Ik beantwoord de hele week door vragen, en ik nodigde u onlangs uit om nog meer vragen te stellen. En zo komen we vandaag bij het lijstje oudejaarsvragen van 2024. Voilà, daar gaan we.
1. Weten we iets over verhalenvertellers in de antieke culturen?
Dat vind ik moeilijk te zeggen. Veel theorieën lijken te zijn gebaseerd op enerzijds goed gedocumenteerde middeleeuwse barden en troubadours, die zichzelf muzikaal begeleidden en informatie deelden, deels gesproken en deels gezongen. Homeros past ook in die profielschets. Aanvullende informatie komt uit de Indo-Europeanistiek – ik schreef er hier al iets over.
Portret van een vertegenwoordiger van de Tweede Sofistiek (Archeologisch museum, Izmir)
In de donderdagse reeks naar aanleiding van het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, komen we vandaag bij een wonderlijkste, leukste, intrigerendste en onverwacht belangrijkste aspecten van de Romeinse wereld.
Het was ook de tijd van de rondreizende redenaars, die in de Griekse steden volle theaters trokken met hun pronkredevoeringen over moralistische en historische thema’s. De Perzische oorlogen van 480-479 v.Chr. waren bij hen erg populair. De Griekse cultuur was sterk gericht op het bewierookte klassieke verleden van de vijfde en vierde eeuw v.Chr. Het Griekstalige publiek kende dat verleden goed en genoot van de variaties die de pronkredenaars in hun redevoeringen over historische onderwerpen aanbrachten.
Portret van een sofist, tijdgenoot van Dio van Prusa (Louvre, Parijs)
Het moet geweldig zijn geweest om mee te maken, zo’n avond in een Romeins odeon, als daar het optreden was van een sofist. Je kunt dat laatste woord vertalen als “concertredenaar”: een spreker die zijn publiek vermaakte met een mooie redevoering. Die kon gaan over een historisch onderwerp (“Leonidas spoort zijn manschappen aan te strijden tot de dood”) maar ook over een onzinonderwerp. Een voorbeeld daarvan is Synesios’ “Lof van de kaalheid”, waarvan ik de vertaling ooit online heb geplaatst. Een sofist kon dus de rol spelen van Spartaanse koning of van buutereedner, en alles wat daartussen zat, zoals politiek activist of filosoof.
De Trojaanse Redevoering van Dio van Prusa (Dion Chrysostomos, Dio Cocceianus, Guldenmond… kies maar een weergave) is het werk van een sofist die de rol aanneemt van een buutereedner die speelt dat hij een activist is die doet alsof hij geschiedkundige is. Dat klinkt complexer dan het is. Dio betoogt dat de Grieken er nooit in zijn geslaagd Troje in te nemen: een historisch ogende redenering die moet doorgaan voor lokaal politiek activisme maar feitelijk is bedoeld als vermaak.
Ach ja, het odeon van Byblos. Het is geen bijzonder gebouw. Elke hellenistische en Romeinse nederzetting van enige omvang had een stadsgehoorzaal. Je moet je er een dak boven voorstellen. Hier kon je, in een tijd waarin muziek niet elektrisch te versterken was, komen luisteren naar muziek. Het was ook de plek van het optreden van sofisten, mensen die we kunnen aanduiden als concertredenaars. Zo iemand betrad het podium, vroeg aan het publiek om een onderwerp, u en ik roepen iets dat goed onmogelijk is (“lof der kaalheid”) en de sofist improviseerde dan een toespraak.
Enfin. Het odeon van Byblos dus. Dertien in een dozijn. Het stond oorspronkelijk ergens anders, namelijk boven de Obeliskentempel. De archeologen hebben het daar weggehaald en hier opnieuw opgesteld, zodat ze het veel interessantere heiligdom konden opgraven. Dat hebben ze daarna ook verplaatst om opgraving van de L-vormige tempel mogelijk te maken.
Misverstand: Alexander beoogde de eenheid van de mensheid
Een van de leukste antieke genres was de showrede, die enigszins vergelijkbaar is met de onzintoespraken die bij ons carnaval worden geïmproviseerd. Het was een oud genre: we weten dat Gorgias van Leontini al in de vijfde eeuw v.Chr. een lofrede hield op Helena van Troje, die volgens de meeste van zijn tijdgenoten niets anders was geweest dan een overspelige vrouw. Eeuwen later liet de Griekse publicist Ploutarchos (46-ca.122) zich uitdagen tot een redevoering over het geluk van Alexander de Grote. Daarbij zei hij onder meer:
Degenen die door Alexander werden onderworpen waren beter af dan degenen die hem ontsnapten, want aan het miserabele bestaan van de laatsten maakte niemand een eind, terwijl de overwinnaar de eersten, goedschiks of kwaadschiks, welvaart bracht. Als ze niet zouden zijn onderworpen, waren ze onbeschaafd gebleven. Als de filosofen zich erop laten voorstaan dat ze ruwe en ongevormde karakters beschaven en corrigeren, dan kan Alexander, die ontegenzeggelijk de woeste aard van talloze stammen heeft veranderd, beslist worden beschouwd als een heel groot filosoof.
Dit is niet Synesios, maar een eind-vierde-eeuws portret uit de Glyptothek in München. Synesios zou kaal worden, maar kan er als jonge man zo hebben uitgezien.
Hij was filosoof, maar van zijn ideeën weten we weinig. Hij was bisschop, maar niet uit overtuiging. Hij was echtgenoot, maar noemt nergens de naam van zijn vrouw. Hij was diplomaat, krijger, reiziger, instrumentbouwer en sofist. Hij liet drie toespraken, zes essays, tien hymnen, twee preken en 159 brieven na, maar wordt nauwelijks gelezen. Hij heette Synesios en kwam uit Kyrene. Dit is de eerste aflevering van een reeks van vijf blogposts over een man over wie ik nog eens een boek wil schrijven.
Synesios moet zijn geboren rond 371, tijdens de regering van keizer Valens. Zijn geboortestad was Kyrene, een op dat moment precies duizend jaar oude Griekse stad in het noordoosten van het huidige Libië. Het gebied was spreekwoordelijk vruchtbaar en Synesios’ familie had daarvan geprofiteerd. In de vierde eeuw behoorde ze tot de rijkste van de stad en ze beweerde af te stammen van een van de oorspronkelijke Dorische kolonisten. Hoewel we ons mogen afvragen of Synesios zijn stamboom werkelijk vijftig generaties kon terugvoeren, bewijst de claim dat hij buitengewoon bemiddeld was – alleen de allerrijksten konden een Ahnengalerie van een millennium claimen.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.