Koning Arthur

De Angelsaksische Kroniek zou een verwijzing naar Arthur hebben moeten hebben als dat een historische figuur zou zijn geweest. Hij schittert door afwezigheid.

Tijdens de Britse verkiezingen van twee weken geleden werd op de sociale media een grapje gedeeld dat het misschien beter was geen verkiezingen te organiseren en in plaats daarvan een dame in een meertje te laten zwemmen en haar een zwaard te laten overhandigen aan degene die het beste een regering kon vormen. Uiteraard is dit een knipoogje naar het verhaal van koning Arthur. Geen Brit zal het niet hebben herkend, al zullen er wel Arthurpuristen zijn geweest die herkenden dat the once and future king de macht verwierf door een zwaard te trekken uit een steen.

Wat ik maar zeggen wil: zelfs een onjuiste verwijzing is voldoende om de wereld op te roepen van koning Arthur, koningin Guinevere, de Ronde Tafel, de Heilige Graal, Avalon, Camelot, Lancelot, Gawein en Percival. In zijn boekje King Arthur heeft Nick Higham de ontwikkeling beschreven van deze verzameling culturele symbolen die, enerzijds, de strijd tussen goed en kwaad belichamen en, anderzijds, het Britse karakter van de geschiedenis van Engeland onderstrepen. Het is volgens Higham geen toeval dat de populariteit van Arthur zienderogen toenam na de Tweede Wereldoorlog, toen de Britten weinig liefde voelden voor hun Angelsaksische (ofwel Germaanse ofwel Duitse) verleden.

Verhalen over Arthurs magnifieke hof waren in de Late Middeleeuwen populair geweest. Koningen claimden Arthur als hun voorvader. De ridderromans van Chrétien de Troyes (de Lancelot, de Ywein, het Verhaal van de Graal…) dienden om ideeën te propageren over ridderlijkheid, hoofse liefde en correct gedrag in oorlogstijd. Het hof van Arthur was nuttig.

Dat waren de eerdere verhalen ook. In ca. 1135 had Geoffrey van Monmouth zijn beroemde Geschiedenis van de Britse koningen gepubliceerd, waarin hij een Arthur bood ten gebruike in de tijd van de Kruistochten. De Britten hadden weliswaar geen deel genomen aan de eerste godgevallige expeditie, maar Geoffrey toonde een koning die eveneens had gestreden tegen de ongelovigen, de Saksen, en vervolgens delen van het Romeinse Rijk had veroverd. In Highams woorden:

This was King Arthur on an imperial stage, the leader of Western Christendom triumphing over a Roman army raised in the East.

Het idee van een machtige en edele koning met een formidabel mooi hof, was nog ouder. We zien het voor het eerst in de elfde eeuw, in het verhaal van Culhwch en Olwen. Hier is Arthur voor het eerst een koning. Voordien was hij beschreven geweest als oorlogsleider.

Zo wordt hij bijvoorbeeld gepresenteerd in de anonieme (en soms aan Nennius toegeschreven) Geschiedenis van de Britten, geschreven in Wales in 829 of 830. De auteur benadrukt dat de Britten Gods uitverkoren volk waren en dat ze, ook al hadden ze land verloren aan de Saksen, op een dag hun land zouden herkrijgen. God had in het verleden immers wel vaker ingegrepen om de Britten te helpen, bijvoorbeeld door hun een oorlogsleider genaamd Arthur te sturen, die met hulp van Christus en de Heilige Maagd in twaalf veldslagen succes had gehad. (De Annalen van Cambrië, geschreven rond 960, dateert twee gevechten: de slag bij de berg Badon in 516 en de slag bij Camlann in 537. Higham wijst op de mogelijkheid dat deze data interpolaties zijn.)

