Confucius 2: De werken van Confucius

Chinees schrift (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

[De komende tijd zal Kees Alders enkele blogseries schrijven over de antieke Chinese en Indische filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over China stond daar. Hier is het tweede blogje uit de tweede reeks over China: over Confucius. De introductie las u hier.] 

Confucius leefde in een tijd waarin kennis vooral mondeling werd overgedragen. Hij heeft zelf dan ook geen werken op zijn naam staan. Maar hij wordt in de traditie desondanks met vier tot zes boeken geassocieerd. Hoe dat kan?

Verzamelen, ordenen, redigeren

Volgens de overlevering verzamelde, ordende en becommentarieerde Confucius voor zijn onderwijs bestaande teksten uit de Zhou-periode. Dit betrof om te beginnen de drie boeken die we al tegenkwamen: het Boek der Documenten (Shujing), het Boek der Veranderingen (Yijing ofwel I Tjing) en het Boek der Oden (Shijing). Vooral dat laatste boek zou voor het confuciaanse onderwijs belangrijk zijn: de traditionele verhalen in deze rituele hymnen gaan volgens Confucius over belangrijke deugden.

Al deze boeken zijn door confucianisten van commentaren voorzien, maar aan het Boek der Veranderingen zijn commentaren toegevoegd die canoniek zijn geworden en bekend staan als “de tien vleugels” (Shi Yi). Deze worden traditioneel aan Confucius toegeschreven, maar historisch onderzoek wijst erop dat ze waarschijnlijk pas in de vroege Han-dynastie zijn ontstaan: honderden jaren na Confucius dus.

Verder is er het zogenaamde Boek der Riten (Liji). Ook dit is gebaseerd op eerdere teksten van de Zhou, maar het is inmiddels zeker dat dit werk een paar eeuwen na Confucius’ leven is samengesteld en becommentarieerd. Daarbij vinden we in dit boek uitwerkingen van concepten en gedachten die hoogst waarschijnlijk nog niet zo door Confucius en zijn directe leerlingen waren geformuleerd. We zullen het daarom ook later behandelen, wanneer we het gaan hebben over een latere fase van de confucianistische school.

Daarnaast worden de Lente en Herfst-annalen beschouwd als door Confucius zelf verzameld, geredigeerd en van commentaar voorzien. Wat opvalt, is dat het document zoals we dit nu kennen, geen objectieve weergave van de geschiedkundige feiten is. Op vrij subtiele wijze wordt bij iedere gebeurtenis en beslissing aangegeven of dit een verstandige was, ja of nee, en soms wordt door bij een historische persoon zijn titel weg te laten gesuggereerd dat hij deze titel niet waard was. Dit zou dan de hand van Confucius zijn geweest. Maar ook hierin herkennen tekstgeleerden en historici tegenwoordig modernere passages, naast een veel oudere basis.

Hoe dan ook, de Lente en Herfst-annalen zijn behalve een geschiedkundig werk ook een moreel werk geworden, in de lijn van de confuciaanse school. Geschiedkundige werken zouden voortaan telkens deze vorm krijgen, want kennis nemen van de geschiedenis zonder ervan te leren, dat is volgens Confucius nutteloos.

De Analecten (Lunyu)

Een zesde boek staat bekend als de Analecten, ofwel de Gesprekken van Confucius.

In vertalingen voor het grote publiek heet het boek Gesprekken van Confucius. De term Analects is in het Engels echter meer gebruikelijk, naar het Griekse Analecta. Deze term wordt zowel in het Engels als het Nederlands vrijwel uitsluitend voor dit werk van Confucius gebruikt. Om de lezer mee te geven dat het om hetzelfde werk gaat, houd ik de term Analecten aan.
De Analecten bestaan uit een verzameling korte gesprekken en uitspraken (aforismen) die Confucius zou hebben gedaan tijdens zijn leven, en door zijn directe leerlingen zouden zijn opgetekend. De teksten zijn kort en cryptisch, en vaak niet zonder toelichting te begrijpen. Dit laatste komt enerzijds door de vele historische verwijzingen, en anderzijds doordat de meester zich vaak blijkt te bedienen van ironie, sarcasme en zelfspot. Dat wordt niet gelijk duidelijk als je de context niet kent.

