Het einde van de wereld

Twee jaar geleden blogde ik over de Tweede Brief van Petrus. Het detail dat ik eruit lichtte was de spot die voor de eerste christenen moet hebben behoord bij de dagelijkse ervaringen. Wie gelooft in de terugkeer van een messias en het einde van de wereld, krijgt natuurlijk opmerkingen te horen. “Nou, waar blijft ’ie dan, die gekruisigde praatjesmaker van je?”noot 2 Petrus 3.4; Lucianus documenteert “gekruisigde praatjesmaker”. Je leest in 2 Petrus wat een christelijke visser, huisvrouw of timmerman zo nu en dan hoorde. Speelse plagerijen, zeker, en we moeten het niet groter maken dan het is, maar ook goedmoedige plagerijtjes voorzien iemand van een etiket dat zo iemand in tijden van vervolging stigmatiseert. Een geintje is leuk, maar leuk is niet altijd geinig.

Het einde van de wereld

Aan de voorspelling van de Eindtijd in 2 Petrus is echter veel meer te ontdekken. Het ziet er niet best uit. Dit is een anti-schepping, een omgekeerd Genesis.

De hemelsferen zullen die dag met luid gedreun vergaan, de elementen gaan in vlammen op, de aarde en alles wat daarop gedaan is verdwijnt. noot 2 Petrus 3.10; NBV21.

Lees verder “Het einde van de wereld”

Het ontstaan van het Kalifaat (2)

De moskee in Damascus, de eerste hoofdstad van het Kalifaat van de Umayyaden.

In het vorige blogje noemde ik enkele complicaties bij het traditionele beeld van het ontstaan van het Kalifaat. Hier zijn er nog een paar.

Monotheïsmes

Om te beginnen Mohammeds Arabische monotheïsme. Dat hij zich richtte tot mensen die Arabisch spraken, staat als een paal boven water. Maar hij was niet de eerste Arabische monotheïst. De meeste in het Arabisch gestelde religieuze inscripties uit de Late Oudheid zijn monotheïstisch. De belangrijkste auteur over het leven van de profeet, Ibn Ishaq, vermeldt al monotheïsten die vóór Mohammed actief waren in Mekka. Een in 2019 door Ahmad al-Jallad geïdentificeerde inscriptie uit Jemen bewijst dat de god van Mekka, Allah, en de al eerder vereerde enige hemelgod Rahman, al vóór Mohammed waren “gefuseerd” tot één godheid, en dat ook de formule “In de naam van Allah, de barmhartige, de genadevolle” op dat moment al bestond.

Lees verder “Het ontstaan van het Kalifaat (2)”

Het apocalyptisch zegel

Zegel met de tekst “MNHMONEYE MOY” (“denk aan mij”; Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De Openbaring van Johannes is een opstapeling van mystieke beelden. De visionair ziet God op zijn troon in de hemel, omgeven door wonderlijke wezens. God geeft een verzegelde boekrol aan een met messiaanse titels aangeduid Lam, dat de zegels kan verbreken. Bij het verbreken van de eerste vier verschijnen de beroemde ruiters van de apocalyps, die de vreselijkste dingen brengen naar de aarde. Het vijfde zegel gaat open en Johannes ziet de zielen van de martelaren, die God vragen hoe lang ze nog moeten wachten tot hun bloed zal worden gewroken. Ze krijgen te horen dat ze nog even moeten wachten tot er voldoende martelaren zijn. Zegel zes: natuurrampen.

Kortom, de Jongste Dag is aangebroken. De aarde vergaat en het is de vraag wat er met de mensen zal gebeuren. En dan is er ineens een pauze.

Lees verder “Het apocalyptisch zegel”

De economische crisis van de Derde Eeuw

Afname van het zilvergehalte in de Romeinse munten van Augustus tot de crisis van de derde eeuw; elke staaf geeft een keizer aan (klik=groot)

Ik blogde eind vorig jaar al over de Crisis van de Derde Eeuw. Het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, beschrijft die iets anders, maar behandelt dezelfde factoren. De nadruk ligt daarbij op het militaire aspect. De Sassanidische Perzen waren vervaarlijk, net als nieuwe Germaanse federaties, zoals de Franken. De Romeinse suprematie was niet meer vanzelfsprekend. (Zelf zou ik het cliché dat de Romeinen weleens een “verpletterende nederlaag” leden, niet hebben gebruikt.)

