Hekserij in Bremen

De verbranding van een heks

Binnenkort is hier een blogje waarin hekserij een rol speelt, dus ter voorbereiding neem ik u mee naar een heksenproces dat in 1603 plaatsvond in de vrije Hanzestad Bremen. De aanleiding tot het onderzoek lijkt de dood te zijn geweest van een zekere Henrich Raetken, onder omstandigheden die verdacht genoeg waren om te leiden tot onderzoek. Zo kwamen twee vrouwen in het vizier van de autoriteiten. De bekentenissen van de twee, vermoedelijk afgelegd onder tortuur, zijn over.

De twee maanden geleden overleden Italiaanse historicus Carlo Ginzburg heeft weleens geopperd dat, voor zover er een werkelijke vorm van gedrag is geweest die door de zestiende-eeuwse juristen werd gebrandmerkt als hekserij, het gaat om mensen die in een traditie stonden die lijkt op sjamanisme. Ander onderzoekers denken dat dit vooralsnog niet is bewezen. In elk geval: tegenover de hoogopgeleide juristen, die alles wisten van de kerkelijke weerzin tegen concurrerende opvattingen, waren deze vrouwen kansloos, en alles wat ze zeiden, werd uitgelegd alsof het een duivelspact was.

Lees verder “Hekserij in Bremen”

Duivelskinderen

Johannes Chrysostomos

Het volgende blogje zal u wellicht voorkomen als overbodig: ik betoog dat Joden geen duivelskinderen zijn. Dat haal je de koekoek, zult u zeggen, en u heeft gelijk, maar het kan desondanks geen kwaad te schrijven over een beruchte passage uit het Evangelie van Johannes. Weliswaar denk ik dat zelfs de grootste antisemiet niet denkt dat Joodse vrouwen werkelijk seksuele omvang hebben met duivels, maar er zijn nog altijd mensen die de antijoodse polemiek in het Nieuwe Testament niet ervaren als problematisch.

Nakomelingen van Abraham

De tekst in kwestie is te vinden in het Evangelie van Johannes. Jezus heeft zichzelf gepresenteerd als het licht van de wereld, heeft zich met een grap afgemaakt van de kritiek en heeft mensen opgeroepen tot hem te komen. “Toen hij deze dingen zei,” noteert de evangelist, “kwamen velen tot geloof in hem.” En dan gebeurt er iets vreemds.

Lees verder “Duivelskinderen”

Bijbelse en Griekse insecten

Zelfportret van de Meester van Frankfurt en zijn vrouw, detail (Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen)

Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd: ik blog vandaag dus eens over iets kleins, namelijk insecten. Nu zitten er op het eerste gezicht niet bijster veel vliegen, muggen en vlooien in het Nieuwe Testament, waarover ik op zondag graag blog, maar er zijn er wel een paar verstopt. Als Jezus een bezetene heeft genezen, vragen mensen zich bijvoorbeeld af of hij een door God gezonden verlosser kan zijn, en werpen anderen tegen dat hij alleen demonen kon uitdrijven “dankzij Beëlzebul, de vorst der demonen”.noot Marcus 3.22.

Heer der vliegen

Hier gebeurt weer eens een hoop tegelijk. Eeuwen eerder was er vrijwel zeker een Kanaänitische godheid die Baäl-Zebul heette, wat de auteur van het Deuteronomistische Geschiedwerk, die niets wilde weten van andere goden dan zijn eigen godheid, “verbeterde”: hij duidde deze godheid aan als Baäl-Zebub, ofwel de “heer der vliegen”.noot 2 Koningen 1.2. De nieuwtestamentische weergave blijft dus iets dichter bij het Kanaänitische origineel, maar heeft een even negatieve associatie. In de latere, christelijke traditie zou Beëlzebul de naam van de duivel zelf zijn, wat niet helemaal hetzelfde is als de vorst der demonen.

Lees verder “Bijbelse en Griekse insecten”

Faust in Waardenburg

Kasteel Waardenburg

Nederland telt enkele gerenommeerde spookkastelen. Daar kan je je schouders over ophalen, je wenkbrauwen diep over fronsen, het overlaten aan de parapsychologie of er heilig in geloven. Feit is dat diverse sagen en legenden in Nederland gaan over gebouwen waar het niet pluis is. Neem kasteel Waardenburg in de Betuwe, tegenover Zaltbommel.

