Jaarringdateringen

dendro_haithabu

Archeologische persberichten zijn nogal eens overdreven. De opstellers van goede berichten niet te na gesproken benutten archeologen de media vaak niet om u voor te lichten maar om naar fondsen te vissen. Daarom overdrijven ze. Ik heb het weleens geturfd en concludeerde toen dat 40% van de berichten onjuistheden bevatten die de betrokkenen moeten hebben herkend. Geen wonder dat de pers, éénmaal te vaak oneigenlijk gebruikt, steeds sceptischer wordt. Maar soms duikt er iets op dat de moeite waard is. Zoals dit keer, al is het bericht wat technisch, al is de feitelijke ontdekking alweer wat ouder en al houdt het persbericht op als het spannend wordt. Niettemin: dit kan interessant gaan worden.

Dendrochronologie is een duur woord voor het tellen van jaarringen om vast te stellen hoe oud een stuk hout is. Omdat de dikte van de ringen afhankelijk is van de weersomstandigheden, is geen reeks jaarringen – althans als die een jaar of tachtig lang is – identiek. Elke regio en elke houtsoort heeft een vrij specifiek patroon van dunne en dikke ringen. Als archeologen een houten voorwerp opgraven, kunnen ze dat vergelijken met een ijkcurve (zoals deze) en bepalen hoe oud het opgegraven voorwerp is. Is er een stuk spinthout aanwezig, dan kan de datering zelfs precies zijn. Zo kon van het Romeinse kamp in Oberaden worden gezegd dat het hout was gekapt in het najaar van 11 v.Chr.

Vanzelfsprekend moeten we dan wel een ijkcurve hebben. De laatste keer dat ik het opzocht – en dat is alweer enige tijd geleden – reikte de ijkcurve voor het Egeïsche Zee-gebied terug tot 363 n.Chr. Er is nog een andere serie, met een lengte van ruim 1500 jaar, die een flink deel van de Bronstijd en de vroege IJzertijd beslaat, maar niet aansluit op de reeks die vanaf 363 doorloopt tot onze tijd. Door het hout zélf te dateren met de koolstof-14-methode, konden Amerikaanse dendrochronologen vaststellen dat deze reeks moest behoren bij de jaren 2220-718 v.Chr. Het “graf van koning Midas” in Gordion is op deze manier gedateerd (en bleek te oud om van Midas te zijn).

Het probleem van de niet-aansluitende reeksen speelt in allerlei regio’s – in Egypte is er bijvoorbeeld ergens een reeks van twee eeuwen uit het Middenrijk – en daarom zoeken onderzoekers voortdurend naar manieren om de reeksen ergens aan te koppelen. Onderzoekers uit Oxford hebben nu een nieuw trucje bedacht, waarbij ze gebruik maken van het feit dat onze planeet soms korte tijd wordt blootgesteld aan ongebruikelijk veel radioactieve straling. Zoiets kan samenhangen met een vulkaanuitbarsting, een zonnevlam of een nova, al sloot de ontdekster van dit soort pieken, Fusa Miyake, de twee laatstgenoemde mogelijkheden uit toen ze in 2012 ontdekte dat er een hogere concentratie radioactieve koolstof was in jaarringen van het jaar 775 n.Chr. in Rusland, Amerika, Nieuw-Zeeland en Duitsland. Zeg maar wereldwijd.

De Oxfordonderzoekers hebben nu een tweede piek kunnen identificeren (namelijk in 994 n.Chr.) én wijzen erop dat zulke pieken ook te vinden zouden moeten zijn in bijvoorbeeld papyri of het gevlochten riet van een mand.

Maar, zo zal de oplettende lezer van deze kleine blog tegenwerpen, een koolstof-14-datering is toch altijd een waarschijnlijkheid? Je krijgt toch een interval waarbinnen iets met een zekere waarschijnlijkheid kan worden gedateerd? Hoe kun je het dan gebruiken om het precies te dateren? Het persbericht gaat erop in:

The problem, however, is that the tree-ring data is only available in blocks of decades rather than year by year. The new paper proposes a cutting-edge mathematical method to filter out particular years within such a block when “change points” in radiocarbon levels occurred.

