Cornelis de Bruijn (11) Java

Het VOC-fort Galle in Ceylon, waar Cornelis de Bruijn verbleef

Dit is het elfde van dertien blogjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Ceylon

Op 25 oktober 1705 ging Cornelis de Bruijn, hersteld van ziekte, in Gamron aan boord van de Mydregt, waarmee hij voer naar Kochi in het zuidwesten van India. Hij keek verbaasd naar de dolfijnen en vliegende vissen. Eenmaal in Kochi verbleef hij bij functionarissen van de VOC, alvorens door te varen naar Ceylon, waar de Hollanders verschillende handelsposten hadden, zoals Galle bij de zuidkaap van het eiland.

De Bruijn verbleef hier lang genoeg om een ​​krokodillenjacht te observeren, en biedt in zijn Reizen over Moskovie, door Persie en Indie een uitvoerige beschrijving van de natuurlijke rijkdom van het land. Na de viering van Kerstmis en Nieuwjaar verliet hij Ceylon op 6 januari 1706.

Oorlog op Java

Zeven weken later bereikte de Mydregt de haven van Batavia, het huidige Jakarta. De reis was niet geheel zonder gevaar geweest. In Europa vocht Frankrijk nog steeds tegen de andere landen in de Spaanse Successieoorlog en kapers vormden een risico. Ik blogde al over deze kaapvaart, zij het in een heel ander deel van de wereld.

Ook op Java, het hoofdeiland van de Indonesische archipel, heerste geen vrede. De Bruijn belandde middenin de Eerste Javaanse Successieoorlog. De VOC beheerste Batavia en omgeving, maar het grootste deel van Java behoorde tot het sultanaat Mataram. Sultan Amangkurat II was in 1703 overleden, en zijn broer Pangeran Puger en zijn zoon Amangkurat III betwistten de troon. Kort voor de aankomst van De Bruijn had Puger, gesteund door de VOC, de troon verworven, maar diens neef was vanuit Oost-Java een oorlog begonnen tegen zijn oom.

De nieuwe sultan had nog steeds Hollandse steun nodig en moest daarvoor concessies doen; in feite moest hij de westelijke delen van zijn sultanaat afstaan en de Hollanders het recht geven om in de rest van Mataram te reizen en te handelen waar ze maar wilden. De VOC was tijdens De Bruijns verblijf nog volop bezig met het organiseren van deze aanwinsten, en de oorlog in het oosten was nog steeds gaande, zodat een bezoek aan Mataram onmogelijk was. Eigenlijk was het bezoek van De Bruijn aan Java een teleurstelling.

Cornelis de Bruijn, Joan van Hoorn (Rijksmuseum, Amsterdam)

Struiswijk en Weltevreden

De kunstenaar kon verblijven op Struiswijk. Dat is berucht als kamp tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar was destijds het landgoed van Joan van Hoorn, die tussen 1704 en 1709 gouverneur-generaal was. In ruil voor de gastvrijheid schilderde De Bruijn het portret van zijn gastheer, dat bewaard is gebleven in de collectie van het Rijksmuseum, maar nogal beschadigd lijkt.

Van Hoorn was verantwoordelijk voor een belangrijke beslissing in het economische beleid van de VOC. Tot dan toe was Batavia een productiecentrum van peper, suiker en rijst geweest, en een handelscentrum voor zijde, porselein, muskaatnoot, thee en amfioen (een voorloper van opium). Van Hoorn gaf opdracht om in het pas verworven gebied ook koffie te gaan produceren, om zo het monopolie van de Arabische handelaren in Jemen zou doorbreken. Een beschrijving van de koffieproductie manier ontbreekt niet in de Reizen over Moskovie, door Persie en Indie.

Een van de leukste aspecten van het verblijf van De Bruijn was een bezoek aan de kleine dierentuin van Cornelis Kastelein op een landgoed in het dorpje Weltevreden. De Bruijn hield van een diertje dat al philander (“mensenvriend”) was gedoopt, een klein, kangoeroe-achtig buideldier dat officieel is vernoemd naar onze reiziger: De Bruijnpademelon ofwel Thylogale Brunii. De soort is bijna uitgestorven.

