Pseudo-Isidorus (1)

Lodewijk de Vrome (manuscript uit 826, Vaticaanse bibliotheek)

In het middeleeuwse christendom leidde de nadruk op autoriteit en traditie ertoe dat vernieuwing met enig wantrouwen bekeken werd. Geleerden pretendeerden vooral de traditie door te geven, die, behalve op de Bijbel, gegrondvest diende te zijn op de teksten van auctoritates, de gezaghebbende auteurs en teksten zoals de kerkvaders, patriarchen of de laatantieke concilies. Geconfronteerd met nieuwe omstandigheden of crisissituaties kon men in die autoriteiten uit het verleden niet altijd de juiste antwoorden vinden om deze het hoofd te bieden. Een paardenmiddel om de traditie naar de eigen hand te zetten was de vervalsing.

De vervalsingen

In het noorden van het Karolingische Rijk, ergens tussen 834 en 860, bracht een zekere Isidorus Mercator, een pseudoniem van een vervalser of een groep vervalsers, een aantal verzamelingen met vervalst kerkelijk recht in omloop om zijn standpunten kracht bij te zetten. Deze Pseudo-Isidorus is in de eerste plaats verantwoordelijk voor een verzameling deels bestaande en deels verzonnen decretalen (brieven) van pausen uit de eerste eeuw tot en met de achtste eeuw, die hij aanvulde met een serie bewerkte oude concilieteksten. Alle decretalen van vóór de vierde eeuw en sommige daarna zijn vervalsingen.

Lees verder “Pseudo-Isidorus (1)”

De Artemidorospapyrus (3)

Het evangelie van de Vrouw van Jezus

[In het eerste en tweede deel van dit stuk heb ik uitgelegd wat de Artemidorospapyrus was en hoe ze werd ontmaskerd. Nu: wat betekent dit?]

Conclusie

Wat we in de eerste twee delen zagen, was een schoolvoorbeeld van hoe een vervalser de kluit belazert. In dit geval werd een nieuwe, literaire tekst vervaardigd, maar eigenlijk is dat al teveel werk. Ik zal nog uitleggen dat dat eigenlijk niet eens nodig is. Waar het om gaat is dat je iets componeert dat wetenschappers of verzamelaars graag willen hebben en hun hun kritische zin doet verliezen.

Heb je eenmaal een tekst, dan breng je die aan op oud schrijfmateriaal, dat voor een habbekrats te koop is en zelfs, zoals we zagen, legaal uit Egypte wordt geëxporteerd. Geen problemen dus met de koolstofdatering. Hoe je inkt maakt die spectrometrisch niet is te vervalsen, las u hier.

Lees verder “De Artemidorospapyrus (3)”

De Artemidorospapyrus (2)

De ouderdom van de papyrus waarop de Artemidorospapyrus is geschreven

Helaas geldt dat als iets te mooi is om waar te zijn, het vaak ook niet waar is. Na een expositie in 2006 zwol de kritiek aan. Sommige tekeningen leken wel op de afbeeldingen op vroegmoderne sterrenkaarten. Die anatomische schetsen, waren dat niet gewoon kopieën van Renaissancetekeningen? Was het niet wat vreemd dat een geografische tekst was geschreven in kanselarijschrift? Tot slot was verontrustend dat de provenance zo slecht was gedocumenteerd.

Discussie

De directrice van het Egyptisch Museum in Turijn, Eleni Vassilika, weigerde daarom de schenking aan te nemen. Ze kreeg in 2007 bijval van de Italiaanse oudheidkundige Luciano Canfora, die meende te weten wie de papyrusrol had gemaakt: de Ottomaanse Griek Konstantinos Simonides, de negentiende-eeuwse vervalser die als eerste had begrepen dat hij teksten moest aanbrengen op antiek schrijfmateriaal. Canfora’s identificatie werd weer tegengesproken. Aangezien hij de papyrus nooit met eigen ogen had gezien, had hij de schijn wel tegen.

Lees verder “De Artemidorospapyrus (2)”

De Artemidorospapyrus (1)

Detail van de Artemidorospapyrus

De papyrusrol die bekend is komen staan als de Artemidorospapyrus is zo’n twee-en-een-halve meter lang en ruim tweeëndertig centimeter hoog, wat suggereert dat deze tekst komt uit de Romeinse tijd. Heel misschien is ’ie iets ouder. Ze is beschreven met een nog onbekende aardrijkskundige tekst maar het opvallendst zijn allerlei tekeningen van dieren en de menselijke anatomie. Zo’n papyrus was nog nooit gezien en het verhaal dat zich in de eerste jaren van de eenentwintigste eeuw ontvouwde was spectaculair.

Drie levens

Het leek ooit de opzet geweest deze rol te voorzien van de tekst van het werk van Artemidoros van Efese, een Griekse geograaf die rond 100 v.Chr. leefde en vaak wordt geciteerd door auteurs, zoals Strabon van Amasia. De kopiist was bezig met een beschrijving van het Iberische Schiereiland toen hij zijn werk onderbrak om een tekenaar de kans te geven de landkaarten in te voegen. Het resultaat was echter desastreus. De kaartenmaker gebruikte een verkeerd voorbeeld, realiseerde zich zijn fout en maakte de tekening niet meer af. Hij had de bergen, rivieren en wegen al ingetekend maar verspilde geen tijd meer aan de belettering. De kopiist zal op een andere rol opnieuw zijn begonnen en de verprutste papyrus kreeg een tweede leven als kladpapier.