De datering van de Analecten is problematisch. Er zijn geen manuscripten of vermeldingen gevonden die ouder zijn dan een dikke vierhonderd jaar nadat Confucius zelf overleed. Een klein deel van het werk (tien tot vijftien procent) bestaat ook uit uitspraken van leerlingen na Confucius, sommigen daarvan moeten zeker vijftig jaar na zijn dood zijn gedaan. Soms is de inhoud van de Analecten tegenstrijdig, wat duidt op richtingenstrijd binnen het Confucianisme na de dood van de meester. Er staan ook aforismen in die duidelijk gericht zijn tegen concurrerende filosofische stromingen zoals met name het mohisme en het taoïsme (daoïsme). Toch worden de Analecten beschouwd als datgene dat het dichtst staat bij zijn eigen originele uitspraken en leer.

Enkele leerlingen spelen in dit werk een belangrijke rol. Yan Hui, de meest geliefde maar jong gestorven leerling van Confucius, wordt vaak opgevoerd als het bijna volmaakte voorbeeld. Hij valt op door zijn eenvoud,  bescheidenheid en zijn vermogen zich te concentreren. Confucius noemt hem in de Analecten zelfs meer getalenteerd dan zichzelf. Zilu heeft een militaire achtergrond. Hij is daadkrachtig en strijdvaardig, maar een soms al te ijdele en overmoedige leerling, en wordt door de meester geregeld subtiel op zijn plaats gezet. Zo zijn er meer leerlingen met een eigen karakter en rol.

Een van de leerlingen waarvan uitspraken van ver na de dood van Confucius staan genoteerd is meester Zeng (Zengzi). Hij moet jong bij Confucius in de leer zijn geweest, en zou hem lang overleefd hebben. Hij staat bekend als een zelfstandig denker. Aan hem wordt ook het belangrijke hoofdstuk “De Grote Leer” uit het zojuist genoemde Boek der Riten toegeschreven. Dit werk zou in het latere confucianisme een zeer grote rol gaan spelen. Van Zengzi zelf zijn verder echter geen geschriften meer bekend.

In de volgende stukjes, waarin we de eigenlijke leer van Confucius gaan behandelen, baseren we ons vooral op de Analecten en commentaren daarop.

De confucianistische canon?

Wat de zogenaamde “confucianistische canon” is, verschilt nogal eens, afhankelijk van in welke traditie we het beschouwen. Vanaf de tweede eeuw voor onze jaartelling, in de Han-dynastie (dus ruim 350 jaar na Confucius), worden de vijf werken met wortels in de oude Zhou-lectuur gezien als “de vijf klassieken”. Het gaat dan dus om het Boek der Documenten, het Boek der Oden, het Boek der Veranderingen, het (latere) Boek der Riten, en de Lente en Herfst-annalen.

Eeuwen later, in 1190 na Chr. (tijdens de Song-dynastie, ontwikkelde de neoconfucianist Zhu Xi uit het Boek der Riten twee nieuwe, zelfstandige werken: De Grote leer (Daxue) en De leer van het midden (Zhongyong). Samen met de Analecten en de Mencius (een boek dat enkele eeuwen na Confucius door zijn beroemde volgeling Mencius werd geschreven), zijn dit “de vier boeken”, die de basis vormden voor het beroemde Chinese staatsexamen, en tevens de centrale canon van het neoconfucianisme.

Maar we lopen nu ver op ons verhaal vooruit. Voor nu is het belangrijk te weten dat wat Confucius echt zelf gezegd en geschreven heeft, altijd voor interpretatie en discussie vatbaar is geweest. Dat geldt in de filosofie eigenlijk altijd voor iedere filosoof, maar voor Confucius geldt dat nog eens extra, omdat we van hem geen directe bronnen hebben. Maar … wat weten we dan over zijn eigenlijke leer?

[Deze gastbijdrage van Kees Alders wordt morgenochtend vervolgd met een begin van het overzicht van de confuciaanse leer. Dank je wel Kees!]


Marmer

december 7, 2017

De IJzertijd

november 19, 2021
Deel dit: