Confucius 8: Waar staat Confucius?

Hert uit de tijd van Confucius (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

[De komende tijd zal Kees Alders enkele blogseries schrijven over de antieke Chinese en Indische filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over China stond daar. Hier is het achtste blogje uit de tweede reeks over China: over Confucius. De introductie las u hier.] 

Zoals eerder gezegd: in het confucianisme staat altijd het leren en studeren centraal. Het doel daarvan is het cultiveren van de moraal, en daarmee het vormgeven van de maatschappelijke orde van een menselijke samenleving, die alleen daarmee kan bestaan.

Confucius is daarin niet dogmatisch, en al helemaal niet metafysisch. Dat waarover we geen kennis kunnen hebben, vindt Confucius de moeite van het bestuderen niet waard. Hij concentreert zich liever op praktische zaken en het hier en nu, en heeft een hekel aan speculatie over vragen als die naar het hiernamaals of de aard van de Hemel. In dat laatste verschilt hij wezenlijk van het taoïsme (daoïsme), dat we later zullen bespreken.

Empirisch en agnostisch?

Soms wordt Confucius geroemd om zijn vermeend empirische inslag, en soms wordt hij agnost genoemd. Dat gaat allebei te ver. Dat Confucius empirisch zou denken, wordt gezegd omdat in de Analecten de nadruk ligt op het leren van het eigen gedrag en van het gedrag van anderen. Confucius vraagt zijn toehoorders te observeren en zelf te zien dat bepaalde gedragingen goed werken in een samenleving en andere niet. Ervaring is dus belangrijk, en speculatie en het klakkeloos aannemen van stellingen wijst hij af. Dat maakt Confucius echter niet empirisch in onze zin van het woord: hij werkt niet met hypothesen, doet geen experimenten en verricht geen metingen.

Dat Confucius agnost zou zijn, wordt gezegd omdat hij in de Analecten niet wil spreken over metafysica: wonderen, krachten, geesten en chaos zijn zaken waarover hij zwijgt. Metafysica vormt expliciet geen uitgangspunt in zijn filosofie, en dat is in een wereld waarin het “magische” als iets reëels werd beschouwd opmerkelijk. We moeten volgens Confucius vertrouwen op onze eigen waarneming en krachten, niet op krachten van buitenaf.

Maar dat hij geen metafysica bespreekt, betekent ook dat Confucius niet openlijk twijfelt over bijvoorbeeld geestenverering. En hij volgt de rituelen daaromheen getrouw op. Wel met als reden dat dit goed zou zijn voor de samenleving, maar toch: religieuze rituelen zijn heel belangrijk in het confucianisme. Confucius is in moderne termen dus een humanist, maar geen agnost.

Eén van de velen

Zoals eerder gezegd stierf Confucius in (vermoedelijk) 479 v.Chr., zonder zelf enig idee te hebben dat zijn naam en visie de komende twee en een half duizend jaar dominant zouden worden in het denken van China. Sterker nog: zijn directe leerlingen zullen dat ook nog niet vermoed hebben.

Confucius is dan wel de eerste Chinese filosoof die we bij naam kennen, er moeten in zijn tijd al veel denkers hebben rondgelopen, want Confucius werd beschouwd als één van de vele ethiekdocenten die verwezen naar veronderstelde oudere wijsheden. De twee, drie eeuwen na Confucius staan niet zonder reden te boek als de tijd van “Honderd scholen van het denken”. Confucianisme was dus één van de honderd en in zijn eigen tijd niet zonder meer de belangrijkste.

De concurrenten

De oudst bekende felle repliek en concurrentie kreeg het confucianisme van het zogenaamde mohisme, de filosofische school van het boek Mozi (meester Mo). Deze school was vooral populair en invloedrijk in de Periode van de Strijdende Staten, dus direct na Confucius. We bekijken deze school in een volgende serie.

De grote antagonist van het confucianisme in de Chinese denkwereld is echter het taoïsme (daoïsme). Het taoïsme zou, zoals gezegd, iets ouder te zijn dan het confucianisme, en ongetwijfeld liepen er ten tijde van Confucius denkers rond die we nu zouden beschouwen als taoïstisch. De oudste ons bekende taoïstische werken zijn volgens moderne wetenschappers echter pas na Confucius geschreven.

De derde en voornaamste concurrent van het confucianisme zou echter het Mahayana-Boeddhisme zijn, dat een half millennium na Confucius naar China kwam, eigen Chinese vormen aannam, en een belangrijke rol zou blijven spelen in de Chinese cultuur.

Latere ontwikkelingen van het confucianisme

Het confucianisme zelf zou zich na Confucius nog sterk ontwikkelen. We zullen nog zien hoe het confucianisme werd uitgewerkt en gesystematiseerd, hoe er vele onderlinge debatten waren, en hoe het aangevuld werd. Zo zullen we zien hoe het confucianisme zich gaat verhouden tot kosmologie en natuurwetenschappelijke filosofieën, en deze in zich opneemt. We zullen ook kennis maken met de vroege confucianistische denkers Mencius en Xunzi, die behoorlijk tegengestelde visies hadden op Confucius’ denken.

Tijdens de Qin-dynastie, eind derde eeuw v.Chr., werd het zogenaamde legalisme staatsfilosofie, en werden confucianisten zelfs vervolgd. Hun boeken werden verbrand. De Han-dynastie, die al snel volgde, zou zich aanvankelijk laten inspireren door het taoïsme (daoïsme), maar aanvaardde later Confucius’ denken als staatsfilosofie. Het werd toen gecanoniseerd en kreeg de centrale positie in het Chinese denken die het zou houden.

Ook daarna heeft de Confuciaanse leer nog enkele gedaanteverwisselingen ondergaan. Uiteindelijk ontstond rond het jaar 1000 na Chr. het Neoconfucianisme. Hierin gaat het Confucianisme een synthese aan met het Taoïsme (Daoïsme) en het boeddhisme. Maar daarmee zijn we al anderhalf millennium na Confucius aanbeland. Voor het volledige verhaal van de filosofie van China moeten we stap voor stap te werk gaan, en daarom gaan we ons in de komende blogreeksen over Chinese filosofie eerst bezighouden met het Mohisme en daarna na een tussenstap bij de School van de Namen met achtereenvolgens het Taoïsme (Daoïsme) en de School van Yin en Yang, voordat we weer confucianisten tegenkomen.

Als afsluiting van deze serie over Confucius, maken we echter eerst nog een vergelijking met de Griekse en Romeinse denkers, en bespreek ik tevens kort de invloed van het confucianisme op het westerse denken.

[Deze gastbijdrage van Kees Alders wordt dus morgenochtend vervolgd. Dank je wel Kees!]

Deel dit: