
[Dit is het laatste van drie gastblogs door Dieter Verhofstadt over de Karolingische prinses Gisela. Het eerste was hier.]
Het nageslacht van Gisela
Anders dan haar moeder Judith van Beieren, lijkt Gisela geen actieve macht uitgeoefend te hebben aan de hoven van haar man of broer. Haar broer Karel de Kale was een dominante en eigengereide heerser, haar man Eberhard van Friuli een dienstbare militair. Oorzaak of gevolg, de ambities van Eberhard en Gisela situeerden zich kennelijk vooral in de religieuze sfeer. Of zij informeel toch enige invloed had, weten we niet.
Ondanks al die vrome godsdienst, bracht het huwelijk van Eberhard en Gisela twee nieuwe dynastieën voort, die met wisselend succes delen van het rijk zouden claimen.
Het Huis Ivrea
We beginnen bij de meest ambitieuze: Berengarius I van Friuli. Hij werd markgraaf van Friuli na de dood van zijn oudere broer Unroch in 874. De oudste, Eberhard, was vroeg gestorven. Friuli had een strategische positie in het rijk, doordat het grensde aan Kroatië, waar Slavische stammen stonden te trappelen om het rijke Italië te betreden. In de strijd tussen de Franse en Duitse Karolingers om het koninkrijk Italië koos Berengarius meestal de Duitse zijde, maar maakte gebruik van een vacuüm om zelf op de troon te gaan zitten. In een van de zeldzame keren dat hij een veldslag won, liet hij zijn rivaal Lodewijk van Provence … de ogen uitsteken. Die regeerde nog twintig jaar over de Provence als, u raadt het, Lodewijk de Blinde. Berengarius erd zelfs tot keizer gekroond door de paus, al hield die titel geen macht meer in over de rest van het rijk. Later kwam hij zelf ten val, nota bene door zijn kleinzoon Berengarius van Ivrea.
Het Huis Ivrea waar Berengers dochter Gisela zou introuwen en dat zijn naamgenoot voortbracht, zou nog zeer invloedrijk zijn. In mannelijke lijn leverde het de eerste hertogen van Bourgondië, terwijl vele dochters verbintenissen aangingen met de Capetingers. Suzanna van Italië, dochter van Berengarius van Ivrea, is overigens de moeder van Boudewijn IV van Vlaanderen.
De Ottonen
Dat moeders hoeders van de macht zijn, wordt nog meer bewaarheid door Ingeltrude van Friuli, de oudste dochter van Gisela. Zij trouwde met Hendrik van Babenberg, een belangrijke legeraanvoerder onder Lodewijk de Duitser en diens zoon Karel III de Dikke. Hun dochter Hedwig trouwde volgens de meeste historicinoot met Otto I van Saksen, de vader van Hendrik I de Vogelaar en aldus stichter van de Ottoonse dynastie.
Er wordt ook gespeculeerdnoot dat Ingeltrude de moeder zou zijn van Berenger van Bayeux en aldus de grootmoeder van Poppa. Die Poppa zou trouwen met Vikinghoofdman Rollo en de dynastie der Normandiërs voortbrengen.
Met hier en daar wat goede wil is Gisela dus stammoeder van de Ottonen en de Normandiërs, van de Capetingers en de Vlaamse graven. Nu is de adel innig verweven door de eeuwen heen, zodat de Kerk het regelmatig als haar plicht zag te wijzen op goddeloze inteelt, maar een genealogie als die van Gisela, daarvoor moet men van érg goeden huize zijn.
De middeleeuwse bronnen
De voornaamste kroniek voor het tijdperk waarin Gisela opgroeide is de Annales Regni Francorum, een Middeleeuws manuscript dat de jaren 741 tot 829 bestrijkt. In de online beschikbare editie is echter geen vermelding van haar naam te vinden. We halen er wel de context uit over het leven van haar vader, haar broers en de politieke gebeurtenissen in de eerste tien jaar van haar leven. Hetzelfde geldt voor de Annales Bertiniani, die gelden als een vervolg en de jaren 830 tot 882 weergeven in West-Francië. De Annales Fuldenses vormen de Oost-Frankische tegenhanger en gaan tot 901. Ook in die kronieken vinden we geen feiten over Gisela zelf, zelfs niet over haar huwelijk met Eberhard. Naast de kronieken zijn er oorkonden overgeleverd, waarin giften en erfenissen worden gestipuleerd. Zulke documenten vinden we in de Diplomata Karolinorum, maar (ik vond) niets over Gisela.
De droge feiten uit de kronieken krijgen een verhalende tegenhanger in de Vita Hludovici (ca. 840), een hagiografie van keizer Lodewijk de Vrome door een anonieme “Astronomus” die men geïdentificeerd heeft met Hilduin, kanselier van Aquitanië, en de Gesta Hludowici Imperatoris (ca. 836) door Thegan van Trier. Dergelijke epische biografieën hebben we over de meeste belangrijke koningen uit die tijd.
Dat we veel weten over Gisela’s zoon Berengarius I van Friuli, danken we aan de Gesta Berengarii Imperatoris: zijn keizerskroon, zij het weinig glorieus gedragen, volstond voor een eigen volume. Het is door een van zijn hovelingen geschreven, vermoedelijk bisschop Johannes van Cremona. Het is geen bijster origineel werk, want het vertoont gelijkenissen met het episch gedicht Waltherius (dat dan weer gedateerd kan zijn ná Berengarius’ lofzang) en heeft hele verzen mutatis mutandis overgenomen uit de Thebais van de Romeinse dichter Publius Papinius Statius. De prent van Berengarius komt uit een twaalfde-eeuws manuscript, de Kronieken van Casauria.