Daar spookt het niet alleen, het heeft ook een bijzondere band met de legendarische doctor Faustus. Kortom, we moeten het eens hebben over bestaande kasteel Waardenburg en de historische Faustus.

Kasteel Waardenburg

Het oorspronkelijke kasteel was een motte, dus een ringburcht op een kunstmatige verhoging, en dateert uit 1265. Motte-kastelen waren niet uniek, maar de precisie van de stichtingsdatum is dat wel. We weten dat ridder Rudolph de Cock in dat jaar zijn leenheer, graaf Otto II van Gelre, verzocht een versterkte woning te mogen bouwen. Diens afstammelingen bouwden het kasteel uit met onder meer in 1283 “den sael ende ronde toern”, ongetwijfeld van steen.

Lees verder “Faust in Waardenburg”

De Duivelsbrug van Ginneken

De Duivelsbrug van Ginneken

Onverklaarbare zaken worden in het volksgeloof vaak als bovennatuurlijk gezien. Mensen schrijven ze dan graag toe aan een van de twee uitersten op dit gebied: god dan wel de duivel. Of iets dat daar aan onaardse wezens tussenin zit. Vreemd genoeg kon dit zowel positief als negatief uitpakken: we kennen uitdrukkingen als “duivels goed” maar ook “godsgruwelijk”. Van de Italiaanse violist en componist Niccolò Paganini werd beweerd dat zijn vioolspel zó virtuoos was dat hij wel een pakt met de duivel gesloten moest hebben om zo duivels goed te kunnen spelen. Zulke duivelse aspecten, zowel positief als negatief, komen we ook tegen in het begrip “duivelsbrug”.

Duivelsbruggen

Hoewel duivelsbruggen minder bekend zijn dan bijvoorbeeld witte wieven, komen ze in de folklore zó veel voor dat er een aparte categorie voor is in het classificatiesysteem van Aarne-Thompson-Uther. We hebben het in de regel over stenen, gewelfde bruggen, gebouwd in Europa tussen pakweg 1000 en 1600 na Chr., waarbij vaak sprake is van een destijds uitzonderlijke bouwkundige prestatie. Maar op die verhalen zijn varianten.
Lees verder “De Duivelsbrug van Ginneken”

De Bijbelkennis van de duivel

Een nieuwe zondag, een nieuw blogje over het Nieuwe Testament. En ik keer terug naar een onderwerp waarover ik al eens eerder schreef, namelijk Lukas’ verhaal over de pogingen van de duivel om Jezus te verleiden. Hier is dat verhaal in de NBV21-vertaling.

De duivel zei tegen hem: “Als u de Zoon van God bent, beveel die steen dan in een brood te veranderen.”
Maar Jezus antwoordde: “Er staat geschreven: ‘De mens leeft niet van brood alleen.’”

Jezus antwoordt met een beroep op de Wet van Mozes, en dat is natuurlijk keurig volgens het boekje. U zult dit citaat echter vergeefs zoeken in uw bijbel, want de evangelist citeert hier een vers uit Deuteronomium in de Griekse vertaling die bekendstaat als Septuaginta.noot Lukas 4.3-4; Deuteronomium 8.3. De vertaling van dit vers is eigenlijk meer een parafrase.

Lees verder “De Bijbelkennis van de duivel”

Het zoroastrisme

De kosmologie van het zoroastrisme als rotsreliëf. Rechts vertrapt Ahuramazda de duivel Angra Mainyu, links vertrapt Ardašir I zijn tegenstander Artabanos IV .

De Gatha’s, die ik in het vorige stukje introduceerde, vormen slechts een deel van de Avesta, en taalkundigen herkennen de jongere delen. De belangrijkste innovatie van het latere zoroastrisme is dat Zarathuštra’s volgelingen De Leugen personaliseerden. In verschillende teksten, geschreven in een taal die even oud lijkt als die van de Gatha’s, krijgt het kwaad een naam: Angra Mainyu, “de vijandige geest”. Hij geldt als leider van de demonen en in het Scheppingsverhaal plaatst hij tegenover alles wat goed is steeds iets slechts. De Geist der stets verneint staat in jongere teksten ook bekend als Ahriman.

