
De media presenteren archeologische vondsten vaak met sensationele koppen, waarvan journalisten aannemen dat die bij het brede publiek belangstelling wekken. Dit gebeurt vooral als de wetenschappers geen duidelijk antwoord hebben op de vraag wat de vondst eigenlijk betekent. Bijvoorbeeld omdat de context onvoldoende aanwijzingen biedt. Door ze te voorzien van een hijgerige kop krijgen de media alsnog een verhaal dat lezers trekt.
Niet zelden worden vondsten gepresenteerd alsof het zou gaan om gladiatoren. Twee voorbeelden uit Engeland tonen hoe dat gaat. In beide gevallen is onduidelijk wat de vondsten feitelijk voorstellen.
Een vrouwengraf uit London
In 1996 vonden, in het kader van de herontwikkeling van een gebied in het Londense district Southwark, ten zuiden van de Theems, opgravingen plaats aan de Great Dover Street. De archeologen ontdekten de overblijfselen van de Romeinse weg die leidde naar de brug over de rivier. Naast de weg was een begraafplaats die in gebruik was geweest tussen 50 en 400 na Chr. Eén graf trok vooral de aandacht. Eerst de feiten, dan de presentatie in de media.
De feiten
- Het graf was een bustum, dat wil zeggen dat er onder de brandstapel een kuil was gegraven. Het dateert tussen 120-250 na Chr.
- Bekkenfragmenten bewezen dat het ging om het graf van een volwassen vrouw.
- Er waren verkoolde pijnboompitten, een dadel, vijgen, dennenappels, amandelen en verschillende graansoorten.
- Er waren allerlei grafgiften, zoals acht wierookbranders, vier gewone olielampen, drie olielampen met een afbeelding van de Egyptische god Anubis en één met een gevallen gladiator. Omdat die geen brandsporen vertoonden, moeten ze op de as zijn geplaatst na het blussen van de brandstapel.
- Acht glasfragmenten wijzen erop dat er ook ampullen, mogelijkerwijs met zalf, met het lichaam zijn verbrand.
- Ook waren er zijn sporen van goud, mogelijk afkomstig van textiel.
Het verhaal in de media
Op basis van een bericht van AP publiceerden verschillende Britse en internationale kranten in september 2000 het verhaal dat archeologen in Londen een ongewoon graf hadden gevonden: het ging om een vrouwelijke gladiator. Vooral de olielamp met de afbeelding van een gevallen gladiator, de dennenappels, de leeftijd van de vrouw (misschien in de twintig), en de veronderstelde positie aan de rand van een grafveld hadden geleid tot de conclusie dat het ging om een gladiatrix.
De pijnboom, waarvan pitten waren gevonden, is niet inheems in Groot-Brittannië, maar het hout ervan is in Londen bij het amfitheater gevonden en diende – naar verluidt – om de bloedstank te verbergen. De leeftijd van de overledene, een twintiger, zou die van een gladiator zijn. En een locatie aan de rand van de begraafplaats zou duiden op een sociale verschoppeling, zoals gladiatoren.
Tegelijk was het graf rijkelijk voorzien van grafgiften. Het gesmolten glas en het goudbestikte textiel duidden op een rijk persoon, of in ieder geval iemand met rijke nabestaanden, zoals vaak het geval was bij gladiatoren, die met hun gevechten in de arena fortuinen konden verdienen.
De krantenartikelen werden in 2001 gevolgd door een documentaire op de TV-zenders Channel 4 en Discovery. Geen van de betrokken archeologen en historici zei dat het een gladiatrix was, maar die boodschap volgde wel uit de verhaallijn van de documentaire. Vanwege de drie Anubislampen werd ook gezegd dat zij een volgelinge was van Isis, die populair was in Romeins Londen.
De conclusie
Het opgravingsrapport biedt echter geen enkele aanwijzing dat deze overledene een gladiatrix of een Isis-volgeling is geweest. De olielamp van de gevallen gladiator zou een symbool voor de opstanding kunnen zijn, want een gevallen gladiator die om zijn leven smeekte en het van de organisator kreeg, herrees als het ware uit de dood. Anubis stond in de Romeinse mythologie ook voor Mercurius, die in zijn functie als Psychopompos de doden leidde naar een ander leven.
Het opgravingsrapport noemt geen leeftijd en stelt alleen dat het gaat om een volwassen vrouw. De plantenresten en het gesmolten glas en de gouddraad geven wél een aanwijzing voor de rijkdom van de nabestaanden. Ook de vruchten, die in Groot-Brittannië waren geïmporteerd, duidden op een zekere luxe.
Het graf zou in 120-250 na Christus aan de rand van de begraafplaats gelegen kunnen hebben, maar er waren daar wel meer bijzettingen. Daarover is weinig bekend, want de archeologen hebben niet het volledige grafveld opgegraven, alleen het deel onder 165 Great Dover Street. De rest is overbouwd.
De wetenschappers kunnen dus alleen met zekerheid zeggen dat dit de begrafenis is geweest van een rijke vrouw. Het Museum of London distantieert zich om die reden van de toeschrijving van dit graf aan een vrouwelijke gladiator.
[Morgen het andere voorbeeld. Dit was een gastbijdrage van Svenja Fabian-Grosser, lid van re-enactmentgroep Ludus Nemesis.]
Literatuur
- Bateman, Nick (2008). “Death, women, and the afterlife: some thoughts on a burial in Southwark”, in: Londinium and Beyond – Essays on Roman London and its hinterland for Harvey Sheldon, pp. 162-166.
- Mackinder, Anthony (2000). “A Romano-British cemetery on Watling Street – Excavations at 165 Great Dover Street, Southwark, London”, in: Museum of London Archaeology Service, Archaeological Studies Series 4.
Zelfde tijdvak
Paulus op Cyprusapril 7, 2024
De opstand van Tacfarinas (2)augustus 5, 2025
J.P. Meier over Jezus’ gelijkenissen (2)februari 15, 2016

Herkenbaar. De tovenaar uit Pompeii, dat was er ook zo een.
Ach hou op ja. Vreselijk.
Interessant! Ik was in september nog in het amfitheater van Londen. Ik kijk uit naar uw boek over gladiatrices!
Media vs wetenschap. Goed stukje Svenja.