Asturië

Kerk van het Heilig Kruis, Castañeda (Asturië)

In de inmiddels veertien delen tellende reeks blogjes over de laatantieke en middeleeuwse geschiedenis van het Iberische Schiereiland, heb ik Asturië tot nu toe overgeslagen. Eén reden is dat ik er nooit ben geweest, een tweede reden is dat het tot nu toe een beetje een Fremdkörper in mijn verhaal zou zijn. Nu even wat toelichting dus, als intermezzo. En dan eerst een woord over het nationalistische Spaanse geschiedbeeld.

Reconquista

Ik stipte in het vorige blogje al aan dat er een beeld heeft bestaan van de geschiedenis van Spanje als die van een altijd christelijk gebleven gebied, nooit werkelijk geïslamiseerd. Al in het jaar waarin de Arabieren het Iberisch Schiereiland onder de voet liepen, zouden de christenen vanuit Asturië zijn begonnen aan de herovering, reconquista, die mogelijk was doordat de bevolking van het Emiraat van Córdoba christelijk bleef. Dit beeld dateert uit de negentiende eeuw en legt als het ware een soort nationale doelgerichtheid over bijna acht eeuwen Spaanse geschiedenis.

Lees verder “Asturië”

Vijf dagen Parijs

Illustratie uit een Arabisch commentaar op Galenus’ beschrijving van theriac (Institut du monde arabe, Parijs)

Je wil het liefst het nuttige met het aangename verenigen, en als je iets nuttigs te doen hebt in Parijs, is het vanzelf aangenaam. Aangenaam waren vooral de musea die ik kon bezoeken. Hierbij een paar aantekeningen.

Institut du monde arabe

Het Institut du monde arabe is gevestigd in een prachtig gebouw tegenover het Île Saint-Louis. De vaste collectie is niet wezenlijk vernieuwd, maar die is zo interessant dat dat ook niet nodig is. Er is momenteel een expositie over Bagdad in de negende eeuw. Die is opgehangen aan de laatste versie van Assassin’s Creed, zodat je niet alleen voorwerpen ziet die het leven in de hoofdstad van het Abbasidische Rijk documenteren, maar ook uitleg krijgt over het maken van zo’n game. Die uitleg is niet heel anders dan wat je in Groningen in StoryWorld verneemt over Horizon Zero Dawn, dus de voorwerpen trekken de meeste aandacht. Wat mij betreft was een beeldschoon manuscript van een vertaling van / commentaar op Galenus het hoogtepunt. En uiteraard de vaste collectie.

Lees verder “Vijf dagen Parijs”

Een olifant genaamd Hans

Hans (Muséum d’histoire naturelle, Bourges)

Het leukste van het bezoek aan een ‘nieuwe’ stad is een kaart maken met het plaatselijk belang, dan de boekwinkels, de tweedehands boekwinkels en de musea. Dat levert altijd verrassingen  op. Zo waren wij laatst in Bourges, en wat een leuke stad is dat. In de eerste plaats natuurlijk de kathedraal die op elke kaart hoort te staan met de bovenaards mooie ramen.

Maar dan. Als je er op een dag bent dat alleen het stadspaleis van Jacques Coeur open is, en de rest dicht, dan ga je na dat bezoek naar het Muséum d’histoire naturelle. Het museum ligt op een moeilijk te vinden locatie in een buitenwijk. In eerste aanblik is het vooral educatief gericht, met een rez-de-chaussée-rondleiding door het menselijk lichaam. Op de eerste verdieping wordt de inrichting van het museum leuker met paleontologie, mineralogie, met verwijzing naar de negentiende-eeuwer Georges Cuvier, en de twintigste-eeuwer Gabriel Fouchier, die een dubbelfunctie had als én ‘monseigneur’, religieuze functionaris, in Bourges, én wetenschappelijk directeur van het museum. Deze functies beten elkaar niet in zijn persoon. Integendeel, zijn persoonlijke collecties kwamen in het museum terecht en hij had een belangrijke rol in het uitbreiden van de collectie. Hij werd tenslotte in dankbaarheid ook naamgever van het museum.

Lees verder “Een olifant genaamd Hans”

Misverstand: Neanderthaler

Skelet van een Neanderthaler (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

De reeks over misverstanden, gebaseerd op mijn boekje Spijkers op laag water, mag dan zijn afgerond, dat betekent natuurlijk niet dat er geen nieuwe misverstanden ontstaan of dat ik ze niet zelf de wereld in help. Dat deed ik bijvoorbeeld in mijn boek De klad in de klassieken, mijn overzicht van de theoretische onderbouwing van de oudheidkunde. In mijn beschrijving van de groei van de archeologie schreef ik:

In de negentiende eeuw veranderde het Europese beeld van het verleden sterker dan ooit daarvoor. Al eerder was men op het idee gekomen dat de mensheid van wildheid naar beschaving was geëvolueerd en was intrigerend bewijsmateriaal gevonden: veenlijken in Drenthe en skeletten in de vallei van de Neander, om eens iets te noemen, en vuistbijlen, ketels, pijlpunten en mantelspelden, maar ook mosasaurussen en iguanodons. De vraag hoe “diep” de menselijke Prehistorie was, werd urgent toen de Franse onderzoeker Jacques Boucher de Perthes het opmerkelijke idee opperde dat er meer dan één Zondvloed moest zijn geweest. Dikke kleilagen golden in de vroege negentiende eeuw als bewijs voor de historiciteit van de oudtestamentische catastrofe, en stenen werktuigen onder zo’n kleilaag werden beschouwd als de voorwerpen die de verdronkenen hadden verloren. Boucher de Perthes zag echter verschillende kleilagen boven elkaar, met verschillende soorten werktuigen er tussenin. In zijn Antiquités celtiques et antediluviennes (1847) concludeerde hij daarom dat de mensheid verschillende keren was ontstaan. De laatste keer vanuit de overlevenden van de Zondvloed, de voorlaatste keer vanuit Adam en Eva. De kleilagen en de stenen voorwerpen bewezen dat de mensheid nog vaker door het oog van de naald was gekropen.

Lees verder “Misverstand: Neanderthaler”