Diodoros’ tweede helft

Kleio, de muze van de geschiedwetenschap (Prado, Madrid)

Ik heb eerder geblogd over Diodoros van Sicilië, een Grieks-Romeinse geschiedschrijver rond het midden van de eerste eeuw v.Chr. Hij had zo’n beetje alle geschiedenisboeken gelezen waarop hij de hand kon leggen en vatte die in eigen woorden samen tot een veertig boekrollen tellende Bibliotheek van de Wereldgeschiedenis. Enkele delen zijn over, andere kennen we alleen fragmentarisch. Door een gelukkig toeval zijn onlangs twee Nederlandse vertalingen verschenen: Gerard Janssen publiceerde in 2024 de boeken 1, 2, 3 en de boeken en 4, 5 met de fragmenten van 6-10. Dit betreft vooral de heel vroege geschiedenis. John Nagelkerken voegde daar een selectie uit de boeken 11-13 aan toe (de geschiedenis van Griekenland in de vijfde eeuw) plus opnieuw boek 1.

De doublure suggereert dat de twee uitgeverijen hun werkzaamheden niet hebben gecoördineerd, maar laten we hopen dat ze dat wel doen voor de boeiende boeken 14-20, waar voldoende in staat dat de moeite waard is, met name Griekenland in de vierde eeuw tot het einde van de oorlogen tussen de opvolgers van Alexander de Grote. De daarop volgende, fragmentarisch overgeleverde boeken 21-40 beslaan de periode tussen 300 en 62 v.Chr.: de hellenistische staten, de Siciliaanse veldtocht van Pyrrhos van Epirus, de Eerste Punische Oorlog, en verder tal van details over de expansie van Rome waarover we geen andere bronnen hebben. Dit zijn onderwerpen die doorgaans onderbelicht blijven en waarop Diodoros enig licht werpt.

Lees verder “Diodoros’ tweede helft”

School van de Namen (2) What’s in a name?

Kruik uit de Periode van de Strijdende Staten (Musée Guimet, Parijs)

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme en het Mohisme zijn we nu toe aan de zogeheten “School van de Namen”. Het eerste deel was hier.] 

Honderd scholen

Al eerder heb heb ik het gehad over de “Periode van de Honderd Scholen” van het Chinese denken. Deze periode valt grofweg samen met de Periode der Strijdende Staten (ca 479- 221 v.Chr.) waarin er een nietsontziende strijd woedde tussen verschillende staten over de macht over de “landen van het midden” in wat nu China heet. Afhankelijk van wie je het vraagt begint de Periode van de Honderd Scholen ook wel iets eerder, namelijk aan het einde van de Periode van Lente en Herfst, toen Confucius leefde. Terwijl de staten elkaar bevochten met wapens, bevochten die honderd scholen elkaar voornamelijk met woorden.

Lees verder “School van de Namen (2) What’s in a name?”

Zes vragen aan Bert van der Spek

De “Arched Room” in het British Museum, waar Van der Spek kleitabletten kan bestuderen.

De trouwe lezers van deze blog kennen inmiddels de rubriek waarin dit de vierde aflevering is: ik wil de aandacht weghalen bij de gemakzuchtige stukken over archeologische vondsten en de ongefundeerde parallellen tussen toen en nu, en terugleggen bij het eigenlijke wetenschappelijke proces. Vandaag is het woord aan oudhistoricus Bert van der Spek, aan wiens handboek ik eerder een reeks blogjes wijdde, maar die meer heeft gedaan dan alleen een handboek maken.

**

Wat bestudeert u?
De geschiedenis van Babylonië na de verovering door Alexander de Grote in 331 v.Chr., die de zgn. Hellenistische periode inleidde. Veruit de meeste bronnen over deze periode zijn in het Grieks gesteld (geschiedschrijvers die soms eeuwen later leefden, Griekse inscripties). Daardoor hebben veel oudhistorici (die veelal opgeleid zijn als classici) door een Griekse bril naar het Hellenistische Nabije Oosten gekeken.  Ik probeer de in het Babylonisch geschreven bronnen bij het onderzoek te betrekken.

Lees verder “Zes vragen aan Bert van der Spek”

De Germanen (2) Gradaties

Tacitus’ Germania (Landesmuseum, Bonn)

[Dit is het tweede van zes blogjes over de Germanen. Het eerste was hier.]