“Cutting-edge mathematical method”! We moeten maar geloven dat het werkelijk waar is, en het is typerend voor archeologische persberichten dat de crux niet wordt uitgelegd. Maar laten we niet al te sceptisch zijn. Het lijkt erop dat we de komende jaren meer accurate dateringen zullen gaan krijgen.

U vindt Michael Dee’s artikel “Anchoring historical sequences using a new source of astro-chronological tie-points” achter de betaalmuur van de Proceedings of the Royal Society A.

22 gedachtes over “Jaarringdateringen

  1. Bonne Rook

    Die meneer Libby van de C-14 gaf aan, dat de methode niet geschikt was voor ouderdomsbepaling van meer dan 3500 jaar. Daarboven is het speculatie.
    Hij had gelijk. Er is voldoende bewijs, dat de vorming van C-14 niet constant is geweest. Daardoor worden ouderdomsbepalingen tot in het waanzinnige opgeschroefd. 100.000 jaar of 1.000.000 jaar. Men schijnt vooral naam te maken, wanneer men nog ouder dan bekend iets gevonden heeft.

    1. Gerdien

      Libby was lang geleden. Tegenwoordig gaan C14 dateringen met AMS (Accelerator Mass Spectometry), en bij accuraat net werk gaat dat zeker tot 50 000 jaar.
      C14 dateringen worden gecalibreerd uiteraard. Heel bekend is de calibratie op de varven van het Suigetsumeer in Japan. Zie daarvoor Ramsey, C. et al. Science 338, 370–374 (2012)
      http://science.sciencemag.org/content/338/6105/370?keytype=ref&siteid=sci&ijkey=4llvmem.bQES6 en het bijbehorende commentaar in Nature http://www.nature.com/news/core-sample-sends-carbon-clock-farther-back-in-time-1.11622

      Enig inzicht in wat de halfwaardetijd van 5730 jaar betekent laat zien dat het totaal onmogelijk is tot 1 miljoen jaar te dateren met C14, en dat 100 000 jaar inhoudt er een fractie 0.00000565 van het oorspronkelijke C14 over is.

      1. Bonne Rook

        De achtergrond van de vorming van C-14 is de kosmische straling. Deze straling moet over de eeuwen heen constant zijn geweest. Daarvoor is geloof nodig. Want te bewijzen is dit niet. Daarom sta ik sceptisch tegenover de C-14 datering en de calibratie ervan.

          1. Bonne Rook

            Brink1948. “Wiggling” probeert een verklaring te vinden voor de instabiliteit van de C-14 methode. Het volgende idee wil ik ter overweging geven: Water is een uitstekende afscherming tegen [kosmische] straling. Zeker als die een laag van een kilometer dik is. Zeer oude geschriften geven aan dat er een tijd was dat een dikke laag water de aarde volledig bedekte. [Zelfs als nu de landmassa vlak gestreken zou worden, bedekt een laag van 2000 meter water de aarde volledig.] Volgens oude geschriften verdween deze laag water op de aarde in de ruimte als een schil om de aarde. Deze toestand bleek niet stabiel te zijn en op een gegeven ogenblik stortte deze zich in een gigantische stortvloed op de aarde uit. Er zijn voldoende sporen van dit gebeuren te vinden. De latere, droge delen van de aarde stonden vanaf dat gebeuren bloot aan kosmische straling. In de atmosfeer werd nu voor het eerst C-14 gevormd. Het begon met een concentratie nul, en geleidelijk [vermoedelijk lineair] oplopende tot het niveau van de veertiger jaren van de vorige eeuw. De kernproeven van daarna hebben de concentratie een boost gegeven. Hiervan had meneer Libby nog geen last. En levend materiaal, gestorven vóór die tijd ook niet. Indien men bij de bepalingen van de ouderdom de lineaire afname meeneemt in het resultaat, dan zijn de uitkomsten betrouwbaarder, is het “wiggling” effect verdwenen, en zijn we verlost van de “mind-boggling” resultaten in de ouderdomsbepalingen.