Een vechtende Arthur is ook genoemd in een wat ouder document dat aan de Geschiedenis van de Britten was toegevoegd. Hierin wordt de oorlogsleider vermeld in verband met twee wonderlijke plaatsen in Wales. Blijkbaar was Arthur in de Vroege Middeleeuwen een populair volksfiguur, en dat lijkt bevestigd doordat de naam populair was in verschillende Ierse families met belangen in Brittannië: we kennen vijf zevende-eeuwse personen die de naam droegen. Waren zij vernoemd naar de oorlogsleider? Of was er een Ierse bisschop die grote indruk had gemaakt? Of is een van dit vijftal de historische Arthur?

Dat laatste vermoedelijk niet. Geen van de vijf Ierse Arthurs is een oorlogsleider, maar zo wordt de man wel gepresenteerd in zowel de latere Geschiedenis van de Britten als in de eerdere Y Gododdin, waarin een held genaamd Gorddur wordt vergeleken met een Arthur. Deze tekst lijkt te bewijzen dat een krijger met de naam Arthur bij een zesde-eeuws publiek bekend was, al wijst Higham erop dat de betreffende stanza een latere interpolatie kan zijn.

Het is echter denkbaar dat in de jaren rond 500 n.Chr. een oorlogsleider Arthur de westelijke provincies van wat ooit Romeins Brittannië was geweest, verdedigde en de opmars van de Angelen en de Saksen wist te stuiten. De archeologische aanwijzingen voor de Angelsaksische aanwezigheid is namelijk geconcentreerd in de voormalige provincies Britannia Maxima en Britannia Flavia in het oosten. Een verdrag kan de verschijnselen echter ook verklaren – we hoeven uit de stagnatie van de Angelsaksische opmars niet af te leiden dat er georganiseerd verzet onder een koningsleider was geweest.

Alles wat we zeker weten is, in Highams woorden, dat

there may be an “Arthur-shaped space” in the history of late fifth- or early sixth-century Britain. Equally, there may be not – and that, alas, is not saying very much.

Het mysterie blijft intact, de legende blijft bestaan en Highams sceptische boekje is een puike introductie.

14 gedachtes over “Koning Arthur

  1. Je hebt de context van de anekdote over Arthur en de verkiezingen gemist. 😉 Die refereert niet aan de scene uit de Arthurlegende (ja, uiteindelijk natuurlijk wel) maar aan Monty Python and the Holy Grail. Veel Britten kennen die teksten net zo goed uit het hoofd als onze generatie Asterix kan opdreunen.
    Het gaat om de scene waar Arthur naar een kasteel ‘rijdt’ (je weet wel, die kokosnoten) en langs een paar boeren komt. Eén van die boeren (Dennis) trekt snoeihard Arthur’s recht op het koningschap in twijfel: “Look, strange women lying on their backs in ponds handing out swords … that’s no basis for a system of government. Supreme executive power derives from a mandate from the masses, not from
    some farcical aquatic ceremony”.

  2. Ik wil toch even mijn kritiek op dit boek van Higham delen:
    mijn kritiek op Higham is dat hij er van uitgaat dat Arthur geen historische persoon was. Hij gaat er hoogstens van uit dat er een aantal figuren zijn geweest, sommige met de naam Arthur maar sommige niet, die samen het verhaal vormen dat later opdijkt in de Historia Brittonum en later geschriften. Natuurlijk kan dat, het is op zich een valide theorie (we weten dat bijvoorbeeld koning Alfred van Wessex ook zo’n ‘verhalenstofzuiger’ is geweest). Maar wat Higham doet om zijn theorie aan te sterken is voor historici heel erg flauw: hij gaat naar de oudste bronnen (Anneles Cambriae, Gododdin) waar Arthur modelijk in voorkomt, en gaat dan de twijfel zaaien door te stellen dat Arthur in die teksten een interpolatie is. Natuurlijk kan dat, in theorie, maar er is geen enkele mogelijkheid om dat op enigerlij wijze hard te maken. Dit is een actie van een politicus die een rivaal door onbewezen geruchten onderuit wil halen. Een historicus met een goed verhaal hoeft dit niet te doen. Maar Higham’s rode draad is dat ‘de’ Arthur nooit bestaan heeft en dus moet hij de oudste bronnen onderuit halen. Erg jammer voor een historicus van zijn kaliber en volslagen onnodig.

