
Ik beantwoord de hele week door vragen, en ik nodigde u onlangs uit om nog meer vragen te stellen. En zo komen we vandaag bij het lijstje oudejaarsvragen van 2024. Voilà, daar gaan we.
1. Weten we iets over verhalenvertellers in de antieke culturen?
Dat vind ik moeilijk te zeggen. Veel theorieën lijken te zijn gebaseerd op enerzijds goed gedocumenteerde middeleeuwse barden en troubadours, die zichzelf muzikaal begeleidden en informatie deelden, deels gesproken en deels gezongen. Homeros past ook in die profielschets. Aanvullende informatie komt uit de Indo-Europeanistiek – ik schreef er hier al iets over.
Ik denk dat we een verdere glimp van de verhalenvertellers opvangen in de beschrijving die Lucianus van Samosata geeft van Herodotos. Die ging naar de Olympische Spelen en trad daar op als voordrachtskunstenaar. Ik vermoed dat hij de enige niet is geweest die als verhalenverteller reisde naar plekken waar publiek was. Denk ook aan concertredenaars (sofisten), die optraden met mooie, geïmproviseerde toespraken, waarin vaak een verhaal zat verwerkt.
Maar welbeschouwd weet ik het niet en ik vermoed dat het ook niet goed te weten valt. Het gesproken woord stond minder hoog aangeschreven dan het geschreven woord; sprooksprekers beoefenden een wat volks genre, waar de schrijvende elite de neus een beetje voor ophaalde en waarover ze weinig schreef.
2. Wat was de schade aan bossen, dieren, landbouwgronden?
Dat men in de Oudheid roofbouw pleegde, staat buiten kijf, maar ik vind het moeilijk voorbeelden te noemen. Uit de bosbouw weet ik dat de houtbehoefte van de Romeinse badhuizen in de derde eeuw na Chr. leidde tot ontbossing. Onze bronnen bevatten opmerkingen over baden die onvoldoende warm zijn gestookt.
Over landbouwgronden ken ik het verhaal over de oorlog die twee Zuid-Mesopotamische steden in het derde millennium v.Chr. voerden om een bepaald stuk vruchtbare landbouwgrond. De verliezende partij compenseerde zichzelf door een irrigatiekanaal aan te leggen, zonder in de gaten te hebben dat het Eufraatwater nogal zout is. Binnen een eeuw was de bodem volkomen verzilt en ik heb satellietfoto’s gezien waaruit bleek dat het nog steeds niks is. Helaas ben ik vergeten waar dat was en revalideer ik momenteel van een operatie op een plek waar ik niet bij mijn boeken kan.
3. Wat is er nu bekend over de tekst op de schijf van Faistos?
Ik moet u teleurstellen: er is helemaal niets over de schijf van Faistos bekend, om de sneue reden dat er niets over te weten valt. Om een tekst in een onbekend schrift te ontcijferen heb je een voldoende groot corpus nodig, enerzijds om patronen te herkennen en anderzijds om, als je denkt teksten te hebben ontcijferd, materiaal te hebben om je vertaling te controleren. Zoveel materiaal is er simpelweg niet. We kunnen over de schijf van Faistos niets weten, althans voorlopig.
4. Ik zou graag meer willen horen over Samarkand.
Ik denk dat u even hier moet kijken. En daar.
5. Hoe zit het nu met de Griekse homoseksualiteit?
Ik denk dat u even hier moet kijken.
6. Welke data, welke feiten geven ons inzicht in een standenmaatschappij in de oudheid?
Ons inzicht dat de antieke samenleving gestratificeerd was, is voor een deel gebaseerd op etnografie. In de achttiende eeuw ontdekte men dat, afgezien van de meest eenvoudige samenlevingen, er in elke maatschappij een zekere hiërarchie bestaat. Antropologen als Elman Service en Morton Fried hebben die waarnemingen in de twintigste eeuw verzameld en geordend. Eigenlijk zijn er maar een paar maatschappijtypen mogelijk (horde, stam, chiefdom en staat).
De volgende bewijscategorie is talig en behandel ik hier. Tot slot kwam de archeologie, die het bestaan van stratificatie bevestigde. Er zijn immers verschillen tussen huizen en paleizen, al is het natuurlijk ook zo dat we een mooi huis opvatten als een paleis en een aristocratische woning, omdat we op grond van de twee eerdere soorten bewijs al denken te weten dat er maatschappelijk verschil was.

Beste wensen voor het nieuwe jaar!