Het taoïsme: Daodejing (2)

De spreekwoordelijke taoïstische wijze Laozi (Wereldmuseum, Leiden)

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme, het Mohisme en de School van de Namen behandelt hij dit najaar het taoïsme. Het eerste blogje in deze reeks was hier.]

Niet-weten als basis van kennis

Hoe kan er kennis zijn van iets wat fundamenteel onkenbaar is? We zagen al dat volgens het taoïsme de dao de geest van het universum is, de oerwet. Maar het is tevens dat wat aan alles voorafgaat; ook wel “het onbewerkte blok” genoemd.

De dao rationeel begrijpen, dat kunnen we niet – dat blijft de Daodejing keer op keer herhalen. De wijze beseft daarom vooral dat alle kennis betrekkelijk is. Zijn belangrijkste kennis is te weten wat hij niet weet, en dat absolute kennis feitelijk onmogelijk is.

Lees verder “Het taoïsme: Daodejing (2)” →

Het taoïsme: Daodejing (1)

Negentiende-eeuws beeldje van Laozi (Übersee Museum, Bremen)

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme, het Mohisme en de School van de Namen behandelt hij dit najaar het taoïsme. Het eerste blogje in deze reeks was hier.]

De legende

De wijze was een oudere tijdgenoot van Confucius, en al aardig op leeftijd toen hij het land wilde verlaten. Bij de bergpas stuitte hij echter op een grenswachter, Yin Xi genaamd. Yin verzocht, gebood of smeekte de wijze om, als hij dan toch vertrok, althans zijn wijsheid achter te laten … op schrift.

Lees verder “Het taoïsme: Daodejing (1)” →

Het Proto-taoïsme (2): School van de Landbouw

Shennong

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme, het Mohisme en de School van de Namen behandelt hij dit najaar het taoïsme. Het eerste blogje in deze reeks was hier.]

Geschiedenis in retrospectief

Chinese filosofen hebben er een handje van te beweren dat hun gedachten niet nieuw zijn, maar dat ze slechts eeuwenoude waarheden aan het licht brengen en in ere herstellen.

We hadden gezien dat de eerste Confucianisten voor de rechtvaardiging van hun eigen gedachten niet alleen verwijzen naar de Zhou-literatuur en de daar genoemde Shang en Xia, maar bovendien mythologische koningen aannemen die geleefd zouden hebben vóór de Xia-dynastie: Yao en Shun. Deze wijze vorsten waren niet heel toevallig toonbeelden van confucianistische waarden.

Lees verder “Het Proto-taoïsme (2): School van de Landbouw” →

School van de Namen (5) Gongsung Long

Twee al dan niet witte paarden (Han-dynastie; Musée Guimet, Parijs)

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme en het Mohisme zijn we nu toe aan de zogeheten “School van de Namen”. Het eerste was hier.]

Wist je dat ieder mens drie oren heeft? Een rechteroor, een linkeroor, en … oren.

Slechte grap? Neem het me maar niet kwalijk, ik verzin hem niet zelf. Met dit soort redeneringen hield Gongsun Long zich bezig, de laatste filosoof die ik zal behandelen van de School van de Namen. Gongsun Long was dol op het verdedigen van onmogelijke stellingen: een sofistische oefening in debatkunst. Lees verder “School van de Namen (5) Gongsung Long” →

School van de Namen (4) Hui Shi

Twee Chinese heren (Han-dynastie; Musée Guimet, Parijs)

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme en het Mohisme zijn we nu toe aan de zogeheten “School van de Namen”. Het eerste deel was hier.] 

Wie was Hui Shi?

Veel Chinese filosofen, zoals Confucius en Mozi, probeerden het ideale landsbestuur te bereiken door toekomstige heersers op te leiden. Maar zij zelf werden nooit heerser, en geen van hun directe volgelingen schopte het ooit tot staatshoofd of minister. Hui Shi (oude spellingswijze: Hui Shih) schopte het tot eerste minister van de staat Wei, een buurstaat van Qi. Wat we tegenwoordig nog weten van zijn filosofie gaat echter totaal niet over staatszaken. Lees verder “School van de Namen (4) Hui Shi” →

School van de Namen (3) Song Xing en Yin Wen

Chinese bijl (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme en het Mohisme zijn we nu toe aan de zogeheten “School van de Namen”. Het eerste deel was hier.] 

De volgende twee in deze reeks te behandelen vertegenwoordigers van de School van de Namen zijn Song Xing en Yin Wen, waarvan we gisteren al zagen dat ze verbleven aan de Jixia-academie in de noordoostelijke staat Qi.

Song Xing

Over Song Xing (oude schrijfwijzen: Sung Hsing en Sung K’eng) weten we alleen maar iets doordat andere meesters, zoals de taoist Zhuangzi en de confucianisten Mencius en Xunzi, hem kort behandelen. Deze drie zijn het allemaal met meester Song oneens, maar spreken wel met waardering over hun collega.

Lees verder “School van de Namen (3) Song Xing en Yin Wen” →

School van de Namen (2) What’s in a name?

Kruik uit de Periode van de Strijdende Staten (Musée Guimet, Parijs)

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme en het Mohisme zijn we nu toe aan de zogeheten “School van de Namen”. Het eerste deel was hier.] 

Honderd scholen

Al eerder heb heb ik het gehad over de “Periode van de Honderd Scholen” van het Chinese denken. Deze periode valt grofweg samen met de Periode der Strijdende Staten (ca 479- 221 v.Chr.) waarin er een nietsontziende strijd woedde tussen verschillende staten over de macht over de “landen van het midden” in wat nu China heet. Afhankelijk van wie je het vraagt begint de Periode van de Honderd Scholen ook wel iets eerder, namelijk aan het einde van de Periode van Lente en Herfst, toen Confucius leefde. Terwijl de staten elkaar bevochten met wapens, bevochten die honderd scholen elkaar voornamelijk met woorden.

Lees verder “School van de Namen (2) What’s in a name?” →

School van de Namen (1) Deng Xi

Munt uit de Periode van de Strijdende Staten (Übersee-Museum, Bremen)

[Kees Alders schrijft over de Chinese filosofische stromingen. Een inleiding was hier. Na een introductie, het Confucianisme en het Mohisme zijn we nu toe aan de zogeheten “School van de Namen”.] 

Strijd om een lijk

Een familielid van een extreem rijke man verdrinkt. Het lichaam wordt gevonden door een visser.

Wanneer de rijke man de visser vraagt hem het lijk te geven zodat hij een passende begrafenis kan verzorgen, ziet de visser zijn kans schoon en vraagt een enorm hoge prijs.

De rijkaard vindt dit wat gortig, en vraagt de plaatselijke wijze om advies. Die zegt hem “rustig maar, dat komt wel goed, er is toch immers niemand anders die dat lijk van die man wil kopen?”

Lees verder “School van de Namen (1) Deng Xi” →

De erfenis van het mohisme

Zomaar een hert uit de Periode van de Strijdende Staten (Musée Guimet, Parijs)

[Kees Alders schrijft over de oosterse filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over de Chinese filosofie stond daar en we zijn inmiddels aanbeland in de derde reeks: over Meester Mo, over het boek Mozi en de leer van het mohisme. Het eerste deel is hier.] 

Tijdens de Periode van de Strijdende Staten was het mohisme een invloedrijke school binnen de Chinese filosofie. Ze was georganiseerd in sektes, die ongetwijfeld werden bestuurd volgens de eerste drie genoemde mohistische doctrines, dus in een strikte hiërarchie, waarin promotie en degradatie afhingen van iemands daden en intenties, zonder onderscheid des persoons.

Lees verder “De erfenis van het mohisme” →

Mohisme 7: Tegen verspilling

Geld uit de Periode van de Strijdende Koninkrijken (Residenzschloss, Dresden)

[Kees Alders schrijft over de oosterse filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over de Chinese filosofie stond daar en we zijn inmiddels aanbeland in de derde reeks: over Meester Mo, over het boek Mozi en de leer van het mohisme. Het eerste deel is hier.] 

In de Periode van de Strijdende Staten was de vraag actueler dan ooit: hoe komt het dat er op een aarde waarop van alles groeit, toch schaarste bestaat? Waarom moeten er mensen in armoede leven, zijn ze hongerig, hebben ze geen goede huizen, en geen goede kleren om te dragen?

Tegen verspilling (doctrine #4)

Volgens de mohisten komt dit door spilziek gedrag. Vooral mensen aan de top kunnen er wat van, en ze schuiven de kosten van hun verspilling door, door zware belastingen en werk op te leggen aan hun ondergeschikten. Natuurlijk is het volk hiervan de dupe.

Lees verder “Mohisme 7: Tegen verspilling” →