Gisela (2)

Een afschrift van het testament van Gisela en Eberhard van Friuli

[Dit is het tweede van drie gastblogs door Dieter Verhofstadt over de Karolingische prinses Gisela. Het eerste was hier.]

De abdij van Cysoing

Het vrome echtpaar Eberhard van Friuli en Gisela stichtte rond 854noot De datering is gebaseerd op latere bronnen. De eerste vermelding van de abdij dateert uit het testament uit 863-864. de abdij van Sint-Calixtus in Cysoing, nu in het uiterste noorden van Frankrijk. De oprichting van abdijen en kloosters was een gebruikelijke praktijk onder aristocratische Frankische families. Dergelijke stichting versterkte het vrome beeld van de familie en verleende hen extra politieke macht. Ze gaf verder aanleiding tot de cultus van een heilige, in dit geval Callixtus, een paus uit de derde eeuw.

Na de dood van Eberhard in 866, zette Gisela zijn lichaam van haar man bij in de crypte te Cysoing. Dit leidde tot de cultus van de Heilige Eberhard en een dubbele naam voor de abdij, Saint-Calixte-Saint-Evrard.

We weten overigens niet waar Eberhard gestorven is. Het zou in Cysoing zelf kunnen zijn, waar het echtpaar graag vertoefde. De spreiding van zijn bezittingen en de Karolingische gewoonte om daarin rond te reizen, maken het waarschijnlijk dat hij elders stierf, temeer daar reizen een beproeving vormde.

Na Eberhards dood nam Karel de Kale enkele bezittingen terug die hij zijn zus als bruidsschat had meegegeven. Hij liet haar wel het domein van Somain, een gemeente in de Noord-Franse streek Ostrevent. Dat schonk zij bij haar overlijden dan weer aan de abdij van Cysoing, waar haar zoons Abelard en Raoul opeenvolgend abt werden.

Net als vele abdijen heeft ook die van Cysoing de Franse Revolutie niet doorstaan. In 1792 werd ze geplunderd en een jaar later in de as gelegd. De omvangrijke bibliotheek die sinds Eberhard was bewaard gebleven, verhuisde deels naar een convent in Rijsel, waar de revolutionairen hun buit opsloegen, maar het meeste is verloren gegaan. De site onderging nog vele wijzigingen. Vandaag is het een gemeentelijk park met een 1negentiende-eeuws kasteel dat deels op de ruïnes van de abdij werd gebouwd.

Op de linkse prent houden Eberhard en Gisela samen de abdij van Cysoing in hun hand. De tekening dient vaak ter illustratie van beiden. Ze heeft echter een ongekende herkomst. Mogelijk is het een amateurtekening uit de negentiende of twintigste eeuw. Ze vertoont een opvallende gelijkenis met de beeltenissen op de façade van de huidige kerk van Saint-Calixte-Saint-Evrard in Cysoing, die gebouwd is tussen 1705 en 1709, ter vervanging van de oude abdijkerk. In die kerk liggen bovendien enkele beenderen en een schedel, die men zou gerecupereerd hebben uit de crypte en toebehoorden aan de aflijvige Eberhard.

Het testament van Eberhard en Gisela

Hoewel ik het testament van Eberhard en Gisela eerst wou behandelen in de onderstaande paragraaf over de bronnen, is het toch een gebeurtenis op zich. Het is opgesteld in 863 of 864 en geldt als een van de belangrijkste testamenten uit de negende eeuw. Het document getuigt van een grote rijkdom, maar evengoed van een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Het echtpaar deed zijn best om de kinderen gelijk te bedelen, ook de dochters, zelfs al kon men niet tornen aan de wetten van gebiedsverdeling. Bovendien stelde Eberhard voorwaarden op waaronder zijn horigen konden worden vrijgelaten bij zijn dood.

Het testament is des te unieker doordat Eberhard in de aanhef zijn vrouw Gisela meteen betrekt, wat wijst op een gezamenlijke inspanning en een groot wederzijds respect. Niettemin heeft Gisela na de dood van Eberhard nog verschillende eigen oorkonden opgesteld in 869, 870 en 874 (bij de dood van haar zoon Unroch), om specifieke zaken verder te regelen of schenkingen aan de abdij van Cysoing te bevestigen.

Kloosterleven en dood

Zelf werd Gisela na de dood van Eberhard abdis in het klooster van San Salvatore in Brescia. Voor kinderen van adel of voor weduwen was de intrede niet louter religieus geïnspireerd: het was een manier om macht te verwerven zonder de dynastieke troebelen, en voor vrouwen daarenboven een veilige haven. Niet zelden werden kinderen of weduwen door mannelijke verwanten de geestelijkheid ingestuurd zodat de familiale eigendom niet in de handen kwam van (nieuwe) huwelijkspartners. De tonsuur werd soms toegepast op al te ambitieuze evenknieën, wier gezichtsvermogen aldus gespaard bleef.

Hoewel het vrome leven van Gisela dus een logisch vervolg lijkt te krijgen in haar functie als abdis in Brescia, net zoals haar zoons in Cysoing, mogen we het politiek-administratieve belang van die functies niet onderschatten. De kloosters controleerden enorme landerijen en dienden als een diplomatiek knooppunt tussen de Karolingische facties.

We weten niet wanneer Gisela gestorven is, maar het moet dus na 874 zijn geweest. Ze werd begraven bij haar man in de familiecrypte in de abdij van Cysoing. Daar is, behalve  de vermeende knoken Eberhards, niets van overgebleven in de nasleep van de revolutie.

Volgens één bronnoot Franz Kugler, The handbook of Italian Painting (1887). zou een deel van de erfenis van Gisela naar de basiliek van Aquileia gebracht zijn, waaronder zich een mozaïekportret van Gisela zou bevinden. Die basiliek staat inderdaad bekend om haar bijzondere mozaïeken, die het vierde-eeuwse christendom evoceren, maar een portret van Gisela is er niet bij. Vermoedelijk haalde de auteur dat uit antiquaire beschrijvingen en was er inderdaad een donorportret aanwezig, maar dat is dan verdwenen.

[Deze gastbijdrage van Dieter Verhofstadt wordt om 13:00 afgerond. Dank je wel Dieter!]

Deel dit: