Een hond uit Lesbos

Hond op een wijnvat (Römisches Museum, Augsburg)

Het project Inscriptiones Graecae, een uitgave van alle bekende Griekse inscripties, werd gestart in 1825 en loopt nog steeds. Er zijn nu negenenveertig geografisch geordende delen klaar, maar het eind is nog niet in zicht. Logisch: er duiken nog altijd nieuwe inscripties op. De meeste delen van IG bestaan weer uit meerdere boeken, en de inscripties zijn allemaal genummerd. Een volledige verwijzing naar een inscriptie ziet er dus bijvoorbeeld zo uit: IG XII,2 458. In IG XII staan alle bekende inscripties van de eilanden in de Egeïsche Zee, behalve die van Delos. (Er zijn zoveel Delische inscripties dat daarvoor heel deel XI is gereserveerd.) En ‘onder-deel’ IG XII,2 beperkt zich dan weer tot de inscripties uit Lesbos en Tenedos (dat laatste eiland is het huidige Turkse Bozcaada).

Toevallig is IG XII,2 458 de inscriptie waarover ik het hier wil hebben. Hij is gevonden in Mytilene (het huidige Mitilíni), de hoofdstad van Lesbos. Maar wie hem inderdaad daar (of waar dan ook) aantreft, verdient een eervolle vermelding in de IG. Want IG XII,2 458 is al meer dan een half millennium spoorloos. Voor het laatst gezien omstreeks 1450 door Cyriacus van Ancona.

Cyriaco op Lesbos

Cyriaco d’Ancona (Cyriacus van Ancona, 1391 – ca. 1452) was een antiquariër, een woord dat Van Dale niet kent. Het betekent dat d’Ancona belangstelling had voor de materiële overblijfselen van de Oudheid. Die overblijfselen stelden hij en andere antiquariërs tegenover de overgeleverde klassieke teksten, die juist in de tijd (de Renaissance) door humanistische geleerden kritisch gelezen begonnen te worden. De studie van inscripties, munten en ruïnes bleek niet slechts een aanvulling op die teksten, maar wierp er niet zelden een heel nieuw licht op. De Oudheid bleek niet beperkt tot literatuur – en literatuur bleek niet het laatste woord over de Oudheid.

Cyriaco was eigenlijk vooral nieuwsgierig. Afkomstig uit een handelsfamilie reisde hij eerst uit commerciële overwegingen, maar later gewoon uit belangstelling, over heel het oostelijke Middellandse Zeegebied. En altijd op zoek naar antiquiteiten. Uit zijn dagboek, 28 oktober 1444:

Nadat de prinsen en vooraanstaande mannen (uit de buurt van Troje, GMK) mij hartelijk hadden ontvangen, lieten zij mij op deskundige manier alle belangrijke plaatsen in de stad zien: eerst zagen wij buiten de stad, op van vijf stadia (ca. 1 km) van de stadsmuren, het opmerkelijke Trojaanse graf van Priamus’ zoon Polydorus, dat bestond uit een grote hoop aarde. Met Cristoforo reden we te paard naar de top van de heuvel (…) Toen we vervolgens de stad overal nauwkeuriger verkenden, zagen we talrijke sporen van haar grote ouderdom: enorme marmeren beelden van verschillende figuren, maar voor het grootste deel in puin. We onderzochten talrijke kapotte standbeelden met inscripties, waarvan het begin en einde ontbrak.

Cyriaco heeft zo’n duizend Grieks en Latijnse inscripties keurig overgeschreven. De meeste daarvan zijn nu verdwenen. Zo ook IG XII,2 458: wél bewaard, maar niet meer aanwezig.

Graf-epigram

IG XII,2 458 is een graf-epigram. Zo’n vierregelig gedichtje waarvan we heel wat hebben, vaak met de strekking

Hier rust NN, geliefd maatje (in het Grieks: sumbios, ‘samenlever’) van NN. Haar man/vrouw heeft deze steen laten plaatsen, als herinnering aan een bijzonder mens. Moge de aarde licht op hem/haar drukken.

