Een Mercurius uit Reims

Bronzen beeldje van Mercurius uit Reims (Musée Saint-Rémi)

Onlangs legde Eduard Alofs op deze plaats uit waarom een zilveren schaal uit het Museum van Azerbeidzjan in Tabriz, gemaakt in Sasanidisch Perzië, vrijwel zeker een vervalsing is. Vandaag een al even dubieus voorwerp, dat ik onlangs fotografeerde in het Musée Saint-Rémi in Reims: een charmant beeldje van de god Mercurius.

Zulke beeldjes waren populair in het oude Gallië. Julius Caesar schrijft al dat de Galliërs van alle goden vooral Mercurius vereerden, een god die de handel en reizigers beschermde en de ambachten had uitgevonden. De Romeinse generaal moet hier verwijzen naar de Keltische godheid Lug, die we ook kennen van afbeeldingen waarop hij drie gezichten heeft – alleen al in het museum van Reims zag ik er vijf of zes (zoals deze). Mercurius duikt ook op in tientallen inscripties. Ik telde in deze databank niet minder dan 493 exemplaren uit de zes Gallische provincies, met een opmerkelijke concentratie in het gebied tussen Reims en Rijn.

Lees verder “Een Mercurius uit Reims”

De loden codex

De loden codex (foto Elkington)
De loden codex (foto David Elkington)

Het is heel simpel met oudheidkundige vondsten. Komen ze uit een gecontroleerde opgraving of hebben ze een gedocumenteerde verzamelgeschiedenis, dan kunnen onderzoekers iets doen met zulke voorwerpen; komen ze echter niet uit een gecontroleerde opgraving en hebben ze ook al geen gedocumenteerde verzamelgeschiedenis, dan zijn ze onbruikbaar. Ze kunnen immers vals zijn. Extra wantrouwen is gerechtvaardigd als de interpretatie van het voorwerp nationalisten of religieuze fundamentalisten goed of juist slecht uitkomt. Moeilijker is het niet.

Een recent voorbeeld: een papyrus, stammend uit de achtste eeuw v.Chr., die Jeruzalem noemt. De Israëlische premier Netanyahu was er als de kippen bij om de tekst te gebruiken als bewijs dat Jeruzalem al eeuwen Joods was. De tekst was ook te gebruiken om aanspraken te rechtvaardigen op de westelijke Jordaanoever. Kortom: verdacht.

Lees verder “De loden codex”

Wetenschapsfraude in 1498

Geleerden uit de Renaissance (Gozzoli, Augustinus als docent)

In 1498 publiceerde een geleerde monnik uit Viterbo, Giovanni Nanni (1432-1502), zeventien delen met Commentaria super opera diversorum auctorum de antiquitatibus loquentium, ofwel “Commentaren op de werken van diverse oudheidkundige auteurs”. Het ging om aantekeningen bij materiaal dat hij deels had gekregen van een Armeense monnik en deels had aangetroffen in een bibliotheek in Mantua.

Het was voor de geleerden van die tijd volkomen nieuw, al waren de auteursnamen Berossos en Megasthenes vertrouwd en waren uit hun oeuvre zelfs wat fragmenten bekend. Ook Manethon was een oude bekende: verschillende antieke auteurs verwezen naar zijn Egyptische geschiedenis. De vondsten vormden een sensatie, aangezien onder de herontdekte teksten beschrijvingen waren van gebeurtenissen waarbij het Joodse volk betrokken was geweest. Talloze Bijbelpassages waarvan de historische betrouwbaarheid in twijfel was getrokken, vonden nu onafhankelijke bevestiging, zodat het gelijk van de Kerk was vastgesteld.

Lees verder “Wetenschapsfraude in 1498”