
Dit is het tiende van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het is ook het meest spectaculaire (vind ik). Het eerste blogje was hier.
***
Persepolis
Op 8 november 1704 arriveerden Cornelis de Bruijn en VOC-ambtenaar Adriaan Backer in Persepolis, waar ze tot 23 januari 1705 zouden blijven. Ze waren niet de eerste westerlingen die de oude stad bezochten. Ze ligt immers langs de hoofdweg van de Perzische Golf en Shiraz naar Isfahan. Verschillende Europese reizigers hadden al beschrijvingen gegeven van Chehel Minar, “veertig kolommen”, maar geen van hen verbleef tweeënhalve maand tussen de ruïnes, geen van hen raakte zo vertrouwd met de plek, geen van hen maakte zulke prachtige illustraties.
De Bruijns boek, Reizen over Moskovie, door Persie en Indie, bood de eerste betrouwbare beschrijving van de oude ruïnes, die hij correct identificeerde als de overblijfselen van de hoofdstad van het oude Achaimenidische Rijk, wat destijds nog werd betwist. De Fransman Jean de Thévenot (1633-1667) vond de plek te klein en suggereerde dat het een tempel was. De Bruijn realiseerde zich echter dat het terras slechts een deel was van de stad en dat de mensen in de vlakte hadden gewoond: een idee, zo geeft hij toe, dat hem in een Perzisch boek was geopperd.

Het verslag
Anders dan eerdere bezoekers, maar als een goed kunstenaar, kon De Bruijn naar de dingen zelf kijken en de interpretatie uitstellen. Er was bijvoorbeeld een discussie over de dieren zonder hoofd die de Poort van Alle Volkeren bewaakten: waren dat olifanten of paarden? De Bruijn maakte gewoon een goede tekening en liet de beelden voor zich spreken. Anderen hadden de zuilen beschreven en wilden ze interpreteren volgens de klassieke typologie, maar De Bruijn geloofde alleen zijn ogen, kon de Dorische, Ionische en Korinthische ordes negeren en stelde dat ze totaal verschillend waren. Toen hij schreef dat het eerdere bezoekers aan concentratie ontbrak, had hij gelijk.
Zijn verslag bestaat uit enkele delen. In het negenendertigste hoofdstuk beschrijft hij het terras en de gebouwen. Zijn beschrijving is makkelijk te koppelen aan de overblijfselen die vandaag zichtbaar zijn. De Bruijn kan de gebouwen weliswaar niet altijd duiden, maar herkende wel dat de rotsreliëfs die hij zag, hoorden bij koningsgraven. In de tweede helft van dit hoofdstuk noemt hij als parallel de vier Achaimenidische graven in Naqš-i Rustam.

Ook vermeldt hij de daar zichtbare Sassanidische rotsreliëfs, die volgens hem afbeeldingen zijn van de legendarische Perzische held Rustam. (Dit moet informatie zijn van een Perzische gids.) In het veertigste hoofdstuk vergelijkt De Bruijn zijn observaties met wat door de antieke auteurs is geschreven. Hij kan bijvoorbeeld Medische en Perzische gewaden identificeren.

In hoofdstuk 41, met achtenzestig pagina’s het langste in zijn boek, vertelt De Bruijn de geschiedenis van de Achaimeniden, gevolgd door een hoofdstuk over de gebruiken van de oude Perzen. Dit alles is gebaseerd op Griekse en Latijnse bronnen, en zijn onpartijdigheid zorgt ervoor dat hij in hoofdstuk 43 de Perzische kant van het verhaal opneemt (zie plaatje bij het vorige blogje).

Kwaliteit
Natuurlijk maakt De Bruijn fouten, maar zijn relaas is puur wetenschappelijk en naar de maatstaven van zijn tijd uitstekend. Hij maakt duidelijk onderscheid tussen informatiebronnen: eerst beschrijft hij de dingen die hij heeft gezien, vervolgens geeft hij daarvan een interpretatie, en dat benut hij ter onderbouwing van een geschiedverhaal. Deze combinatie van antiquarisme en geschiedenis was in het begin van de achttiende eeuw zeldzaam; De Bruijn was zelfs een van de eersten die probeerde een historisch verslag te onderbouwen met behulp van de materiële cultuur. Feitelijk was hij Winckelmann en Gibbon een halve eeuw voor.

Na een verblijf van tweeënhalve maand in Persepolis vertrok De Bruijn in februari naar Shiraz, waar hij, zoals gebruikelijk, kon logeren bij een ambtenaar van de VOC. Hij had door willen reizen naar Gamron (het huidige Bandar Abbas), maar keerde in plaats daarvan terug naar Isfahan en reisde in juli opnieuw naar Shiraz. Hij bezocht Jahrom en Lar en bereikte uiteindelijk toch Gamron, waar hij ziek werd.

De digitale revolutie
Kapitalisme
De Russen komen
Het meest spectaculair vind ik het vierde stukje van deze serie, met de tekening van de galerij in de grote piramide en dat dit mede diende om te bewijzen dat de piramiden geen graanschuren (sic!) waren.
Gedeelde eerste plaats wmb.
“De handtekeningen van Cornelis de Bruijn en Adriaan Backer. ”
Waar zijn die te vinden?
Poort van Alle Naties. Als je vanaf de trap omhoog komt en de poort in loopt, gelijk links.