Een bron die vergelijkbaar is met Historia Brittonum van Nennius (zie het vorige blogje) is Topographia Hibernica van Gerald van Wales (Giraldus Cambrensis) uit het eind van de twaalfde eeuw. Net als het boek van Nennius is dit werk niet bedoeld als fictie. Maar het feit dat er weerwolven in voorkomen, zorgt ervoor dat niet alles even reëel is – dat vinden we nu in de eenentwintigste eeuw.
Een krijger en een wolfkrijger (Viking-helmbeslag; Zweeds Historisch Museum, Stockholm
Ik heb al eerder geschreven over middeleeuwse weerwolven en ga daarmee nu verder.
Nennius was een negende-eeuwse monnik die een geschiedenis van Brittannië schreef: Historia Brittonum. Hij stelde hierin dat de Britten afstammen van Brutus, een nazaat van Aeneas van Troje. Zijn boek is bovendien de oudste bron waarin koning Arthur voorkomt. Maar daar gaat het ons niet om, er komen ook weerwolven in voor! En wel in het hoofdstuk over de wonderbaarlijkheden van Brittannië:
[Laatste van drie blogjes door Bas Jongenelen over antieke en middeleeuwse weerwolven. Het eerste deel was hier.]
Er is een fabel over een weerwolf die sinds de Middeleeuwen toegeschreven wordt aan Aesopus, maar die met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet door hem geschreven is. Het is een Middeleeuws verhaal:
[Tweede van drie blogjes door Bas Jongenelen over antieke en middeleeuwse weerwolven. Het eerste deel was hier.]
Herodotos’ Neurers
In zijn Ἱστορίαι (Historiën) beschrijft Ἡρόδοτος (Herodotos van Halikarnassos) een heleboel volkeren. Eén van die volkeren zijn de Neurers – en dat zijn weerwolven! Dit vertelt Herodotos over de Neurers het volgende:
In 1981 zag ik An American Werewolf in London in de bioscoop. Ik was er zeer van onder de indruk. In 1983 bracht Michael Jackson de single “Thriller” uit, met een spectaculaire videoclip, waarin Michael Jackson een weerwolf is. Ook daarvan was ik onder de indruk (ik was en ben geen fan van de muziek van Michael Jackson, maar de videoclip is toch wel een mijlpaal in de muziekgeschiedenis). Zowel film als videoclip is geregisseerd door John Landis. De weerwolf is al heel lang niet meer weg te denken uit de moderne popcultuur, wat ook te merken is aan de populariteit van het spel De weerwolven van Wakkerdam.
Meestal komt er na zo’n inleidende alinea een zin als “Dus van jongs af aan ben ik geïnteresseerd geweest hierin.” Dat is in mijn geval niet zo, ik heb geen bovenmatige interesse in weerwolven.
De wolf is een dier dat in veel verhalen voorkomt, zo zijn er de wolvin van Romulus en Remus, Fenrir uit de noordse mythologie, Isengrijn uit Vanden vos Reynaerde, de grote boze wolf uit Roodkapje, de drie biggetjes en de zeven geitjes. De wolf vinden we een fascinerend dier, zeer geschikt om literatuur mee te maken.
Griekse weerwolven
Een aparte categorie van wolven is de weerwolf. Voor de mensen die met (een onregelmatige) regelmaat de Mainzer Beobachter lezen is Lykaon waarschijnlijk de bekendste weerwolf. In zijn Metamorfosen beschrijft de Romeinse dichter Ovidius hoe Lykaon voor straf veranderd wordt in een wolf.noot Ovidius, Metamorfosen 1.207-243. Helaas voor de man blijft hij wolf, om nooit meer mens te worden.
Deze wolf heeft in elk geval de juiste dimensies (Institut archéologique du Luxembourg, Arlon)
Meer dan een halve eeuw geleden namen mijn ouders me mee naar de Burgers-dierentuin in Arnhem. Ook mijn peetoom, zijn echtgenote en hun kinderen waren mee. Ik zal een jaar of zes zijn geweest. En zoals mijn vriend S, destijds vier, in de Rotterdamse dierentuin vooral een tijger wilde zien, zo wilde ik op die dag in (vermoedelijk) 1971 per se wolven zien.
Hoewel ik ze nog steeds voor de geest kan halen, vielen de dieren me tegen. In het sprookje van Roodkapje pasten immers complete oma’s en kinderen in de buik van zo’n beest, en dat bleek dus evident onmogelijk. Dat zei ik tegen mijn ouders, en dat was het begin van een ongemakkelijke conversatie.
In 2022 ontdekte archeologe Valentina Voinea in het dorp Cheia in de Roemeense regio Dobruja (tussen de Donau en de Zwarte Zee) een Romeinse grafheuvel. Gedateerd rond 150 na Chr. en met een doorsnee van wel vijfenzeventig meter, bestond de inhoud uit twee graven. De overledenen waren waarschijnlijk Romeinen die tijdens de Romeinse kolonisatie van deze regio naar dit gebied waren gekomen.
Het eerste graf
Beide graven zijn interessant. Het ene bestond uit een houten kist met daarin het lichaam van de overledene en grafgiften. Het lichaam was, zoals in de regio gebruikelijk, ter plaatse verbrand, zoals blijkt uit de sterke verbranding van de muren en de bodem van de put. Vervolgens werd de put bedekt met houten planken en gedempt.
Armeniërs brengen tribuut aan de koning van Perzië (Persepolis)
Ik blogde onlangs over Urartu, het IJzertijdkoninkrijk dat in de eerste helft van het eerste millennium v.Chr. bestond in oostelijk Turkije, Armenië en noordwestelijk Iran. De laatste dateerbare vermelding ervan is te plaatsen rond 640 v.Chr. Het rijk is daarna ten onder gegaan.
Tussen dat moment en de opkomst van het christendom in Armenië, waarover ik later nog eens zal bloggen, verstreken ruim negen eeuwen. In die tijd schreven de bewoners van dit gebied zelf betrekkelijk weinig. We moeten ons deze periode voorstellen als een landschap in het duister, waarop af en toe het licht van een schijnwerper valt als Griekse of Romeinse auteurs erover schrijven. Die schreven niet per se over de belangrijkste gebeurtenissen. Bovendien hebben de middeleeuwse kopiisten die hun teksten overschreven, niet per se het belangrijkste geselecteerd. In feite is de overgeleverde informatie, hoe waardevol ook, volkomen willekeurig.
Een kwatrijn is een gedichtje van vier regels. De grootmeester van het genre is de middeleeuwse Perzische auteur Omar Khayyam, over wie ik al eens blogde, twee keer zelfs: 1, 2 en nog een derde keer als een bonus die eigenlijk niet over hem gaat. De weinige keren dat ik zelf heb geprobeerd een kwatrijn te schrijven, ontdekte ik dat het moeilijk is een gedachte in precies vier regels te gieten: om echt iets te zeggen, had ik er eigenlijk altijd meer nodig. Sonnetten zijn makkelijker.
Des te knapper vind ik het als iemand in een kwatrijn een compleet verhaal kan vertellen. Dat probeerde de Byzantijnse dichter Ignatios, die het kwatrijn benutte voor het vertellen van fabels: verhaaltjes met een plot en een moraal, en dat in vier zinnetjes.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.