De eerste Baiuvaren (2)

Schildbeslag van een Baiuvaarse krijger (Archäologische Staatssammlung, München)

[Dit is het tweede deel van Josine Schrickx’ blogje over de vroegste teksten over de Baiuvari, de zesde-eeuwse bewoners van wat nu Beieren heet. Het eerste was hier.]

Fredegar

Bij de volgende passage uit het lemma in de Thesaurus Linguae Latinae bevinden we ons buiten de eigenlijke tijdsgrens van dat project, die ligt rond 600 na Chr. Het komt volgende fragment komt uit de Kroniek van Fredegar, die dateert uit de tweede helft van de zevende eeuw:

Lees verder “De eerste Baiuvaren (2)”

De eerste Baiuvaren (1)

Reconstructie van twee Baiuvaren (Museum Aschheim)

In een eerder blogje schreef ik over het lemma dat de Thesaurus Linguae Latinae (het grote oerwoordenboek van de Latijnse taal) wijdde aan de Baiuvaren, zoals de bewoners van het huidige Beieren in de zesde eeuw na Chr. heetten. In dat eerdere blogje behandelde ik het korte tekstje dat bekendstaat als de Frankische Volkentabel.

In de twee blogjes van vandaag neem ik de andere bronnen onder de loep: de oudste vermeldingen van de Baiuvaren. Weliswaar doen ook latere, middeleeuwse auteurs weleens verslag van de zesde eeuw en vermelden ook zij daarbij de Baiuvaren, maar ik beperk me tot de begintijd. De eerste bekende hertog (dux) van de Baiuvaren was Garibald I, die de titel in 548 kreeg van de Frankische koning Theudowald (meer).

Lees verder “De eerste Baiuvaren (1)”

Een Thesaurus linguae Latinae voor Mussolini

Receptie in de Rijkskanselarij in Berlijn, met v.l.n.r. rijkskanselier Heinrich Brüning, de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken Dino Grandi, minister van Financiën Hermann Dietrich (?), de pauselijke nuntius in Berlijn mgr. Cesare de Orsenigo en minister van Posterijen Georg Schätzel (Federaal archief, foto 102-12474).

In oktober 1931 deden de Duitse kranten uitgebreid verslag van een bezoek dat de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken Dino Grandi had gebracht aan Berlijn. Grandi had met rijkskanselier Heinrich Brüning verschillende kwesties besproken, zoals ontwapening, schulden en herstelbetalingen. Terug in Rome overhandigde Grandi, zo schreven de kranten, namens de Duitse regering een opmerkelijk geschenk aan de Duce: viernoot In werkelijkheid waren het er vijf, zie hieronder. delen van de Thesaurus linguae Latinae.

Lees verder “Een Thesaurus linguae Latinae voor Mussolini”

De “Frankische Volkentabel” in de Thesaurus Linguae Latinae

De Thesaurus Linguae Latinae, het grote oerwoordenboek van de Latijnse taal, kent ook een Onomasticon: een lijst van in het Latijn overgeleverde eigennamen. Het is bijgehouden tot de letter D en dus is er ook een vermelding van de Baiovarii ofwel Baiuvaren ofwel “Beieren”. Dat is vooral leuk omdat we weinig weten over de oorsprong van dit volk.

Zoals het plaatje hierboven toont zijn de Baiovarii blijkbaar een gens Germanica, wat op zich waarschijnlijk correct is, maar verder weinig zegt. De eerste, en dus oudste, vermelding is in een tekst die de TLL aanduidt als de GENER. reg. Franc. Volgens de index van de TLL is dit de generatio regum Francorum, ook wel bekend als de “Frankische Volkentabel”. Jona noemde die al eens.

Lees verder “De “Frankische Volkentabel” in de Thesaurus Linguae Latinae”

De Wet van Zipf

Als je een taal wilt leren, zou het dan niet het makkelijkst zijn om eerst de honderd meest voorkomende woorden te leren?  Het lijkt logisch, maar daarin kun je je behoorlijk vergissen. Deze woorden hebben namelijk vaak op zich weinig betekenis. In het Nederlands vinden we hier lidwoorden, voorzetsels, voegwoorden (zoals ‘en’), en vormen van het werkwoord ‘zijn’.

De website SUBTLEX heeft de meest gebruikte woorden uit Nederlandse filmondertitels onderzocht. Nu is er een verschil tussen woorden en lemmata. De woorden ‘is’ en ’ben’ zijn beide vormen van het lemma ‘zijn’. Alle vormen van een lemma staan in deze lijst apart opgesomd. Het eerste zelfstandig naamwoord vinden we op plaats 102 en is ‘man’.

Lees verder “De Wet van Zipf”

Thesaurus linguae Latinae

Kasten vol dozen met systeemkaarten

De Thesaurus linguae Latinae is een wetenschappelijk woordenboek van het Latijn. Nu zou je kunnen denken: er bestaan toch al woordenboeken Latijn? Inderdaad, het meest bekend is voor Nederlanders het woordenboek van Pinkster, voor Engelsen de Oxford Latin Dictionary, en zo heeft elk taalgebied wel zijn Latijnwoordenboek.

Nu is er een aantal problemen met deze woordenboeken. Ten eerste zijn ze gemaakt op basis van maar een beperkt aantal teksten, meestal bestaand uit werken van  “grote” auteurs als Cicero, Caesar, Vergilius, Ovidius. Ten tweede bouwen ze meestal op elkaar op: zo is Pinkster oorspronkelijk een bewerking van het Duitse woordenboek van Pons, dat weer een bewerking is van Taschen-Heinichen. Op deze manier krijgen we steeds dezelfde lemmata met dezelfde betekenissen, en soms zelfs dezelfde fouten.

Lees verder “Thesaurus linguae Latinae”