
Ik vertelde in mijn vorige blogje dat ik het voornemen heb een boek te schrijven over het ontstaan van de islam, met name over de geleerden die het islamitisch recht hebben ontworpen. Dan ontkom je er niet aan te kijken naar de oudste islamitische tekst die we hebben: de Koran. (Dankzij enkele koolstofdateringen van manuscripten weten we dat het boek inderdaad zo oud is als de islamitische traditie stelt: lees maar hier.) De Leidse geleerde Marijn van Putten suggereerde me dat ik eerst Nöldeke eens zou gaan lezen.
Dat hoefde hij me geen tweemaal te zeggen. Theodor Nöldeke (1836-1930) is een van die grote Duitse geleerden die vorm hebben gegeven aan de historische wetenschappen – denk ook aan Droysen, Schliemann, Mommsen, Wilamowitz en uiteraard Weber. Hun publicaties zijn niet alleen grundlegend, maar vaak ook heel leesbaar; ze hebben eigenlijk altijd alle problemen herkend die rond een bepaald thema spelen, en hoewel hun antwoorden regelmatig achterhaald zijn, leer je nog steeds van de helderheid waarmee ze de problemen identificeerden. De verklaring zal wel zijn dat academici destijds minder publicatiedruk hadden en de mogelijkheid hadden een probleem werkelijk te doordenken.
Kortom, ik voelde veel voor Van Puttens suggestie. Ik kende Nöldeke van naam en het was me al opgevallen dat arabisten en islamologen diens in 1860 verschenen Geschichte des Qorâns nog altijd met instemming aanhalen. Hierin, zo meende ik te weten, stelde Nöldeke de volgorde vast waarin de diverse delen van de Koran zijn geschreven – of geopenbaard, zoals een gelovige moslim wellicht zou zeggen.
Negentiende-eeuws onderzoek
Het heeft even geduurd voordat ik aan het boek beginnen kon, en ik zal het zeker niet in één week uitlezen. Maar een eerste indruk kan ik al wel geven. De Geschichte des Qorâns begint heel toegankelijk met een overzicht van de relevante literatuur, maar het lijkt niet op de overzichten uit onze tijd. Om te beginnen monopoliseerden de grote Engelstalige uitgevers de markt nog niet, zodat de door Nöldeke bestudeerde wetenschappelijke edities van de oude teksten kwamen uit de hele wereld. Vooral India, dat nog een grote moslimbevolking had, lijkt destijds een belangrijk centrum voor de arabistiek te zijn geweest.
Interessant is dat Nöldeke vaak noteert dat er geen wetenschappelijke uitgaven van de voor hem relevante teksten bestonden. Zo heeft hij Al-Tabari, een van de belangrijkste auteurs, niet in het Arabisch kunnen lezen maar moest hij zich behelpen met een vertaling uit Perzië. (Later zou Nöldeke zelf helpen bij de uitgave en vertaling van deze auteur.) Hij reisde dus naar allerlei Europese steden om onuitgegeven Arabische manuscripten te lezen. In Leiden was dat bijvoorbeeld de collectie die de Duitse oriëntalist Levinus Warner in 1665 aan de universiteit had nagelaten.
Vileine constateringen
Nöldeke begint zijn boek dus met een overzicht van het relevante materiaal: biografieën als die van Ibn Ishaq, hadith-verzamelingen, commentaren en encyclopedieën. Het was mij goed duidelijk wat hij ermee wilde, en het is prettig geschreven, zonder hinderlijke anekdotiek, maar soms onderbroken door vileine constateringen. Zo noteert hij dat een Britse voorganger “wie die meisten Engländer an groβer dogmatischer Befangenheit leidet”, een oordeel dat niet anders is dan wat de toenmalige Duitse Altertumswissenschaftler gaven over hun Britse collega’s.
Over de oude bronnen heeft Nöldeke ook regelmatig een scherp oordeel, waarvan ik niet kan beoordelen of het terecht is. Maar de sjiieten moeten het nogal eens ontgelden. Ze zijn “die gröβten Geschichtsverdreher” en daarom zijn “die Kommentare der Śî‘iten ganz zu verwerfen”. Een van hun boeken is, omdat het de familie van imam Ali centraal stelt, “ein elendes Gewebe von Lügen und Dummheiten”. Zoals ik al zei: negentiende-eeuwers zijn heel leesbaar. Je weet in elk geval wat ze bedoelen.
Nu wijken de sjiitische tradities over het leven van Mohammed en de eerste gelovigen inderdaad af van de soennitische. Maar of ze werkelijk slechter zijn, zoals Nöldeke denkt, dat weet ik niet. Ik denk dat ik weet dat mensen als Patricia Crone tot andere beoordelingen zijn gekomen, onder andere door te kijken naar munten, waarover Nöldeke het niet lijkt te hebben.
Enfin. Tot zover. Ik heb het begin van dit oude boek met veel plezier gelezen. Later meer.
Zelfde tijdvak
Monet in Amsterdam (3)april 18, 2018
Driemaal wereldgeschiedenisseptember 18, 2023
Belgradoseptember 28, 2012

Nöldeke’s boek over de Koran integraal (240 pag.)in het Duits op het Internet Archive https://archive.org/details/geschichtedesqor00nluoft/geschichtedesqor00nluoft/page/n3/mode/1up
Correctie: 358 pag.
En om een of andere reden telt het IA tot 400 pag.
Aan de ene kant is het leuk dat die 19e eeuwse geleerden geen last hadden van politieke correctheid en gewoon zeiden wat ze vonden, aan de andere kant zou je kunnen zeggen dat ze bevooroordeeld waren.
De hedendaagse historicus moet dus echt wel afgestudeerd zijn in de edele kunst van het tussen de regels door lezen.
Succes met dit project!
Voor de volledigheid kan nog vermeldt worden dat het werk van Theodor Nöldeke later door Friedrich Schwally, Gotthelf Bergsträsser en Otto Pretzl in een herziene uitgave in drie delen (1909-1938) is verschenen dat hier online staat.
Van deze editie is er inmiddels ook een Engelse vertaling dat in 2013 verscheen. Helaas wel achter een Brill betaalmuur maar via Anna’s Archive kan je het zonder enig probleem downloaden.
De Engelse vertaling schijnt slecht te zijn, bijvoorbeeld de diverse Abu Bakrs worden door elkaar gehaald.
Bij het verhaal over de Hidjra van de profeet heb ik de indruk gekregen dat de sjiïetische versie geen “vervalsing” is, maar juist het oudst! Maar ik heb niet voldoende overzicht om te zeggen hoe dat in het algemeen is.
Het is waar dat Europese oriëntalisten vaak partij hebben gekozen voor de soennitische islam.
Ik heb de vage indruk, dat (ex)-protestantse oriëntalisten zich bij de soenna thuisvoelen, de katholieken eerder bij de shi‘a. Of dat echt zo is zou eens onderzocht moeten worden.