Cornelius de Bruijn, Philander

Een ander aspect van De Bruijns verslag van Oost-Indië is een beschrijving van de koraalbanken en de tropische vissen bij het eilandje Edam, niet ver van Batavia. Ook beschrijft hij de Chinezen in Batavia, die het suikerriet produceerden dat nodig was om brandewijn te stoken. In juli 1706, na het regenseizoen, verbleef De Bruijn enige tijd bij de sultan van Bantam, een nog onafhankelijke staat in het uiterste westen van Java. De Bruijn had grote bewondering voor de dansers.

Teleurstelling

Hoe levendig zijn verslag ook is, Reizen over Moskovie, door Persie en Indie bood weinig informatie over Java die niet al bekend was bij de functionarissen van de VOC. Alleen voor een algemeen publiek – en dat zijn wij – bood het veel vermakelijks. Het lijkt erop dat De Bruijn er ook niet blij mee was, want hij had plannen om de Coromandelkust in Zuidoost-India te bezoeken, maar hij besloot terug te keren. Hij was de jongste niet meer en had inmiddels last van een huidaandoening, van pijnlijke benen en van zijn ogen.

Een Oost-Indiërvaarder (gevelsteen, 2e Rozendwarsstraat 21, Amsterdam)

Omdat de Spaanse Successieoorlog nog niet voorbij was, was de route rond Afrika en over de Atlantische Oceaan nog onmogelijk. Dus moest De Bruijn Perzië en Rusland opnieuw bezoeken. Hij ging aan boord van de recent gebouwde Prins Eugenius (vernoemd naar een van de commandanten in de Spaanse Successieoorlog). Op 25 augustus 1706 begon De Bruijn, na een verblijf van een half jaar in Oost-Indië, aan de terugreis. Zijn bagage werd door een ander schip verzonden. Als hij wat amfioen meenam, zou hij zijn reis in één klap hebben kunnen financieren, maar concrete aanwijzingen daarvoor zijn er niet.

Wordt vervolgd.


Archaic survivals

november 11, 2022

Antiquarisme

januari 20, 2020
Deel dit:

10 gedachtes over “Cornelis de Bruijn (11) Java

  1. Saskia Sluiter

    Ook Joan van Hoorn heeft een veldheer(s?)stokje. Wat betekende dat stokje? Had het nog een praktische functie of was het louter symboliek?

  2. Rob Duijf

    De commandostaf is het teken van de macht en het gezag van de drager.

    Het wordt ook wel Maarschalkstaf, of ‘batôn de commandement’ genoemd. De bevelhebber kon daarmee op het slagveld zijn troepen dirigeren.

    Alle Nederlandse zeehelden (vice-admiraal/admiraal) zijn op hun statieportret met hun commandostaf afgebeeld. Bij vergaderingen van de scheepsraad werd de staf dan voor de bevelhebber op tafel gelegd. Joan van Hoorn had als hoogste gezagdrager van de VOC in Indië ook zo’n staf.

    1. Saskia Sluiter

      Dank je wel, Rob. Ik vroeg het me al een tijdje af.
      Weet je ook iets van het ontstaan?
      Iedere man die er toe deed – stadhouders, koningen, wie al niet – lijkt zo’n staf in de hand te hebben als je er eenmaal op let. Ik dacht aanvankelijk dat het een kijker was, of een koker voor papieren.

      1. Rob Duijf

        De commandostaf is al sinds de Middeleeuwen het teken van de waardigheid van de hofmaarschalk, een hoog ambt aan de vorstelijke hoven met politieke en militaire macht.

        In het oude Griekenland was de commandostaf ook al in gebruik. Van de Spartaanse veldheer Gylippus wordt verteld dat hij tijdens de Siciliaanse Expeditie (415 v.Chr.) alleen door zijn commandostaf en zijn bevelhebbersmantel een ommekeer op het slagveld teweeg had gebracht (Plutarchus).

        Uit de Vroeg-Romeinse tijd zijn de ‘fasces’ bekend, een met riemen gebundelde bos roeden met een bijl erin gestoken die symbool stonden voor het gezag van de hogere magistraten. Volgens Titus Livius hadden de Romeinen dat gebruik weer overgenomen van de Etrusken.

  3. “Omdat de Spaanse Successieoorlog nog niet voorbij was, was de route rond Afrika en over de Atlantische Oceaan nog onmogelijk. Dus moest De Bruijn Perzië en Rusland opnieuw bezoeken. ”

    Waarom was het niet mogelijk om via ofwel de Perzische Golf en Bagdad naar Syrië of Turkije te reizen, of beter nog, via de Rode Zee?

Reacties zijn gesloten.