
Zoals in het eerste stukje beschreven, hypen de media archeologische vondsten nogal eens om de Oudheid zo interessanter te maken. Dat er in het Romeinse Rijk gladiatoren waren, komt dan goed uit. Die trekken altijd de aandacht. In dit stukje het tweede voorbeeld uit Groot-Brittannië.
De onthoofde Romeinen uit York
In 2004 en 2005 vonden opgravingen plaats in York, vlakbij het spoorwegstation. Net als in Londen vond men een begraafplaats langs een Romeinse weg naar de stad, in dit geval naar Eboracum, het Romeinse York. Dit keer trokken vooral de graven van onthoofde mannen de aandacht.
De feiten
- Het grafveld was in gebruik van de eerste tot vierde eeuw na Chr.
- Er waren geen zerken of andere grafaanduidingen, alleen heuvels waarin de graven zich bevonden.
- Er waren maar weinig grafgiften.
- De meeste bijzettingen waren inhumaties ofwel begravingen.
- De helft van de doden was onthoofd. Het waren allemaal mannen tussen 19 en 45 jaar.
- De mannen kwamen uit verschillende regio’s buiten Groot-Brittannië: Centraal-Europa, Noord-Afrika en Zwitserland.
- Velen vertoonden ante- of peri-mortem traumata.
- Sommige overledenen vertoonden niet-genezen lemmetletsels en gebroken tanden.
- Eén man was begraven met zware ijzeren ringen rond de benen, maar die waren niet verbonden met een ketting. Ook waren ze massief en vertoonden ze geen opening, dus ze moeten geruime tijd rond zijn benen hebben gezeten.
- Een ander individu toonde bijtwonden van een grote vleeseter.
Het verhaal in de media
In juni 2010 beweerde de pers dat deze skeletten van gladiatoren waren geweest. Vooral de bijtwonden van de vleeseter zouden, althans volgens een van de opgravers, een aanwijzing vormen in die richting.
Een al snel door Channel 4 uitgezonden documentaire, “Gladiators: Back From The Dead”, concentreerde zich op zes skeletten en legde uit waarom die van gladiatoren waren. De man met de bijtsporen moest wel een bestiarius zijn, een “beestvechter”. De andere skeletten trokken de aandacht omdat ze bepaalde verwondingen vertoonden. Die zouden volgens de betrokken archeologen aanwijzingen vormen voor het specialisme dat deze gladiatoren hadden gehad.
De officiële opgravingsverslagen ondersteunen deze interpretaties. Op de website van de York Archaeological Trust vindt u ze onder het trefwoord ‘gladiator’. Er kwam zelfs een reizende expositie ‘Gladiators – Cemetery of Secrets’. Ook op een andere tentoonstelling, ‘Gladiator – Die wahre Geschichte’ in Bazel, was een van de Yorkse skeletten te zien, aangezien het zou gaan om iemand uit het Zwitserse Alpengebied.
Twijfels
Het is echter allerminst bewezen dat het gaat om gladiatoren. Voor die interpretatie is wel meer nodig dan een analyse van de verwondingen en de leeftijd van de mannen. Anders dan in de TV-documentaire gebeurde, is het niet mogelijk op basis van de aard van de verwondingen conclusies te trekken omtrent het type gladiator. De documentairemakers beweerden bijvoorbeeld dat een man met een onderarmwond moest hebben gevochten als murmillo, maar lieten onvermeld dat zulke strijders een beschermend pantser (een manica) droegen. Dat hielp om letsel aan een onderarm te voorkomen. Deze conclusie veronderstelt dus een hulphypothese, namelijk dat deze murmillo atypisch was uitgerust.
Het archeologisch rapport interpreteerde het ontbreken van zerken als zou het gaan om beginnende gladiatoren, die nog niet genoeg prijzengeld hadden verdiend om een grafsteen te betalen. Het moge duidelijk zijn dat dit uit de lucht is gegrepen.
Conclusie
Eigenlijk valt bij nadere beschouwing niets echt te verklaren:
- niet de grote geografische spreiding van de overledenen,
- niet dat de helft van de skeletten onthoofd was,
- niet de ijzeren ringen op de benen van een van de overleden, die in elk geval geen gewone slavenvoetboeien waren.
Wat in elk geval valt uit te sluiten, is dat dit de slachtoffers waren van een bloedbad dat keizer Caracalla in 211 aanrichtte. De begraafplaats was namelijk meer dan drie eeuwen in gebruik. Ook executie is onwaarschijnlijk, omdat alle personen met een zekere mate van zorg waren begraven op een prominente plek op de Yorkse begraafplaats.
Als de archeologen eerlijker zouden zijn geweest, hadden ze toegegeven dat het beroep van de overledenen en de reden van de onthoofding onduidelijk waren. In plaats presenteerden ze vergezochte hypothesen als feiten. Daarna zorgde de documentaire voor het gebruikelijke zand & bloed & vuil.
Deze twee voorbeelden uit Londen en York tonen dat het niet eenvoudig is om aan de hand van archeologische vondsten vast te stellen wie de begravene was. Vaak leidt het tot wishful thinking. De druk van de media om interessante informatie te verstrekken leidt dan tot verkeerde conclusies. Hoe spectaculairder en sensationeler, hoe beter.
Literatuur
- Hunter-Mann, Kurt (2015). “Driffield Terrace. An Insight Report”. York Archaeological Trust for Excavation and Research.
- Müldner, G., Chenery, C. and Eckart, H. (2011). “The ‘Headless Romans’: Multi-isotope investigations of an unusual burial ground from Roman Britain”, in: Journal of Archaeological Science 38, pp. 280-290.
[Svenja Fabian-Grosser is lid van re-enactmentgroep Ludus Nemesis en publiceerde dit oorspronkelijk op de beëindigde website Grondslagen.net.]
Zelfde tijdvak
Drie goden uit Palmyradecember 11, 2016
Het beleg van Jeruzalem (2)augustus 8, 2019
Maës, de antieke Marco Polo (2)september 7, 2022

Duidelijk!
Maar denk je die arme archeologen (en journalisten) eens in die graag bekendheid willen, maar feitelijk niets te publiceren hebben dat veel lezers trekt? 😉
Daarover heb ik gisteren nog met De Volkskrant gesproken. En ik zie geen enkele reden waarom de media niet wat rustiger kunnen schrijven. Wetenschapsjournalisten snappen wel iets van wetenschap. Ze kunnen gewoon doorvragen: “leuk dat u X hebt gevonden, maar dat zijn slechts nieuwe data, als u wil dat ik erover schrijf, wil ik weten welke methodes u hebt gebruikt en welke nieuwe inzichten er zijn”.
Vergelijk het met de replicatiecrisis in de sociale psychologie: keurig netjes, goed behandeld in alle media. Waarom zouden we dat niet als norm kunnen nemen voor de archeologie?