Neoplatonisme en gnosis (4)

Laatantieke filosofen met Sokrates (Apameia)

[Laatste deel van een vierdelige reeks over de laatste, naar mystiek neigende stromingen binnen de antieke filosofie. Het eerste deel was hier.]

De christelijke gnosis

De best bekende gnostische stromingen zijn christelijk van aard en zijn gedocumenteerd in de boeken uit Nag Hammadi. Tussen de christelijke gnosis en het traditionele christendom bestaan nogal wat verschillen.

Het christendom is begonnen als een joodse stroming rond Jezus van Nazaret, maar al snel werd het geloof van deze messias ingeruild voor geloof in hem. Hij gold – en geldt – als goddelijk, terwijl de mens sterfelijk is. God en mens zijn van elkaar verwijderd geraakt – denk hier aan het vraagstuk van de erfzonde – en alleen door de kruisdood is hierin verandering gekomen.

Bij de gnosis is dat compleet anders. God en de mens zijn in de gnosis niet gescheiden. Ze zijn feitelijk één: God huist in de mensen. Dus niet alleen Jezus is goddelijk, dat geldt voor iedereen. Verlichting is volgens de gnosis niet zozeer te verkrijgen door het bestuderen van een heilig boek of door het volgen van religieuze voorschriften en autoriteiten, maar door introspectie. De christelijke gnosis benadrukt eerder de innerlijke zoektocht naar kennis dan het geloof.

Ratio en meditatie

Bij deze zoektocht gebruikt de gnosis minder de rationele methode dan meditatie. Dogmatisch waren de gnostici daarbij niet. Ze wezen namelijk elke vorm van gezag af, en dus ook kerkelijke. Een gnostische geloofsbelijdenis zou altijd persoonlijk zijn, nooit die van een gnostische kerk.

Ook het gezag van de Bijbel is in de wereld van de gnostici anders dan in die van de orthodox geworden stromingen van het christendom. Het heilige boek dient volgens de gnostici symbolisch te worden opgevat en ze schreven zelf nog wat nieuwe evangeliën. De genezingen die Jezus volgens de canoniek geworden evangeliën heeft verricht, werden door de christelijke gnostici niet ervaren als werkelijke, echt gebeurde wonderen, maar als een symbolische weergave van de spirituele genezing. Een spirituele genezing die de gnosticus kan bereiken door het contact met het innerlijke weten te herstellen, iets waarin Jezus de mensheid was voorgegaan.

Christelijke gnostici en het jodendom

Deze kijk op de Bijbel heeft vérstrekkende gevolgen voor de gnostische kijk op het Oude Testament, waarover de gnostici weinig goeds hebben te melden. De wrekende Jahweh uit de joodse religie kan volgens de christelijke gnostici nooit dezelfde zijn als de liefdevolle God die Jezus aanduidt als zijn vader. Sterker nog, hij moet daar wel lijnrecht tegenover staan.

De God van het Oude Testament moet wel de heer van het kwaad zijn, de Diabool of Demiurg, de grote veroorzaker van de dwaling waar mensen in leven. Dit wordt heel duidelijk in de gnostische interpretatie van het scheppingsverhaal. Daarin plant Jahweh in het paradijs de “boom van de kennis” en verbiedt de mens ervan te eten. Wanneer de mens op aanraden van de slang toch van de boom eet, wordt Jahweh razend. Voor straf maakt hij de mens stoffelijk en sterfelijk.

In deze lezing van het aloude verhaal speelt Jahweh dus een kwalijke rol. De slang wordt daarentegen in ere hersteld. Die zet de mensen immers aan tot het verwerven van kennis, gnosis. Hij wordt door de gnostici vaak gezien als symbool van vernieuwing, aangezien de slang vervelt.

De christelijke gnosis breekt dus radicaal met het jodendom, terwijl de orthodox geworden vorm van christendom zich het joodse verleden heeft toegeëigend.

***

Deze reeks was gebaseerd op het boek De wereld vóór God van Kees Alders. Het boek biedt een introductie tot de filosofische stromingen van de oude wereld en is hier te bestellen.

Deel dit:

5 gedachtes over “Neoplatonisme en gnosis (4)

  1. Merit

    De eerste 3 afleveringen van deze serie over gnosis etc zijn m.i. lezenswaardig en inhoudelijk niet zweverig, maar deze 4de aflevering slaat n.m.m. de plank mis, o.a. waar men stelt dat het niet gaat om de leer, maar om het leven van de Messias.

