
[De komende tijd zal Kees Alders enkele blogseries schrijven over de antieke Chinese en Indische filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over China stond daar. Hier is derde van tien blogjes over Confucius. De introductie las u hier.]
Als Confucius nou eens het landsbestuur zou krijgen, waarmee zou hij dan beginnen?
Hij zou “de definities van namen” weer scherpstellen, antwoordt hij.
“Mijn hemel wat een omweg!” roept zijn leerling Zilu uit. Maar Confucius is dan ook niet zomaar een politicus, hij is filosoof, en we noemen hem zo, juist door deze fundamentele aanpak.
Het gaat Confucius voornamelijk om namen van concepten die te maken hebben met de samenleving. Volgens Confucius hadden deze namen oorspronkelijk een bepaalde belangrijke betekenis, maar waren die naar verloop van tijd verwaterd.
Verschuivende begrippen
Een voorbeeld? We nemen het begrip xiao, oftewel “eerbied voor ouders”, dat uitermate belangrijk zou worden in de confuciaanse filosofie. Bij Confucius staat dit begrip vooral voor eerbied voor de ouders zolang ze nog in leven zijn. Er zit volgens Confucius ook een wederkerigheid in deze eerbied: kinderen eerbiedigen en gehoorzamen hun ouders, terwijl ouders de plicht hebben om ouderlijke zorg en bescherming te bieden. We komen hier later nog op terug.
In de tijd vóór Confucius betekende xiao echter wat anders: het stond voor de morele plicht om rituelen te vervullen ten aanzien van de voorouders. Het ging dan om rituele gebruiken die teruggaan tot de Shang-dynastie, en wellicht zelfs nog daarvoor.
Confucius meende dat hij niet zozeer de betekenis van dit begrip veranderde, maar teruggreep naar de oorspronkelijke zuivere betekenis van het woord: xiao zou oorspronkelijk betekend hebben wat de confuciaanse filosofie ermee bedoelt, en de ware betekenis zou zijn verwaterd.
In historische context
De vraag is of dit historisch gezien klopt. Vooral in latere confuciaanse geschriften wordt gesproken over een mythologische dynastie, die nog voor de Shang- en zelfs voor de Xia-dynastie zou hebben bestaan, waarin buitengewoon kundige koningen het volk op een buitengewoon rechtvaardige manier geregeerd zouden hebben, en ondertussen belangrijke uitvindingen zouden hebben gedaan zoals het schrift, vuur, brons, landbouw en watermanagement. Hun messcherpe gebruik van belangrijke woorden zorgde voor voorspoed en vooral orde en harmonie.
Zoals we eerder zagen, gaan moderne historici ervan uit dat de Xia-dynastie mythologisch is. En de mythe van de rechtvaardige gouden tijd van China vóór de Xia-dynastie valt al helemaal niet te rijmen met wat archeologen in de grond vinden. In opgravingen van de vroege bronstijd vinden we geen bewijzen voor hoogstaande en vreedzame gecentraliseerde beschavingen, maar eerder voor fragmentatie, oorlogen, mensenoffers en slavernij.
Dat neemt niet weg dat vooral in de latere Chinese traditie het idee van een gouden tijd behoorlijk is gaan leven. Er zou sprake zijn van een mythisch verleden van de periode van “de drie gezegende koningen en vijf keizers”. De drie koningen zouden daarbij degenen zijn geweest die de eerdere belangrijke uitvindingen op hun naam hadden staan. De vijf keizers, met als eerste de belangrijkste maar hoogst waarschijnlijk volkomen mythologische “Gele Keizer”, zouden vervolgens uitgeblonken hebben in wijsheid en rechtvaardigheid.
Een gangbare moderne opvatting is dat Confucius hier in feite iets nieuws introduceerde in de Chinese cultuur, maar dat rechtvaardigde met de bewering dat hij slechts oude verloren kennis was die hij oprakelde. Natuurlijk is het slim om een nieuw idee als een proven concept te verkopen. Deze neiging zien we vervolgens dan ook in de hele Chinese filosofie terugkomen: waar Confucius vooral claimde te hebben heruitgevonden wat de “wijze ouden” al lang wisten, zo hebben veel Chinese filosofen na Confucius nieuwe ideeën vaak proberen te verkopen als zijnde niets nieuws, maar … als datgene wat nu juist Confucius eigenlijk altijd al bedoeld had, en beweerd zou hebben.
Filosofisch en ethisch perspectief
Toch hoeven we hier niet overdreven sceptisch naar te kijken. Het feit dat de mooie sprookjes die na Confucius geschreven zijn weinig archeologische steun vinden, sluit niet uit dat Confucius mogelijk gelijk had dat sommige begrippen oorspronkelijk een meer praktische betekenis hadden dan de rituele invulling ten tijde van de Shang- en de Westelijke Zhou-dynastie.
