Het scheiden der wegen

Schema van het scheiden der wegen (klik=groot)

Het is niet voor het eerst dat ik schrijf over het scheiden van de wegen van joden en christenen. Voor negentiende-eeuwse christenen was dat simpel: er was een Oud Verbond en omdat de joden Jezus van Nazaret niet hadden erkend als messias, was er een Nieuw Verbond, waarin de joden als verbondsvolk waren vervangen door de christenen. En voor joden was het ook al simpel: christendom was monotheïsme voor de export, maar niet het onversneden echte spul. Beide groepen – de negentiende-eeuwse christenen en de negentiende-eeuwse joden – claimden het tempeljodendom als hun eigen erfgoed en meenden dat de andere religie zich van de rechte leer had afgesplitst.

De geschiedenis van het christendom werd lange tijd eigenlijk even simpel voorgesteld. Ooit was er een zuivere kerk geweest, waar links en rechts aftakkingen van waren, met één orthodoxe stroming die in een rechte lijn vanaf de apostelen ging naar het eigen kerkgenootschap.

Lees verder “Het scheiden der wegen”

Simon de Magiër

Simon de Magiër en Petrus (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel). Ik illustreer de Oudheid liever niet met niet-antieke plaatjes, maar deze vind ik te mooi om niet te gebruiken.

Een nieuwe zondag, een nieuw blogje over het Nieuwe Testament. We gaan het hebben over een zekere Simon, van wie de auteur van de Handelingen 8.9-25 van de Apostelen weet dat hij bedreven was in magie en grote populariteit had verworven in de stad Samaria (het huidige Nablus).

Hoezo magie?

Wat daarmee is bedoeld, is minder duidelijk dan het lijkt. De tekst bevat eenmaal het werkwoord μαγεύω, dat zoiets betekent als “geschoold zijn in de magische vaardigheden” en eenmaal het zelfstandig naamwoord μαγεία, “de kunst van de magiërs”.

Er liggen hier twee probleem. Het eerste is dat magiërs oorspronkelijk Perzische religieuze specialisten waren. In die betekenis, de oudste en gebruikelijkste, komt het woord voor in het evangelie van Matteüs, als hij de wijzen uit het oosten zo aanduidt.noot Matteüs 2.1. Een Griek die de tekst las, zou in eerste instantie denken dat Simon een oosterling was met innovatieve godsdienstige opvattingen. Er is ook weinig dat daar tegen pleit.

Lees verder “Simon de Magiër”

Neoplatonisme en gnosis (4)

Laatantieke filosofen met Sokrates (Apameia)

[Laatste deel van een vierdelige reeks over de laatste, naar mystiek neigende stromingen binnen de antieke filosofie. Het eerste deel was hier.]

De christelijke gnosis

De best bekende gnostische stromingen zijn christelijk van aard en zijn gedocumenteerd in de boeken uit Nag Hammadi. Tussen de christelijke gnosis en het traditionele christendom bestaan nogal wat verschillen.

Het christendom is begonnen als een joodse stroming rond Jezus van Nazaret, maar al snel werd het geloof van deze messias ingeruild voor geloof in hem. Hij gold – en geldt – als goddelijk, terwijl de mens sterfelijk is. God en mens zijn van elkaar verwijderd geraakt – denk hier aan het vraagstuk van de erfzonde – en alleen door de kruisdood is hierin verandering gekomen.

Lees verder “Neoplatonisme en gnosis (4)”

Neoplatonisme en gnosis (3)

Zomaar een (op Sokrates geïnspireerde) laatantieke filosofenkop (Afrodisias)

[Derde deel van een vierdelige reeks over de laatste, naar mystiek neigende stromingen binnen de antieke filosofie. Het eerste deel was hier.]

Wat is gnosis?

Het Griekse woord gnosis betekent zoiets als kennis. Het woord wordt wel gebruikt als aanduiding voor een verzameling Romeinse religieuze oriëntaties, waarvan we de christelijke kennen uit de Nag Hammadi-geschriften. De joodse en andere gnostische oriëntaties zijn minder goed gedocumenteerd. We zouden de gnostische opvattingen een religieus geloof kunnen noemen, ware het niet dat een gnosticus juist denkt dat hij niet iets gelooft maar dat hij iets weet. Hij heeft inzicht, kennis, begrip. De gnosticus kent weinig twijfel. Meer precies is de kennis van de gnostici een kennis voor ingewijden, die als enigen begrip hebben van het ware. Het gaat daarbij niet om boeken, maar om zelf bereikte inzichten.