    Overigens zij nog een publicatie over Plotinus van dr J. Zandee vermeld, te downloaden van de NINO website:
    https://www.nino-leiden.nl/publication/the-terminology-of-plotinus-and-of-some-gnostic-writings-mainly-the-fourth-treatise-of-the-jung-codex

    Voor zowel Plotinus als het gnosticisme gaat het uiteindelijk om het bereiken van het heil door middel van het verwerven van kennis.
    ‘For both Plotinus and Gnosticism it is a matter of salvation through knowledge’.
    Aldus concludeert dr J. Zandee in het slothoofdstuk van zijn publicatie (blz. 38).

  2. “De christelijke gnosis breekt dus radicaal met het jodendom, terwijl de orthodox geworden vorm van christendom zich het joodse verleden heeft toegeëigend.”

    Nou… De gnosis is inderdaad anti-joods, maar de klassieke orthodoxie niet minder. Want het joodse verleden eigende ze zich niet toe, maar ze overschreef dat platweg met haar uitleg van het evangelie. Alles in het Oude Testament – voor Joden de TeNaCH – werd gezien als voorafschaduwing, voorspelling en zinnebeeld van Christus en wat niet in dat schema paste werd in feite overboord gekieperd. Het bijbelse verbond tussen God en Israël, i.c. de Joden, werd volgens die orthodoxie vervangen door het ‘nieuwe verbond’ van het evangelie. En dat was er exclusief tussen God en kerk. Pas in de tweede helft van de 20e eeuw zijn kerken dit als ernstige dwaling gaan zien. Met de pauselijke verklaring Nostra Aetate uit 1965 als belangrijke mijlpaal. Maar het loslaten van die vervangingstheologie is in grote delen van de christenheid nog steeds werk in uitvoering.

    1. Ja, de vervangingstheologie is een catastrofe geweest, maar toch denk ik dat het niet helemaal waar is dat de klassieke orthodoxie niet minder anti-joods was dan de gnosis. Het verschilpunt is dat de orthodoxe christenen vis-à-vis de heidenen de joden nodig hadden als getuigen dat oudtestamentische teksten geen christelijke verzinsels waren. Dit was destijds een belangrijke kwestie. Vandaar dat er, ondanks alle anti-joodse polemiek & praktijk, in de Oudheid een stem bleef klinken dat de joden respect verdienden.

      1. Ja, de christelijke gemeenten hadden het Oude Testament nodig en aanvankelijk was dat zelfs hun enige heilige boek. Maar vanaf het begin hebben veel gemeenten, zeker met het oog op de niet-joodse instroom van leden, dat ontdaan van de joodse context. Men las daar het Oude Testament in de Griekse vertaling, de Septuaginta, en die werd hoger aangeslagen dan de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst. De kerk zagen zij als het ware Israël, ze beschoueden joden als door God verworpen en vonden dat alleen de kerk het Oude Testament op de juiste wijze uitlegde. Zie bijvoorbeeld de dialoog van Justinus Martyr met de jood Trypho (ca. 108) of de paaspreek van Melito van Sardes (vóór 160) waarin de beschuldiging dat joden Godsmoordenaars zijn al voorkomt. De orthodoxie krijgt eigenlijk ook pas momentum vanaf Constantijn, omdat de kerk dan macht krijgt. Om macht uit te oefenen is een duidelijke leer nodig. Die macht was rechtstreeks verbonden aan de keizerlijke macht en waar die staatsmacht wegviel zien we kerken ook weer snel verdwijnen of uiteenvallen. Die delen van de kerk die nog wel lang vasthielden aan hun joodse oorsprong – bv. door de Paasdatum nog hetzelfde te berekenen als de joodse datum van Pesach, of door de sabbat nog gedeeltelijk in ere te houden – raakten al rap buiten de grenzen van het Romeinse rijk. Die van oorsprong joodse elementen verdwenen daar pas in de tijd van de islam. Respect voor joden is er in de kerk altijd geweest, ook in het westen, maar de boventoon was al heel vroeg duidelijk anders. En omgekeerd leerden joden al heel vroeg zich stevig te wapenen tegen de kerk.

Reacties zijn gesloten.