Ik heb in het vorige blogje verteld dat de Germanen rond 100 v.Chr. voor het eerst opduiken in het overgeleverde deel van de Grieks-Romeinse literatuur en dat er in die tijd een zuidwaartse migratie plaatsvond vanuit Denemarken en de Noord-Duitse Laagvlakte. Dit is te bewijzen aan de hand van de historische taalkunde, waar ik nog even mee verder ga. Ik zal vertellen dat de regio waar men Germaans sprak, niet samenvalt met de regio die de Grieken en Romeinen “Germania” noemden. Ze valt trouwens ook niet samen met de Germaanse archeologische culturen, en ook daarover wil ik het hebben.

De grenzen van Germania

Als de zuidgrens van Germania hebben de Griekse en Romeinse auteurs altijd de Donau aangewezen. Dat was al zo ten tijde van Poseidonios van Apameia en voor zover ik weet heeft geen enkele antieke geograaf er ooit anders over gedacht. Ten zuiden van de rivier lagen Keltische staten als Raetia (zeg maar Baden-Württemberg) en Noricum (zeg maar Beieren): twee gebieden die voor zover ik weet niemand ooit Germaans heeft genoemd.

Lees verder “De Germanen (2) Gradaties”

De Germanen (1) Herkomst

Romeins portret van een Germaan (British Museum, Londen)

Het is met de Germanen zoals met de Kelten: begripsverwarring. Soms verwijst de naam naar degenen die door de Grieken en Romeinen zo werden aangeduid. Soms is verwezen naar de bewoners van een bepaald gebied, “Germania”. Soms is verwezen naar de sprekers van een bepaalde taal. Ik sla nog het een en ander over, maar dit is duidelijk: zoals de Kelten zichzelf geen Kelten noemden, zo wisten de Germanen niet dat ze Germanen waren. Dit alles geldt overigens voor wel meer antieke volken.

Ik wil nu zes blogs wijden aan de Germanen. Ik wil vandaag iets vertellen over de herkomst van het idee dat er überhaupt Germanen bestonden en zal daarna ingaan op het onderzoek – eerst de historische taalkunde. Daarna behandel ik dan de geografie en archeologie, en is, hoop ik, duidelijk waarom de geografische begrenzing lastig is en er eigenlijk gradaties van Germaansheid zijn. Ik vermeld dan in een derde blogje wat historische gebeurtenissen (zoals de slag in het Teutoburgerwoud) vervolg met meer geschiedenis, en ik rond af met een schets van de Germaanse cultuur, met speciale aandacht voor religie.

Lees verder “De Germanen (1) Herkomst”

De Cyrenaica (2)

Apollonia (Cyrenaica)

[Dit is het tweede en laatste blogje over de Cyrenaica.]

Een tijd zonder geschiedenis

De Perzen veroverden Egypte in 525 v.Chr. en lijken daarna de Cyrenaica te hebben onderworpen. Uit de Historiën van Herodotos van Halikarnassos zouden we afleiden dat het gebeurde rond 513, maar zoals zo veel dateringen is ook dit jaartal niet zo zeker als het lijkt. Het is onduidelijk of de Achaimeniden daadwerkelijk de regio hebben beheerst: ze lag immers ver weg. Het is in elk geval waarschijnlijk dat de Cyrenaica haar zelfstandigheid herwon toen koning Xerxes de perifere rijksdelen opgaf. In elk geval moeten de steden van de Cyrenaica na de onafhankelijkheid van Egypte in 404 autonoom zijn geweest.

Lees verder “De Cyrenaica (2)”

Mohisme 11: de late mohisten en de theorie

Zomaar wat serviesgoed uit de Periode van de Strijdende Staten (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

[Kees Alders schrijft over de oosterse filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over de Chinese filosofie stond daar en we zijn inmiddels aanbeland in de derde reeks: over Meester Mo, over het boek Mozi en de leer van het mohisme. Het eerste deel is hier.] 

De late mohisten discussieerden, zoals we in het vorige blogje zagen, met vertegenwoordigers van andere scholen uit de Chinese filosofie. De debatten brachten hen er zo nu en dan toe hun standpunten aan te passen, maar dwongen hen ook om zich verder te verdiepen in theoretische vraagstukken. De Canons en de twee daarop volgende hoofdstukken in de Mozi zijn opmerkelijk door hun hoge vlucht in taaltheorie, kennisleer en logica. De fundamentele manier waarop de mohisten hier het denken onderzoeken wordt wel vergeleken met het werk van Aristoteles.