Lees verder “Neoplatonisme en gnosis (3)”

Het evangelie van Thomas (1)

Replica van het Evangelie van Thomas

Eind 1896 kwamen de Oxford-oudheidkundigen Bernard Grenfell en Arthur Hunt aan in Oxyrhynchos, een Romeins-Egyptisch stadje aan een kanaal ten westen van de Nijl. Ze zochten papyri. Wij zouden het een noodopgraving noemen, want het doel was gecontroleerd onderzoek vóór de oude teksten waren geroofd en unprovenanced op de markt zouden komen. Dus zonder gedocumenteerde herkomst. En dus zonder garantie dat ze echt waren. De twee geleerden vonden meer dan waarop ze zich redelijkerwijs hadden kunnen voorbereiden: tot 1907 borgen ze een half miljoen snippers met antieke teksten. Eén promille is gepubliceerd.

Het Evangelie van Thomas

De beroemdste papyri troffen ze aan tijdens hun eerste winter in Oxyrhynchos: een tekst die ze al in 1897 deelden met het publiek als Sayings of Our Lord. Deze titel is accuraat: de drie fragmenten – P.Oxy. 1.654 en 1.655 – bevatten uitspraken, logia, die afkomstig zouden zijn van Christus. Sayings was ideaal om fondsen te werven.

Lees verder “Het evangelie van Thomas (1)”

De boeken uit Nag Hammadi

Gnostische hanger uit Byblos; afgebeeld is de leeuwenkop-slang Yaldabaoth, de kwade demiurg die zielen opsloot in de materie (Nationaal museum, Beiroet).

Egypte is een “geschenk van de Nijl” maar dat wil niet zeggen dat het leven van de Egyptische landsman genoeglijk heen rolt. Wat de grote stroom ook brengt, geen zout, terwijl dat wel nuttig is. Zo kwam het dat op een ochtend in december 1945 twee boeren uit het Midden-Egyptische stadje Nag Hammadi, Mohammed en Khalifa Ali, op weg gingen naar de hellingen van de berg Jabal al-Tarif.

Tijdens hun rit bespraken ze de dood van hun vader, in de zomer. Hij had irrigatiewerken bewaakt bij de stad Nag Hammadi en op een nacht een stroper doodgeschoten, maar was daarna zelf vermoord. De familie wist niet wie dat gedaan kon hebben, en omdat ook de politie weinig kon doen, had ze het gevoel dat de plicht tot bloedwraak nog op haar rustte.

Lees verder “De boeken uit Nag Hammadi”

Oxyrhynchos (1)

Een bewoner van Oxyrhynchos, afgebeeld met schrijfgerei (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Nou blog ik afgelopen laatst over de Kopten en noem ik in dat stukje Oxyrhynchos, maar ik heb nog nooit over Oxyrhynchos geblogd! Tijd voor wat background repair.

Geschikte plek

Ik noemde al dat de Oxfordgeleerden Bernard Grenfell (1870-1926) en Arthur Hunt (1871-1934) er vanaf 1896 een soort noodopgraving deden. Ze wilden, voordat plunderaars het materiaal unprovenanced op de markt gooiden, papyri bergen. Unprovenanced papyri hebben immers geen wetenschappelijke waarde. Papyri zijn eenvoudig te vervalsen – ik schreef er elders meer over – en zulk materiaal kan dus vals zijn. De waarde ervan is even groot als die van een laboratoriumproef waarvan de opstelling niet is genoteerd.

Lees verder “Oxyrhynchos (1)”

De Kopten (1)

Reliëf uit Oxyrhynchos, vijfde eeuw (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Hé, heb ik nog nooit geblogd over de Kopten? Heb ik echt nog nooit geschreven over die fascinerende laatantieke beschaving? Daar moet rap verandering in komen. Eerst maar eens een woord over de wijze waarop ze in West-Europa in beeld zijn gekomen. Helaas niet om wie ze zelf waren, maar om iets dat voor Europeanen interessant was (zoals ook ik vooral over ze schrijf omdat ze relevant zijn voor mijn blog). Daarna hebben we het over zaken als hun taal en literatuur. Morgen behandel ik dan het christendom, de kunst en de wijze waarop ze zijn gemarginaliseerd.

