Cairns en brochs en Skara Brae (2)

Cairn Whiteford Hill, Orkney

[Tweede en laatste blogje van het verslag dat Arnold den Teuling van zijn reis door Schotland. Het eerste was hier.]

We maken nu een flinke sprong terug in de tijd, naar het Late Neolithicum, d.w.z. het midden van het vierde millennium v.Chr., met talloze voorbeelden van cairns, grafmonumenten bestaande uit keien, maar met een of meer grafkamers. Deze kennen we ook uit Bretagne en het Zweedse eiland Gotland, en ze zullen ongetwijfeld op meer plaatsen te vinden zijn. Ze dateren uit dezelfde periode als de hunebedden op het Noord-Europese vasteland. Uit dezelfde tijd dateren stone circles, die ouder zijn dan Stonehenge en Avebury, en ook in rijen opgestelde stenen die ouder zijn dan de alignements van Carnac in Bretagne.

Skara Brae

Maar het meest spectaculair is toch onmiskenbaar het neolithische dorp Skara Brae op de westkust van het Mainland van Orkney. Het is om onbekende redenen vrijwel intact verlaten, nadat het drie of vier eeuwen bewoond was geweest. Zelfs de aardewerk potten stonden nog in hun rekken toen het halverwege de negentiende eeuw werd ontdekt. Door een storm was het zandduin erbovenop weggeblazen, en een deel van het dorp is ook in zee gespoeld.

Lees verder “Cairns en brochs en Skara Brae (2)”

Het Emiraat van Córdoba (2)

De beroemde moskee van Córdoba

[Tweede van vier blogjes over het Emiraat van Córdoba. Het eerste was hier.]

Emir Abd al-Rahman, de stichter van het Emiraat van Córdoba, overleed rond 788 en werd opgevolgd door zijn zoon Hisham I. Die erfde, behalve een staat-in-wording, ook de conflicten met het Abbasidische Kalifaat van Bagdad en met Karel de Grote. In de eerste oorlog boekte hij al snel succes door in het huidige Marokko een vazalstaat in het leven te roepen, geleid door de Idrisiden. Vanaf nu controleerden de vloten van de emir van Córdoba en zijn bondgenoot de Straat van Gibraltar.

De wijde wereld

De Abbasidische kalief Harun ar-Rashid (r. 786-809) liet het gebeuren. Hij versterkte echter wel zijn greep op Ifriqiya, waar Ibrahim ibn al-Aghlab het Aghlabidische emiraat stichtte. Ik blogde er al eens over. Aanvankelijk loyaal aan de kalief in Bagdad, begon dit emiraat zich steeds zelfstandiger te gedragen. De hoofdstad was Kairouan, dat eeuwenlang een grote aantrekkingskracht heeft gehad op Andalusiërs. De stad groeide snel, van 15.000 mensen in 830 tot 50.000 in 1050. Ik blogde al eens over de watervoorziening.

Lees verder “Het Emiraat van Córdoba (2)”

Museum Dorestad

Romeinse helm uit Wijk bij Duurstede (Rijkscollectie)

Deze blog bestaat vandaag veertien jaar en dat vier ik met het 500e blogje in onze reeks museumstukken. Dat moet natuurlijk een bijzonder museumstuk zijn, maar het is niet de helm hierboven. Ik blog over het museum waar die helm eigenlijk hoort te zijn, en wellicht nog eens komt. Alleen is dat museum nog niet geopend: het is Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede.

Ik blog daarover omdat een museum, waar ze artefacten tonen, ook zelf een artefact is. Ik heb eerder weleens geblogd over de landkaart van Italië die je kunt zien in het Museo della civiltà romana in Rome, en zo kun je ook kijken naar het museum waar de vondsten uit Dorestad te zien zullen zijn. Ik sprak erover met conservator Luit van der Tuuk.

Lees verder “Museum Dorestad”

Faits divers (33): archeologie

Cucuteni-Tripolje-aardewerk (Neues Museum, Berlijn)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer allerlei leuke archeologische berichten.

***

De eerste steden

Het traditionele, en op zich niet onjuiste, verhaal over de eerste steden is dat hun ontstaan hand-in-hand ging met de groei van sociale stratificatie. Bijvoorbeeld doordat er meer boeren waren, meer opbrengsten, meer noodzaak tot organisatie, en dus een centrale leider, die zijn macht onderstreepte met monumentale bouw. Dit is vanzelfsprekend altijd een grove generalisatie geweest. Een schema, zeg maar, om de gedachten te ordenen. De vondsten in Göbekli Tepe bewijzen dat al in een samenleving van jagers en verzamelaars monumentale architectuur mogelijk is, dus er is geen enkele reden monumentaliteit onlosmakelijk te verbinden met steden of zelfs maar landbouw.