XII,2 458 past naadloos in dat genre. Op één onderdeel na. De overledene is nu geen mens, maar een hond. Om precies te zijn: een teef. Haar baas heette Balbos; misschien suggereert de inscriptie dat hij zeeman was. Dateren is lastig zonder dat we de steen zelf hebben. Balbos is een Latijnse naam (Balbus); de inscriptie zal dus uit de Romeinse tijd dateren. Misschien uit de eerste of tweede eeuw na Christus.

Tekst & vertaling

Ik was met heel andere dingen bezig toen ik het grafschrift tegenkwam. Maar om de een of andere reden trof me. Hieronder dus IG XII,2 458, met dank aan Cyriaco d’Ancona. Eerst in het Grieks, dan in een eigen, onbeholpen vertaling:

τὴν κύνα Λεσβιακῆι βώλωι ὑπεθήκατο Βάλβος
εὐξάμενος κούφην τῆι κατὰ γῆς σκύ[λ]α[κι],
δουλίδα καὶ σύμπλουν πολλῆς ἁλός. [εὐ]κ[τ]ὰ παράσχοις
ἀνθρώποις, ἀλόγοις ταῦτα χαριζομέν[η].

Hier, in de aarde van Lesbos, begroef Balbus z’n hond.
Zijn gebed: dat de aarde niet al te zwaar zou wegen op haar daaronder,
zijn hond, zijn hulp, zijn vaargezel op zovele zeeën –
‘Aarde, wat jij aan mensen geeft, gun dat ook aan dieren.’

[Oorspronkelijk door Gert Knepper gepubliceerd op de beëindigde website Grondslagen.net.]


Mithras in Dormagen

juni 24, 2013

Mušov

december 19, 2015
Deel dit:

10 gedachtes over “Een hond uit Lesbos

  1. Remco

    Wat een leuke bijdrage!

    De Griekse tekst is wat merkwaardig, met de opvallende wisseling naar een accusativus in r. 3 na de tussenliggende dativus τῆι … ϲκύλακι, en daarna de overgang naar de aanroep van de aarde. Beide zijn wel te begrijpen.

    Ik heb lang zitten kijken naar ταῦτα in r. 4. De editie in IG geeft dat ook maar zou ταὐτά daar niet beter zijn, ‘dezelfde dingen’?

    1. Gert M. Knepper

      Het Grieks kraakt inderdaad behoorlijk, maar dat vind ik juist wel charmant. En wat betreft dat ταῦτα van IG: helemaal met je eens, ook ik zou voor ταὐτά kiezen en heb dat in m’n poging tot vertaling in feite ook al gedaan: ‘dat ook’.

  2. Saskia Sluiter

    Kijk, daar word je nu altijd zo blij van bij Mainzer Beobachter. Van dat soort stukjes in de ochtend,
    Dank u wel meneer Knepper!

  3. Huibert Schijf

    Een interessant verhaal, ook als je geen Grieks kent. Was Cyriaco zo bekend gebleven dat samenstellers van de Inscriptiones Graecae hem als bron konden raadplegen? Hebben ze dat vaker met andere nagelaten bronnen gedaan?

  4. Robbert

    Interessant verhaal en zeker leuk!
    De hond van Balbus zal beter gevoed zijn dan de hond op het wijnvat.

  5. Ik vind dit ook schitterende leeskost.
    Een kleine opmerking bij “….antiquariër, een woord dat Van Dale niet kent”… Een groot deel van de Nederlandse woordenschat staat niet in Van Dale, in het bijzonder specialistisch en vaktechnisch jargon, namen van dieren en van planten. Vaak staan die wel in ENSIE of in encyclo.nl

  6. Peter Verhaak

    Domme vraag: Ik heb altijd begrepen dat Heinrich Schliemann Troje in de 19e eeuw “ontdekte”. Maar Cyriaco wist blijkbaar dat hij op die plek graven van Trojaanse prinsen kon vinden. Hoe zat dat met de “ontdekking” van Troje?

    1. Gert M. Knepper

      Helemaal geen domme vraag, integendeel. Cyriaco was inderdaad niet op de plek die tegenwoordig veelal met het Homerische Troje wordt geïdentificeerd. Hij bezocht waarschijnlijk de 15 kilometer verderop gelegen antieke havenstad (Alexandria) Troas. De ‘standbeelden met inscripties’ die hij er aantrof wijzen ook in die (of een dergelijke) richting.

Reacties zijn gesloten.