Omdat er na de dood van keizer Severus Alexander in 235 geen algemeen aanvaarde dynastie meer was, was de macht onzeker. Het keizerschap degenereerde tot militaire despotie en we duiden de jaren tot 284 wel aan als de tijd van de Soldatenkeizers. De grens tussen keizer, tegenkeizer en usurpator was vloeiend. Keizer Gallienus zou het leger hebben hervormd door grote mobiele eenheden te formeren, bestaand uit betrekkelijk veel cavalerie en infanterie uit de aloude legioenen. Postumus’ aanpassing van de grensverdediging, die zo mooi is gedocumenteerd in de Lage Landen, blijft opmerkelijk genoeg onvermeld. Ik kom hierop in een volgend blogje terug. De militarisering van de samenleving had gevolgen:

Lees verder “De economische crisis van de Derde Eeuw”

De wederopstanding

Lazarus (Catacombe van Callixtus, Rome)

De geschiedenis van Lazarus veronderstel ik bekend: Jezus wekte de broer van Maria en Marta op uit de dood. Afgaande op de vele vroegchristelijke afbeeldingen en op het feit dat men op Cyprus al vroeg het (tweede) graf van Lazarus vereerde, was het een populair verhaal. Logisch ook: Lazarus kon gelden als bewijs voor het christelijke geloof dat de dood niet het einde was.

Het Lazarusverhaal illustreert ook hoe in de oude wereld de hiernamaalsverwachting in ontwikkeling was. Zoals gastauteur Alexander Smarius op deze blog al eens vertelde, geloofden de meeste mensen dat je na je overlijden

  • óf er helemaal niet meer was
  • óf op een of andere manier voortleefde, bijvoorbeeld als schim in de onderwereld of in een of andere vorm.

In beide scenario’s vormde de dood het definitieve einde van dit leven. Het verhaal van Lazarus toont nu dat de toenmalige mensen een derde mogelijkheid waren gaan overwegen: de dood als intermezzo. Anders gezegd: je leeft, sterft en komt opnieuw tot leven.

Lees verder “De wederopstanding”

Nogmaals Judas

Judas, Brutus en Cassius in de muil van de duivel (Baptisterium van Florence)

Een tijdje geleden blogde ik over Judas Iskariot, over wie ik concludeerde dat we er eigenlijk maar weinig over weten. De bronnen vertellen dat hij Jezus uitleverde en sommige noemen hebzucht als motief. We moeten het daarmee doen. Nog even wat kanttekeningen.

1.

Ik had iets over het hoofd gezien. In Marcus 14 en Johannes 12 zalft een vrouw Jezus met kostbare olie.

Marcus 14.4-5: Sommige aanwezigen zeiden geërgerd tegen elkaar: “Waar is deze verkwisting goed voor? Die olie had immers voor meer dan driehonderd denarie verkocht kunnen worden, en dat geld hadden we aan de armen kunnen geven.” Ze voeren tegen haar uit.

Johannes 12.4-6: Judas Iskariot, een van de leerlingen, degene die hem zou uitleveren, vroeg: “Waarom is die olie niet voor driehonderd denarie verkocht om het geld aan de armen te geven?” Dat zei hij niet omdat hij zich om de armen bekommerde. Hij was een dief: hij beheerde de kas en stal eruit.

Lees verder “Nogmaals Judas”

De zegels uit de Openbaring van Johannes

De vier ruiters van de Apocalyps (Troyanklooster)

Een bevriende Jehovah’s Getuige heeft me weleens geattendeerd op de manier waarop zijn geloofsgenoten teksten als de Openbaring van Johannes interpreteren. Ze lezen die, zoals generaties christenen voor hen, als voorspellingen die in de eigen tijd in vervulling gaan. Ik zal geen grappen maken over het almaar uitblijven van de Jongste Dag. Al was het maar omdat Jehovah’s Getuigen ook geen grappen maken over historici. Ik lees de Openbaring echter wel anders: het lijkt me een troostschrift voor mensen in vervolgingstijd. Maar toch. Soms is het moeilijk bij deze tekst niet te denken aan de huidige gebeurtenissen.

Vier zegels

Neem de vier ruiters uit Openbaring 6. Het Lam (Christus) verbreekt de zeven zegels van een boekrol en bij de eerste vier verschijnt steeds een paard. Om te beginnen een wit ros met een zegevierende boogschutter. Nadere toelichting ontbreekt. Het is op zichzelf niet per se negatief. Dat geldt niet voor de rest van het apocalyptisch concours hippique. Het volgende paard, vuurrood van kleur, brengt een zwaardvechter met de opdracht de vrede uit de wereld te verdrijven. Een ruiter op een zwart paard brengt graanschaarste en hongersnood. De Dood zelf berijdt een lijkbleek paard. “En het Dodenrijk vergezelde hem.”