Onuitgewerkt monotheïsme

Dat twee kosmische machten, de scheppende kracht Ahuramazda en de anti-kracht Angra Mainyu, tegenover elkaar staan, leidt tot de vraag of de laatste door de eerste is geschapen. In voor ons iets herkenbaarder jargon: schiep god de duivel? Wilde het goede het kwade? Het lijkt erop dat de vroegste zoroastriërs deze concepten, die zij als eersten ontwikkelden, nog niet volledig hadden doordacht.

Lees verder “Het zoroastrisme”

De duivel en zijn voorgangers

Weer mislukt: wat de duivel ook doet, de menselijke ziel wordt toch gered (Notre Dame, Parijs)

Als Lambiek in De Poenschepper café “Het Gouden Kalf” binnenloopt en aan kastelein Mazoetan vraagt of hij soms het gouden kalf is, dan weet de lezer dat de waard de duivel in hoogsteigen persoon moet zijn. Mazoetan is slechts één van de incarnaties van de Hellevorst die neerlandicus Bas Jongenelen presenteert in De duivel in de Nederlandse literatuur (2022). Een boek dat ik met machtig veel plezier heb gelezen. Lucifer is fascinerend. Het is immers kennis van goed en kwaad die ons maakt tot mensen. Los daarvan heeft de duivel een boeiende ontstaansgeschiedenis.

Vijandige Geest

Ergens in de Late Oudheid codificeerden Perzische geleerden de heilige literatuur van het zoroastrisme, een belangrijke stroming uit de Iraanse religie. In deze bibliotheek, de zogenoemde Avesta, zit een oudere kern van heilige teksten die bekendstaat als de Gatha’s. Deze zeventien hymnen zijn herkenbaar aan de gebruikte, oeroude taal. Volgens een gangbare hypothese zijn het composities van de profeet Zarathuštra. Hij zou ooit – we hebben het over pakweg de dertiende eeuw v.Chr. – van de geest Goede Gedachte opdracht hebben gekregen overal bloedige offers te verbieden en mensen aan te sporen tot hulp aan de armen. Goede Gedachte zou zijn gestuurd door de oppergod Wijze Heer ofwel Ahuramazda.

Lees verder “De duivel en zijn voorgangers”

De beproeving in de woestijn (2)

De “high place of worship” in Petra

In het vorige stukje presenteerde ik de twee uitwerkingen die Matteüs en Lukas gaven van het simpele zinnetje in Marcus, die had geschreven dat Jezus door de Satan op de proef werd gesteld in de woestijn. De uitwerkingen tonen allebei een gesprek dat bijna lijkt op een spelletje: de duivel daagt Jezus drie keer uit, Jezus geeft lik op stuk met een citaat uit Deuteronomium.

Challenge and riposte

Dit soort gesprekken staat bekend als challenge and riposte. We kennen het goed uit de oude wereld, waarin iemands eer belangrijk was. Dat was iets heel concreets. Een mens had recht op een bepaalde hoeveelheid respect, dat hij in bepaalde situaties kon verliezen. (“Respect” is dus anders dan bij ons, waarin respect iets is dat je verwerft.) Een voorbeeld dat u morgen mooi kunt citeren is het gesprek tussen Julius Caesar en een ziener, die hem had gewaarschuwd op zijn hoede te zijn voor de vijftiende maart. Op die vijftiende maart sneerde Caesar “Nou, die vijftiende maart van je is mooi aangebroken.” Dit is de uitdaging (challenge) van de eer van de ziener. Die is niet uit het veld geslagen: de riposte is “Gekomen maar niet voorbij”. Eer hersteld. De rest is geschiedenis.

Lees verder “De beproeving in de woestijn (2)”

De beproeving in de woestijn (1)

Bij de evangelist Marcus zijn het twee zinnetjes, die meteen volgen op Jezus’ doop door Johannes de Doper. In de Nieuwe Bijbelvertaling:

Meteen daarna dreef de Geest hem de woestijn in. Veertig dagen bleef hij in de woestijn, waar hij door Satan op de proef werd gesteld. Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen zorgden voor hem. (Marcus 1.12-13)

Voor Matteüs en Lukas was deze passage de aanleiding om een twistgesprek in te lassen. Ze citeren allebei uit de Q-bron.

Lees verder “De beproeving in de woestijn (1)”