Lees verder “De Artemidorospapyrus (1)”

Hoe maak ik een neppapyrus?

Ik heb het al eerder verteld maar het kan geen kwaad het nog eens uit te leggen: er is geen hogere wiskunde nodig om een papyrus zo te vervalsen dat die geloofwaardig kan doorgaan voor antiek.

Methode één

Voor een eerste oefening kocht ik modern papyrus. Bij Vlieger aan de Amstel was een flink blad te verkrijgen voor nog geen €8,00. Het zag er goed uit. Bij de tekenbenodigdhedenwinkel om de hoek kocht ik voor €3,87 zwarte inkt, voor €1,01 een penhouder en voor €0,70 een pen. In totaal €13,58 dus. Omdat ik zelf niet handig ben in het schrijven van Hebreeuws, combineerde een vriend Leviticus 18.22 en 20.13, de twee verzen uit de Heiligheidscode die aan het tempelpersoneel homoseksuele handelingen verbieden. In ruil voor één lunch in de Brakke Grond, bestaande uit een Westmalle Tripel en een uitsmijter (samen €11,55), zette hij de twee verzen met soepele hand op het schrijfmateriaal. Er is geen forger’s tremor waarneembaar, de aarzeling van een vervalser die niet gewend is een bepaald handschrift te schrijven.

Lees verder “Hoe maak ik een neppapyrus?”

Een Mercurius uit Reims

Bronzen beeldje van Mercurius uit Reims (Musée Saint-Rémi)

Onlangs legde Eduard Alofs op deze plaats uit waarom een zilveren schaal uit het Museum van Azerbeidzjan in Tabriz, gemaakt in Sasanidisch Perzië, vrijwel zeker een vervalsing is. Vandaag een al even dubieus voorwerp, dat ik onlangs fotografeerde in het Musée Saint-Rémi in Reims: een charmant beeldje van de god Mercurius.

Zulke beeldjes waren populair in het oude Gallië. Julius Caesar schrijft al dat de Galliërs van alle goden vooral Mercurius vereerden, een god die de handel en reizigers beschermde en de ambachten had uitgevonden. De Romeinse generaal moet hier verwijzen naar de Keltische godheid Lug, die we ook kennen van afbeeldingen waarop hij drie gezichten heeft – alleen al in het museum van Reims zag ik er vijf of zes (zoals deze). Mercurius duikt ook op in tientallen inscripties. Ik telde in deze databank niet minder dan 493 exemplaren uit de zes Gallische provincies, met een opmerkelijke concentratie in het gebied tussen Reims en Rijn.

Lees verder “Een Mercurius uit Reims”

De loden codex

De loden codex (foto Elkington)
De loden codex (foto David Elkington)

Het is heel simpel met oudheidkundige vondsten. Komen ze uit een gecontroleerde opgraving of hebben ze een gedocumenteerde verzamelgeschiedenis, dan kunnen onderzoekers iets doen met zulke voorwerpen; komen ze echter niet uit een gecontroleerde opgraving en hebben ze ook al geen gedocumenteerde verzamelgeschiedenis, dan zijn ze onbruikbaar. Ze kunnen immers vals zijn. Extra wantrouwen is gerechtvaardigd als de interpretatie van het voorwerp nationalisten of religieuze fundamentalisten goed of juist slecht uitkomt. Moeilijker is het niet.

Een recent voorbeeld: een papyrus, stammend uit de achtste eeuw v.Chr., die Jeruzalem noemt. De Israëlische premier Netanyahu was er als de kippen bij om de tekst te gebruiken als bewijs dat Jeruzalem al eeuwen Joods was. De tekst was ook te gebruiken om aanspraken te rechtvaardigen op de westelijke Jordaanoever. Kortom: verdacht.

Lees verder “De loden codex”

Wetenschapsfraude in 1498

Geleerden uit de Renaissance (Gozzoli, Augustinus als docent)

In 1498 publiceerde een geleerde monnik uit Viterbo, Giovanni Nanni (1432-1502), zeventien delen met Commentaria super opera diversorum auctorum de antiquitatibus loquentium, ofwel “Commentaren op de werken van diverse oudheidkundige auteurs”. Het ging om aantekeningen bij materiaal dat hij deels had gekregen van een Armeense monnik en deels had aangetroffen in een bibliotheek in Mantua.

Het was voor de geleerden van die tijd volkomen nieuw, al waren de auteursnamen Berossos en Megasthenes vertrouwd en waren uit hun oeuvre zelfs wat fragmenten bekend. Ook Manethon was een oude bekende: verschillende antieke auteurs verwezen naar zijn Egyptische geschiedenis. De vondsten vormden een sensatie, aangezien onder de herontdekte teksten beschrijvingen waren van gebeurtenissen waarbij het Joodse volk betrokken was geweest. Talloze Bijbelpassages waarvan de historische betrouwbaarheid in twijfel was getrokken, vonden nu onafhankelijke bevestiging, zodat het gelijk van de Kerk was vastgesteld.

Lees verder “Wetenschapsfraude in 1498”