Lees verder “Mohisme 11: de late mohisten en de theorie”

Mohisme 10: De late mohisten en de praktijk

Zomaar een steenbok uit de Periode van de Strijdende Staten (Musée Guimet, Parijs)

[Kees Alders schrijft over de oosterse filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over de Chinese filosofie stond daar en we zijn inmiddels aanbeland in de derde reeks: over Meester Mo, over het boek Mozi en de leer van het mohisme. Het eerste deel is hier.] 

We moeten het nog hebben over de late mohisten. Zij verschillen op een aantal punten van de eerdere mohisten en vormen daarmee een apart en opvallend hoofdstuk in de Chinese filosofie. Hun ideeën laten zien dat de mohistische school een sterke ontwikkeling heeft doorgemaakt, en verschillende filosofische disciplines is gaan verkennen.

Lees verder “Mohisme 10: De late mohisten en de praktijk”

Ekbatana

Gouden rhyton uit Ekbatana (Nationaal Museum, Teheran)

Een van de vele wonderlijke verhalen die de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos vertelt, is zijn beschrijving van Ekbatana, dat volgens hem de hoofdstad was van het Iraanse volk der Meden. Het gaat met zekerheid om de huidige stad Hamadan in het westen van Iran: beide plaatsnamen gaan terug op een oud-Iraans woord Hagmatana, “verzamelplaats”. Herodotos vertelt dat een zekere Deïokes, een onkreukbare rechter, de verschillende Medische groepen tot een eenheid maakte en een hoofdstad stichtte.

Ekbatana is vanwege de concentrisch gebouwde muren onneembaar. Ze zijn zo aangelegd dat iedere ringmuur slechts met zijn tinnen boven de volgende uitsteekt. Deze constructie werd vergemakkelijkt door het feit dat de vesting zich op een heuvel bevindt, maar het is voornamelijk het werk van mensenhanden geweest. In totaal zijn er zeven van dergelijke cirkels en in het middelpunt staat het paleis met de schatkamers. … De tinnen van de eerste vijf zijn fel beschilderd in verschillende kleuren: wit voor de eerste, dan zwart, de derde rood, de vierde blauw en de vijfde oranje. De twee binnenste muren zijn respectievelijk verzilverd en verguld. Dit vestingwerk diende om de koning en zijn onderkomen te beschermen. Op bevel van Deïokes moest het volk zijn huizen in een kring om de buitenmuur heen bouwen.noot Herodotos, Historiën 1.98; vert. Hein van Dolen.

Lees verder “Ekbatana”

De Iberiërs (3)

Iberisch grafmonument (Archeologisch museum, Madrid)

[Laatste van drie blogjes over de bewoners van Zuidoost-Spanje in de tweede helft van het eerste millennium v.Chr. Het eerste was hier.]

Rijk en arm

Een van de manieren waarop de rijke Iberiërs zich van hun arme landgenoten onderscheidden, was de monumentale grafsculptuur. Vanaf het begin, dus zeg maar vanaf pakweg 550 v.Chr., toonden voorname families hun welvaart met opvallende gedenktekens langs de toegangswegen tot de Iberische steden. Ze hadden allerlei vormen en zijn opgegraven in alle delen van de huidige regio’s Valencia en Murcia. Gaandeweg ontstonden ware dodensteden, keurig geordend, alsof het de steden waren van de levenden. Er was dan een hoofdstraat voor de graven van de voornaamste mensen, met haaks daarop zijstraten voor de bijzettingen van minder vermogende stedelingen.

De voornaamste graven – te zien in bijvoorbeeld de musea van Madrid en Elche – zijn werkelijk fantastisch. Er zijn torens en pilaren, er zijn afbeeldingen van wilde dieren en mythologische figuren. Misschien moesten die tevens tonen hoe de mensheid de natuur had overmeesterd en was gaan beheren. Zeker is dat niet, maar ik noem het omdat het ook een mogelijke interpretatie is van oudere stèles, waarover ik binnenkort eens zal bloggen.

Lees verder “De Iberiërs (3)”