Lees verder “De zegels uit de Openbaring van Johannes”

Gesprekken van alledag

Petrus (Zeno-kapel, Santa Prassede, Rome)

De bronnen uit de oude wereld zijn doorgaans geschreven door rijke mannen van een zekere leeftijd. De rest van de bevolking was grotendeels ongeletterd. En te arm. Voor de meeste mensen was leven vooral overleven. Een van de leuke trekken van het Nieuwe Testament is dat we gewone mensen horen praten. Vissers, huisvrouwen, een enkele prostituee, een tollenaar, timmerlieden. Let wel: dit waren niet de allerarmsten. Mensen als Petrus en zijn broer Andreas waren welvarend genoeg om een tijdje vrijaf te nemen en mee te gaan met een rondtrekkende plattelandsmessias.

Maar toch: we horen voor de verandering eens wat andere stemmen. Soms klinken die indirect, zoals in de Tweede Brief van Petrus. De auteur refereert aan het dagelijks leven van de gelovigen. Gelovigen die er zeker van waren dat de Jongste Dag heel nabij was:

De dag van de Heer zal komen als een dief. De hemelsferen zullen die dag met luid gedreun vergaan, de elementen gaan in vlammen op, de aarde en alles wat daarop gedaan is verdwijnt. (2 Petrus 3.10; NBV21)

Lees verder “Gesprekken van alledag”

Johannes de Doper en het christendom

Bethanië, waar Johannes de Doper Jezus zou hebben gedoopt

Ik heb de afgelopen tijd de teksten over Johannes de Doper doorgenomen: de aankondiging van zijn geboorte, zijn prediking en het bericht van Jezus aan zijn leermeester. Verder blogde ik over de joodse rituele baden, een gebruik dat Johannes overnam en aanpaste tot een eenmalige handeling om aan geven dat iemand tot inkeer was gekomen en klaar was voor de Jongste Dag. Al eerder had ik geschreven over twee aspecten van Johannes’ executie: dat Salome niet de zwoele verleidster van de westerse traditie was en dat  speculator een interessant latinisme is. Vandaag: wat er na Johannes’ dood gebeurde.

Al tijdens Johannes’ leven verkondigde Jezus dezelfde boodschap: de eindtijd brak aan, God zelf zou de wereld persoonlijk regeren, de mensen moesten tot inkeer komen en geloof hechten aan dat goede nieuws. Anders dan zijn mentor liet Jezus de mensen niet naar de Jordaan komen, maar trok hij het land in. Een verschil was dat voor Jezus nogal wat “hoge” titels in omloop waren: “Mensenzoon” en “zoon van God” gaan vrijwel zeker op Jezus’ eigen tijd terug, en dat geldt vermoedelijk ook voor messias. Nadat ook Jezus was geëxecuteerd zetten zijn leerlingen het doopritueel voort. En nu deed zich een probleem voor.

Lees verder “Johannes de Doper en het christendom”

Het eerste “Baptist Block” (2)

Grafsteen van Autronius Bassus van de Cohors Italica, die misschien ooit luisterde naar Johannes de Doper (Tyrus)

Nu u in het vorige stukje hebt gezien dat Matteüs en Lukas overeenkomsten hebben, en we dus mogen aannemen dat er een gemeenschappelijke bron is (namelijk Q), kunnen we ook constateren dat er een verschil is. Bij Lukas richt Johannes de Doper zich nog enkele keren tot mensen, tollenaars en soldaten. Matteüs vermeldt niets. Er zijn twee opties: óf Lukas voegt iets toe óf Matteüs laat iets weg.

Dit is een superbelangrijke kwestie. Als Johannes de Doper zich namelijk werkelijk richtte tot soldaten, was hij van mening dat er bij het naderende Laatste Oordeel ook redding mogelijk was voor niet-Joden. Welke soldaten kunnen er immers aan de Jordaan hebben gestaan? We kennen vijf van de zes legereenheden die in aanmerking komen. Om te beginnen waren er de Ala I Sebastenorum en de Cohors I Sebastenorum, een ruiterij- en een infanterie-eenheid uit Samaria, vrijwel zeker gelicht door koning Herodes. Verder kennen we de Cohors (Prima) Italica Civium Romanorum, de Cohors Secunda Italica Civium Romanorum en de Cohors Prima Augusta. Deze drie eenheden kwamen uit Italië. Het waren geen Joden tot wie Johannes sprak. Althans, als Matteüs iets uit Q heeft weggelaten, Lukas iets uit Q heeft overgeschreven én het betrouwbaar is.

Lees verder “Het eerste “Baptist Block” (2)”