Ontdekking

De Kopten zijn natuurlijk altijd bekend geweest. Het zijn de christenen van het gebied langs de Nijl. In de vijfde eeuw scheidden hun wegen van die van de aanhangers van de Romeinse staatskerk en sindsdien beschouwden Europeanen de Kopten als afgedwaalden. Dat ze Arabisch gingen spreken, zal weinig hebben bijgedragen aan het begrip, want met die taal leken de Kopten op moslims. Hun liturgische taal, die we Koptisch noemen, was echter een voortzetting van het oud-Egyptisch. En dat maakte de Kopten vanaf de achttiende eeuw ineens interessant. Jean-François Champollion zou rond 1822 het Koptisch gebruiken als sleutel bij de ontcijfering van de hiërogliefen en het Egyptisch van de farao’s.

Lees verder “De Kopten (1)”

De niet-canonieke evangeliën

Gnostische teksten (Neues Museum, Berlijn)

Elke bijbel bevat vier evangeliën: Matteüs, Marcus, Lukas en Johannes. Die gelden als canoniek, wat alleen wil zeggen dat ze voor christenen grote religieuze waarde hebben. Het zegt niets over hun kwaliteit als historische bron. Voor de oudheidkundige is er alle reden om te kijken of er ooit meer informatie is geweest.

Tweede- en derde-eeuws christendom

Ja dus. Enkele evangeliën zijn, met nog meer literatuur, eind jaren veertig in een kruik teruggevonden bij de Egyptische stad Nag Hammadi. Ze hebben namen als Evangelie van de Waarheid, Evangelie van Filippos en Evangelie van Thomas. De vinders hebben later de archeologen verschillende vindplaatsen aangewezen, waardoor onduidelijk is wanneer de boeken zijn verborgen. Deze teksten gelden als gnostisch, een stroming die enkele overeenkomsten en vooral veel verschillen heeft met wat later orthodox is genoemd. De oorspronkelijke teksten (dus niet de kopieën uit Nag Hammadi) lijken geschreven in de tweede of derde eeuw na Chr. Historisch betrouwbare informatie over Jezus vinden we er niet in. Wel informatie over het christendom in het toenmalige Egypte, een van de meest creatieve regio’s van wat een wereldgodsdienst zou worden.

Lees verder “De niet-canonieke evangeliën”

Een Griekse Eerste Openbaring van Jakobus

Een christelijke vrouw op een vierde-eeuwse Koptische grafsteen (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Na de dood van Jezus beriepen diverse groepen zich op zijn leer. Ze legden verschillende accenten. Eén groep concentreerde zich op Jezus’ uitleg van de Wet van Mozes. In deze joods gebleven groep christenen lijkt de tekst ontstaan die bekendstaat als de Didache; hier circuleerden ook eigen evangeliën, waarvan wat zinnetjes over zijn. Deze groep lijkt Jakobus de Rechtvaardige in ere te hebben gehouden, Jezus’ in 62 geëxecuteerde broer. Zijn executie leidde tot een storm van protest onder de joodse leiders en de afzetting van de hogepriester. Dat bewijst dat Jakobus en zijn volgelingen golden als gewone joden.

Er waren meer groepen. Paulus haalde niet-joden bij het Verbondsvolk. Hier lag het accent op aanvaarding van Jezus als verlosser. De groep rond “de leerling die Jezus lief had” lijkt een vrij traumatische breuk te hebben gehad met andere joodse groepen. Hier was het accent gelegd op een platoonse uitleg van de relatie tussen hemel en aarde. We lezen over een Apollos, die ook aanhangers had. Weer iemand anders (we weten niet wie) vond leerlingen in Egypte, waar al snel een wonderlijke rijkdom aan nieuwe ideeën ontstond. Al deze groepen communiceerden met elkaar – om niet te zeggen dat ze ruzieden. Petrus zou op een of andere manier erkend zijn geweest als leider, maar ik verraad geen geloofsgeheim als ik zeg dat de brieven Paulus ruzie met Petrus documenteren.

Lees verder “Een Griekse Eerste Openbaring van Jakobus”