    1. mnb0

      Ah, goed werk. Ik had al het gevoel dat er iets mis was, maar kon er de vinger niet op leggen.
      Wel heb ik me afgevraagd wat het bewijs is dat de Britten (dwz. de Kelten) inderdaad slag hebben geleverd tegen de Saxen tussen pakweg 400 CE en 550 CE. Als dat minstens waarschijnlijk is én de Britten hebben er één gewonnen, dan is het heel aannemelijk dat Koning Arthur inderdaad op een historisch figuur terug gaat. Ook winnende Britse legers hadden een aanvoerder en winnende aanvoerders worden nogal eens helden, vooral als de oorlog uiteindelijk verloren gaat.
      Tsjechië kent ook dergelijke helden: Tabor en Blanik, bezongen in deel 5 en 6 van Smetana’s Ma Vlast. U kent minstens deel 2, De Moldau.

      1. keihard bewijs hebben we nergens. Dit is voornamelijk ‘terugschrijverij’ van Saksen en Britten (Welsh dan al) die eeuwen later nagaan wat er precies gebeurd is. En Nennius in zijn vroeg 9de-eeuwse klooster in Gwynedd (mét een dikke politieke agenda) heeft dan wel een aantal lokale tradities en kronieken, maar eigenlijk heeft hij net zo min een idee van de 5de en 6de eeuw als Bede dat heeft.

    2. Dank voor je toelichting Robert. Misschien is Higham in dit boek rustiger, want ik vond zijn argumenten dat deze of gene passage een interpolatie kon zijn, doorgaans redelijk. Hij liet de mogelijkheid van het bestaan van Arthur nadrukkelijk open – maar het moet gezegd: we zouden beter bewijs willen hebben.

      1. Tsja, het ‘interpolatie-argument’ moet heel goed onderbouwd worden wil het meer zijn dan gewoon verdachtmakerij. En in dit geval ken ik de argumenten en die zijn niet hard te maken.

  3. Kom, kom…! Van Lancelot en The Knights at the Round Table is het maar een heel kleine ontwikkeling naar de hedendaagse realiteit van Lunch a Lot en The Round Knights at The Table.
    Ik zou bijna zeggen: zoek de verschillen 😉

  4. Ben Spaans

    Arthur ontbreekt in het 7e eeuwse ‘Geschiedenis van de Engelse Kerk en het Engelse Volk’ van de Eerbiedwaardige Beda (Venerable Bede) waarin wel sprake is van een Ambrosius Aurelianus ‘de laatste der Romeinen’ die verzet bood tegen de Saksen en Angelen (en Juten). De vermelding van een grote nederlaag van de Saksen tegen de Britten bij een ‘Berg Badon’ komt uit een opgeschreven preek (geen echt geschiedverhaal) van de 6e eeuwse Britse monnik Gildas (‘Over de ruinering van Brittannië’), zonder dat een aanvoerder wordt vermeld. Beide werken zijn in het Engels te vinden op de site http://www.northvegr.org

    Er is een invloedrijk boek, vooral in Albion zelf; John R. Morris, ‘The Age of Arthur’ (Londen 1973), maar dit schijnt niet te deugen.