De laatste kwart eeuw is er veel meer aandacht gekomen voor “mega-sites” die wel stedelijk ogen maar geen opvallend grote sociale stratificatie kennen. Sovjet-archeologen attendeerden er lang geleden al op dat in het gebied van de Skythen – zeg maar Oekraïne – enkele knotsen van nederzettingen bekend waren, zonder aanwijzingen voor maatschappelijke ongelijkheid. Dat paste mooi bij theorieën over een oercommunisme, dus het oogde wat verdacht. Maar inmiddels is er meer belangstelling voor, en het helpt dat onderzoekers met Lidar meer van zulke nederzettingen vinden.

Lees verder “Faits divers (33): archeologie”

Vragen rond de jaarwisseling (2)

Een Romeinse dodecaëder (Archeologisch Museum, Zagreb)

Ik nodigde u onlangs uit om vragen te stellen voor het lijstje “Vragen rond de jaarwisseling” van 2024. De eerste zes vragen beantwoordde ik daar; hier zijn er nog eens zes.

7. Is er meer bekend over hoe bijv. Caesar een grote troepenmacht met alle ondersteuning over grote (zee) afstanden kon sturen?

Ik denk dat u dit stuk moet lezen.

8. Was er in de oude wereld een sociale status vereist om deel te nemen aan de eredienst? Kijkend naar de meest populaire godheden in de antieke culturen, zie ik elitaire prioriteiten zoals autoriteit, oorlog en wijsheid. Verraadt dat een bepaalde maatschappelijke structuur?

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (2)”

De mastspoor van Keryneia

Het Keryneia-scheepswrak (Museum van Girne)

Tijdens de Cyprusreis met Jona in september 2024 bezocht het reisgezelschap onder meer Keryneia op het noordelijk deel van het eiland. Daar bevindt zich een kasteel, waarvan een van de ruimten benut is voor de tentoonstelling van een hellenistisch scheepswrak, dendrochronologisch en op grond van Macedonische munten gedateerd rond 280-275 v. Chr. Het schip vervoerde o.m. amphorae wijn afkomstig van Rhodos, amandelnoten en ruw ijzer in de vorm van braadspitten van ongeveer een halve meter lengte.

Scheepsconstructie

Bootjes hebben mijn bijzondere interesse sinds mijn vader van een bouwtekening een zeiljol voor zijn zes kinderen heeft gebouwd, een kinderboot, waar ik eigenlijk al te oud voor was (namelijk veertien). Omdat de zoldertrap te smal was, moest de assemblage tot ongenoegen van mijn moeder in de woonkamer plaatsvinden. Toen de spanten klaar waren en in elkaar gezet, waren de bodem en de zijkanten aan de beurt, Bruynzeel hechthout, die hij er met veel geduld tegenaan zette. Het was een knap stuk werk voor een belastingambtenaar. Ik heb er denk ik drie zomers plezier van gehad, toen was ik er echt uitgegroeid.

Lees verder “De mastspoor van Keryneia”

Geliefd boek: River Kings

Het begint met een kraal. Een kraal van carneool, afkomstig uit Gujarat in India. En teruggevonden in een graf uit het eind van de negende eeuw in Repton in Midden-Engeland. Bio-archeoloog Cat Jarman van de Universiteit van Bristol gebruikt de kraal in River Kings als rode draad om de Vikingen te volgen van Engeland via Scandinavië en Oekraïne naar Constantinopel en verder. Dat doet ze niet met een fictieverhaal, maar door het oplossen van archeologische en historische puzzels.

Jarman beschrijft de vondsten en de antwoorden – als die er zijn – en legt ook het proces en de methoden helder uit. Zo leer je ook als historisch onderlegde lezer veel nieuws over de Vikingen en over de snelle ontwikkelingen in de onderzoeksmethoden. Want Jarman staat met haar werk aan het front van wat Jona de DNA-revolutie noemt.