De moderne literatuur
Een modern standaardwerk over de Karolingers is dat van Pierre Riché, “Les Carolingiens: une famille qui fit l’Europe (1983) waar het dynastieke kluwen wordt ontward. Een gedetailleerd overzicht van de politieke, sociale en culturele geschiedenis van de periode vinden we in The Frankish Kingdoms under the Carolingians, 751-987 van Rosamond McKitterick (1983). De rol van vrouwen aan het Karolingische hof als consiliarii en mediatrices wordt behandeld in Pauline Stafford’s Queens, Concubines and Dowagers: The King’s Wife in the Early Middle Ages (1998). We vinden dat onderwerp verder terug bij Janet L. Nelson (Charles the Bald, 1981) en Julia M.H. Smith (Gender and the Culture of Power, 2004).
De belangrijkste documenten wat betreft ons hoofdpersonage zijn de oorkonden van Cysoing. In één ervan identificeert Gisela zich als dochter van Ludovicus imperator en Judith Imperatrix, met een lijst van kinderen en erfgenamen. Een secundaire bron daarvoor is de Cartulaire de l’abbaye de Cysoing et de ses dépendances, in 1880 opgesteld door Ignace de Coussemaeker. Het testament ten slotte is grondig geanalyseerd in de studie The Dead and their Gifts. The Will of Eberhard, Count of Friuli, and his Wife Gisela, Daughter of Louis the Pious (863-864) van Christina La Rocca en Luigi Provero in het verzamelwerk Rituals of Power: From Late Antiquity to the Early Middle Ages (2000).
De reuzin Gisèle in Somain
In mijn artikelenreeks over het Ros Beiaard, beschreef ik al hoe de stoeten in Vlaanderen en het noorden van Frankrijk een ratjetoe van historische en fantastische figuren laten opdraven, als reuzen of op praalwagens. Vaak evolueerde één bepaalde figuur tot centrale icoon, zoals het Ros Beiaard in Dendermonde, of reus Goliath in Ath. In Somain, de gemeente die haar als persoonlijk goed gegeven werd, is reuzin Gisèle de baas.

[Een gastbijdrage van Dieter Verhofstadt. Dank je wel Dieter!]

Mozes van Chorene
Ziryab
Abu Yazid van Bastam
Alle waardering voor de tijd en moeite die DieterV hier in heeft gestoken. Wat volgt is dan ook geen kritiek op hem, maar op middeleeuwse geschiedkunde in het algemeen. Bovendien is de kritiek een kwestie van mijn persoonlijke voorkeuren.
Deze korte reeks is net een soapserie. We hebben een paar hoofdpersonen en een reeks aanvullende figuren. Die maken een hoop familieperikelen mee. En uiteindelijk leidt het allemaal tot niets, behalve amusement voor toeschouwers die meeleven met deze of gene. Ik doe dat zelden of nooit en vind soapseries dan ook saai. De ene verwikkeling begint, de andere volgt en de vorige is vergeten.
Geschiedschrijving a la Goede Tijden, Slechte Tijden (ik ben niet bekend met Vlaamse tegenhangers) is niet voor mij. En middeleeuwse geschiedkunde staat er bol van. Geef mij structuur analyses, zoals Aan de Rand van de Wereld van Michael Pye.
Bedankt Frank. Mij gaat het eerder over de bronnenschaarste dan over de anekdotiek, maar ik begrijp wel wat je bedoelt: het is niet eenvoudig om onze blik op de ME los te maken van de mannelijke genealogie en het wapengeklette, waartoe ik hier een poging deed. Michael Pye is van een heel andere orde dan een vrijblijvend stukje over een personage, maar noblesse oblige: een blog als die van Jona legt de lat hoog. Groet!
Heb GTST ooit aandachtig gevolgd omdat de dochter van een goede vriendin er in meespeelde (+/- 7 afleveringen), maar zie geen overeenkomsten met Dieter zijn bijdrage. Een zo vroom echtpaar (in de hoofdrol) zou het gros der GTST-kijkers maar wegjagen! GTST zal je ook nooit trakteren op linkjes naar zeer interessante bronnen. M.a.w. ik vond het zeker lezenswaard. Evenals Frank zijn reactie overigens, daar niet van. Voor Frank hoop ik maar dat Dieter geen even erge driftkop is als zijn beroemde naamgenoot Guy.
Het 1e kwart van Pye zijn boekje was fascinerend. Daarbij meent hij echter allerhande invloeden en lijnen door de eeuwen heen te constateren die mij niet overtuigen en in een (onaantrekkelijke) ‘En-toen, en-toen’ stijl geschreven zijn. Met incidenteel wel degelijk door hun gedetailleerdheid interessante inkijkjes. Al lezende kreeg ik het idee dat Pye zich heeft vertild door die overspannen premisse dat zo ongeveer alles (m.u.v. Adam & Eva) zijn oorsprong heeft rond de Noordzee. Dan beveel ik liever ‘The Dark Queens’ van Shelly Puhak aan (over Merovingers), dat zich beter met een Shakespeare-drama laat vergelijken dan met iets soapigs als GTST.
Mettertijd heb ik mijn onle drift leren bedwingen en ik ben blij met kritische bedenkingen, die ik zelf ook niet schuw. “The dark queens” met stip genoteerd. Bedankt Kees!
(online)