    1. Dat Arthur ontbreekt in Bede is direct te wijten aan Gildas, omdat Bede (naast dynastieke legenden) geen andere bron heeft voor de 5de eeuw – hij schrijft Gildas bijna letterlijk over. Voor het ontbreken van Arthur in Gildas zijn vele theorieën geschreven, van een familievete tot jaloezie. Higham noemt in een eerder boek de mogelijkheid dat Gildas moest oppassen voor sommige machthebbers en dat hij dus niet altijd namen kon noemen. Speculatie natuurlijk maar ik kan me dat wel voorstellen – Gildas noemt een paar namen maar heel vaak houdt hij het bij omschrijvingen als ‘de leeuw’, ‘de draak’ of ‘de vader-duivel’. het lijkt soms net Game of Thrones. 😉

    2. De publicaties van de historicus John Morris en de archeologg Leslie Alcock (opgraver van o.a. South Cadbury- Camelot) in de vroege jaren 70 leidden onder minimalistische backlash van historici (met name David Dumville) die alle bronnen van vóór de 7de eeuw wegvaagden als onbetrouwbaar. Nu wordt dat weer wat toleranter beoordeeld maar Morris en Alcock nemen sprongen die echt niet kunnen. Wel goede boeken om te lezen trouwens, al is Morris’ notenapparaat een nachtmerrie.
      Echt aan te raden is Chris Snyder ‘Age of Tyrants’ als tegenhanger, of ken Dark ‘Civitas to Kingdom’.

  5. “Beide werken zijn in het Engels te vinden op de site http://www.northvegr.org
    je moet heel erg oppassen wat je op het net leest. De tekst van Gildas is niet de originele, maar die van de dominee Giles, vertaald tegen het einde van de 19de eeuw en vol met aanvullingen. Als je wilt weten of je deze foute tekst hebt, kijk dan naar hoofdstuk 26.
    Giles heeft:
    “… until the year of the siege of Bath-hill, when took place also the last almost, though not the least slaughter of our cruel foes, which was (as I am sure) forty-four years and one month after the landing of the Saxons, and also the time of my own nativity”…
    Dit is correct:
    “up to the year of the siege of Badon Hill, and of almost the last great slaughter inflicted upon the rascally crew. And this commences, a fact I know, as the forty-fourth year, with one month now elapsed; it is also the year of my birth.”
    Bath was als plaats puur de interpretatie van de Badon heuvel (geen berg!) en dat van 44 jaar na de komst van de Saksen staat gewoon niet in de tekst, dat had Giles van Bede.

    1. Ben Spaans

      Inderdaad, de northvegr-site heeft de versie van dominee Giles. De website geeft zelf als bron voor Gildas The Internet Medieval Source ook, dus laten we daarvoor ook meteen waarschuwen. Ik kwam onlangs toevallig op de northvegr-site terecht, op zoek naar de Germania van Tacitus. De beheerders van de site zijn apart, ze omschrijven zich als ‘moderne heidenen’ die het ‘heidens erfgoed’ onder de aandacht willen brengen. Het zijn beslist geen neo-nazi’s, en ze geven ook, ironisch, veel teksten van christelijke schrijvers als Beda, Gildas, Einhard. Maar voorzichtigheid blijkt geboden.

  6. Ben Spaans

    “King Arthur: as true an English hero as Saint George himself

    It is during this catastrophic first Century of Anglo-Saxon conquest That the immortal British hero King Arthur is supposed to have lived…But the name of Arthur does not paper in any records until hundreds of years after he was supposed to have lived…the first account of his heroics says that all the 960 people killed in the battle of Badon Hill were slain by Arthur alone…a very reliable source…The association with the West Country (Glastonbury) began as a money-making tourist enterprise that remains the purpose of this legend today…further convincing that King Arthur is juist a legend we only have to look…in the alternative bookshops the Arthurian legends…shelved alongside Ley lines, crystals and crop-circles. Give it another thousand years…the history books will be debating whether Luke Skywalker rally existed or not.

    John O’Farrell, ‘An utterly impartial history of Britain- or 2000 years of upperclass idiotes in charge’ (Londen 2008) pag. 48-49

    Maar een boek met zo’n titel hoef je gelukkig niet serieus te nemen…

Reacties zijn gesloten.