Bewijs is er niet, maar het is natuurlijk best mogelijk dat een begrip als xiao (“eerbied voor de ouders”), inderdaad zijn oorsprong vond in het respect dat vader en moeder in vroege gemeenschappen eisten. Dit respect kan zich dan vervolgens hebben uitgebreid naar opa en oma, en vervolgens naar hun nagedachtenis. Een dergelijk respect voor ouders en voorouders kreeg toen in gemeenschappen wellicht een dermate belangrijke structurerende functie voor de sociale orde, dat ze gaandeweg geritualiseerd werd.
In deze context krijgt Confucius’ oproep tot “rectificatie van de namen” betekenis: hij wilde de betekenis van woorden terugbrengen naar hun oorspronkelijke morele kern, om zo orde en harmonie te bewerkstelligen.
Demystificatie
We kunnen het ook anders bekijken, namelijk dat Confucius een beweging versnelde die in het Chinese denken al langer gaande was, namelijk een beweging van mystiek en abstract denken naar een meer praktische en rationele manier van denken. De Shang-cultuur was een cultuur die draaide om waarzeggerij en het beïnvloeden van natuurkrachten, gebruik makend van orakelbotten, dieren- en mensenoffers. Onder de Zhou veranderde die cultuur naar een cultuur van rituelen die niet alleen minder bloederig waren, maar ook meer gericht op het reguleren van de sociale verhoudingen.
De Shang vereerden”, zoals we al zagen, Shang-Di. Dit was geen exclusieve, scheppende, alwetende en alles berechtende God zoals wij die kennen uit het christendom, maar hij leek er wel meer op dan het concept Tian, dat de Zhou vereerden. Tian is geen godheid, maar beter te vertalen is als “het Lot”, “de loop der dingen”, of “de Natuurkracht”.
Tian was voor de westelijke Zhou de kosmische beoordelaar van bestuur. Goed bestuur heeft het Hemels Mandaat. Maar slecht bestuur? Dan krijg je opstanden en natuurrampen. (Merk op dat wij moderne mensen een opstand kunnen beschouwen als logisch gevolg van slecht bestuur, maar een natuurramp toeschrijven aan slecht bestuur in de meeste gevallen zullen zien als bijgeloof.)
Confucius maakt het idee van Tian nog veel praktischer en concreter. Morele zelfcultivering was volgens hem de manier om in harmonie te leven met de hemelse orde. Dat geldt niet alleen voor bestuurders, maar voor ieder individu. De mens die deugdzaam is en rituelen respecteert, en dan niet alleen voor de vorm, maar juist omwille van hun praktische sociale functie, die leeft in harmonie met de Hemelse Orde. Met hem gaat het dan ook voor de wind.
En zo veranderen verschillende mystieke termen bij Confucius in praktische richtlijnen, met duidelijkere definities, een aardse betekenis, en concrete gedragsnormen. Precies daarom wordt gezegd dat met Confucius de Chinese filosofie begon. Hij antwoordt Zilu:
Als de namen niet juist zijn, wordt wat gezegd wordt onlogisch. Als wat gezegd wordt onlogisch is, zal wat men onderneemt niet slagen. Als ondernemingen niet slagen, kan de cultuur zich niet ontwikkelen. Als de cultuur zich niet ontwikkelt, kan ook de orde niet worden gehandhaafd. Als de orde niet wordt gehandhaafd, raakt het volk in wanorde. Daarom moet alles beginnen met het juiste gebruik van namen.noot
[Deze gastbijdrage van Kees Alders wordt vanmiddag vervolgd. Dank je wel Kees!]
Zelfde tijdvak
Marmerdecember 7, 2017
Confucius 7: De vijf kernwaarden (2)maart 27, 2026
De IJzertijdnovember 19, 2021

Deze serie wordt met iedere aflevering interessanter en ik complimenteer mijn naamgenoot met zijn heldere uiteenzettingen. Nog even en ik raak mijn allergie jegens filosofie kwijt en dat wil wat zeggen!
(ooit een overdosis gehad van zaken die an, auf, hinter, neben, in, über, unter, vor und zwischen sich begreifend verstehen werden sollen, maar m.i. kant noch hegel raakten).
Ik lees dit ook met veel plezier. Wij leven immers ook in een tijd waarin woorden snel van betekenis kunnen veranderen, of heel snel versleten raken.
” Merk op dat wij moderne mensen een opstand kunnen beschouwen als logisch gevolg van slecht bestuur, maar een natuurramp toeschrijven aan slecht bestuur in de meeste gevallen zullen zien als bijgeloof”
De gevolgen van natuurrampen zijn vaak wel te wijten aan slecht bestuur, zoals slecht watermanagement, woningbouw in uiterwaarden toestaan, net doen of er geen klimaatverandering is etc etc
Dat is ook nog eens zo 😉