De Tochaarse talen

De stichters van een boeddhistisch klooster aan de noordrand van de Taklamakanwoestijn (Humboldtforum, Berlijn)

Het westelijk deel van wat wij China noemen, bestaat uit het zogeheten Tarimbekken, waarin de Taklamakanwoestijn ligt. Menselijk leven is alleen mogelijk aan de randen daarvan. De Zijderoute loopt dus óf ten zuiden óf ten noorden van dit bassin. De noordelijke rand is verkend door Duitse expedities, die grotten vol boeddhistische schilderingen én teksten aantroffen. Wat ze vonden, is nu te zien in het Humboldtforum in Berlijn. Een andere ontdekkingsreiziger was Aurel Stein. Dit is de Aurel Stein die ook de route van Alexander de Grote in de Swatvallei heeft verkend.

Tochaars-A en Tochaars-B

En hij ontdekte manuscripten in twee vergeten talen, die zijn vernoemd naar een volk dat ooit in de omgeving gewoond zou kunnen hebben, de Tocharen. Of de Tocharen werkelijk de talen spraken die wij Tochaars noemen, is niet zo belangrijk. Wel belangrijk is dat het aanbod aan teksten, dankzij de droge woestijn, vrij groot is. Van het Tochaars-A, dat ook weleens Turfaans is genoemd omdat sommige teksten uit de Turfan-oase komen, zijn ongeveer 2000 teksten over. Van het Tochaars-B zijn 9000 teksten over. Ze zijn geschreven in de Late Oudheid.

11.000 teksten: dat klinkt spectaculair, maar er zijn maar een paar honderd grotere teksten. Die waren vrij eenvoudig te lezen, omdat ze zijn geschreven in het Brahmi-schrift, een Indisch alfabet dat is ontwikkeld in het Maurya-rijk. Met het lezen van een tekst heb je de taal zelf natuurlijk nog niet doorgrond, maar al snel ontdekten taalkundigen dat er typisch boeddhistische woorden opdoken. Toen de boeddhistische aard van de teksten eenmaal was herkend, was de ontcijfering van de twee Tochaarse talen in principe mogelijk.

Het lijkt erop dat de bewoners van de noordelijke rand van het Tarim-bassin, toen het boeddhisme zich binnen het Kushana-Rijk richting Centraal Eurazië had verspreid, én de godsdienst én de gewoonte heilige teksten op te schrijven én het Brahmi-alfabet hebben overgenomen. Daarbij leenden ze ook Indische woorden, die ze op de oude wijze bleven spellen, bijvoorbeeld met een /th/, terwijl ze deze dentaal zelf uitspraken als /t/. Er zijn ook Iraanse leenwoorden.

Ouderdom

Anders dan je zou verwachten, behoren de Tochaarse talen niet tot de Indo-Iraanse tak van de Indo-Europese taalfamilie. In de vroege Indo-Europese talen was het woord voor paard iets dat leek op hekuo (vgl. het Latijnse equus), en omdat in de Indo-Iraanse tak de /k/ veranderde in een /s/, zou je in het Tochaars iets hebben verwacht als het Indische ásva, als de Tochaarse talen bij de Indo-Iraanse groep behoorden. Maar deze verschuiving heeft niet plaatsgevonden. In het Tochaars-B heet het paard yakwe.

Ik haast me om toe te voegen dat er veel meer voorbeelden zijn. De klankwetten zijn immers niet gebaseerd op één waarneming.

Zeker is dat het Tochaars zich van de andere Indo-Europese talen moet hebben afgesplitst vóór de verschuiving van /k/ naar /s/ plaatsvond in de Indo-Iraanse groep en vóór die groep zich afsplitste. Men denkt wel dat de Tochaarse migratie is te identificeren met de Afanasevo-cultuur, die ruwweg gelijktijdig met de Yamnaya-cultuur bestond, dus rond pakweg 3000 v.Chr. Het verbluffende is dus dat de Tochaarse Zijderoute-talen pas drie millennia nadat ze een eigen weg gingen, zijn opgetekend en een eigen, oeroud karakter hebben behouden.

Deel dit:

6 gedachtes over “De Tochaarse talen

  1. FrankB

    “Menselijk leven is alleen mogelijk aan de randen daarvan.”
    Dat is te eenvoudig – er eindigen nogal wat rivieren in de Taklamakan en heel voorspelbaar hebben mensen daarlangs steden gesticht. Met name Loulan, een stad uit de Chinese Oudheid, heeft een boeiende geschiedenis. De Noordelijke route loopt dan ook ten noorden van de Taklamakan, maar dwars door het Tarim bekken, langs de rivieren Yarkant en Tarim naar het Lop Nurmeer.

  2. Saskia Sluiter

    Het is al weer lang geleden dat ik de boeken van Stein las: ‘Ruins of desert Cathay’ en ‘Sand burried ruins of Khotan’. Stein was Hongaar, maar zijn ontdekkingsreizen deed ie in de good old Engelse traditie. Met de middelen en mogelijkheden van zijn tijd. Onmisbare dragers – zo te lezen werden ze goed behandeld – sleepten honderden kilo’s glasplaten (voor de fotografie), fotoapparatuur, meetinstrumentarium, voedsel en andere noodzakelijkheden mee. Over hoge bergpassen, met bevroren neuzen en tenen tot gevolg – Stein had er zelf ook last van – en in de meest aride woestijncondities. Een detail dat me altijd is bijgebleven zijn de zachte voetzolen van de dromedarissen (als het kamelen moet zijn, verbeter me dan even) die letterlijk verzoold werden: wanneer ze versleten raakten werden er met naald en draad nieuwe leren zolen opgezet. Stein had het niet alleen over de oudheden. Hij besteedde uiteraard ook aandacht aan de bevolking. Meest Oeigoeren, weet ik nu. Het schijnt dat deze bevolkingsgroep nog flink wat Tochaarse genen meegekregen heeft. Wrang om te bedenken dat de Oeigoerse cultuur onder Chinese heerschappij het loodje legt – waarschijnlijk al heeft gelegd.

      1. Saskia Sluiter

        Misschien dat ik het beter onthoud als ik er Bactrische voor zet. Bactrische kameel. Dat is zo duidelijk geen Midden Oosten dat je je eigenlijk niet meer vergissen kan.

Reacties zijn gesloten.