Lees verder “Geliefd boek: River Kings”

Het Jaar 1000 (1): Politiek

Otto III, keizer in het jaar 1000; links van hem Gerbert van Aurillac

De grenzen van de Oudheid zijn niet arbitrair en liggen bij pakweg 3000 v.Chr. en 650 na Chr. Tussen die twee data bestonden ruwweg vergelijkbare economische en sociaal-culturele structuren. Daarvóór beschikken we over alleen archeologische data, in de Oudheid hebben we daarnaast ook geschreven informatie maar nog altijd te weinig, en na 650 na Chr. krijgen we eindelijk redelijk wat geschreven informatie. In West-Europa bereiken we dat punt van voldoende geschreven informatie pas later, ergens rond het jaar 1000. Op de ene plek in Europa wat vroeger, op de andere wat later, maar de Oudheid was definitief voorbij.

Alle reden om nog eens naar dat roemruchte an mil te kijken, zeker nu het Rijksmuseum van Oudheden over dat onderwerp een expositie organiseert die op vrijdag 13 oktober begint. Die gaat vooral over Nederland. Ik wilde nog eens kijken naar West-Europa in zijn geheel. Hoe zat het ook alweer met de Volle Middeleeuwen? Waarom is het culturele leven van de Late Middeleeuwen zo anders dan in de Vroege Middeleeuwen / Late Oudheid? De transitie is interessant, maar ik heb er al jaren niet meer naar omgezien. Kortom, tijd voor een aantal blogjes. Bloggen is immers heerlijk om je geheugen op te frissen.

Lees verder “Het Jaar 1000 (1): Politiek”

Het jaar 1000: vroege globalisering?

Zoals ik zojuist beschreef, toont Daan Nijssen in Alle wegen leiden naar Babel hoe de grote handelswegen in het oude Nabije Oosten en de Mediterrane wereld groeiden. De Chinezen hoefden alleen maar in te pluggen in een bestaand netwerk. Dat is waar Nijssens verhaal eindigt. Het boek van Valerie Hansen, The Year 1000, pakt de draad een ruim millennium later op als de ontstane handelsnetwerken een schaalvergroting zouden hebben ondergaan.

In de woorden van Hansen, die geschiedenis doceert aan de Yale-universiteit, begon de globalisering rond het Jaar 1000. Dat is een samengestelde bewering die haar dwingt twee dingen te bewijzen:

  1. er was zoiets als globalisering,
  2. die begon rond 1000.

Dat laatste is natuurlijk slechts een nummer. Historici hebben vanouds een ambigue houding ten opzichte van l’an mil, waarvan ze enerzijds weten dat het geen keerpunt was, maar dat ze anderzijds graag gebruiken als signaalwoord om aandacht te trekken. “Globalisering” is ook geen fijn woord. Hansen focust op handel en heeft het soms ook over geweld, maar haar essentialistische beeld van religie laat haar geen ruimte voor wederzijdse beïnvloeding tussen de wereldgodsdiensten, die toch ook hoort bij het algemene culturele proces. Zelfs als we haar conceptuele vaagheid accepteren, is The Year 1000 echter mislukt. Hansen kan het eerste deel van haar stelling illustreren, niet méér, en bewijst het tweede geheel niet.

Lees verder “Het jaar 1000: vroege globalisering?”

De sloop van de geesteswetenschappen gaat gewoon door

Sleutel, verloren door een Viking bij de plundering van Dorestad (Dorestadmuseum, Wijk bij Duurstede)

Ooit, als kind in Beneden-Leeuwen, ging ik naar het circus. Ik herinner me er weinig van, behalve de paarden. Ook herinner ik me een clown die een act had waarin hij zat opgesloten in een kooi en moest ontsnappen. Terwijl het publiek wist dat het deurtje naar buiten toe open stond, deed Domme August pogingen het deurtje naar binnen te trekken. Uiteindelijk moest een kind uit het publiek tonen hoe het deurtje opende. Ik kon er niet om lachen.

Er gaat weer een geesteswetenschap ten onder

Als u er wel om lachen kunt, heb ik goed nieuws. Er wordt namelijk weer een geesteswetenschap gesloopt. Die sloop gaat namelijk gewoon door hè. Dit keer is het laatste Deense instituut aan de beurt waar Oud-Noors wordt gedoceerd, de taal van de Noormannen. U leest er hier meer over. Het grappig ongrappige is dat er voor de geesteswetenschappen een ontsnappingsmogelijkheid is, maar dat hun beoefenaren de oplossing niet herkennen. Er zal ook dit keer geen wereldwijde steun komen van historici, literatuurwetenschappers, archeologen, taalkundigen of kunsthistorici.

Lees verder “De sloop van de geesteswetenschappen gaat gewoon door”