            1. Bonne
              Zoals je zelf aangaf zijn er natuurlijke en laatstelijk antropogene oorzaken van verschillen in raioactiviteit in the atnosfeer en dus voor de variatie in de concentratie 14C.
              Daarbij: het gaat hier om datering in de laatste 4 milnenia en niet om eons geleden

              1. Bonne Rook

                brink1948
                Voeg het door mij geopperde idee samen met de datering uit de zeer oude geschriften, dan is de vorming van C14 ongeveer 4 millennia geleden begonnen bij nul. [lineair] oplopend tot de waarde aan het begin van de verstoring [door de gevolgen van het vernuft van de mens] in de vorige eeuw. Ook de toenemende verbranding van fossiele brandstoffen heeft gevolgen voor latere ouderdomsbepalingen. Al met al een reden om de C14 methode niet te gebruiken bij uitkomsten van meer dan 3500 jaar, zoals Libby al aangaf, hoe nauwkeurig de gehaltebepalingen van C14 ook mogen zijn. Het leidt tot schijnnauwkeurigheid en daardoor tot schijnwetenschap.

      1. Zou erg oppassen met het gebruik van wkipedia anders dan het krijgen van een global idee van de betreffense materie. Vergelijk bijv eens de entries in de verschillende talen. Dan merk je dat het noal eens geen feitelijke invoer kan zijn maar de subjectieve ideeen.
        Ik heb verder d ervaring dat als je een correcie maakt die automatisch door de plaatser er uit wordt gehaald, zonder commentaar. Ik had juist een Wikipedia account genomen om aperte onjuistheid er uit te halen in mijn eigen vakgebied met een referentie naar de tekstboeken die niet worden aangehaald in een wiki-entry

    2. Ik denk dat je het slachtoffer bent van het wantrouwen dat wel meer mensen hebben ten opzichte van archeologen. En inderdaad: ze willen nog wel eens overdrijven. Maar dat gaat doorgaans over het belang van hun vondsten, niet over wat mogelijk is met hun methoden. Dat is meer het soort fout dat classici maken.

  2. Twee reacties.
    Ten eerste: niet zolang geleden heb ik een aardig boek gelezen, waarin de oplichting en beroepsjaloezie in de kring van dendrochronologen een centrale rol spelen. Geschreven door een echtpaar, waarvan de vrouw hoogleraar in dat vak is. “De Messias” is de titel. Julian Winter is de schrijversnaam voor Wiljan van den Akker en Esther Jansma.
    Ten tweede: ik heb niet begrepen hoe men de ouderdom van 482 jaren heeft kunnen vaststellen van een pas gevangen diepzeehaai. Snap jij dat?

  3. Ik blijf het een merkwaardig persbericht vinden: de inleiding Is het problem van de chronologie in het tweede milenium BC in het midden-oosten en de gegegevens in de publikatie hebben betrekking op data uit de 8e resp 10e eeuw AD?!
    Veel interessanter vind ik de volgende zeer recent publikatie van Manning over die chronologie; het artikel is vrij op het web te bestuderen
    http://journals.plos.org/plosone/article?id=info%3Adoi%2F10.1371%2Fjournal.pone.0157144

    1. Zo vreemd is het niet. Het onderliggende artikel legt vooral uit met welke wiskunde dit soort “pieken” kunnen worden geijkt. Het gebruikt twee geattesteerde pieken na Chr. om het principe uit te leggen en schetst de mogelijkheden voor de echt grote puzzel: de Bronstijd.

      Dat artikel, daar ben ik blij mee!! Het bevestigt wat Werner Nahm schreef in 2013/2014 (“The Case for the Lower Middle Chronology” in Altorientalische Forschungen 40 (2013).

  4. https://www.researchgate.net/publication/303094245_New_Evidence_for_Middle_Bronze_Age_Chronology_and_Synchronisms_in_the_Levant_Radiocarbon_Dates_from_Tell_el-Burak_Tell_el-Daba_and_Tel_Ifshar_Compared
    en kende je deze al van de eertijds volger van Bietak in zijn low chronology voor Egypte (Tell-el-Daba)
    De site ResearchGate is het Europese equivalent van Academia.edu
    Je dient een account aan te maken maar dan zijn er veel publikaties (die anders achter de paywall zitten) te lezen van met name Europese wetenschappers

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s