Koning Kyrië

Kabouterberg, Hoogeloon

Even ten oosten van Hoogeloon, dat op zijn beurt weer ten westen van Eindhoven ligt, verrijst de Kabouterberg. Het is een oud Romeins graf. Of beter, het is een gereconstrueerd Romeins graf. De eigenlijke grafheuvel is een eeuw geleden gesloopt. De aarde is gebruikt om meertjes in de omgeving te dempen. Tien jaar geleden is de bult echter opnieuw opgeworpen. Die is lastig om te vinden want ze ligt middenin een bos. Mocht u het monument willen bekijken, dan zijn er twee wegen: deze en deze. Ik zou de eerste nemen, want de tweede is een soort hindernisbaan.

Naast de grafheuvel stond een Romeins grafmonument waarvan archeologen wat sporen hebben opgegraven. Op de foto ziet u de moderne reconstructie, gebaseerd op een vergelijking met soortgelijke monumenten in het Rijnland. De naam van de overledene is ontleend aan een militair diploma dat even verderop is gevonden in een Romeinse villa. Wat u daar in het bos ziet is dus allemaal op een grandioze manier nep, maar het is in elk geval geen onzin.

Lees verder “Koning Kyrië”

Herodotos als topograaf en etnograaf

Scheepsmodel uit Amathous (Cyprusmuseum, Nicosia)

[Voorlaatste van zeven stukken over de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos. Het eerste deel was hier.]

Herodotos beschrijft allerlei verbazingwekkende gebruiken en gewoonten. Soms is het moeilijk hem te geloven. De Agathyrsers hebben hun vrouwen gemeenschappelijk, opdat zij allen broeders zijn en zonder jaloezie en haat kunnen samenleven. De Argippeeërs zijn kaal. Tempelprostitutie is een gewoonte in Babylon. Lydische mannen worden niet graag naakt gezien. De Neurers veranderen in weerwolven.

Om de vier jaar loten de Geten een man uit die aan hun god Salmoxis al hun wensen en verlangens kenbaar moet maken. Dat gaat als volgt in zijn werk: zij wijzen een aantal mannen aan die ieder drie speren vasthouden. Dan wordt door een groep anderen de persoon die de boodschap aan Salmoxis moet overbrengen aan handen en voeten beetgepakt en in de lucht gegooid zodat hij op de speerpunten terechtkomt. Komt hij bij die val om, dan betekent dit volgens hen dat de god hun welgezind is en zo niet, dan krijgt de boodschapper de schuld: hij moet wel een slecht mens zijn! (4.94)

Lees verder “Herodotos als topograaf en etnograaf”

Sprookjes, gecatalogiseerd

Na lang intensief speuren ben ik dankzij een antiquariaat in Niesky (Saksen) voor een schappelijk bedrag in het bezit gekomen van een exemplaar van de catalogus uit 1943 van J.R.W. Sinninghe (1904-1988): Katalog der niederländische Märchen-, Ursprungssagen-, Sagen- und Legendenvarianten. Deze rubriceringscatalogus inclusief literatuurverwijzingen is na de index van Aarne-Thompson-Uther (ATU) zo’n beetje de belangrijkste indexering op dit gebied. Hij wordt bij gebrek aan een alternatief nog steeds gebruikt.

Richt de ATU zich in principe op sprookjes, Sinninghe richt zich meer op sagen en legenden. Beginnen de rubriceringen uit de Aarne-Thompson-Uther-index met de letters ATU, gevolgd door een doorlopend volgnummer, de rubriceringen uit Sinninghe worden gecodificeerd met de letters SIN gevolgd door

  • AT voor sprookjes (deze zijn namelijk een toevoeging aan de toenmalige Aarne-Thompson-index – Uther kwam er pas later aan te pas),
  • SAG voor sagen,
  • UR voor oorsprongssagen (Ursprungssagen) en
  • LEG voor legenden.

SINAT, SINSAG, SINUR en SINLEG worden telkens gevolgd door een volgnummer. Zo verwijst SINSAG 0689 op p.98 naar het motief van de rattenvanger (b.v. van Hamelen).

Lees verder “Sprookjes, gecatalogiseerd”

Een sprookjesstamboom

Bijlen uit de Pontische vlakte, ongeveer 3000 v.Chr. (Archeologisch Museum van Burgas)

In 2016 publiceerden S.G. da Silva en J.J. Tehrani in Royal Society Open Science een elegant artikel met een weinig elegante titel (“Comparative phylogenetic analyses uncover the ancient roots of Indo-European folktales”), waarin ze betoogden dat ze van een aantal sprookjes de verspreiding konden verklaren. Eén voorbeeld is het verhaal van Sjaak en de grote bonenstaak (AT 328A), dat is overgeleverd in zowel Engeland als de Balkanlanden. Ver uit elkaar dus, en zonder de mogelijkheid dat het ene gebied het had overgenomen van het andere.

Omdat sprookjes worden doorverteld in een taal, zo redeneerden de auteurs, en omdat we de Indo-Europese taalstamboom redelijk kennen, was aannemelijk dat het verhaal in de Germaanse tak (de Engelse versie) en in de Slavische tak (de Balkanversie) was terechtgekomen doordat ze een gemeenschappelijke voorouder hadden, vóór deze twee takken gescheiden waren geraakt. Dat zou dan ergens in het late vierde millennium v.Chr. kunnen zijn geweest, toen deze twee taalgroepen nog naast elkaar lijken te hebben geleefd in Moldavië en het westen van Oekraïne.

Lees verder “Een sprookjesstamboom”

Feiten en ficties

Oom, neef, dino

Misschien kan een classicus me verbeteren, maar als ik het goed heb, onderscheidden de oude Grieken niet, zoals wij, feit en fictie. Ze maakten een driedeling, die ik altijd moeilijk vind om te reproduceren:

  1. dingen die onwaar waren en ook niet waar konden zijn,
  2. dingen die waar waren omdat ze waar moesten zijn,
  3. en dingen die in potentie waar kónden zijn.

Lees verder “Feiten en ficties”