De Romeinse Isis

Isis (El Kurru)

Van alle goden uit het oude Egypte is de bekendste vermoedelijk Isis. In een pantheon waar de meeste godheden een dierenkop hebben, heeft zij een mensenhoofd, met als attribuut op haar kruin een kleine troon. Wat dat betekent, weet ik niet. De herkomst van haar naam, die we kennen vanaf pakweg 2400 v.Chr., is ook voor egyptologen een raadsel. De eerste afbeeldingen zijn nog jonger.

Haar mythologie is goed bekend. Ze is een dochter van Nut en de echtgenote van haar broer Osiris. Hun zoon Horus is een enfant du miracle, geboren nadat zijn vader door de god Set is vermoord. In een lange speurtocht zoekt Isis naar de diverse delen van het in stukken gehakte lichaam van haar man; een daarvan vindt ze in het koninklijk paleis van Byblos. Deze associatie met de dood én de hereniging van de lichaamsdelen van Osiris maakte Isis tot beschermvrouwe van het leven.

Scarabee met Isis, Osiris en Nefthys (Late Bronstijd; Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De Griekse Isis

De Grieken kenden haar al heel vroeg. Toch werd Isis, anders dan bijvoorbeeld Ammon, in de Griekse wereld niet superpopulair. Met de Demeter van Eleusis hadden de Grieken al een cultus die eenzelfde perspectief bood: namelijk dat ze dankzij een godin, machtiger dan het noodlot, deel zouden krijgen aan het leven na de dood. Er begon iets te veranderen toen de Macedonische generaal Ptolemaios eenmaal koning was geworden van Egypte. Hij vereerde Isis samen met een nieuwe god, Sarapis of Serapis. Die zouden we kunnen aanduiden als “de Osiris geworden Apis” ofwel de overleden heilige stier, maar het is meer een nieuwvorming dan een voortzetting van een eeuwenoude Egyptische cultus.

De cultus voor deze twee goden zou in de hellenistische en Romeinse wereld wel populair zijn. De Blois en Van der Spek wijzen in Een kennismaking met de oude wereld op Italië en Gallië als gebieden waarheen de cultus werd geëxporteerd. De Romeinse auteur Tacitus vermeldt zelfs een Germaanse Isiscultus, maar zal daarbij denken aan een inheemse godin die gelijkenis vertoonde met haar Egyptische zusje.

De tempel van Isis bij Aswan

De Romeinse Isis

De Isiscultus verschilde van die van Mithras en Jupiter Dolichenus. Dat waren Romeinse goden die maar heel los op oosterse goden waren geënt. De wetenschappelijke discussie gaat over de vraag of er “weinig continuïteit” of “zeer weinig continuïteit” was. Bij Isis was er daarentegen sprake van substantiële continuïteit. De Romeinse auteur Apuleius legde in De gouden ezel zijn godin een hymne in de mond die enkele eretitels bevat die in zijn tijd al zeker vijftienhonderd jaar oud waren:

Ik ben de moeder van de schepping,
meesteres van alle elementen,
eerstgeborene van de Tijd,
hoogste onder de goden,
koningin der doden,
eerste onder de hemelingen,
ene verschijningsvorm van alle goden en godinnen.

Mijn wil bestiert het hemelse licht,
de heilzame zeebries
en de tranenrijke stilte van de Onderwereld.

Ik ben één van wezen maar heb vele gestalten;
op veel manieren en onder vele namen
vereert de hele wereld mij.

Apuleius vervolgt met een reeks uit de hellenistische tijd komende gelijkstellingen (syncretismen):

Daar bij de oeroude Frygiërs noemen ze mij
Pessinische moeder der goden
en bij de aardgeboren Atheners
Kekropische Artemis;
bij de eilandbewoners van Cyprus
ben ik de Pafische Afrodite
en voor de boogschutters van Kreta
de Diktynnische Artemis;
de drietalige Sicilianen noemen mij
de helse Persefone
en de oude Eleusiniërs
hun Attische Demeter.

Sommigen kennen mij als Juno,
anderen als Bellona,
dezen als Hekate,
genen als Nemesis.

Alleen de beide Ethiopische stammen,
op wier landen de ochtendzon en de avondzon schijnt,
en de Egyptenaren, die uitblinken in oude wijsheid,
vereren mij met mijn eigen ceremoniën
en noemen mij bij mijn ware naam: Koningin Isis.

Nubische Isis

Sterke verhalen

Voor leken had de cultus iets geheimzinnigs, wat natuurlijk in de hand werd gewerkt doordat priesters soms maskers droegen om Egyptische goden te personifiëren. Er gingen wilde geruchten. Zo vertelt de joodse historicus Flavius Josephus, geen fan van de Egyptische beschaving, het verhaal van een man die verliefd was op een Isisaanhangster maar werd afgewezen. Daarop zou hij zich hebben verkleed als de god Anubis en haar hebben overgehaald een nacht met de “god” door te brengen. Wellicht gaat al dit fraais terug op een komedie. We mogen aannemen dat de seksscène tussen de vrouw en de hondengod zeer naar de smaak van het Romeinse publiek was.

Overigens hebben de dierenkostuums ten minste één keer iemand het leven gered, namelijk in de tijd waarin het Tweede Driemanschap de Senaat zuiverde. Appianus schrijft:

De aediel Volusius werd vogelvrij verklaard. Hij had een vriend die was ingewijd in de dienst van Isis. Hij leende diens gewaad, trok het tot op de enkels vallende linnen kleed aan, zette het hondenmasker op en uitgedost als dienaar van Isis slaagde hij erin Sextus Pompeius te bereiken.

Isis Lactans (Bodemuseum, Berlijn)

De joods-christelijke Isis

Een laatste ontwikkeling die ik nog even wil noemen, is dat de associatie van Isis met de herleving na de dood het mogelijk maakte haar te integreren in het christendom. De afbeeldingen van Isis Lactans, d.w.z. Isis die Horus de borst gaf, zijn het model geworden voor christelijke afbeeldingen van Maria met kind.

Al eerder was Isis geïntegreerd in het joodse denken. De Wijsheid van Salomo, een joodse tekst die in de late eerste eeuw v.Chr. in Egypte is geschreven, beschrijft de Heilige Wijsheid (Hagia Sofia) in termen die rechtstreeks aan de Isiscultus zijn ontleend.

Enfin. Er is hier meer dan genoeg over te vertellen, maar ik laat het hierbij. Voorlopig althans. Later vandaag meer in een blogje over de Isistempel die ooit een van de grootste heiligdommen in Rome was.

 [Een overzicht van de blogjes over het handboek oude geschiedenis is hier.]

Deel dit: