De mastspoor van Keryneia

Het Keryneia-scheepswrak (Museum van Girne)

Tijdens de Cyprusreis met Jona in september 2024 bezocht het reisgezelschap onder meer Keryneia op het noordelijk deel van het eiland. Daar bevindt zich een kasteel, waarvan een van de ruimten benut is voor de tentoonstelling van een hellenistisch scheepswrak, dendrochronologisch en op grond van Macedonische munten gedateerd rond 280-275 v. Chr. Het schip vervoerde o.m. amphorae wijn afkomstig van Rhodos, amandelnoten en ruw ijzer in de vorm van braadspitten van ongeveer een halve meter lengte.

Scheepsconstructie

Bootjes hebben mijn bijzondere interesse sinds mijn vader van een bouwtekening een zeiljol voor zijn zes kinderen heeft gebouwd, een kinderboot, waar ik eigenlijk al te oud voor was (namelijk veertien). Omdat de zoldertrap te smal was, moest de assemblage tot ongenoegen van mijn moeder in de woonkamer plaatsvinden. Toen de spanten klaar waren en in elkaar gezet, waren de bodem en de zijkanten aan de beurt, Bruynzeel hechthout, die hij er met veel geduld tegenaan zette. Het was een knap stuk werk voor een belastingambtenaar. Ik heb er denk ik drie zomers plezier van gehad, toen was ik er echt uitgegroeid.

De constructie vond ik eigenlijk nogal logisch, Hollandse roeiboten worden net zo gebouwd, net als  bijvoorbeeld de twaalf-voetsjol: eerst de spanten en dan de overnaadse planken er tegenaan gebogen. Ook zeventiende-eeuwse schepen werden zo gebouwd, en ik was dan ook zeer verbaasd toen tijdens vakantiereizen naar Scandinavië zowel in Roskilde als Oslo de constructie van scheepswrakken en schepen uit grafheuvels precies andersom was gedaan: van Vikingschepen uit de zesde tot en met negende eeuw werden eerst de planken aan elkaar gepast, ook overnaads, en daarin precies op maat de spanten ingezet om de zaak ook op zee in elkaar te houden.

De middeleeuwse koggenschepen zijn gereconstrueerd op basis van scheepswrakken. De Kamperkogge, tweeëntwintig meter lang en half zo breed, is gebouwd naar een wrak bij Zeewolde in de Flevopolder, dat omstreeks 1340 wordt gedateerd. In de IJssel bij Kampen is overigens in 2010 ook het wrak van een kogge gevonden.

Op afbeeldingen kon ik niet gewaar worden in welke volgorde de bouw heeft plaatsgehad. Koggen werden nog tot in de achttiende eeuw gebouwd, maar vanwege een grotere capaciteit werd vanaf de veertiende eeuw overgegaan op de hulk, waarvan de wanden niet meer van overnaadse planken in elkaar waren gezet, maar karveelgebouwd: de planken werden tegen elkaar en tegen de spanten aangezet.

Wrak van Keryneia

Het scheepswrak van Keryneia, gevonden in 1965, was karveelgebouwd: eerst de wanden en dan de spanten ertegenaan. Uiteraard wordt bij beide constructiemethoden eerst de kiel geplaatst. Het is al drie keer nagebouwd: als de Keryneia II,  de Keryneia III en de Liberty. Het schip was veertien meter lang.

Dubbele wand

Opmerkelijk vond ik dat het schip (in tegenstelling tot de Vikingschepen en de kogge) was uitgevoerd met een dubbele wand, net als de zeventiende-eeuwse Hollandse schepen, zoals aan de karveelgebouwde Batavia is te zien. Ongetwijfeld waren ook de fluitschepen zo gebouwd.

Het dubbele mastspoor

Op bovenstaande foto is duidelijk de mastspoor te zien, een zwaar houtblok, op de kiel vastgemaakt, waarmee de windkracht van het zeil omgezet wordt in de voortstuwing van het schip. Maar ernaast, links, ligt nog een kleiner houtblok met een gat erin. Dat zou betekenen dat het schip een boegzeil gehad moet hebben, zoals op onderstaande afbeelding van een Romeins schip is te zien.

Een schip met een boegzeil (Archeologisch museum, Sousse)

Dat diende om het manoeuvreren te vergemakkelijken. De drie gereconstrueerde Keryneia-schepen hebben of hadden geen boegzeil. Had het hellenistische schip er wel een? Ik weet er te weinig van om dit vraagstuk op te lossen, en er is bovendien een alternatieve verklaring: het kan de verankering zijn van een bootshaak, een hulpmiddel bij het aan- en afmeren in een haven, en misschien ook een elementair gereedschap om piraten van boord te houden. Dergelijk gereedschap wordt op moderne kleine zeilboten op een efficiënte manier aan een stag vastgemaakt.

[De reeks bijdragen van de gastauteurs loopt ten einde. Dit was een gastbijdrage van Arnold den Teuling. Dank je wel Arnold!]

Deel dit:

8 gedachtes over “De mastspoor van Keryneia

  1. Marijn Taal

    Bedankt, interessant! Ik weet nu wat overnaads en karveelgebouwd betekent. Ik weet wat de boeg van een schip is en ik ken de boegspriet, maar hoe ik me een boegzeil voor moet stellen weet ik niet. Welk zeil op het mozaïek in Sousse is de boegzeil? Het meest linkse neem ik aan? En hoe is het dan met de boeg verbonden? En wat zijn die twee dikke zwarte strepen met die bruine vlakken eronder bij elk van de twee zeilen op het mozaïek? Zijn dat ook onderdelen of heeft de maker van het mozaïek schaduw aan willen geven?

  2. Rob Duijf

    De meest linkse mast is het boegzeil. Bij latere dwarsgetuigde zeilschepen zou je dat wellicht de fokkemast kunnen noemen.

    Niet alles is even nauwkeurig weergegeven op dit mozaïk, want natuurlijk is er tuigage om de mast in het blok te houden, maar die zie je hier niet.

    Met de zwarte strepen met bruine strepen probeert de mozaïeklegger volgens mij de bolling van de zeilen in de wind weer te geven.

    1. Marijn Taal

      Bedankt voor uw reactie. Zover ik kennis heb van moderne scheepstermen bestaat iets als een boegzeil niet en zou je het tegenwoordig inderdaad het fokkezeil en de fokkemast noemen. Maar ik kan niet zeggen dat ik alle kennis die er over antieke scheepsbouw -en scheepstermen bestaat, bezit. Is er bewijs dat de antieken zo’n soort zeil voorop, bij de boeg, ‘boegzeil’ of iets vergelijkbaars in het Oudgrieks of Latijn noemden, wat wij nu aanduiden met ‘fokkezeil’ of ‘fok’?

      De zwarte-bruine strepen op het mozaïek lijken mij inderdaad de bolling van de zeilen weer te willen geven, bedankt!

      1. Rob Duijf

        In moderne scheepstermen ken ik ‘boegzeil’ ook niet. De betekenis van fok is voorzeil, bij langsgetuigde schepen het onderste zeil voor de mast of bij dwarsgetuigde schepen het onderste zeil aan de voorste mast.

        De klassieke zeiltermen ken ik niet.

  3. Het boeg zeil is inderdaad het linkse, en als je de mast waaraan het met een ra is opgehangen denkbeeldig doortrekt, dan kom je inderdaad bij de positie van de kleinere mastspoor uit. Zeilen kunnen ingeweven patronen hebben, dat is ook van de zeilen van vikingschepen bekend: https://www.meisterdrucke.nl/fijne-kunsten-afdruk/Viking/355715/Detail-van-een-beeldsteen-met-een-Vikingschip,-van-het-eiland-Gotland.html Verticale banen lijken meer gebruikelijk te zijn geweest.

    1. Marijn Taal

      Bedankt voor uw reactie. Klopt het met de afmetingen van het schip dat men een fokkemast in het kleinere mastspoor kon zetten voor een ‘boegzeil’? Liep dat dan door het dak van het ruim?

      Is er bewijs dat de antieken zo’n soort zeil voorop, bij de boeg, ‘boegzeil’ of iets vergelijkbaars in het Oudgrieks of Latijn noemden, wat wij nu aanduiden met ‘fokkezeil’ of ‘fok’?

  4. Frans Buijs

    Het schip kijkt wel erg droevig. Wellicht omdat ze niet weet of de voorste mast nou een fokkemast of een boegspriet is.

  5. Saskia Sluiter

    En maar zwoegen, die roeiers. Achttien, aan elke kant een rij?
    En wat een schitterend mozaïek: een schip als een hondje met een snuffelneus. Langs het Noordzeekanaal kwam jarenlang een cruiseschip met zulke geschilderde ogen langs. Al een tijd niet meer gezien.
    Mooi ook dat afdak aan de achterkant. Ik stel me voor dat het gevlochten is van een of ander materiaal. Of toch een soort huif van textiel? Dat zou het ruitpatroon verklaren.
    Om kort te gaan: Dank je wel Arnold!

Reacties zijn gesloten.