheiden aanduidde als princeps, “eerste”, door Griekssprekenden zonder meer werd aangeduid als basileus, “koning”
  • οἱ μεγιστᾶνες: machthebbers, een woord dat werd gebruikt werd voor senatoren en provinciegouverneurs
  • οἱ χιλίαρχοι: de commandanten van de legioenen
  • οἱ πλούσιοι: de steenrijken, zeg maar de mensen die in een provincie de dienst uitmaakten
  • οἱ ἰσχυροὶ: de sterken, zeg maar de stedelijke elite
  • πᾶς δοῦλος: elke slaaf
  • ἐλεύθερος: een vrije

Ik zou de slaven als laatsten hebben verwacht. Zeker, ze waren niet de absolute losers van de oude wereld. Dat waren de dagloners. Maar niet elke vrije was dagloner. De stedelijke ambachtslieden en de boeren, samen de meerderheid van de antieke bevolking, zijn afwezig. Ik heb daarvoor geen verklaring.

Uitblijvende vergelding

Ik zou ook hebben verwacht dat dit kosmische cataclysme de wraak zou zijn waar bij het vijfde zegel van werd gesproken, maar dat is niet het geval. Op de Jongste Dag lijdt de hele mensheid. De vergelding en de beloning blijven uit. Dit is een grimmige toekomstvisie.

De Openbaring van Johannes vermeldt nog een zevende zegel, maar daarover hebben we het een andere keer.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

4 gedachtes over “De zegels uit de Openbaring van Johannes

  1. Alexander Smarius

    “Oorlog, honger en dood: alleen een epidemie ontbreekt om er een perfecte voorspelling van de huidige situatie in te zien.”

    In vers 8 staat óók “dodelijke ziekten” in de NBV21. Het woord θάνατος, dat normaal gesproken een algemene aanduiding is voor de dood, kan volgens Bauers Greek-English Lexicon of the New Testament ook “a particular manner of death” inhouden en “fatal illness, pestilence” betekenen; in het lemma wordt deze passage, Openbaring 6:8, als voorbeeld genoemd.

    1. Karel van Nimwegen

      Aanvullingen, nieuwe ideeën, verder denken, discussie: dit is waarom deze blog zoveel interessanter is dan de ckickbait in de krant of de eenzijdigheid van tijdschriften of TV.

  2. Robbert

    Jona: de Openbaring van Johannes als “…een troostschrift voor mensen in vervolgingstijd”. Wellicht, op het eind worden de heiligen immers nog heiliger.
    Evenzogoed kan deze opeenstapeling van geweldsfantasieen bedoeld zijn om de toehoorders nog meer schrik aan te jagen: blijf bij de kudde …

Reacties zijn gesloten.